Artikelen

Op pad met popfotograaf Paul Bergen

Wereldsterren voor de lens

U2, Red Hot Chili Peppers, Queen, Beyonce, Tina Turner, Lady Gaga en Genesis. Het zijn maar een paar namen van de duizenden artiesten die Paul Bergen voor zijn lens kreeg in zijn lange carrière als popfotograaf. Vanavond kunnen in elk geval Joss Stone, Melanie C en John Miles aan dat rijtje worden toegevoegd. Machina is erg benieuwd wat er allemaal komt kijken bij het fotograferen van een concert en wijkt tijdens het Night of The Proms-concert in Ahoy geen seconde van de zijde van de expert.

Tekst en beeld Dimitri Hakke (concertbeelden Paul Bergen)

Het is zaterdag 18 november 19u30. Locatie: achteringang J van de Rotterdamse poptempel Ahoy. Popfotograaf Paul Bergen begroet zijn collega’s. Hier worden de accreditaties gecheckt en fotopassen en tijdschema’s uitgedeeld. ‘Hoi Paul’, roept de PR-dame. Bergen is duidelijk een bekend gezicht in de popfotografie. Niet zo vreemd, aangezien hij al meer dan dertig jaar alle poppodia van Nederland afstruint. Ook in Ahoy is Bergen kind aan huis. Vanavond is hij aanwezig om de 28ste Nederlandse editie van de internationale concertreeks Night of The Proms vast te leggen voor persbureau ANP.

In 2018 viert Paul Bergen dat hij ‘dertig jaar in het vak zit’. In 1988 begint hij officieel voor zichzelf. Voor die tijd werkt Bergen bij Fotopersbureau Henk Koster in Delft en daarvoor als lithograaf bij een drukkerij. ‘Vanaf mijn achttiende wilde ik fotograaf worden. Mijn eerste spiegelreflexcamera was een Pentax K1000. Daarmee maakte ik ook mijn eerste concertfoto’s. Ik kocht een kaartje en nam mijn camera mee en bij het toegift rende ik naar voren om foto’s te maken. In de herrie en tussen de staande mensen keek echt niemand of je aan het fotograferen was. Zo heb ik beelden geschoten van onder andere Genesis, Camel, Jethro Tull en Tina Turner.’

Het is 1987 als de Ierse band U2 de Kuip bezoekt. Het eerste grote concert waar Bergen als professioneel fotograaf aanwezig is. Bergen: ‘Lex van Rossen heeft daar toen die beroemde foto gemaakt van Bono die door zijn knieën zakt met de Kuip en het publiek op de achtergrond. Dat was mijn eye-opener. Toen ik die foto de volgende dag zag over zes kolommen in het NRC, wist ik: zo maak je dus een livefoto! Ik stond meteen weer met beide benen op de grond. Vanaf toen ben ik anders gaan denken en kijken. Je moet soms ook op plekken gaan staan waar de artiest op dat moment niet is. Op die manier anticipeer je in plaats van te reageren. Daarbij is het hopen dat ie naar jou toekomt. Lex stond destijds als enige in dat hoekje. Het was een klein stukje van misschien een meter. Het is dus ook geluk hebben; komt Bono daar niet, dan heb je geen foto. Maar doet ie het wel, dan kun je iets bijzonders maken. Dat wil ik ook: een beeld dat het gemiddelde overstijgt.’

Tot 1992 werkte Bergen met camera’s zonder autofocus. ‘Alles stelde ik met de hand scherp. Inzoomen deed ik door een stap naar voren te zetten. Ik heb foto’s van Ellen van Langen op de Olympische Spelen in Barcelona, gemaakt met een 600mm en die is met de hand scherpgesteld. Dat is hard werken hoor, haha. Je leert echt kijken zonder autofocus. Ik heb ook lang met vaste brandpunten gewerkt. Lenzen van 24mm, 85mm en 135mm en dat was het. Ik ben al heel snel met twee camerabody’s gaan werken, zodat ik met meerdere soorten lenzen tegelijk kon werken.’

Plekje bij de garderobe

19u35. Bergen heeft een klein hoekje backstage gevonden waar hij straks alle foto’s snel bewerkt en doorstuurt naar het ANP. Vóór de komst van de digitale camera moest Bergen meteen de donkere kamer in om filmrolletjes te ontwikkelen en foto’s af te drukken. Tegenwoordig gaat alles digitaal. Met een vaste routine, die hij zich in die jaren eigen heeft gemaakt. ‘Ik doe het meeste werk op locatie. Als ik thuis ben, wil ik klaar zijn. Niet alleen omdat het fijn is om helemaal klaar te zijn, maar ik moet zorgen dat het snel online staat. Hoe eerder ik mijn foto’s doorstuur, hoe groter de kans dat mijn foto’s gebruikt worden in bladen en op websites.’

Bergen is na het fotograferen vrijwel altijd te vinden bij de garderobe van de concertzaal. ‘Daar sta ik mijn foto’s te bewerken. In totaal stuur ik zo’n tien tot twaalf foto’s per avond. Bij festivals stuur ik na iedere band drie foto’s door. ANP voorziet ook social media van beelden. Het is daardoor allemaal veel sneller geworden. Je zou eigenlijk vanaf de camera moeten sturen, maar op zo’n moment moet er aan de ontvangstkant wel iemand zitten die je foto’s goed kan bewerken. Maar dat wil ik allemaal zelf in de hand houden, dus stuur ik liever niet vanaf de camera. Bovendien moeten de recensies ook nog geschreven worden.’

Goede voorbereiding

20u00. De eerste tonen van het orkest klinken door het Rotterdamse sportpaleis. Bergen inspecteert de catwalk en zoekt een rustig plekje ver weg van zijn collega-fotografen. Even checken waar de beste looplijnen zijn van de catwalk en het beste zicht op het podium voor de mooiste beelden. Een goede voorbereiding is het halve werk. ‘Als ik een band fotografeer wil ik altijd weten hoe zo’n band klinkt. Ik luister op Spotify om een indruk te krijgen van de muziek die ze maken. Je wilt toch weten of je een singer-songwriter voor je lens krijgt of een hele dynamische band.’

‘Ik ben op zoek naar één foto die de hele avond samenvat’

Dan komt zangeres Leona Philippo de catwalk opgelopen in een paars jasje. Terwijl de spot haar volgt, grijpt Paul zijn Canon EOS D1 Mark IV met daarop een 16-35mm lens. ‘Ik wil vanavond vooral veel beeld met het orkest erop. Daarom kies ik deze lens. Waarschijnlijk gebruik ik straks ook nog mijn 8-15mm fisheye. Ik wil benadrukken dat het een bijzondere avond is zo’n Night of The Proms. Anders kan ik net zo goed in Paradiso hebben gestaan. Eigenlijk ben ik op zoek naar één foto die de hele avond samenvat. En ik wil wat close-ups voor mijn archief.’

Bergen fotografeert bij dit soort goed verlichte shows meestal tussen de 800 en de 1600 ISO. Een hogere ISO-waarde betekent meer ruis. Moderne professionele camera’s kunnen met gemak 3200 tot 6400 ISO aan zonder dat de beeldkwaliteit er echt onder lijdt. ‘Afhankelijk van het licht schroef ik mijn ISO-waarde omhoog of omlaag. Het liefst heb ik een minimale sluitertijd van 1/250ste seconde. Dat is veilig, daarmee heb je weinig beweging van je onderwerp en geen beweging van je camera. Om scherp te stellen gebruik ik alleen het middelste scherpstelpunt. Daarmee focus ik op het hoofdonderwerp. Daarna verander ik de compositie in de zoeker, zodat het onderwerp niet in het midden staat. Anders is het saai.’

20u45. Een klein platform met daarop de 16-jarige pianiste Emily Bear daalt naar beneden tussen het orkest en beweegt langzaam richting catwalk over de hoofden van het publiek. Veel toeschouwers pakken hun mobieltjes om het schouwspel vast te leggen. Bergen snapt daar niets van. ‘Je koopt een duur kaartje voor een gezellig avondje uit en je staat vervolgens naar je iPhone te kijken. Ik bedoel: de kwaliteit is vaak helemaal ruk, beelden zijn overbelicht en je kijkt het toch nooit meer terug. In een restaurant of in het theater doe je dat toch ook niet. Waarom wel bij een concert? Laat thuis dat ding! Je belemmert het zicht van mensen achter je en je hebt er niks aan. Kijk, het is een ander verhaal als Bruce Springsteen op één meter bij je vandaan het publiek induikt. Dan zou ik ook mijn telefoon pakken.’

Cruijffiaans

Na Emily Bear is het de beurt aan Melanie C om een van haar hits te vertolken. Bergen heeft een nieuwe plek gevonden, aan de binnenzijde van de catwalk. Zo heeft hij goed zicht op de voormalig Spice Girl en het orkest erachter. Sommige collega’s vliegen van links naar rechts voor het podium om een halve minuut later alweer ergens anders heen te rennen. Bergen doet niet mee aan die gekte. ‘Als je met een artiest meeloopt, mis je alles! Hier aan de binnenzijde kan ik goed bewegen en hou ik het overzicht.’ Vervolgens op haast Cruijffiaanse wijze: ‘Als je ergens moet komen, dan ben je te laat.’ Niet reageren maar anticiperen is het devies. ‘Hou de artiest in je vizier en bedenk wat er zou kunnen gebeuren. Bij de meeste concerten mogen we toch de eerste drie nummers fotograferen. Speel het eerste nummer op safe; zorg dat je je beelden hebt van de artiest. Daarna kun je van positie veranderen en wat meer risico nemen.’

21u15. Volgens het tijdschema mag er een half uur niet gefotografeerd worden. Een mooi moment om de eerste beelden te selecteren en door te sturen naar het ANP. Paul bladert in Adobe Bridge vliegensvlug door de gemaakt foto’s. ‘Ik kies de twee beste uit. Die ga ik als eerste bewerken in Lightroom en daarna Photoshop. Als ik die eerste beelden gestuurd heb, dan heb ik wat meer tijd om de rest uit te zoeken. Zodra ik ga selecteren, weet ik al welk beeld ik heb geschoten. De beste foto’s krijgen een sterretje. Vanwege de snelheid browse ik direct van de kaart waarop mijn foto’s staan. Als ik eerst een map met alle foto’s van de hele avond moet kopiëren naar mijn MacBook, duurt dat veel te lang. Als ik zo’n tien tot twaalf foto’s heb, sleep ik deze naar een nieuwe map. Daarna ga ik die weer bewerken met Lightroom en Photoshop.’

Omdat Bergen veel werkt voor opdrachtgevers die alles snel willen hebben, houdt hij zijn MacBook helemaal leeg. ‘Ik gebruik deze echt alleen voor de klus waar ik op dat moment mee bezig ben. Na elke opdracht zet ik alles thuis over op een NAS en maak ik mijn MacBook weer helemaal leeg voor de volgende opdracht. Alle foto’s die ik ooit gemaakt heb, staan ook in een Excel-sheet. Op gegeven moment ging de schrijver Hugo Claus dood. Ik wist dat ik daar een foto van had. Ik ben toen een halve middag bezig geweest om die foto terug te vinden tussen mijn negatieven. Toen dacht ik: ‘Bergen, dat ga je de komende veertig jaar niet zo doen, want dan word je helemaal gek.’ Toen heb ik alles in een document gezet om snel een foto te kunnen opzoeken. Zo’n zevenduizend concerten staan daar in. Ook negatieven die nog niet zijn ingescand. Maar zo weet ik in elk geval of ik een foto van een bepaald concert heb.’

Drummers zonder stokjes

Routinematig bladert Bergen door de foto’s op de geheugenkaart. Niet alleen onscherpe beelden, maar ook schijnbaar goeie foto’s worden overgeslagen. ‘Kijk, dit is een rare houding. Die foto valt af. Maar het kan ook zijn dat de compositie niet goed is, er te veel ruimte zit tussen twee personen, microfoonstandaards door het hoofd steken, enzovoorts. Bij een pianist wil ik bij voorkeur de toetsen van de piano zien. Stelregel is: als het een kiekje is, laat ik het zitten.’ Bergen wijst op een foto waar de dirigente mooi in beeld staat met daarachter het orkest. ‘Deze ga ik niet gebruiken. Je ziet haar dirigeerstok niet.’ Dan bladert hij verder: ‘Kijk, bij deze is het stokje mooi omhoog. Ik zal ook nooit een foto van een drummer inleveren waarop de drumstokjes niet te zien zijn. Die foto’s kunnen meteen weg. Of een zanger met een microfoon recht voor zijn gezicht. Die moet je gelijk weggooien. Er zijn fotografen die dat inleveren. Het is oerlelijk! Ik snap dat niet. Je hebt toch genoeg andere beelden geschoten, mag ik hopen.’

Bergen heeft een journalistieke aanpak qua beeldbewerking. Dat betekent grof gezegd: alles wat in de doka kan, mag ook digitaal. ‘Dus niet twee mensen dichter bij elkaar zetten omdat dat mooier is voor de foto. Ik zie soms beelden waarvan ik denk: ‘nou volgens mij ben ik bij een ander concert geweest. Ik wil wat ik gezien heb door de lens terugzien in de foto. Wat ik wel bijvoorbeeld doe, is de helderheid opentrekken. Zo wordt het publiek in een zaal zichtbaar. Zo zie je het ook met het blote oog. Ook de witbalans pas ik aan. Met je ogen zie je het soms toch anders dan de camera het leest. En de basisdokatechnieken gebruik ik. Dus doordrukken en tegenhouden. Ik heb ooit een cursus Photoshop gedaan, dat vond ik helemaal niks. Toen moest ik bomen en vliegtuigen verplaatsen in mijn beeld. Tachtig procent van wat ik leerde was nutteloos. Maar een bordje met ‘Nooduitgang’ stip ik soms weg. Dat kan je in de doka ook: je maakt het gebied donker, of je verschuift je fotopapier zodat het er niet op komt.’

Met Bono op de catwalk

22u55. Paul maakt zijn shot van de avond. Joss Stone kust een zonnebloem. Een prachtig moment. Hoe tevreden hij is met deze foto, blijkt wel als hij ’m nog dezelfde avond op zijn Instagram-account plaatst. ‘Soms heb je een foto gemaakt van een artiest en dan weet je: mooier dan deze wordt het niet. Dat heb ik bijvoorbeeld met een foto van de Editors op Pinkpop.’ Bergen laat de foto zien op zijn MacBook. Een prachtig beeld van zanger Tom Smith die  gitaarspelend op één been op zijn piano staat, terwijl zijn andere been de lucht in wijst. In silhouet, met op de achtergrond een zee van mensen. ‘Ik fotografeer ze gewoon weer een volgende keer, maar ik weet van te voren dat ik deze foto niet ga overtreffen. Nee, dat frustreert niet hoor. Het is gewoon het bewijs dat het een klassieke foto is. Bij grote concerten sta je tegenwoordig sowieso op grote afstand met meerdere collega’s te fotograferen, dus unieke beelden maken, dat is steeds moeilijker. Begrijp me niet verkeerd, ik wil die foto ook maken, maar het is toch anders dan The Edge van onderaf fotograferen of zoals bij een van mijn beste ervaringen, door Bono in het Gelredome in 2001 de catwalk worden opgetrokken. Op zo’n moment kan je unieke foto’s maken. Ik moest Bono terugduwen omdat ie te dicht op mijn lens stond. Haha. Dat is gaaf.’

23u00. Nog eenmaal komen alle artiesten het podium op voor een grootse finale. Klik, klik, klik… de laatste foto is gemaakt. Het is al laat, Bergen wil snel weg. De rest verstuurt hij vanavond in de metro naar Den Haag. MacBook, camera’s, lenzen; alles gaat in de rolkoffer. Bergen bedankt nog wat mensen en snelt daarna naar metrostation Zuidplein. Op het perron zoekt hij een bankje en de koffer gaat meteen weer open. MacBook eruit en dan vlug verder met het geven van sterretjes maar.

Waar veel van Bergens generatiegenoten zijn gestopt, en sommige overleden, hoopt hij zelf nog lang voor het podium te staan met een camera voor zijn oog. ‘Ik ben, denk ik, de oudste in de fotopit (ruimte voor het podium DH) met mijn zestig jaar. Zo voel ik het niet hoor. Artiesten, crew en security worden ook ouder. Zodra ik niet meer leuk vind, stop ik ermee. Maar dat is niet aan de orde. Het is een mooi vak. Wat er mooi aan is? De vrijheid, de hectiek van het moment, iedere keer weer die uitdaging om een goeie foto te maken. Het is een soort verliefdheid op het vak. Dat is moeilijk uit te leggen. Die liefde gaat niet over. Die eindigt als je tussen zes planken ligt. Een fotograaf gaat nooit met pensioen.’

Volg Paul Bergen via Instagram: @paulbergen_fotograaf

Kader

Zelf fotograferen bij een concert?

Binnensmokkelen van een camera bij een concert is anno 2018 eigenlijk niet meer nodig. Iedereen heeft er een in zijn broekzak of tas. Immers, de meeste smartphones zijn voorzien van een camera van minimaal 12 megapixels. Ter vergelijking: de Nikon D1, een van de eerste professionele digitale camera’s, had een sensor die een schamele 2,7 megapixels telde. Door het steeds veranderende (vaak gebrekkige) licht, is het niet makkelijk om een geslaagde foto te maken bij een concert. Maar met een goeie foto-app, aangepaste instellingen, veel ‘trial and error’ en onderstaande tips, heb je de meeste kans op een mooie foto.

Tip 1: schiet met mate, geniet van het concert

Lichtomstandigheden bij concerten zijn vaak slecht. De kans op een geslaagde foto met een telefoon, is niet heel hoog. Daarom luidt het advies: fotografeer met mate. Maak af en toe een foto en concentreer je vooral op het luisteren, kijken en genieten. Maak mentale foto’s in plaats van echte foto’s. Ook de mensen die achter je staan bij het concert zullen je dankbaar zijn.

Tip 2: zet de flitser uit

Professionele fotografen krijgen altijd te horen: ‘First three songs, no flash’. Niet flitsen dus! De meeste fotografen willen dit ook helemaal niet. Het maakt een door de lichtman mooi uitgelichte show, er niet beter op. Flitsen zorgt voor fletse beelden zonder karakter. Of de flits is zo zwak dat je alleen het achterhoofd van de persoon voor je belicht. Bovendien zijn al die lichtflitsen behoorlijk irritant voor de artiest op het podium.

Tip 3: zoom met je voeten

Beschouw de telefoon als een lens met een vaste brandpuntsafstand. Gebruik je voeten om in te zoomen. Met andere woorden: wil je het onderwerp groter in beeld, zet een aantal passen naar voren. De digitale zoom van de camera vermindert alleen maar de kwaliteit van de beelden. Hoe verder je inzoomt, hoe meer de pixels zichtbaar worden.

Tip 4: gebruik de ‘professionele modus’

Heeft je camera een ‘professionele modus’, gebruik die dan. De Samsung Galaxy S-serie biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid tot schieten in RAW. Een bestandsformaat waar je veel meer uit kunt halen in beeldbewerkingsprogramma’s zoals Photoshop dan uit een gewoon JPG-bestand. Verder is de sluitertijd en de ISO-waarde vaak in te stellen. Op een iPhone zit geen professionele modus, maar er zijn wel (betaalde) apps die deze pro-functionaliteit toevoegen aan de camera. Een voorbeeld hiervan is Camera+ van LateNite Apps.

Tip 5: pas de belichting aan

Heeft de camera geen ‘pro-stand’ en heb je geen zin om voor een app te betalen, dan is de belichting vaak wel aan te passen. Belichting is gebaseerd op een gemiddelde belichting. Bij concerten is er vaak sprake van felle spots in een donkere omgeving. Door de belichting naar beneden te slepen (het beeld donkerder te maken) worden de delen die van belang zijn (de artiest in de spot), beter belicht. Bijkomend voordeel is dat de sluitertijd daardoor verkort wordt en daarmee de kans op scherpe foto’s toeneemt.

Tip 6: gebruik de timer

Een goede concertfoto is vaak ook een kwestie van geluk. De camera reageert niet direct; grote kans dat het licht verandert op het moment dat je de ontspanknop indrukt. Het indrukken van die knop kan bovendien voor bewegingsonscherpte zorgen omdat je camera beweegt. Aangezien geluk al een grote factor is, kun je de toevalsfactor vergroten door de timerfunctie te gebruiken: zet de timer op 3 seconden en hoop dat het licht net aangaat bij het maken van de foto. De timer zorgt bovendien dat je je kunt concentreren op het kaderen en het stilhouden van de camera.


Mens versus machine: een culinaire krachtmeting

Tekst en beeld: Dimitri Hakke

Even voorstellen:

IBM Chef Watson

Chef Watson is een digitale keukenprins die helpt om gerechten te maken op basis van door de gebruiker ingevoerde ingrediënten. Het door IBM ontwikkelde programma is afgeleid van Watson, de supercomputer die in 2011 de populaire Amerikaanse quiz Jeopardy wist te winnen. De Chef-versie specialiseert zich in het samenstellen van gerechten op basis van de chemische samenstelling van de ingrediënten. De database van Watson is gevuld met moleculaire analyses van tienduizenden recepten en 35 duizend ingrediënten. Daarnaast is het programma gevoed met menselijke smaakvoorkeuren, kennis van specifieke eigenschappen en gerechten van het land plus ervaringen van bèta-testers. De werkwijze is als volgt: voer maximaal 4 ingrediënten in, het type gerecht, het soort keuken en de chef schotelt je een aantal gerechten voor die je kunt maken. Heb je iets niet in huis dan zijn ingrediënten eenvoudig te vervangen door vergelijkbare bestanddelen.

www.ibmchefwatson.com

TV-kok Pierre Wind

Kok, presentator, schrijver van kookboeken, fotograaf, gadgetfreak, sidekick, tv-personality, columnist, afvalgoeroe en voorvechter van duurzaam eten en smaaklessen op basisscholen. Wat is Pierre Wind eigenlijk niet? Hij is de man bij uitstek van verrassende combinaties en innovaties in de keuken. Dropsoep, garnalen met vla, mosterd-sambalijs of erwtensoep met marsepein. De hyperactieve kok draait er zijn hand niet voor om . Met 28 jaar ervaring in de keuken en een experimenteerdrang waar de honden geen brood van lusten – hoewel als deze kok ze dat voorschotelt, gaat het er waarschijnlijk in als koek-, weet Wind als geen ander welke combinaties werken en welke vooral niet. Wind is auteur van verschillende kookboeken, waaronder graphic kooknovel Kokologico, afvalboek WAM, Wind aan de kook en mede-auteur van gratis E-book De Flexitarier van Natuur & Milieu, over de vleesloze keuken.

www.pierrewind.nl

Topkok Pierre Wind neemt het op tegen digikok Chef Watson

De site van ‘computerkok’ Chef Watson is na een lange periode van testen en finetunen toegankelijk voor iedereen. Maar is de superchef van IBM echt het culinaire wondermiddel dat iedereen omtovert tot een keukenprins(es)? MacFan wilde dat ook wel eens weten en daagde topkok Pierre Wind uit tot een culinaire krachtmeting.

De mens versus machine. Het is een boeiende tweestrijd. Feit is dat een computer beter kan rekenen dan welk levend wezen dan ook. Maar op het gebied van denken, intelligentie en creativiteit, zal de computer daar ooit de mens voorbijstreven of blijft het mensenbrein onontbeerlijk bij creatieve processen? Het is al bijna twintig jaar geleden dat schaakcomputer Deep Blue 2 grootmeester Garry Kasparov in een onderling duel versloeg. Hoogste tijd dus voor een nieuwe tweestrijd, een culinaire ditmaal met Chef Watson. En wie anders vraag je voor een wedstrijd creatief koken dan gerechtentovenaar Pierre Wind? Dus helpers weg… let’s get ready to rumble!

Ronde 1

Pats, pats, pats! Als Mohammed Ali in zijn beste dagen deelt Pierre Wind door de telefoon al de eerste verbale slagen uit. “Het is gewoon een leuke receptenmachine!” Float like a butterfly, sting like a bee, moet de goedlachse Hagenaar denken. In de week hiervoor heeft Wind kennisgemaakt met zijn tegenstander en is overtuigd van een overwinning.

Dat moet hard aankomen bij Chef Watson, die zichzelf verbaal niet kan verdedigen. Maar het is toch een mooie uitgebreide site? “Een site ja, niet eens een app!” Het lijkt een kansloze strijd. Chef Watson hangt al in de touwen, voordat de strijd goed en wel begonnen is. “Maar, moet ik zeggen. Het is een fantastisch speeltje. Een mooi hulpstuk in de keuken. Je kunt er een hoop inspiratie uit halen”, verdedigt Wind zijn tegenstander. “Als je ergens allergisch voor bent, dan kun je dat aangeven en dan neemt ie dat mee in de bereidingswijze. Of je kunt ingrediënten vervangen door andere en dan past het programma het recept aan. Stel je neemt ansjovis in plaats van zalm. Ansjovis is een veel zoutere vis. De hoeveelheden van de ingrediënten worden automatisch aangepast zodat de smaakt weer klopt. Dat is uniek!”

“No idea for his combination”, herhaalt Wind de woorden die op zijn Mac-beeldscherm verschijnen. “Hoezo ‘no idea’? Ik kan gewoon wat maken met garnalen en vla, maar Watson kent geen vla. En met koffie en tomaat is veel meer te maken dan hier in staat en amandel-citroensoep is ook nergens te bekennen!” Wind komt weer op stoom en deelt rake klappen uit: “Vier ingrediënten kunnen invoeren is echt veel te beperkt. Zeven of acht is ideaal. Dat je gewoon alles kunt invoeren wat je in je koelkast hebt, en dat de computer daar dan een gerecht van samenstelt.”

Ronde 2

Matchday! Een week is voorbij sinds Pierre Wind telefonisch zijn eerste rake tikken uitdeelde. Zou de storm zijn gaan liggen bij de watervlugge Hagenaar? Het antwoord is snel gegeven. Bij aankomst in De Tafelkamer te Den Haag, de boksring van vandaag, staat Wind ter begroeting te rammelen met een doosje gedroogde maden. “Bugs! Staat er óók niet in. Hét voedsel van de toekomst!” De toon is gezet, Wind is vastbesloten als winnaar uit de bus te komen…

De spelregels van vandaag: Chef Watson en Pierre Wind krijgen vier dezelfde vaste ingrediënten (het dropachtige kruid dragon, een blikje cola, een kalkoenfilet en een appel) plus de inhoud van een schamel gevuld keukenkastje waaruit vrij mag worden gekozen. Beide chefs maken daarmee een gerecht. “Leuke keuze! Ik hou van appel! Er zit zelfs een appeltje in mijn handtekening”, zegt Wind wijzend op zijn boek Kokologico. De spullen op tafel worden aandachtig bestudeerd. Dan ineens: “Heb je ook suiker?” Suiker is er niet, wel een blikje ananas. “Kijk, als iets er niet is, dan moet je iets nemen dat erop lijkt”, doceert de tv-kok.

Valsspelen

In dit geval wil Wind zo min mogelijk extra ingrediënten toevoegen in zijn eigen creatie. “Anders is het valsspelen. Chef Watson kan natuurlijk ook niet in je voorraadkast kijken. Dan stelt ie iets voor, maar dan moet je dat maar net in huis hebben. Hij geeft wel alternatieven, maar die moet je ook maar hebben.”

Het is alsof Pierre ‘Hurricane’ Wind snel de knock-out wil toebrengen en het niet op een lange strijd wil laten aankomen tegen Chef ‘Le professeur’ Watson.  Binnen een minuut verdwijnt de cola en het ananassap samen met chilipoeder en een ingesneden tomaat in een steelpannetje. “Dat wordt een colatomaat. De rest ga ik lekker laten indikken tot een saus.”

Ondertussen is Wind begonnen met het in plakken snijden van een halve aubergine en laat deze vervolgens met een beetje kerrie een minuutje koken in groentebouillon. “Het gaat allemaal op gevoel, voordat ik begin, maak ik eerst een plaatje in mijn hoofd. Dan zie ik al hoe het gerecht eruit ziet als het klaar is.”

Dat plaatje bevat ook oesterzwammen, rode ui en mint die hij lichtjes bakt in wat boter. In een andere pan verdwijnen appelplakjes die gekruid zijn met zwarte peper en dragon met daarbovenop de eerder gebakken plakken aubergine. “Eigenlijk zou ik de appel eerst door wat bloem willen halen, maar dat hebben we niet, dus doen we het zo.”

Teersmurrie

“Dit is wel veel vlees hoor”, moppert Wind als hij de kalkoenfilet uit de verpakking haalt en in twee dunne plakken snijdt om de bereidingstijd te verkorten. “Zelf zou ik normaalgesproken gewoon de helft nemen.” Een beetje peper en zout erop en hup in de pan met een flinke klont boter en bakken maar. “Wel af en toe wat hete boter uit de pan met een lepel over de filets laten lopen.”

De cola met ananassap oogt inmiddels als een dikke teersmurrie. Het is nauwelijks voor te stellen dat hier iets eetbaars van te maken is. Een flinke klont boter doet echter wonderen. “Langzaam erbij roeren, dan wordt het weer een prima saus.” En verrek, het is een saus om je vingers bij af te likken. Wind: “De cola en de ananas zorgt voor een zoete en een zure smaak, terwijl de peper voor wat pit zorgt. Die roomboter zorgt weer voor een zacht romig gevoel.”

Een half uur nadat het plaatje nog in Winds hoofd zat, staat het gerecht op tafel. En het ís een plaatje, want presentatie is een essentieel onderdeel van een gerecht vindt de tv-kok. De kalkoenfilets met daartussen laag fijngehakte oesterzwammen, een toren van aubergine en appel, en een zoetzure cola-ananassaus combineren prima met de colatomaat. Een ware prikkeling voor de zintuigen. De meester zelf oogt tevreden, maar ook ineens bescheiden: “Het is geen haute-cuisine, maar gewoon een lekker hapje voor thuis.”

Ronde 3

Tijd voor Chef Watson om zijn kunsten te tonen. Na het intikken van de vaste ingrediënten, ‘main course’ en tenslotte ‘Christmas’ als kookstijl, tovert Chef Watson enkele suggesties op het scherm. De keuze valt op het gerecht ‘Christmas Coca-Cola Grilled’. Een eenvoudige doch voedzame maaltijd, zou Ollie B. Bommel zeggen. “Een gerechtje”, corrigeert Wind. “Een maaltijd kun je het nauwelijks noemen.”

Omdat Chef Watson zelf niet kan koken, neemt Wind zelf de kookhonneurs waar. “Ik ga gewoon opvolgen wat er op het scherm staat, he. Op basis van de ingrediënten tomaat, aubergine, dragon, zwarte peper, zout, nootmuskaat, munt, kaneel, balsamico azijn, oogt dit als een goed gerecht. Ik heb er wel vertrouwen in. Dit is goed bij elkaar verzonnen.” Nog geen twee tellen later spot hij het eerste probleem. “Hier staat dat je alles bij elkaar moet gooien en 20 minuten in de cola met groentebouillon moet koken. Tja, daar staat dus niet bij of je de aubergine en tomaat in stukken moet snijden. En dan staat er ‘discards solids’ na 20 minuten. Moet je dat dan weggooien? Maar verderop in het recept staat wel auberginepuree. Dus ik denk dan dat je vaste stukken moet bewaren.”

Terwijl de saus staat te pruttelen krijgt de kalkoen een laagje olijfolie over zich heen gesmeerd. ”Een heel goeie methode, beter dan in de pan, maar ik zou het zelf in een bakje doen en dan daar de kalkoen doorheen halen. Nu zit ik helemaal onder de olie. Maar dit is eigenlijk het recept voor een hele kalkoen aan het spit, dus we gaan de filet maar grillen in een pan. Het is zeker geen copy-pasterecept. Eigen inbreng en creativiteit is goed, maar dat zegt Watson zelf ook.”

Apple

De volgende verrassing kondigt zich al aan: de appel die bij de ingrediënten staat vermeld, wordt nergens in het recept daadwerkelijk gebruikt. “Volgens mij is dit recept door een Windows-pc bedacht die alles van Apple boycot”, grapt Wind, terwijl hij op de kalkoen drukt om te kijken of die al gaar is. “Nog vijf minuutjes.”

Het klaarmaken van dit gerecht duurt duidelijk langer dan Winds creatie. De ingedikte colamix wordt door een zeef geduwd om het vocht en puree van elkaar te scheiden. De puree gaat op het bord, de gegrilde kalkoen ernaast. Als laatste wordt boter toegevoegd aan de colasaus om deze wat dikker te maken. “Het is een beetje vergelijkbaar met hoe ik het heb gedaan. Je moet hier wel mee oppassen. Het is geen techniek voor beginners. De saus kan zo gaan schiften. Als je nog niet veel ervaring hebt, zou ik eerder voor maïzena kiezen om de saus dikker te maken.”

Waar het gerecht van Wind oogde als een feestje op je bord, is Watsons creatie een visuele teleurstelling. “De saus over de kalkoen, zou ik nooit doen. Gewoon naast het vlees is beter. Bovenop het vlees is echt Amerikaans.” Gelukkig is de smaak prima. “Helemaal niet verkeerd hoor! De smaken passen goed bij elkaar. De bite van deze is iets anders dan van mijn saus, maar cola en boter is altijd prima. En het is wat veel van hetzelfde. Misschien hadden we toch iets met die appel moeten doen ter afwisseling, haha.”

Ronde 4

Chef Watson heeft de nodige klappen te verduren gehad, maar staat nog fier overeind. De kookcomputer mag trots zijn, vindt Wind. “Chef Watson is een kok met potentie. Om nieuwe ideeën op te doen is ie fantastisch. En wat ie doet, doet ie goed. Hij is net van de koksschool en moet nog heel wat jaren buffelen in de keuken om echt goed te worden. Ik zou ‘m zeker aannemen, mits ie naar me luistert haha.”

Na de schouderklopjes, heeft Wind tot slot nog wat aanbevelingen voor zijn tegenstander van vandaag. “Als alle kinderziekten eruit zijn, dan heb je echt iets moois. Het is nog niet het ei van Columbus. Er zitten nog flink wat haken en ogen aan. Watson doet niet aan duurzaam, zegt niets over calorieën, hij werkt met Amerikaanse maten en ingrediënten, ze vergeten basis kooktechnieken te vermelden. Een filmpje erbij met uitleg zou niet verkeerd zijn. Ik zou zeggen tegen Chef Watson bel me maar, dan help ik je wel!”

Met dank aan De Tafelkamer in Den Haag. Meer info: www.tafelkamer.nl

———

Pierre Wind, de MacFan

“Ik ben echt een enorme Apple-fan! Mijn hele huis staat vol met Macs en iPads. Mijn eerste Apple was de iMac G3, de eerste Mac die na de terugkeer van Steve Jobs werd gemaakt. Ik doe al heel lang vormgeving en fotografie. Als je iets in de grafische industrie wilde, moest je wel ‘aan de Mac’. Er was geen andere optie want de meeste programma’s waren alleen maar beschikbaar voor de Apple. Na de G3 heb ik de G4 gehad en de 5G. Ik heb ze ook allemaal nog. Ik kan zo een museum beginnen! Er staat ook nog allemaal informatie op die ik eigenlijk moet overzetten, maar veel software is niet eens meer beschikbaar voor de nieuwere Macs. Dus laat ik het er maar op staan.

Steve Jobs is een van mijn helden. Hij was echt een vernieuwer. Dat is waarom ik mensen als Jobs en Madonna bewonder. Ze gaan hun eigen weg en hebben hun eigen ideeën. Dat probeer ik ook te doen bij alles waarmee ik me bezighoud. Bij tramrestaurant Hoftrammm werken we bijvoorbeeld ook met digitale vernieuwingen. Via een QR-code op de menukaart kun je tijdens het eten exact zien wat de ingrediënten van het gerecht zijn en hoe het gemaakt wordt.

Hoewel ik heel veel van Apple heb, is het merk voor mij niet heilig. Ik ben iemand die naar perfectie streeft. Dus als iemand anders een beter product heeft, dan koop ik dat. Ik wil de troepen vooruit zijn. Dat geldt voor koken, digitale snufjes, maar ook bij muziek. Een goed voorbeeld is deze telefoon. De Yotaphone, zeg maar de Apple van Rusland. Het is een telefoon met twee schermen. Een normaal scherm en een e-ink-scherm. Dit is echt de toekomst! Het monochrome e-ink-scherm is een always-on-scherm. Je kunt zo altijd zien hoe laat het is, je berichten checken, een e-book lezen of er een e-vliegticket opzetten. Ik ben echt een enorme digi-nerd. Voordat iemand er vanaf weet wil ik de nieuwste gadgets al hebben. Zodra ik het dan in handen heb, giert de adrenaline door mijn lijf. Geweldig!

Ik geloof ook heilig in smartwatches. Mijn eerste exemplaar kocht ik al in 2000. Het was in een vliegtuig. Hij was duur, maar ik moest ‘m per se hebben. Je kon er mee bellen en luisteren via een oortje, meer kon er niet mee geloof ik. Hij is helaas stuk omdat ik er een keer per ongeluk mee onder de douche ging. Nu heb ik een Pebble. De Apple Watch is mooier om te zien, maar echt veel te traag. Ik wacht wel op de volgende generatie.

Mijn eerstvolgende aanschaf is een Surface Pro of een iPad Pro. Daar zit nu ook eindelijk een stylus bij. Ik schets nu al mijn gerechten met een Wacom, maar het is erg prettig als ik die schetsen overal kan maken en bewaren. Ik twijfel nog omdat je op de Surface Pro alles van Windows 10 kunt draaien en de iPad alleen met Apps werkt. Dat zijn toch vaak mindere versies van de echte programma’s. Maar ik heb toch liever Apple. Ik ben er nog niet uit…”

Suede-Paradiso


‘See You in the Next Life’, zong Brett Anderson tijdens het afscheid van Suede in 2003 in het Londense Astoriatheater. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, want het werd geen ‘next life’. Na zeven jaar kwam toch die befaamde ‘seven year itch’ om de hoek kijken. Hoewel zeven jaar in muziekmaatstaven natuurlijk een enorme periode is -van Lady Gaga, Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs of de Kooks had destijds nog niemand gehoord- heeft de tijd voor Suede gelukkig stilgestaan.
Vanaf de opener The Hollywood Life voelt het optreden aan als een jas van het gelijknamige spul: lekker, zacht, comfortabel, kwetsbaar. Waarom je dat ding ooit in de kast hebt gegooid mag Joost weten. Maar afgestoft en terug uit de mottenballen oogt Suede even fris als vertrouwd, zoals we ze kennen van het laatste optreden in Nederland op Lowlands 2003.

Vanaf de opener The Hollywood Life voelt het optreden aan als een jas van het gelijknamige spul: lekker, zacht, comfortabel, kwetsbaar’

Het begin van een hernieuwd (uitverkocht) avondje Suede verloopt wat stroef. De band heeft transport problemen door het weer, spullen blijken nog in Zweden te staan en de soundcheck loopt uit. Met als gevolg dat zowel voorprogramma Spirals als hoofdact Suede een half uur later beginnen. Na het nodige gedrang bij de ingang stormt iedereen de zaal in en mag Spirals zijn kunnen tonen aan het publiek. De op Britse leest geschoeide popliedjes van het Rotterdams-Haags-Amsterdamse viertal (voor de gelegenheid uitgebreid tot vijftal) klinken strak en melodieus. Af en toe ook gedurfd: een instrumentaal nummer van zes minuten voorschotelen aan een publiek dat niet voor jou komt, getuigt daar toch van. En het werkt wonderwel.

Dan is het de beurt aan de Britten om zich te tonen aan de Nederlandse fans. Ook zonder gitarist en mede-oprichter Bernard Butler is het volop genieten van Suede-klassiekers. Slappe nummers zijn er niet of nauwelijks terug te vinden in de setlijst: She, Animal Nitrate,Trash, Heroine, Everything Will Flow, So Young, The Beautiful Ones, worden allemaal gespeeld. Zelfs de officiële debuutsingle The Drowners uit 1992 komt voorbij. Het enige gemis is misschien het ontbreken van She’s In Fashion van het album Head Music uit 1999, toch de grootste ‘radiohit’ van de band.

Anderson voelt zich weer als een vis in het water bij z’n oude makkers: ‘Hoe gaat het? Goed, goed, goed, goed!’ Hij flirt, jongleert met zijn microfoon, zoekt voortdurend (lichamelijk) contact met zijn fans, geeft zich kortom volledig over aan alles en iedereen. Kortom, hij entertaint als de beste. Een heel verschil met de soloconcerten van de afgelopen jaren, waar Anderson toch vooral op een krukje met een akoestische gitaar te bewonderen was. De energie die de Suede-frontman vanavond geeft, krijgt hij dubbel en dwars terug vanuit de zaal; een gevalletje ultieme synergie. Everyting Will Flow, zingt Anderson en de zaal huilt met hem mee: ’Ohohoowww… everything will flow!’ en kopieert ’s mans armgebaren ten teken van adoratie.

The Wild Ones blijkt een andere publieksfavoriet. Bij deze ballad van Dog Man Star moet Anderson flink de hoogte in met zijn stem, maar ook dat is geen probleem. Na een akoestisch solo-intermezzo met het Bowie-esque The Living Dead, volgt afsluiter Saturday Night. Anderson – met overhemd dat inmiddels bijna tot zijn navel is open geknoopt- vindt het welletjes en bedankt iedereen die vooraan staat persoonlijk middels een welgemeende handdruk. En nu maar hopen dat het geen eenmalige reünie-tour is, want dit smaakt naar meer. Tot een eventueel vervolg, maar even het net verschenen Best Of-album in de cd-speler gooien…

(4enhalve ster)

BLAZE!: INTERNATIONAAL STREETDANCE EN THEATERSPEKTAKEL

De Britse musicalchoreograaf Anthony Van Laast (Bounce, Mamma Mia!, The Wizz) heeft een nieuwe energieke streetdanceshow ontworpen in een spectaculair decor met hightech projecties. Met een internationale cast van naar eigen zeggen ‘de zestien beste streetdancers en breakdancers van de wereld’ , is Blaze! een 80 minuten non-stop show die de vibe van een club mixt met het spektakel van een theatershow en de energie van een popconcert.

Onder de dansers bevindt zich ook de 20-jarige Jomecia Oosterwolde uit Nederland. Afgelopen maanden was ze in Londen hard aan het werk om de danspassen in te studeren. ‘Ik ben er gewoon zonder verwachtingen en vol wilskracht op de auditie afgestapt. Er bleven zes kandidaten over voor de finals. We waren allemaal ontzettend goed dus ik verwachtte niet dat ik het zou worden. Totdat ik tien dagen later gebeld werd door de productie! De show gaat vooral om individuen en persoonlijkheden. Ik denk dat ze op zoek waren naar een meisjesachtig type met veel pit. Dat is de rol die ik heb gekregen en het past ook bij me.’

[TALENT]

Het bijzondere aan Blaze! is volgens Oosterwolde het talent dat er aan meedoet. ‘Niet alleen de dansers maar ook de mensen achter de schermen. De mensen van het licht hebben aan de ‘This is it’-tour en met de Rolling Stones gewerkt. De setontwerper heeft de set van alle Kanye West-tours ontworpen en die van Lady Gaga.’

‘We zijn met 15 dansers in de crew, maar we zijn stuk voor stuk zo verschillend. Er is veel respect voor elkaar en elkaars talent en we willen alleen maar van elkaar leren. Dat brengt zo een goede vibe in de groep. Ik ben er trots op dat mensen met verschillende persoonlijkheden en achtergronden zo goed samen kunnen werken.’

De repetities waren zwaar maar leuk. ‘Het was vanaf dag één hardcore! Gewoon opnemen, onthouden, plaatsen en doorgaan. Ik ben daardoor fysiek sterker geworden. Het is net alsof je aan het trainen bent voor de Olympische Spelen. Je bent non-stop bezig jezelf voor te bereiden op de première dag. Elke week kwam er een andere choreograaf langs om een paar stukken te maken, zoals Kenny Wormald, Lyle Beniga en Mike Song. Deze mensen hebben met mensen als Janet Jackson, Justin Timberlake en Jennifer Lopez samengewerkt! Dus je kan sowieso geweldige dingen verwachtten. Elke dag leer ik wat, misschien een nieuwe move of misschien iets nieuws over mijn eigen karakter. Het is zo’n inspirerende leef- en leeromgeving.’

[ZENUWEN]

Voordat de show Rotterdam aandoet, wacht eerst de première in Londen.‘Het is een droom om mijn debuut op West-End te maken. Ik voel mezelf zo’n klein meisje in deze grote stad, maar er zijn zoveel mogelijkheden. Londen is voor mij helemaal nieuw. Dus het feit dat ik zo’n groot theater hier mag staan, brengt wel zenuwen met zich mee. Maar ik ben misschien zenuwachtiger om de show in Nederland te doen. Daar heb ik mensen die het helemaal te gek vinden dat ik in Londen zit, maar het brengt ook een soort druk met zich mee. Ik wil het namelijk heel goed doen en de mensen thuis laten zien wat ik geleerd heb.’

NIEUWE LUXOR THEATER, WO 7 APRIL T/M ZO 10 APRIL, 20.00 U

.

Babyboom contra Gen-Y

Door Dimitri Hakke

INTRO:

Flierefluitende twintigers met een laat-maar-waaien-mentaliteit tegenover starre vijftigers die maar al te graag hun senioriteit tonen. De eigenwijsheid van flitsende wizzkids versus de eigen wijsheid van de babyboomer. Generatieverschillen zijn een bron zijn van spanningen op de werkvloer. Maar kloppen die clichés wel? Aanzet vroeg Ineke van Dalen (Babyboom) en Yoran Kemp (Generatie Y) naar hun ervaringen met de generatiekloof. En wat blijkt: bij het CIZ vallen die verschillen best mee.

INTERVIEW 1:

“Ik zit op een afdeling met een jong team, maar daar merk ik weinig verschil tussen het functioneren van de verschillende generaties, behalve dat de ouderen het ICT-gedeelte minder snel oppakken. Ik ben opgegroeid met Nintendo, Gameboy en MSN. Ouderen zijn wel leergierig. Alleen soms gaat het niet zo snel. Ouderen dienen wel als vraagbaak. Maar dat komt omdat ze meestal al langer op de afdeling werken. Ze weten hoe zaken het beste geregeld kunnen worden. Ik leer veel van ze.

Wat ik wel merk is dat ouderen wat moeilijker omgaan met veranderingen binnen de organisatie. Niet dat ze klagen, maar het kost ze gewoon meer moeite. Ze hebben zoiets van: ‘moet dat nou? Het ging toch goed zoals het ging?’ Ik denk: Best, prima, moet het anders? Dan doen we het toch zo!”

Dat de jongere generatie problemen met autoriteit zou hebben, herken ik niet. Wel andersom. Ik kan me voorstellen dat een jonge teamleider moeilijker geaccepteerd wordt door ouderen. Dat ze denken: ‘zo’n broekie gaat mij even vertellen wat ik moet doen. ’

Ouderen hebben vaker de ambitie om langer op een afdeling te blijven. Ik ben hier tijdelijk en wil eerst nog gaan studeren. Waarschijnlijk is het anders als ik straks die droombaan heb. Dan heb ik ook de ambitie om ergens langer te blijven. Tenminste, als ik het naar mijn zin heb. Ik merk ook bij jonge collega’s dat ze de sfeer enorm belangrijk vinden. Ik wil met plezier naar mijn werk gaan. Het is ook niet zo’n probleem om minder te verdienen als ik weet dat het werk ergens anders leuker is. Balans, daar gaat het om.

Stel dat er een moment komt dat ik ontslagen wordt, dan is dat niet het einde van de wereld. Niet bij de pakken neerzitten, maar op zoek naar iets nieuws. Ik lig niet wakker van wat er zou kunnen gebeuren. Ik zie wel wat er op mijn pad komt. “

YORAN KEMP (22/GENERATIE Y), MEDEWERKER KCC UTRECHT

INTERVIEW 2:

“Het team waarin ik werk is zeer divers, met jonge mensen en oudere mensen. Het is de bedoeling dat iedereen op dezelfde manier werkt. Daardoor zijn verschillen minder zichtbaar. De jongeren die op deze afdeling zitten, werken er ook al een tijdje. Het is dus niet zo dat de één meer kennis heeft dan de ander. Het zijn voornamelijk praktische regels die we allemaal tegelijk hebben gekregen. En als je iets wilt weten heb je het zo gegoogled.

Mensen van mijn generatie hebben meestal wel meer levenservaring. Ik heb op verschillende plekken in de zorg gewerkt. Ik heb meer situaties gezien. Tegenwoordig gaan we bijna nooit meer op huisbezoek, maar door mijn verleden zie ik in een telefoongesprek veel sneller de situatie voor me, waardoor ik misschien beter kan inschatten waar behoefte aan is en eerder kan beoordelen waar de problemen zitten.

Ouderen houden ook niet zo van de hiërarchie. Alle aanpassingen of beslissingen die niet standaard zijn die moeten langs de teammanager, terwijl ik soms wel eens denk: dat kunnen we ook best zelf beoordelen.

Onlangs is de afdeling Jong CIZ opgericht. Jongeren komen daar af en toe bijeen en krijgen workshops. Die organisatie is ontstaan vanuit initiatief van de jongeren zelf, dus er is vraag naar, maar eigenlijk is het best raar dat er een aparte afdeling is. Wij hebben ook de behoefte aan scholing en ontwikkeling. Zelfontplooiing is belangrijk. Dat is niet alleen voorbehouden aan jongeren.

Regels veranderen regelmatig binnen het CIZ. Eerst moet iets linksom en na drie jaar moet het ineens rechtsom en dan toch weer linksom. Als je daar niet mee om kan gaan, werk je hier niet met plezier. Hier moet je meegaan in de flow. We zijn altijd in beweging. De teammanager verdwijnt binnenkort. Dat zijn ingrijpende dingen, maar ik kan niet zeggen: dat wil ik niet. Ik moet er in meegaan, ook al zie ik soms zelf niet de reden.”

INEKE VAN DALEN (58/BABYBOOM), INDICATIESTELLER ZWOLLE

.

METROPOLIS: IDEALE MIX VAN MUZIEKCULTUREN

Garagerock, disco, beat, punk, metal, soul, indie, electro, hardrock en hiphop…het Metropolisfestival is ook dit jaar weer een allegaartje aan muziekstijlen. Precies zoals programmeur Marcel Haug het voor ogen heeft. “Het ideale Metropolisfestival is voor mij net als Rotterdam zelf: een mix van uiteenlopende culturen.”

DOOR DIMITRI HAKKE

En dus heeft het leukste gratis openluchtfestival dit jaar naast hiphop van Kraantje Pappie, bijvoorbeeld ook de garagerock van Thee Oh Sees en de hardrock van Vanderbuyst. Haug: “En alles door elkaar heen, geen gedoe met aparte podia zoals bijvoorbeeld een Urban stage.”

Uit Stillwater, Oklahoma komt Other Lives. De formatie rond zanger Jesse Tabish schitterde vorig jaar nog op Lowlands en het Crossing Border-festival. De orkestrale indiefolk heeft raakvlakken met Mumford & Sons, The National en jaren zeventig folk. De haast filmische muziekstukken grepen ook Marcel Haug. “Ik ben blij dat ik ze heb kunnen boeken. Het is prachtige desolate folk. Ze stonden begin dit jaar dan ook terecht in het voorprogramma van Radiohead in de VS.”

Ook Nick Waterhouse is vooraf een hoogtepuntje: “Tussen de sound van Amy Winehouse en Sharon Jones behoort deze 25-jarige tot een van de betere artiesten in het R&B/soul genre. Zijn single Some Place is een echte killer!”

Conan Mockasin is volgens de organisatie een ‘briljante rariteit uit Nieuw Zeeland met een stemgeluid dat nog het meest doet denken aan een kruising tussen een elf en een dwerg’ of zoals een buitenlandse recensent schreef: “de soundtrack bij een jeugdfilm over een psychotische zeemeermin onder regie van David Lynch.”

Ook van eigen bodem is er volop talent. Naast de eerder genoemde Kraantje Pappie en Vanderbuys zijn dat o.a. Bombay Show Pig, Skip ‘n’ Die, Rats on Rafts en Palio Superspeed Donkey die ondanks hun nog prille leeftijd van gemiddeld 15 jaar, zullen strooien met sterke humorvolle Rock ‘n Roll. Ook Rotterdams eigen beattrots The Kik mag natuurlijk niet ontbreken op Metropolis.

Hoewel de slogan ‘The best you (n)ever heard of’, inmiddels al weer een paar jaar verruild is voor ‘new music first’ is het Metropolisgevoel gebleven. Haug: “Het is een plek waar ik met medeliefhebbers ben die openstaan voor iets nieuws. Mensen die echt voor de muziek komen en niet alleen volgers zijn van populairdere artiesten. Maar onbekende acts een kans willen geven. Wat dat betreft geldt de oude slogan dus nog steeds een beetje.”

ZUIDERPARK , ZO 1 JULI, 12.00U

.

IK ZORG VOOR verstandelijk gehandicapten

In Ik zorg vertelt een collega over zorgen buiten werktijd om. Dit keer: Margaret van den Berg (38), indicatiesteller V&V in Unit Nijmegen.

Tekst Dimitri Hakke

“Elke maandag ben ik in de Hoeksteen in Bladel, een ontspanningsclub voor mensen tussen de achttien en 38 jaar met een verstandelijke beperking. Ik organiseer avondjes trefbal, wandelingen, speurtochten, bowlen of bonbons maken. Als het maar actief is. Dat vinden zij leuk, maar ik ook. Ik kan zelf ook moeilijk stilzitten.

Elf jaar geleden liep ik hier binnen omdat ik me wilde inzetten voor anderen. De deelnemers zijn bijzonder puur en eerlijk. Wij wikken en wegen te vaak ons antwoord. Zij flappen er alles uit. Het zijn af en toe net mijn eigen kinderen, maar dan in een groter lichaam. Ik ben zelf trouwens ook van het ongenuanceerde.

Mijn wekelijkse portie lachen haal ik hier voor een groot gedeelte vandaan. Je ziet ze genieten, en dan geniet ik ook. En het is toch heerlijk om op je 38ste nog verstoppertje te spelen. Laatst hadden we een workshop drummen. Dat was geweldig! Deelnemers dansten spontaan en vrijwilligers gluurden mee door de raampjes. Dat was een bijzonder moment. We waren een beetje de Jostiband, zei de workshopleraar. En zo was het precies!

Het vrijwilligerswerk kan ook moeilijk zijn. Zo hadden we twee deelnemers met psychische problemen. Dat was uiteindelijk niet te doen. Dan moet ik aan de groep vertellen dat ze niet meer terugkomen. Dat is heel lastig uit te leggen.

Soms neem ik mijn kinderen mee. Ze vinden het leuk en leren hoe het is om met mensen om te gaan die anders zijn dan zijzelf. Ze kijken niet meer raar op als ze iemand met een handicap op straat zien lopen. Er is meer in het leven dan jezelf. Daarom doe ik dit. Veel mensen hebben als excuus: te druk. Ik ben niet meer zo flexibel met vier kinderen, die gaan altijd voor. Maar of je nou twee uurtjes in de week gaat sporten of je inzet voor een ander.”

.

IK ZORG VOOR mijn pleegzoon

In Ik zorg vertelt een collega over zorgen buiten werktijd om. Dit keer: Ben Smit (50) is facilitair medewerker bij de Unit Rotterdam.

“Er zijn zo veel kinderen die niet de kansen en de liefde krijgen die ze verdienen. Dát was mij de grote motivatie om aan pleegzorg te beginnen. Bryan was tweeëntwintig maanden toen we hem voor het eerst zagen. Binnen vijf minuten ging hij naast me zitten en pakte mijn knie vast en begon te lachen. Het voelde meteen goed. Ik hecht me snel. Vandaar de keuze voor langdurige zorg. Inmiddels maakt hij alweer tien jaar deel uit van ons gezin. Mijn dochters zien hem ook als echt broertje en ik zie hem als mijn zoon. Hij noemt me ook pappa en op vakantie wil hij graag Bryan Smit genoemd worden. Zijn ouders konden simpelweg niet voor hem zorgen. Bryan heeft het geluk dat zijn ouders heel veel van hem houden en dat veel mensen om hem geven. Hij is ook altijd blij met het bezoek van zijn ouders, maar het valt ’m ook zwaar. Dan heeft hij ze uitgezwaaid en dan moet ie ‘even een blokje fietsen’. En als hij dan terugkomt dan was het weer in orde. Met een pleegkind sta je er nooit alleen voor. Soms is lastig, soms ook prettig. Ik kan niet zelf beslissen naar welke school hij gaat. Dat moet allemaal in overleg met allerlei instanties, voogd en ouders. Met een pleegkind leef je met de dag, je hebt leuke dingen, je hebt slechte dingen. De zorg is erg intensief. Ik moet mezelf vaak opzij zetten. Dat kun je alleen doen als je van iemand houdt. Het vergt soms een hoop geduld, maar ik krijg er enorm veel liefde voor terug. Het maakt me een gelukkiger mens. Bryan een veilige omgeving geven is het allerbelangrijkste. Als hij zich veiliger voelt, maakt hij sneller vriendjes en leert hij beter. Ik zie hem met sprongen vooruit gaan. Af en toe merk ik wel dat Bryan niet mijn ‘echte’ zoon is. Hij is behoorlijk eigenwijs. Dat heeft ie van z’n echte moeder. Maar ik moet accepteren dat hij anders is. Het is bij één pleegkind gebleven. We hadden het gevoel dat ons gezin compleet was.”

.

IK ZORG VOOR lichamelijk gehandicapten

In Ik zorg vertelt een collega over zorgen buiten werktijd om. Dit keer: Loes Dankelman (63), Managementassistente in Unit Driebergen-Zeist.

“In de zomer werkte ik twee weken als vrijwilliger bij L’Accolade, een door Nederlanders gerund vakantiepark voor mensen met een lichamelijke beperking. Op Ile d’Oleron in Frankrijk kunnen gehandicapten en hun familie en vrienden gezamenlijk van een onbezorgde vakantie genieten. Even niet aan je beperkingen denken. Alles wordt helemaal verzorgd. Het is prachtig om te zien dat iemand in een aangepaste rolstoel lekker de zee in kan en lachend tegen je zegt: ‘ik had niet voor mogelijk gehouden dat dit kon!’.

Als vrijwilliger help je bijvoorbeeld in de keuken of organiseer je toneelvoorstellingen en uitstapjes. Een stukje fietsen met aangepaste bakfietsen, samen knutselen of even schommelen met speciale bedschommels. Dat is helemaal te gek. Iedereen heeft plezier en er is veel grappenmakerij, maar er is ook tijd voor serieuze gesprekken. Het is soms prettig als ze even tegen een ‘vreemde’ kunnen zeggen waar ze mee zitten of kunnen praten over dat ze verliefd zijn. Ik ben er voor de vrolijke lach en het luisterend oor. Soms is het minder. Een keer werd iemand behoorlijk ziek. Hoe ga je daar mee om? Gaat die persoon weer naar huis of pas je de zorg aan zodat hij kan blijven. Of als een ruit sneuvelt, moet je zorgen dat je eerst het glas opruimt, anders staat iemand met een lekke band. Ondanks dat je hard aan het werk bent, heb je toch ook zelf een vakantiegevoel. Er is een gastvrije sfeer. Je leert elkaar goed kennen in korte tijd. Er worden vriendschappen gesloten. Je zit twee weken lang dicht op elkaars huid, dus het kan ook wel eens leiden tot ruzies. Voor sommige verzorgers is het moeilijk om alles helemaal uit handen te geven. Zij weten natuurlijk het best hoe hun tante, kind of moeder verzorgd moet worden. Dat snap ik wel.”

.

Face Tomorrow *interview+review

Een nieuwe gitarist, een nieuwe platenmaatschappij en een nieuwe plaat. En dan ook nog gewoon onder de titel Face Tomorrow. Het lijkt een heel nieuw begin. Zo ervaart Face Tomorrow-zanger Jelle Schrooten het ook: ‘We zijn een tijdje weg geweest en er zijn weer tegenslagen geweest. Een nieuwe plaat is eigenlijk altijd een nieuw begin. En da’s mooi toch dat er na elke tegenslag weer een feestje gemaakt kan worden. We zijn fucking blij dat we weer aan de bak kunnen met verse vette nieuwe nummers en een nieuwe gitarist. Met Marc hebben we een hele vette tijd gehad met alle te gekke shows, Ralf is een frisse inspiratie voor de band. Met andere eigenzinnige ideeën en spel. Innovatief, strak en met een eigen slag. Ook hij is niet beperkt tot een muziekstijl. En dat is toch wel ons uitgangspunt. De meeste mensen vonden onze vorige album In The Dark een zogeheten “groeiplaat”, waarvan de impact, gelaagdheid en diepte erg goed werd ontvangen. Maar inderdaad heerste er een minder uitbundig geluid, beinvloed door een donkere periode in onze privélevens. De sound de laatste plaat is ontstaan in een knettervette samenwerking met Jochem Jacobs in de Split Second Sound Studio. Deze gast hoorde de nummers precies zoals wij ze voelden. Met volle overtuiging en vol gas. Klassiek is dat er weer veel verschillende nummers op staan. Dus zowel harde als zachtere nummers, zowel pop als rock, ¾, 4/4, 7/8, 6/8, boos en wanhopig, cynisch en open, kalm en onrustig. En we hebben de opnamen met veel lol doorstaan. En dat is ook goed te horen op het album. Het geluid van de plaat staat ook veel dichter bij ons live geluid dan ooit. Dus daardoor ook dichter bij onszelf. En dat voelt super goed.’

+++

Face Tomorrow heeft hard aan de weg getimmerd met onder andere shows in de VS en Duitsland en op Lowlands en Metropolis. Nadat zanger Jelle Schrooten auditeerde voor Di-Rect in een tv-programma en gitarist Marc Nolte elders nieuwe uitdagingen zocht, was het lot van de band even onzeker. Maar Jelle bleef en in Ralf Mastwijk werd een prima nieuwe gitarist gevonden. In een -uiteraard- uitverkocht Rotown mag een van Nederlands beste ‘emobands’ zijn nieuwe plaat presenteren.

Al bij het eerste nummer blijkt dat het bandvolume niet meer berekend is op kleine zalen, althans zo lijkt het. Nét even te hard. De subtiliteiten in het Muse/Radioheadachtige The Maze gaan daarmee jammer genoeg verloren. Een paar oordopjes doen gelukkig wonderen.

Face Tomorrow is allang geen pure emo meer, maar heeft zich ontwikkeld naar een volwassen wat meer ‘radiofriendly’ geluid. De energie, emotie, gelaagdheid, catchy gitaarmelodieën, topvocalen,stuwende drums zijn er nog allemaal. Zelfs de Tool en At The Drive Inn-invloeden (Burning Bridges) zijn nog steeds terug te vinden. De band heeft echter leren doseren, zanger Jelle Schrooten stuurt zijn stem precies de kanten op die hij wil, zonder te forceren. En met de podiumpresentatie is al helemaal niks mis: zo’n frontman moet je hebben! Drummer Sjoerd van den Knoop beukt er weer heerlijk op los, bijvoorbeeld in prijsnummers Paralusion (catchy refrein dat op festivals voor een springende mensenmassa gaat zorgen en een heerlijke gitaarmelodie) en eerste single The Fix (waarvan ex-gitarist Marc Nolte de clip voor zijn rekening heeft genomen). Delirium is opgebouwd uit een atypisch walsritme, waarop Rotown met liefde meedeint. Met Snakes and Ladders wordt wat gas teruggenomen en worden op het podium bijgestaan door Kensington. Mooie breekbaarheid met een akoestische gitaar en drie stemmen. Met wat ‘oudjes’ Static Eyes, Sign Up en The Stranger komt bijna de hele nieuwe plaat voorbij. Een cd-presentatie is uiteindelijk toch anders dan een echte show, waarbij de spanningsboog wat beter opgebouwd kan worden. Maar daar wordt ongetwijfeld nog aan gesleuteld voor de komende tijd, want na vandaag is het op naar Duitsland en komende zomer hopelijk weer heel veel festivals.

.

De smeerolie van het CIZ

Iedereen heeft er mee te maken: procesanalisten. Zij zorgen dat alle tandwieltjes draaien zoals ze moeten draaien. Zij zijn de smeerolie van het bedrijf. Zonder hen lopen toetsingen in de soep, is er geen wc-papier en staat er geen salaris op je rekening. “Alles begint met een proces”, zegt procesanalist Lia Bleijs.

Alles begint met een proces? Hoe bedoel je dat?

Lia Bleijs: “Ik wil niet meteen zeggen dat het bredrijf anders niet functioneert , maar wij zorgen dat alles efficiënt verloopt. Alle radertjes moeten soepel draaien. Als iemand wordt aangenomen dan komt de keten in werking die daar betrekking op heeft, zoals werkplek of pasje. Als je toegangspasje er niet direct is, dan is dat niet zo’n probleem, maar als iemand geen computer heeft, is dat een stuk lastiger. “

Alles heeft dus met alles te maken. En jullie brengen die verbanden in kaart?

“Ja, als bijvoorbeeld een applicatie gewijzigd wordt, dan kijken wij wat de gevolgen zijn voor de taken en verantwoordelijkheden. Wij gaan puur over het proces zelf. We gaan een indicatiesteller niet vertellen hoe hij z’n werk moet doen. Wel kijken we naar de uitkomst en wat de volgende stap in het traject is. “

Wat is daar zo leuk aan?

“Je leert de hele organisatie kennen, van boven tot beneden. Dat is leuk. Zorgen dat het voor CIZ-medewerkers geen zoekplaatje wordt. Als blijkt dat een aanvraag drie keer op dezelfde afdeling terugkomt, dan halen wij twee van die lussen er uit. Het lijkt misschien niet zo belangrijk, maar als een handeling tien seconden korter wordt en er zijn duizend mensen die dat doen, dan scheelt dat aardig wat fte’s.

En als de processen op papier staan, zijn jullie klaar?

”De afgelopen jaren is de aandacht verschoven naar toetsen. Dat heeft gevolgen. Stel dat we straks nooit meer indicaties zouden stellen, dan verandert het proces weer en kunnen we heel veel schema’s opnieuw maken.”

Achter de schermen bij Young Doc

Avontuur is het centrale woord bij de derde editie van Young Dock. Via internationale jongerentheater uit steden ‘waar het avontuur op straat ligt’, maar ook met verrassende excursies door de krochten van de Rotterdamse Schouwburg, die een onverwacht kijkje bieden op plekken die normaalgesproken taboe zijn voor het publiek.

Door Dimitri Hakke

De Rotterdamse Schouwburg, Theatergroep Siberia en de SKVR Theaterschool hebben ook dit jaar weer de handen ineengeslagen voor Young Dock, het tweedaagse internationaal theaterfestival voor jongeren van 12 tot 25 jaar. ‘Alles draait bij dit festival om must-sees, voorstellingen die je gezien moet hebben’, aldus Evita de Roode van de SKVR. Waar in voorgaande edities havensteden zoals Tanger en Durban een theaterbijdrage leverden, is er dit jaar gekozen voor gezelschappen wat dichter bij huis: Gent, Leuven en uiteraard gaststad Rotterdam. ‘Bezuinigingen zorgen ervoor dat we geen voorstellingen uit bijvoorbeeld Zuid-Afrika kunnen halen. Maar kwalitatief is er niets veranderd. Gent en Leuven zijn steden met hoogstaand vernieuwend theater, vol avontuur en met grote multiculturele diversiteit.’

In M2 van Compagnie EaEo draait het om vier jongleurs, die zijn gevangen op een steeds kleiner wordend oppervlak. De persoonlijke leefruimte krimpt, elke vorm van intimiteit verdwijnt en de aanwezigheid van anderen is zowel een vloek als een zegen. De verplichte samenwerking is misschien niet alleen deel van de oplossing maar ook van het probleem. Dit heeft een grote invloed op ieders gedrag en op ieders manier van jongleren. Intenser, dichter op elkaar, maar ook harder en gewelddadiger. De vier jongleurs bruusk en onafwendbaar geconfonteerd worden met hun angst voor en de gevolgen van een gebrek aan leefruimte.

De Amerikaanse choreograaf Andros Zins-Browne maakte voor fABULEUS een bijzondere versie van zijn dansproductie Limewire* . Oorspronkelijk werd Limewire* gemaakt met vijf professionele dansers. Nu maakt Andros Limewire* met een grote groep van twaalf dansers, zoals hij het tijdens het maakproces eigenlijk voor ogen had. Vroeger was je voor de Beatles of de Stones, je was een Mod of een Rocker. Tegenwoordig schakelen jongeren een stuk makkelijker over van de ene stijl naar de andere en staat je mp3-speler vol met verschillende muzieksoorten. Limewire* stelt de betekenis van rebellie aan de kaak in een tijdperk waarin het sterkste wapen van verzet juist het vermogen tot kopiëren is. Limewire* is een fysieke krachttoer, op muziek van o.a. Nirvana, met jongeren die tegen meer dan één stootje kunnen.

Theatergroep Siberia en Nachtgasten (Niels Croiset, Jef Hoogmartens, Koen Wouterse en Yorick Zwart), komen met een drie uur durende voorstelling waarin acteurs tot het uiterste van hun kunnen worden gedreven. Gewapend met een mobiele telefoon en slechts de kennis van hun eigen verhaal en persoonlijk probleem verschijnen de spelers op het toneel. Dit verhaal is geheim voor de andere acteurs, maar zeker niet voor het publiek. De acteurs worden in het diepe gegooid met maar één houvast, namelijk de rol die zij spelen. Verder hebben ze geen idee wat er kan gaan gebeuren. Er kunnen alleen sms’jes gestuurd worden door de schrijver om het verhaal bij te sturen. Het publiek is van alles op de hoogte en denkt mee met de acteurs.

Publieksparticipatie is er ook bij de randprogrammering. Verdeeld over zes theaterbuddy’s kunnen zo’n honderd bezoekers genieten van een uniek kijkje achter de schermen. Acteurs van Young Stage van de SKVR leiden het publiek, vlak voor de voorstelling langs kleedkamers, backstage, de educatieruimte en zelfs de orkestbak. Evita de Roode: ‘Je komt op plekken waar je waarschijnlijk nog nooit bent geweest. Misschien staat er net iemand zangoefeningen te doen of danspassen door te nemen. Je maakt de stress van de acteurs van dichtbij mee of je ziet alvast een scene uit de voorstelling.’

ROTTERDAMSE SCHOUWBURG, VR 14 en ZA 15 JANUARI

.

KOP: Hé, een man!

STREAMER: “Ik vind het prima om over steunkousen te praten”

Al die vrouwen op kantoor, overal waar je maar kijkt, geen man te zien. Maar ze zijn er echt wel hoor, die mannen in het vrouwenbolwerk genaamd CIZ. Qui Vive wilde eens weten hoe vrouwen dat mannentekort ervaren en of die ‘ene verdwaalde CIZ-man’ zich inderdaad een beetje Remy voelt en reisde af naar Zwolle voor een goed gesprek met het FoBo-team.

Vrouwenbolwerk

Eén op de vijf werknemers bij het CIZ is van het mannelijk geslacht. Of om precies te zijn: van 1944,35 fte is 17,7 procent man en 82,3 procent vrouw. Ook het FoBo-team in Zwolle bestaat uit heel veel vrouwen en slechts één man: Berry ten Hoven. Samen met collega’s Froukje de Lange en Riny Walta buigt hij zich over de sekseverschillen. Echt bewust van zijn unieke positie is Berry zich eigenlijk niet. “Af en toe heb ik wel de gedachte ‘Goh, ik zit hier met allemaal vrouwen’, maar meer ook niet. Ik denk dat er veel mensen met een verpleegachtergrond bij het CIZ terecht komen en in de zorg zijn nou eenmaal veel meer vrouwen werkzaam. Het gaat over ziektebeelden. Ik vind het prima om over steunkousen te praten, of het te hebben over waar de client last van heeft. Veel mannen zien dat niet zo zitten.”

De CIZ-man

De CIZ-man is een apart soort man, die moet kunnen omgaan met het ‘vrouwenoverschot’. Al bij zijn sollicitatie werd Berry er mee geconfronteerd: “Toen werd er ook gevraagd. Kun je daar wel tegen? Met alleen vrouwen om je heen? Maar ik heb er geen problemen mee.” Voor Riny en Froukje is hij dan ook ‘gewoon’ een collega. Zo gaat Berry tussen de middag gezellig mee als de dames gaan wandelen. “Andere mannen die ik ken bij het CIZ zijn ook niet ‘typische’ mannen”, meent Froukje. “Je moet bepaalde eigenschappen bezitten. Berry geeft veel aandacht en is gevoelig. Ik denk dat je hier anders niet kan werken. Mijn eigen vriend had het hier waarschijnlijk niet uitgehouden.” In de tien jaar dat Riny werkzaam is bij het FoBo-team is ze drie mannen tegengekomen op de afdeling.“De vorige man waar ik mee werkte keek anders naar zorgvragen en stimuleerde anderen ook. Als het een vrouw was geweest, dan was ze meer gezien als concurrent en had ze niet zoveel voor elkaar gekregen. Dan waren er spelletjes gespeeld: wie ben jij dan dat je ons komt vertellen hoe het moet. Je moet niet denken dat je meer bent. Alleen vrouwen in een team zorgt voor een soort competitie en meer roddel en achterklap. Vrouwen houden zich wat meer in wat dat betreft als er een man bij is.”

Zakelijke multitasking

Volgens vele boekjes, tijdschriften en clichés kunnen vrouwen meerdere dingen tegelijk, terwijl mannen hier vaak falen. Volgens Riny heeft ook Berry hier last van. “Als je iets bij hem neerlegt, als hij nog ergens anders mee bezig is, komt het nooit goed uit. Terwijl ik het er gewoon bij kan doen.” Onze CIZ-man herkent zich hierin: “Jaaaa…dat klopt helemaal. Ik moet me echt ergens op focussen. Mijn vrouw kan dingen denken, doen… alles tegelijk. Ik rond liever eerste het ene af voordat ik aan iets anders begin. Anders doe je van alles iets en van alles eigenlijk niets”.

To the point

Froukje en Riny zijn het met elkaar eens. Vrouwen kunnen beter multitasken en mannen zijn over het algemeen to the point. Dat geldt alleen niet voor Berry. “Berry is altijd heel lang van stof”, lacht Froukje. Hij denkt namelijk te veel mee met mensen, voelt zicht verantwoordelijk. Froukje herkent deze vrouwelijke eigenschap ook bij zichzelf. “Ik heb de neiging om in telefoongesprekken beslissingen te willen rechtvaardigen. Ik wil uitleggen waarom iets is. Maar we moeten efficiënt zijn, mannelijker. Kortaf. Zo zijn de regels, zo is het.”

Mannen versus vrouwenpraat

Terwijl vrouwen over kleren en de kinderen keuvelen, schept een echte man op over auto’s en zijn favoriete voetbalclub. Riny en Froukje denken dat hun CIZ-man dat toch wel mist: “Jij kan nu niet met mannen onderling praten over ‘mijn vrouw is zus en zo’ of over voetbal”, meent Froukje. Die vermeende behoefte leeft echter totaal niet bij Berry. “Die voetbalpraat mis ik niet. Ik kijk alleen als Oranje speelt. En ik voel me niet eenzaam of zo. Maar misschien ligt dat aan mij. Ik ben inderdaad niet echt een man-man.” De kinderen en het gezinsleven komen vaker ter sprake. Vaker dan in mangeoriënteerde werkkringen weet Froukje uit ervaring. “Als ik mijn vriend vraag: hebben jouw collega’s kinderen, dan weet ‘ie dat gewoon niet. Misschien komt het door de IT-branche waar hij werkt.” Riny vult aan: “Mijn vriend zegt ook wel eens: dat je dat en dat over ons verteld hebt op je werk, dat doe ik nooit!” Berry praat wel over zijn gezinsleven en zijn zoon. Sterker nog, hij heeft er een heuse dichtbundel over geschreven. “Ik ben daar heel open over. Over mijn zoon, kwetsbaar zijn en liefde. Dat is niet echt mannelijk, haha. Ik gedraag me ook niet anders tussen alleen mannen. Daar zeg ik ook dat ik Ugly Betty kijk.”

IK ZORG VOOR weeskinderen in Zuid-Afrika

In Ik zorg vertelt een collega over zorgen buiten werktijden om. Dit keer is Amanda van de Loo (25) aan het woord. Ze is indicatiesteller in Veldhoven.

“Niet iedereen heeft het zo goed voor elkaar als ik, met mijn huisje, auto en werk. Daar wil ik iets mee doen. Daarom ben ik in september naar Palm Tree in Zuid-Afrika gegaan om te helpen in het gezin van ‘moeder’ Ros Visagie. Zij vangt vijftien kinderen op die geen ouders meer hebben. Er komen steeds kinderen bij, waardoor het moeilijk is om iedereen evenveel aandacht en liefde te geven. Ik ben daar heengegaan om de ‘moeder’ te ondersteunen. Met vijf vrijwilligers hielpen we met rekenen, lezen, huiswerk, organiseren van uitstapjes of in het huishouden. Het mooie is dat ik veel één-op-één contact had met de kinderen. Ik maakte een kindje blij met iets eenvoudigs als een spelletje kaarten, of ik leerde iemand iets nieuws waardoor hij helemaal opleefde. Eén jongen werd erg gepest op school omdat hij niet goed kon rekenen. We hebben hem toen een nieuwe rekenmethode geleerd. Je zag hem blijer worden. Hij begon zelfs te vragen waar de rekentoets bleef. Toen hij ook nog een hoge score haalde, was dat zo’n enorme overwinning voor hem. Dat is prachtig om mee te maken.

Niet alles is mooi natuurlijk. Het is erg heftig om te zien dat alle kinderen zichzelf in slaap wiegen, door gebrek aan hechting. Soms bewegen ze zo hard heen en weer, dat ze hun hoofd stoten. Dan moet je ze verplaatsen om te voorkomen dat ze zichzelf verwonden. Als ik een arm om ze heen sloeg, stopten ze er meteen mee. Dan is het blijkbaar goed. Liefde is wat deze kinderen nodig hebben. Dat is het belangrijkste. Wat ik doe zie ik daarom ook niet als iets nobels. Ik ben nu in Nederland, maar in mijn hoofd ben ik er nog veel mee bezig. Ik ben ervan overtuigd dat ik terugga. Het liefst spring ik nu in het vliegtuig om te helpen.

.

Vier de bevrijding: van Surf tot Nu-Souljazz

De Parkkade is dit jaar de gloednieuwe locatie voor het Bevrijdingsfestival Zuid-Holland. Op de twee podia zijn onder andere optredens te zijn van de Belgisch-Nederlandse formatie Drive Like Maria, rapformatie Flinke Namen en The Boris & Wicked Jazz Experience (het nieuwe project van ex-Idolswinnaar Boris). Braziliaanse beats, sexy cocktailjazz uit de sixties komen voor rekening van Club des Belugas, perfecte popliedjes zijn er van Rigby en aanstekelijke pretmuziek van Samba Salad. Lachen geblazen is het bij Comedy Award winnaar Marlon Kicken, knutselen kan bij de Kinder Scrap Workshop en bezoekers die meer willen weten over werken in oorlogsgebied kunnen terecht bij een heuse Veteranen Speeddate. De Rotterdamse inbreng op komt dit jaar van Hausmagger, The Parents, Freedom in Music en Theater Maatwerk.

Guus Meeuwis, The Boris & Wicked Jazz Experience en Junkie XL zijn door het Nationaal Comité 4 en 5 mei en de dertien Bevrijdingsfestivals benoemd tot Ambassadeurs van de Vrijheid 2010. De Ambassadeurs bezoeken op 5 mei de verschillende festivals met een helikopter van de Koninklijke Luchtmacht. Rotterdam krijgt Boris Titulaer en The Wicked Jazz Sounds Band op bezoek. Boris is bekend van zijn Idols-avontuur. Zijn soulvolle geluid bleek uitstekend te passen bij het jazzy geluid van The Wicked Jazz Sound Band, met een gezamenlijke tour als gevolg.

Het Rotterdamse gezelschap Theater Maatwerk bestaat al meer dan twintig jaar en maakt theatervoorstellingen met acteurs met een verstandelijke beperking. Bevrijdingsfestival Zuid-Holland is dit jaar het decor van de voorpremière van La Batteria de Maria. Deze muziekvoorstelling neemt je mee in een wereld van klank en beweging, waarbij zeven muzikanten/spelers, verdeeld in twee groepen, een muzikale confrontatie moeten zien te beslechten.

Freedom In Music is een samenwerking van de conservatoria van Amsterdam, Rotterdam en New York. Vier ‘bands’ worden samengesteld. Die bands gaan in de eerste week van mei samen muziek schrijven en vooral musiceren. De songs zijn geïnspireerd op de Four Freedoms van Franklin D. Roosevelt: “vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijwaring van gebrek, vrijwaring van angst.”

Hausmagger is de tweekoppige band van Theo Wesseloo en Eddy Sewerratti. Theo is bekend als de helft van het komische televisieduo Rembo & Rembo, Eddy staat in de biografie aangeduid als ‘surfsound coryfee’. Begeleid dooreen ritmebox en uitwaaierende surfgitaren brengt Theo ons zijn visie op het leven. Recht-toe-recht-aan-songs in on-Nederlands proza. Twee, ‘beetje vage gasten met beiden een grootmeestergraad behaald in de goot’. Onverwachte ‘emo-kick-downs’ gekoppeld aan een hoge herkenbaarheid. Rembo & Rembo fans zullen de absurde humor in de teksten direct herkennen. ‘Billen, buiken, bloesjes in de metro’ hijgt ‘Rembo’ als een soort ‘vieze man’ in het prijsnummer ‘Man in de metro’, waarvan de clip op Youtube al bijna veertigduizend maal werd bekeken.

Tamara Woestenburg is zangeres en songwriter en maakt muziek onder de naam The Parents. Met haar aparte stemgeluid, intense voordracht en diep-persoonlijke nummers viel ze al in de smaak bij Mike Garson (Bowie), Daniël Lohues en 3voor12. Vorige maand won ze de Grote Prijs van Zuid-Holland met haar liedjes die beïnvloed zijn door The Beatles, David Bowie, Nick Drake, Kraftwerk, Jeff Buckley, Queens of the Stone Age, PJ Harvey en Radiohead. Na succesvolle optredens in Ahoy, Waterfront en op Eendrachtspop is ze nu haar debuutalbum aan het opnemen met o.a. Jürgen Simons (Wattman), Michel van Schie (Candy Dulfer) en Jordi Geuens (Postman).

PARKKADE WO 5 MEI, 11.15 U

.

Meezingspektakel op het stadspodium

‘Kun je nog zingen, zing dan mee’, dat is het motto van de concerten onder de noemer Nederland Zingt Mee. In navolging van onze zuiderburen zijn al heel wat Nederlandse steden voor dit festijn gevallen. Almere Zingt, Tilburg Zingt, Weert Zingt, Den Bosch Zingt, Leeuwarden Zingt, Haarlem Zingt, Goes Zingt, Enschede Zingt en Vlissingen Zingt trokken bij elkaar ruim 34.000 bezoekers. Tijdens de speciale editie Lowlands Zingt brulden 17.000 mensen mee. Op 24 juli is het de beurt aan Rotterdammers om mee te blèren met de originele Rotterdamse, nationale en internationale liedjes op het Grotekerkplein.

De formule van het festival is simpel: de teksten van diverse klassiekers staan in een gratis verkrijgbare liedjeskrant. Met de krant in de hand worden de liedjes – van Abba tot André Hazes, van Ramses Shaffy tot Tom Jones- luidkeels meegezongen door de voorzangers op het podium en het publiek.

Ontstaan uit een groep zangliefhebbers in een café in Antwerpen, ruim 13 jaar geleden, is het originele concept van Vlaanderen Zingt uitgegroeid tot een spektakel waaraan in 2008 op 40 plaatsen ruim 200.000 bezoekers hebben meegedaan. Het concept lijkt overal te werken: tussen enkele honderden of duizenden anderen valt de gêne weg en durft iedereen mee te zingen. Het samenstromen van het hele dorp op het dorpsplein geeft ook een geweldig gevoel van saamhorigheid.

Rotterdam Zingt is onderdeel van een uitgebreid zomerprogramma op het vorig jaar geopende Stadspodium Rotterdam op het Grotekerkplein. Tot half september is er een gevarieerd programma voor Rotterdammers, door Rotterdammers. Met veel muziek (opera, klassiek en jazz), straattheater en circus. Met professionele groepen en vooral veel Rotterdams talent, jong en oud. In de zomervakantie is het heerlijk loungen op zondagmiddag voor de Laurenskerk met Caraïbische muziek, wereldmuziek, salsa en jazz. Zondag 29 augustus staat geheel in het teken van straattheater. Het seizoen wordt afgesloten met klassiek tijdens het Gergiev Festival. (DH)

GROTEKERKPLEIN, ZA 24 JULI, 19.00 U

.

De Dance Parade leeft voort

Voor de dansliefhebber, kwam het nieuws hard aan: dit jaar geen wagens vol dreunende beats, hordes dansende mensen, die zich als een sliert door de Rotterdamse straten bewegen. Maar niet getreurd: de Dance Parade is dood, leve de Dance Parade! Uit de as van de danceparade verrijst op 12 juni een dancefestival nieuwe stijl in het Zuiderpark, met internationale top-dj’s, verschillende trucks waar diverse dancestijlen worden gedraaid, opgesteld in één geweldige danscirkel; dat is de Dance Parade 360.

Wie anders dan Michel de Hey mag het startschot geven voor het evenement dat is geïnspireerd door een uitzinnige parade in Sao Paulo in 1998 en de laatste uren tijdens de legendarische Love Parade in Berlijn ‘under de Ziegezeule’. Na De Hey rijden tien superwaanzinnige soundsystems het park binnen die elk afzonderlijk vijf uur lang zorgen voor een uitzinnige sfeer op en rond de trucks. De organisatie belooft soundsystems die ‘spectaculairder zijn dan ooit omdat er geen tramleidingen zijn waardoor de podia de hoogte in kunnen, met bijvoorbeeld inflatables.’ Muzikale hoogtepunten zijn er van The Face of Ibiza van The Privilege, Lucien Foort, Click met Remy, Afro Acid met Gene Farris, Pierre en Paul Johnson maar ook een 010 classics truck met Quinten de Rozario, Miss Monica en Marcello of Click met Remy en Bart Skills.

Om acht uur worden alle soundsystems gekoppeld en zal Sebastian Ingrosso (Swedish House Maffia) van het centrale podium alle tien de soundsystems aansturen. Hij wordt opgevolgd door de legendarische Jeff Mills , die zorgt dat iedereen om elf uur kan terugkijken op een Dance Parade360, die alle voorgaande danceparades zal doen vergeten.

In verband met de nieuwe evenementenregels in Rotterdam is de Dance Parade niet meer gratis, maar dat was de afterparty in voorgaande jaren ook niet. Vanwege diezelfde regels is het op dit moment alleen mogelijk om kaarten (á 20 euro) in de voorverkoop en op naam te kopen. (DH)

ZUIDERPARK, ZA 12 JUNI, 13.00 U

.

Neil Young – Ahoy 7-6-2009

Tekst en foto: Dimitri Hakke

Wie een concert van Neil Young bezoekt, krijgt op zeker klassiekers te horen. De 63-jarige Canadees kan immers putten uit een immense backcatalog van ruim veertig jaar solowerk. Waar andere artiesten als ze een nieuwe plaat te promoten hebben, het liefst helemaal geen oudjes spelen, geeft de rockdinosaurus juist de voorkeur aan oud werk. Een geluk voor de fans, aangezien ’s mans laatste werk ‘Fork in The Road’ niet bepaald enthousiast is ontvangen door zowel fans als pers.

Concerten geven kan Ome Neil gelukkig nog als de beste, bewijst hij ook weer in Ahoy. Gekleed in een spijkerbroek en een wit overhemd, dat eruit ziet alsof zijn kleinkinderen hun stiften er per ongeluk op hebben laten lekken, stort Young zit vol overgave in de show. Opener Love and Only Love van Ragged Glory uit 1990 belooft veel goeds. Youngs wilde haarplukken, deinen mee op zijn kenmerkende gitaarerrupties. Gitaarsolo’s (lees: virtuoos getrek aan de ‘jengelhengel’ van z’n ‘Old Black’-gitaar) slepen je mee in een achtbaan vol emotie. Met een mooie uitvoering van Hey Hey, My My trekt hij twijfelaars al snel over de streep. Toch duurt het nog even voordat de onmisbare mondharmonica uit de doos mag: helaas bij een draak van een nummer: Mother Earth. De klanken uit het Hammondorgel en harmonica zijn weliswaar prachtig, maar het nummer zelf is over de top kitscherig en tenenkrommend. Young klinkt alsof er een evangelist in hem is gevaren. Op een EO-jongerendag misstaat dit gekweel over moeder aarde zeker niet, maar vanavond liever niet. We vergeven hem deze faux pas maar, want er volgen gepassioneerde versies van Heart of Gold, Comes a Time, Old Man en Rockin’ in The Free World. In het toegift een afgemeten versie van Like A Hurricane. Afgemeten, want helaas vliegen zijn solo’s hier nergens echt uit de bocht en blijft het bij een redelijk korte uitvoering. Ruim anderhalf uur, smaakt naar meer. En dat kan, want de echte fan heeft natuurlijk zijn vakantiegeld al opgenomen voor de recent verschenen 8 cd/dvd-verzamelbox The Archives 1963-1972; een pretpakket met veel nog niet eerder uitgebracht werk.

Setlist:

Love And Only Love

Hey Hey, My My (Into The Black)

Everybody Knows This Is Nowhere

Pocahontas

Spirit Road

Cortez The Killer

Cinnamon Girl

Mother Earth

Don’t Let It Bring You Down

Lost In Space

Heart Of Gold

Comes A Time

Old Man

Mansion On The Hill

Get Behind The Wheel

Rockin’ In The Free World

Toegift: Like A Hurricane

.

Michel Fugain: meer dan une belle histoire

De naam Michel Fugain doet bij veel mensen nog geen belletje rinkelen. Zeg je daarentegen: ‘Une belle histoire’, ‘Chante’ en ‘Le printemps’, dan zegt dat veel meer. Beide nummers zijn jaarlijks terug te vinden in mooiste-hits-allertijden-lijsten zoals de Top 2000. Bovendien zingen Paul de Leeuw en Gerard Cox ’s mans klassieker ook nog eens de Nederlandstalige hitlijsten binnen onder de titel ‘Een mooi verhaal’.

De 67-jarige chansonnier en componist uit het Franse Grenoble betovert iedereen met zijn ballades. Niet alleen staat Fugain als zanger zijn mannetje, ook als componist voor andere artiesten verdient hij zijn sporen in de Franse muziekgeschiedenis. Hij schreef voor artiesten als Dalida en Hugues Aufray.

De muzikale carrière van Michel Fugain begint als hij op zijn 21ste stopt met zijn medicijnenstudie en van zijn woonplaats Grenoble, met zijn gitaar naar Parijs vertrekt, waar hij droomt van een carrière als filmacteur. Hij raakt bevriend met Michel Sardou en schrijft een viertal liedjes voor hem. Hij wordt ontdekt als componist en maakt chansons voor o.a. Dalida, Hugues Aufray, Hervé Vilard en Marie Lafôret, via wiens producer hij in 1966 zijn eerste platencontract krijgt.

Zijn eerste hit ‘Je n’aurai pas le temps’, scoort hij in 1967. Ook schrijft hij de openingshymne voor de Olympische winterspelen van 1968 en in 1969 bereikt hij het mekka voor elke artiest, L’Olympia Paris. Na zijn solocarrière trekt hij rond met de groep Le Big Bazar, waarmee hij jarenlang nieuwe hitnoteringen bereikt. Na een moeilijke periode waarin zijn dochter overlijdt en als gevolg daarvan zijn creativiteit stokt, verschijnt in 2004 een nieuwe cd ‘C’est pas de l’amour, mais c’est tout comme’. Hij stort zich in een nieuw avontuur; een show met jonge mensen á la Big Bazar. En twee jaar later verschijnt ‘Bravo et Merci’. Kortom, Fugain kan putten uit een immens repertoire. (DH)

Nieuwe Luxor Theater, di 2 maart 20.00 U

.

Isa Hoes schittert als ‘de gelukkige huisvrouw’

Terwijl Carice van Houten, vanaf april in de bioscoop te bewonderen is als hoofdrolspeelster Lea, is het Isa Hoes die zich momenteel op de planken mag uitleven als ‘De gelukkige huisvrouw’. De toneelbewerking van de bestseller is de eerste vrucht van de samenwerking tussen schrijfster Heleen van Royen en producenten Albert Verlinde en Roel Vente.

Zowel film, toneelstuk, als boek vertellen het verhaal van Lea Meyer-Cornelissen. Deze 31-jarige ‘kakmadam’ uit Aerdenhout beleeft een zware bevalling van een kind dat ze toch al niet echt wilde en slaat door. Na opname in een kliniek belandt ze op de sofa van jetsetpsychiater Beau van Kooten (gespeeld door Marc Klein Essink), die denkt dat de tragische dood van haar vader op haar dertiende de oorzaak is van deze crisis.

Dick van den Heuvel bewerkte de debuutroman uit 2000 van Heleen van Royen, waarvan er inmiddels meer dan 250000 exemplaren zijn verkocht, in samenspraak met regisseuse Mette Bouhuijs en de schrijfster. Recensies reppen over een ‘slim gecomponeerde, abstract opgezette voorstelling’. Het verhaal concentreert zich op Lea en haar ‘gekte’, waarbij de toeschouwer echt in Lea’s hoofd kan kijken. Anne Lamsvelt speelt meerdere rollen zoals de kraamverpleegster, de zus en de patiënt in de inrichting. Lea vraagt zich daardoor af waarom ze steeds dezelfde vrouw ziet. Hoofdrolspeelster Isa Hoes voert bizarre gesprekken: vrij associërend, wanhopig, grof en humoristisch.

‘Ik denk dat veel vrouwen zich zullen herkennen in het verhaal’, aldus Van Royen in de Telegraaf. ‘Als je moeder wordt, móet je ineens zoveel. Je moet het fantastisch vinden, je moet jezelf volledig opzij zetten, terwijl je je soms afvraagt: vind ik dit eigenlijk wel zo leuk en wie was ik ook alweer vóórdat ik moeder werd? Je schijnt het moederschap te móeten beleven, anders is je leven niet compleet of zo. Ik ben het daar niet mee eens.’

De aangrijpende toneelbewerking is net als het boek, erg specifiek. De bevalling van Lea is er een inclusief vacuümpomp en tangen die het hoofd van het kindje uitrekken. ‘Ze hadden net zo goed een mixer met beslaghaken door mijn doos kunnen halen’, vat Lea treffend samen. Ook Van Royens taalgebruik is overgenomen in de toneelversie. En dus krijgt de toeschouwer zinnen te horen als: ‘Hij gaat nóg een keer knippen! Ik hou geen kut meer over’. Ook van Royen bleek onder de indruk, na de première. ‘Op papier is het veel minder heftig dan als je het in het echt ziet.”

Theaterwebsite On Stage had in zijn recensie liefst vier sterren over voor de toneelbewerking. ‘Isa Hoes speelt met verve een vrouw die onmachtig is om enige sturing aan haar leven en haar gezin te geven. (…) ‘De gelukkige huisvrouw’ was als boek al een megasucces, het toneelstuk doet hier zeker niet voor onder.’ (DH)

OUDE LUXOR THEATER, DO 11 T/M ZA 13 MAART, 20.00 U EN ZO 14 MAART, 15.00 U

.

Ellen Ten Damme in Oude Luxor, Rotterdam (15-4-09)

Tekst en foto’s Dimitri Hakke

Met de theatershow Durf jij?!? , is Ellen ten Damme ingetogener dan ooit. Geen stoere rockdiva meer, weg zijn de radslagen en verkleedpartijen. Naakter dan dit is Ten Damme nog niet eerder geweest. Figuurlijk, maar ook letterlijk tijdens de openingsact, waarbij haar naakte bovenlichaam slechts beplakt is met enkele reepjes ducktape. Alsof ze de toeschouwer wil voorhouden dat er vandaag geen barrières worden opgeworpen.

Met Durf jij?!? beslecht Ten Damme in elk geval voor het eerst de taalbarrière. Het Engels en Duits heeft plaatsgemaakt voor de moerstaal. Samen met dichter Ilja Leonard Pfeijffer schreef Ten Damme de teksten voor de theatershow.

In de minimale setting (met twee begeleiders Berlijn en Jan van Eerd) en komt de schoonheid van Ten Dammes stem goed naar voren en zijn de teksten mooi te horen. Ze zijn direct, herkenbaar, poëtisch, maar allesbehalve gekunsteld. ‘Als jij maar weet dat ik het deed, zodat je nooit vergeet, jij bent van mij’, verhaalt over vrijlaten, houden van en wat je over hebt voor de liefde. Het is een van de kippenvelmomenten in de show, die helaas weinig ruimte laat voor spontaniteit. Als een conference staat alles vast, zelfs de tussenpraatjes en publieksparticipatie. De verrassing blijft beperkt tot een ferme donderslag die het publiek even doet opschrikken.

Wie alles over zich heen laat komen, kan genieten van prachtmuziek, geniale teksten, grappen en serieuze overpeinzingen over de saaiheid en de schoonheid van het leven. Humor is er ook met Vaag Liedje: ‘Ik had een soort van iets met iemand, met een neus’ en de coverkeuzes: ‘Ik moet naar rehabilitatie, maar ik zeg nee nee nee’ (Amy Winehouse Rehab) en Het-klassieker ‘Ik heb geen zin om op te staan.’

De Beestenbende: Orwell voor de jeugd.

Op de boerderij Herenhoeve is het één grote beestenbende. De dieren zijn ontevreden met de levenstijl die door hun boer wordt bepaald. ‘Alle mensen zijn vijanden!’ vinden ze. De dieren jagen de boer weg en nemen zelf de macht over. Dat is het begin van de voorstelling ‘De Beestenbende’, die wordt gespeeld, gedanst en gezongen door leerlingen van Jeugdtheaterschool Hofplein en stagiaires van De MBO Theaterschool.

Het is een welbekend verhaal: ‘De beestenbende’ is dan ook gebaseerd op George Orwells ‘Animal Farm’ (‘Boerderij der dieren’). Jaco van der Moolen bewerkte het theaterscript van Nelson Bond tot een nieuwe Nederlandse toneelversie, die in de basis gelijk bleef.

Op de Herenhoeve worden zeven leefregels opgesteld: de regels van het animalisme. De belangrijkste regel luidt: alle dieren zijn gelijk. Vol goede moed beginnen de dieren aan een nieuwe wereld op de boerderij.

Al snel blijkt echter dat sommige dieren ‘gelijker’ zijn dan anderen. Sommige dieren willen graag de baas spelen en zo komen de varkens aan de top. Het leven op de boerderij wordt voor de overige dieren steeds harder. Ze zijn goedgelovig en kunnen niet lezen, waardoor het voor de varkens makkelijk is de regels telkens aan te passen. Al deze dingen leiden uiteindelijk tot dé grote botsing.

‘De beestenbende’ is een tijdloos verhaal over machtsmisbruik: over landen waar regeringen door een burgeroorlog of staatsgreep de macht verliezen, waar vervolgens een nieuwe leider aan de macht komt die van alles belooft. Na een tijd trekt hij alle macht naar zich toe en is de situatie slechter dan voor de machtsovername. Zo ook met de varkens in het verhaal: ze hebbent goede plannen, maar zo gauw ze aan de macht zijn, wordt die macht misbruikt en ontstaat er weer een dictatuur en onderdrukking.

Het originele verhaal is een allegorie over de gebeurtenissen na de revolutie in de Sovjet-Unie, en in het bijzonder de opkomst van het stalinisme. Veel van de karakters in het boek zijn identificeerbaar als historische figuren. De twee varkens Napoleon en Sneeuwbal, die strijden om de macht, zijn directe vertegenwoordiging van respectievelijk Jozef Stalin en Leon Trotski. Tegenover dit duo staat onder andere het paard Boxer. Hij is het voorbeeld van de werkende klasse: loyaal en sterk. Zijn belangrijkste gebrek is, zijn blind vertrouwen in de leiders en het onvermogen om corruptie in te zien. Boxer speelt een belangrijke rol in het samenhouden van Animal Farm, maar delft uiteindelijk letterlijk het onderspit.

Bij de eerste drukken werd aangegeven dat het boek een persiflage op het dictatorschap bevatte maar ook dat het bedoeld was als ontspanning voor kinderen van 13 jaar en ouder. De voorstelling van Jeugdtheaterschool Hofplein/MBO Theaterschool onder regie van Jeroen Kriek en met choreografie van Marijke Lips, heeft zelfs een nog jongere doelgroep voor ogen: iedereen vanaf zes jaar is welkom om deze nieuwe versie van Orwells klassieker te komen bekijken en beluisteren. (DH)

HOFPLEINTHEATER, VR 5 MAART (TRY-OUT) T/M ZO 9 MEI, DIVERSE DAGEN, DIVERSE AANVANGSTIJDEN

R’UITMARKT

CULTUUR EN GRAS SNUIVEN OP SCHOUWBURGPLEIN

Gratis optredens van Moke, Racoon, Stevie Ann, cabaret van Klaas van der Eerden en Jandino Asporaat, dans van het Scapino Ballet, het RO Theater en tweeduizend jaar Chinese geschiedenis. Allemaal op één festival. Dat kan alleen maar op de R’Uitmarkt. Bezoekers kunnen dit jaar languit liggend in het gras genieten en natuurlijk traditiegetrouw struinen langs de kraampjes met informatie over het nieuwe culturele seizoen.

CHINESE ACROBATIEK

De R’Uitmarkt op zondag 7 september opent om 13.00 uur met China Impressions op het hoofdpodium. Enkele highlights uit een wervelende show van muziek, dans en vechtsport waarin zowel het mystieke als het moderne China verbeeld worden. Deze Nederlands-Chinese coproductie is een theatershow voor het hele gezin vol acrobatiek, Kung Fu, Tai Chi, ethnic dances, kalligrafie, ballet, moderne dans, visuals en muziek. De krijgers van het beroemde Terracotta leger, uit de tijd van de eerste keizer, komen tot leven op het toneel. In de dans met de 1000 handen (Donghuah) van de Zijderoute, wordt de invloed van het Boeddhisme zichtbaar. Het moderne China wordt verkent, onder de dynamische klanken van ritmische drum-girls. In hoog tempo gevolgd door Tai Chi, etnische dansen en Martial Arts op Chinese hip hop. Tot slot uiteraard een verwijzing naar de Olympische Spelen in Beijing.

TIP TOP MOKE

Moke kan met gemak de succesvolste Nederlandse band van het afgelopen jaar genoemd worden. Het vijftal maakt in korte tijd naam met Britse gitaarpop. Hun Champions Leaguehymne Last Chance werd een instant hit, ‘De wereld draait door’ adopteerde de Amsterdammers als ‘huisband’ en op het podium altijd onberispelijk gekleed door Karl Lagerfeld.

Het succes is ‘loon naar werken’ volgens gitarist Phil Tilli. ‘We wisten dat het er in zat. De plaat was goed, de band en we weten wat we willen. Maar dan moet het nog wel gebeuren. Je kunt niet verslappen, je moet er bovenop blijven zitten en vooruit denken. We zijn van de woorden, maar ook van de daden. Misschien hebben we daarom ook wel allemaal een zwak voor Feyenoord.’

Dat zanger Felix Maginn van oorsprong Engelssprekend is, is van levensbelang, aldus de oud-gitarist van de Tröckener Kecks. ‘Niet alleen vanwege de uitspraak. Als je in het Nederlands droomt en denkt en je vertaalt dat, gaat altijd iets verloren. Gerard Reve schreef zijn boeken toch ook in zijn eigen taal. ‘

Binnenkort gaat Moke op tour met hun jeugdheld Paul Weller van The Jam. ‘Hij heeft vanaf het begin gezegd dat we goed bezig waren. Dat horen van je grootste held aller tijden, is toch het ultieme compliment. En nu gaan we met hem op tour!’ Als de koffers straks ingepakt worden, ontbreekt er één item in elk geval niet: de strijkbout. Want de kleding moet picobello blijven. ‘Die nemen we zelf mee. De strijkplank moet de zaal regelen. Je moest eens weten in wat voor soorten en maten we ze al hebben gezien, haha, zelfs met een antenne!’

STEVIE ANN GEWOON STÉPHANIE

Ook singer-songwriter Stevie Ann maakte een bliksemstart. De prijzenkast van de 21-jarige liedjesmaakster is in drie jaar gevuld met nominaties (TMF en MTV) en trofeeën (Zilveren Harp, gouden plaat en Essent Award). Anna Stéphanie Struijk, want zo heet ze echt, stort zich binnenkort op het maken van de opvolger van Away From Here (2005) en Closer to the heart (2007).

De successen ten spijt, is er niet veel veranderd. ‘Ik neem nog steeds de telefoon aan met Stéphanie’, lacht de Limburgse. ‘Mensen spreken je wel aan als je boodschappen doet en weten alles over je. Dat vond ik in het begin wel apart. Maar ik geniet er wel van. Het is toch mooi als je muziek gewaardeerd wordt.’

Net als voor Moke, bleek het tv-programma De wereld draait door een doorslaggevende factor. ‘Mijn nieuwe single was net uit en de verkiezingsstrijd was in volle gang. Dus zat ik daar bij Balkenende mijn liedje te spelen. Dat was wel een megamoment.’

Voor bezoekers van de R’Uitmarkt heeft ze een verrassing: een optreden met Racoon. Struijk:’Voor mij is het ook een verrassing, haha. Ik heb nog geen idee welk nummer we gaan doen. Een cover of iets van Racoon. Het is spontaan ontstaan, omdat we elkaar vaak tegenkomen op festivals. ‘

Struijk heeft er zin in. ‘Ik hou wel van festivals. Je speelt voor nieuwe mensen, dus het is hard werken.’ Bang om ongeïnteresseerde mensen te treffen, die door haar gevoelige liedjes heen praten heeft ze niet. ‘In het begin kon ik me daar echt over opvreten. In Tivoli heb ik eens zolang het intro van een nummer doorgespeeld totdat iedereen stil was. En het lukte. Voor de R’Uitmarkt maak ik me niet zo’n zorgen. Dat zijn liefhebbers die écht voor de muziek komen…’

CABARET VAN BOVENSTE PLANK

Dit jaar zal op de R’Uitmarkt een heus cabaretpodium aanwezig zijn. Cabaretiers en stand up comedians zullen deze dag de bezoekers aan het lachen maken. O.a. met een optreden van cabaretier en human beatboxer Klaas van der Eerden. Over zijn laatste show schreef het AD: ‘Wortels zit boordevol originele vondsten, hoge grapdichtheid en kent vaart en variatie.’ Verder humor van Jandino Asporaat (winnaar van de persoonlijkheidsprijs van Cameretten 2005), Krimpenaar Arie Vuyk, die door Milieudefensiemagazine ‘misschien wel de milieuvriendelijkste cabaretier van Nederland’ werd genoemd, het komisch duo Luider en van Donselaar, Johan Goossens (winnaar Groninger Studenten Cabaret Festival 2006 van zowel de jury-, publieks-, als persoonlijkheidsprijs) en de Vlaamse cabaretgroep Ter bescherming van de Jeugd. Laatstgenoemde groep presenteert voorstellingen die bestaan uit korte verhalende stukjes in een overkoepelende verhaallijn, met als voornaamste invloed Kommil Foo. Een hilarische middag is gegarandeerd.

SCAPINO

Eric Gauthier is artistiek leider van zijn eigen groep Gauthier Dance in Stuttgart en maakte ‘Ballet 101’. In deze solo creëerde hij, met de vijf basisposities als uitgangspunt, een humoristische ‘stoomcursus’ klassiek ballet. Onder de vleugels van het Scapino Ballet toont de geboren Canadees een solo waarin honderd balletposities voorbij komen. Vervolgens gooit een stem de posities in een willekeurige volgorde, die de danser moet zien bij te houden. Het levert spannend en creatief ballet op zoals we gewend zijn van het gezelschap van Scapino-leider Ed Wubbe.

ROODKAPJE IN HET GROEN

Ook voor kinderen is de R’Uitmarkt een feest. Ze kunnen genieten van optredens van ex-idol Maud, die schittert in de rol van Roodkapje en een voorstelling van de Zingende Harp. Bert en Ernie en Bob de Bouwer lopen rond en creatieve kids kunnen aan de slag met schildersezels, verf en kwasten. Dit jaar is de festivalsfeer helemaal compleet, dankzij het 900vierkante meter grote Flying Grass Carpet, dat vlak voor het hoofdpodium komt te liggen. Dit ‘instant park’, een kunstproject van HUNK-design en IDEddy, reist door heel Nederland en doet vanwege het Groenjaar 2008 ook het Schouwburgplein aan.

SCHOUWBURGPLEIN, ZO 7 SEPTEMBER, VANAF 13.00 U

WWW.RUITMARKT.NL

Clubcruise: met één toegangskaartje langs de hipste clubs en podia

Rotterdam bij nacht onthult vele gezichten

Door Dimitri Hakke

Ruim 160 nationaliteiten herbergt Rotterdam. Daarmee is de Maasstad een toonbeeld van veelzijdigheid. Die diversiteit is ook terug te vinden in het nachtleven. Tijdens Club Cruise op 6 september brengt een hummer, oldtimer, limo of tuktuk, de bezoeker naar de heetste clubs en podia. En dat alles met één toegangskaartje. Met als klap op de vuurpijl, de kans om de gloednieuwe concertzaal Watt letterlijk te laten draaien op het eigen danszweet.

Watt, Waterfront, Rotown, Baroeg en Worm slaan dit clubseizoen vaker dan voorheen de handen ineen. In Worm staan piep-knor-jazzbands geprogrammeerd naast avant-garde optredens. Op dansavonden is ruimte voor hiphop, electronische jamsessies en stuiterende ‘blip-hop, ragga-tech, R’n’B-fused punk en click-pop illectronica.’ Daarnaast is Worm de plek voor vernieuwingen op het gebied van visuele uitingen. Het podium is gevestigd in een zeventiende eeuws VOC-pand in Delfshaven met een inrichting die voornamelijk bestaat uit gerecycled materiaal.

Duurzaamheid is ook het credo bij Watt, het nieuwe popcomplex dat de plek inneemt van het oude Nighttown. Watt krijgt een energieopwekkende dansvloer, die de beweging van de dansende menigte omzet in elektriciteit. ‘En je urine wordt weggespoeld met regenwater’, lacht Watt-eigenaar Ted Langenbach. De partygoeroe heeft grootse plannen om ‘de opgelopen achterstand op andere wereldsteden’ in te halen. ‘Mensen die nu naar Berlijn, Gent of Londen gaan, komen terug. Er ligt een goede basis bij de clubs en er sluimert genoeg creatief talent. Rotterdamse jongeren zijn niet eenkennig.’

Poppodium Rotown (capaciteit: 250) dient als ‘zoeklicht voor de sterren van morgen’. Het eetcafé voorkomt dat bands bij aankomst direct de straat op moeten op zoek naar een ongezonde snack. Volgens Joey Ruchtie, in 2007 uitgeroepen tot beste programmeur van Nederland voor zijn werkzaamheden bij Rotown, misschien wel een van de geheimen. ‘Dit is hun huis voor één dag. Als het goed is, betaalt dat zich terug in een energieke show.’

Ruchtie is tevens verantwoordelijk voor de liveconcerten in Watt. Waar hij voor de één kijkt naar avontuurlijke acts met een toegankelijk karakter, moet hij bij de ander zorgen dat succesvolle oud-Rotowngangers weer terugkomen. ‘Franz Ferdinand, Saybia en The Kooks kunnen nu alleen naar Amsterdam of Tilburg.’

Metalbolwerk Baroeg laat het Baroeg Open Air-festival samenvallen met de Club Cruise. Clubhoppers kunnen dit jaar dus volop haarzwaaien in het Spinozapark. Het 27-jarig podium staat garant voor stevige muziek zoals metal, gothic, punk en industrial.

Waterfront biedt (inter)nationale bands en dancenights variërend van punk tot breakbeat. Tijdens de cruise is gekozen voor een dubstep en drum ‘n’ base-avond. ‘Genres waarin Waterfront uitblinkt’, aldus programmeur Gareth de Wijk. ‘Het hardste van het hardste, maar het staat wel elke keer vol. Misschien komt dat door het gabberstadverleden.’ De kleine zaal is een hangout, waar bands spelen tegen lage entreeprijzen. ‘De garderobe is gratis, de portier vraagt geen fooi en je hebt als bezoeker niet het idee dat je een probleem hebt, als je iemand ‘verkeerd’ aankijkt.’

Wie verder de nacht in wil, kan ook terecht bij Herr Zimmerman. In deze voormalige vleesfabriek is geen plaats voor eenheidsworst, maar wel voor energieke muziek en een loungebar waar vegetarische (!) panini’s en groente- en fruitsappen worden verkocht. Podium Exit is een ode aan het verdwenen Rotterdamse Eksit, waar bands als U2, Sex Pistols en Simple Minds optraden. Tegenwoordig is het dé plek waar andere beginnende bands, dj’s en gevorderde acts hun talent tonen. In een voormalige voetgangerstunnel is Catwalk gevestigd. Krachtige kleuren, comfortabele banken en een verrijdbare dj-booth zorgen voor een aangename sfeer onder de grond in hartje Rotterdam.

Clubcruise zaterdag 6 september. Locaties o.a. Catwalk, Blend, Quote, Herr Zimmerman, Club Vie, Bootleg, Exit, Waterfront, Baroeg, Worm, Watt en Rotown. Toegang in de voorverkoop 15 euro. Op de avond zelf: 20 euro. Meer info: http://www.club-cruise.nl/

FOTOGRAFIE

‘Heimat’ inspireert fotografen op Breda Photo

Vijf weken lang staat Breda in het teken van de fotografie. Vanaf 25 september wordt de stad ondergedompeld in een fotobad met exposities, lezingen, workshops, boekenbeurzen, wedstrijden en ontmoetingen met tal van fotografen van (inter-)nationale allure. Onder de ruim veertig exposanten onder andere Martin Parr, Stephan Vanfleteren, Isabel Firvida, Renata Poljak, Mohamed Bourouissa, Ichiba Daisuke en Jordi Bernadó.

Breda Photo 2008 wordt op 25 september in de Mezz officieel geopend door acteur/fotograaf Thom Hoffman. De titel van de derde editie van het fotofestival is ‘Heimat Hotel’, een thema waarin thuis en tijdelijkheid centraal staat. Een ontzettend actueel thema volgens de organisatie. ‘Politieke onrust in het nabije oosten, angst voor onbekende culturen en de populariteit van Verdonk en Wilders. De aangeprate angst is doodzonde. Je zou bijna vergeten dat diversiteit iets bijzonders is.’ Met ‘Heimat Hotel’ wil Breda Photo veel diversiteit laten zien en vragen opwerpen: hoe zien wij onszelf en hoe ‘de ander’? Elke fotograaf geeft zijn eigen invulling aan het veelomvattende thema. Fotografen met een dubbele nationaliteit tonen werk met die worsteling van nationaliteiten als achtergrond. Magnumfotograaf Martin Parr laat de wereld zien zoals die is, maar op een bijna glamourachtige wijze.

Breda Photo streeft naar een festival van internationaal aanzien. Met exposanten zoals de eerder genoemde Martin Parr en Stefan Vanfleteren is de aanzet daartoe gegeven. Vanfleteren is veelvuldig bekroond met awards. De Vlaming bracht zijn verdeelde vaderland in beeld met de expo en het boek Belgicum. Foto’s van mensen in de kroeg, verlaten straten, een dode kat langs een stoeprand; een broze wereld vol eenzaamheid, armoede, maar tegelijkertijd met waardigheid. Bij Breda Photo is hij vertegenwoordigd met beelden uit zijn serie ‘Flandrien’, die in de buitenexpositie zullen worden getoond. Deze foto’s zijn het resultaat van Vanfleterens jarenlange activiteiten bij het wielrennen in Vlaanderen. Hierbij toont hij interesse in de sportlieden maar ook in hun verhalen en de supporters en fans.

De internationaal vermaarde documentairefotograaf Martin Parr richt zich op de lifestyle van de Britse middleclass. Het werk houdt de samenleving een spiegel voor, is provocerend en roept dan ook regelmatig discussie op. Onverbloemd flitslicht legt alles bloot. Het Bredase Chassépark toont zijn fotoserie ‘Small World’, waarin op ironische wijze wordt gekeken naar de toeristenindustrie. Voor zijn nieuwe reeks ‘Luxury’, die te zien is in het Breda’s Museum, reisde Martin Parr naar steden zoals Dubai, Durban en Moskou waar hij modeshows, kunst en beurzen van luxe goederen fotografeerde. Maar hij bezocht ook paardenraces en de Oktoberfeesten in München. Bescheidenheid is niet een per se een uitgesproken karaktertrek van de geportretteerden uit de scene van de internationale jet set. Ze tonen zonder diepgang vol trots hun nieuw verworven status en rijkdom.

Naast fotograaf is Martin Parr ook bekend als verwoed verzamelaar van fotoboeken, ansichtkaarten, foto’s van internationale artiesten en memorabilia. Een deel van deze verzameling is nu te zien tijdens Breda Photo 2008. Meer fotoboeken zijn te bewonderen en te koop op de fotoboekenbeurs in de Grote Kerk. Op 27 en 28 september kunnen bezoekers snuffelen tussen de antiquarische en nieuwe boeken, omlijst door lezingen, boekpresentaties en conferenties.

DIMITRI HAKKE

Breda Photo

do 25 september tot en met vr 31 oktober 2008

Diverse locaties in Breda.

www.bredaphoto.nl

WINTER IN ROTTERDAM

De Rotterdamse winter schittert!

Door Dimitri Hakke

Sfeervolle winteractiviteiten te over in de Rotterdamse binnenstad, de komende weken. Van hollende kerstmannen tot vuurspuwers en jongleurs, maar ook sprookjes, theater en muzikaal vertier. En niet te vergeten: de opmerkelijkste en hoogste kerstverlichting van Nederland.

Met het project SNOW zorgde Studio VollaersZwart vorig jaar nog voor een echte traditionele witte kerst in Rotterdam. Ook dit jaar richt het ontwerpbureau zich op een verdwenen stadsbeeld: de sterrenhemel. Met ‘Stars’ wordt het gebouw van de Nationale Nederlanden omgetoverd tot een kerstverlichting van 151 meter hoogte. Duizenden duurzame ledlampjes creëren een sterrenhemel zoals die alleen nog te bewonderen is op het platteland.‘ We wilden de sterren weer terug brengen binnen een urban omgeving. In de stad zijn die meestal niet te zien doordat er tegenwoordig veel ‘smetlicht’ in de stad is’, aldus Madje Vollaers. De ledlampjes worden willekeurig op de gevel geplaatst zodat er een natuurlijke sterrenhemel ontstaat die zal schitteren in de skyline.

Het monumentale lichtsculptuur functioneert volledig zonder wirwar van kabels. De lampjes laden zich overdag op via zonnecellen en geven hun licht af als de duisternis is ingevallen. Vollaers:‘We hebben gezocht naar een mogelijkheid om licht op een groot gebouw aan te brengen en stuitten op solar verlichting, een zelfvoorzienend licht systeem. Het kost geen energie en je hoeft niet te bekabelen.’

Meer licht is te vinden aan de Coolsingel, waar Ivo Opstelten voor de laatste maal als burgemeester van de stad, de lampjes van de metershoge Noorse kerstboom zal ontsteken. Ook het centrum zal de komende weken baden in een zee van licht. Prachtig aangeklede winkelstraten en artiesten die optreden tussen het winkelend publiek zorgen ervoor dat kerstshoppen een waar feest wordt.

Vrijdag 19 december belooft een bijzondere dag te worden met de Q-Santa Run. Duizenden kerstmannen rennen dan dwars door de binnenstad. De kerstmannenloop is een traditie in steden als Sidney, Milaan en Londen. Vorig jaar beleefde de Rotterdamse editie zijn première. Toen hesen tweeduizend enthousiaste deelnemers zich in een Kerstmannenpak om het vijf kilometer lange parcours af te leggen.

Na deze maffe duurloop, verandert de straat in een Sprookjesparade met prachtig verklede dansgroepen, jongleurs, vuurspuwers en kinderen, die in een lange stoet voorbijtrekken. Naast de bekende sprookjes van Grimm en Andersen worden ook mythes en volkslegendes uitgebeeld.

Nóg meer sprookjes zijn te zien in Sprookjesstad. Vier weken lang kunnen kinderen en hun (groot)ouders terecht bij meer dan honderd activiteiten, verspreid door de hele stad. Van sprookjesfilms tot sprookjesspeurtochten en van theatervoorstellingen tot workshops. Maar liefst vijf kinderboerderijen worden volledig omgetoverd tot sprookjesboerderijen met verhalenvertellers, knutselen en schminken. Op kinderboerderij de Kooi vinden kaboutermiddagen plaats en kinderboerderij de Molenwei heeft activiteiten met het thema De Wolf en de zeven geitjes en Roodkapje.

In het centrum zijn diverse theatervoorstellingen te bezoeken in Jeugdtheater Hofplein, het Oude Luxor en Theater Zuidplein. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest speelt het muzikaal verhaal ‘De Traan van de zwaan’ in De Doelen. Lantaren/Venster en Het Maritiem Museum draaien sprookjesfilms. Kinderen kunnen in het Maritiem Museum een sprookje sturen naar een onbekende op zee tijdens ‘Message in a bottle’. In het Nationaal Onderwijsmuseum is de tentoonstelling ‘Ook prinsesjes gaan naar school’ te bewonderen en Villa Zebra heeft de tentoonstelling ‘Wat zoekt Loer?’ met aansluitende workshop en de tentoonstelling ‘Sprookjesachtig leven’.

December eindigt natuurlijk traditiegetrouw met spectaculair vuurwerk. Tijdens de Nieuwjaarsnacht wordt het startschot gegeven voor de European Youth Capital. Vanaf acht uur is er een doorlopend jongerenprogramma met om middelnacht een grote vuurwerkshow aan de Maas.

SPROOKJESSTAD, MA 8 DECEMBER T/M ZO 4 JANUARI, DIVERSE LOCATIES

ONTSTEKEN NOORSE KERSTBOOM, VR 12 DECEMBER, COOLSINGEL

STARS, MA 15 DECEMBER T/M ZA 31 JANUARI, DELFTSE POORT/CS

Q –SANTA RUN, VR 19 DECEMBER, CENTRUM

SPROOKJESPARADE, VR 19 DECEMBER, CENTRUM

NATIONALE NIEUWJAARSNACHT, 31 DECEMBER, ERASMUSBRUG E.O.

Vuurwerkspektakel aan de Maas

Junkie XL en Ilse Delange luiden jongerenjaar 2009 in

Door Dimitri Hakke

Vanaf dit jaar zullen we kunnen spreken over een heuse traditie. Dan vindt immers de tweede editie plaats van de Nationale Nieuwjaarsnacht. Verwacht vuurwerkspektakel, feestende mensen en topentertainment van onder andere Junkie XL, Ilse Delange, en Estelle. Maar dat is nog niet alles: vanaf middernacht mag Rotterdam zich officieel de eerste Jongerenhoofdstad van Europa noemen.

Afgelopen jaarwisseling vond in een mistige Maasstad, de eerste editie plaats van de Nationale Nieuwjaarsnacht. Rondom de Erasmusbrug zetten topacts als Kane hun beste beentje voor. Het uitgangspunt voor de Nationale viering, waren de uitbundige jaarwisselingen in Sidney, Londen, Rio en New York. ‘Dat moet ook in Nederland kunnen’, dachten de organisatoren bij Tridee. En waar kan zo’n viering dan beter plaatsvinden dan onder de ‘mooiste brug en skyline van Nederland.’

De festiviteiten van vorig jaar zijn ‘uitgebouwd en gepimpt’. Met andere woorden: ‘het vuurwerk is grootser, de locatie optimaler, de line-up nog beter en het podium nog spectaculairder’. De feestlocatie is verplaatst van zuid naar noord. De langgerekte Boompjeskade biedt plaats aan twintigduizend betalende bezoekers. Om er voor te zorgen dat alle feestgangers duidelijk zicht hebben op de artiesten, zullen twee duwboten het drijvend podium heen-en-weer varen. Twee grote projectieschermen zorgen voor optimaal zicht op de artiesten en Nieuwjaarsvieringen in de ‘andere Wereldsteden’. Voor iedereen die geen kaartje heeft weten te bemachtigen, is het evenement live op televisie te volgen.

Het grootste vuurwerk van Nederland wordt dit jaar voor het eerst, voor een deel ter plekke bedacht. ‘Vijfhonderd jongeren zullen in een speciaal vak via een stemkastje, live het vuurwerk gaan componeren. Hiermee heeft Rotterdam het eerste interactieve vuurwerk ter wereld’, aldus Klaas Rohde van Tridee.

De organisatoren hebben Tom Holkenborg alias Junkie XL, weten te strikken om het laatste uur van de Nationale Nieuwjaarsnacht spetterend af te sluiten. De in Los Angeles woonachtige producer en dj werd in december nog genomineerd voor een Grammy Award voor zijn remix van ‘4 minutes’ van Madonna. Holkenborg maakte eerder al remixes voor onder andere Britney Spears, Coldplay, Depeche Mode en brak door met zijn Elvismix ‘A little less conversation’.

Livemuziek onder de Erasmusbrug komt dit jaar van de hand van Ilse Delange. De Almelose zangeres rondt hiermee een succesvol 2008 af, waarin ze een Gouden Harp voor haar oeuvre en een platina plaat voor haar cd Incredible ontving. Rotterdammers die na het miniconcert meer Ilse willen zien en horen, hoeven niet lang te wachten. Op 21 maart staat een concert in Ahoy gepland.

De internationale inbreng tijdens de Nieuwjaarsnacht komt van Estelle, met een mix van funk, reggae, pop en R&B. De Engelse zangeres maakte een klapper met het nummer ‘American Boy’, waarin ook een rol is weggelegd voor rapper Kanye West. Maar ook onder vocale hulp maakt Estelle Swaray mooie muziek, zo bewijst ze met de albums ‘The 18th day’ en ‘Shine’ .

De Nieuwjaarsnacht is het officiële startsein voor Rotterdam als Jongerenhoofdstad van Europa. Terwijl Nederland vergrijst, ‘vergroent’ Rotterdam. Bijna eenderde van de bevolking is jonger dan 27 jaar. De jongerenhoofdstad biedt de jeugd die hun talenten willen ontplooien en een bijdrage willen leveren aan de stad, een kans. Onder de noemer ‘Your World’ organiseert de stad grote en kleine evenementen voor, maar ook vooral door jongeren. Deze zomer presenteert Rotterdam zich als dé vakantiebestemming van jong Europa: jongeren zullen de stad letterlijk innemen. Tijdens vier bruisende weekends in juli, is er elke dag wel iets te doen en vaak nog gratis ook.

NATIONALE NIEUWJAARSNACHT (ENTREE 9 EURO), DE BOOMPJES, WO 31 DECEMBER, 20.00 U-2.00U. MEER INFO: http://www.nieuwjaarsnacht.nl/

YOUR WORLD, DO 1 JANUARI – DO 31 DECEMBER. MEER INFO: http://www.your09.nl/

Jubileumeditie zomercarnaval in Braziliaans zonnetje

‘Brazil lalalala…Brazil lalalala’, zal veelvuldig weerklinken tijdens de jubileumeditie van het Zomercarnaval. Dat kan niet anders! Voor de vijfentwintigste keer verandert Rotterdam eind juli, in een kolkende en swingende massa met prachtige uitdossingen, zwoele en ritmische muziek en schuddende billen: dit keer met een speciaal Braziliaans tintje.

DOOR DIMITRI HAKKE

De kleurrijke straatparade van het Ortel Zomercarnaval trekt jaarlijks honderdduizenden bezoekers uit Nederland en daarbuiten naar Rotterdam. Dit jaar heeft de bonte parade een extra exotisch tintje: een plein dat geheel in het teken staat van de bakermat van het tropisch carnaval, Brazilië.

Rio de Janeiro is the place to be in carnavalstijd, want dan vindt daar de wereldberoemde straatparade plaats. Vanuit de Sambadrome heeft iedereen goed zicht op de swingende acts. Dit zevenhonderd meter lang deel van de Rua Marquês de Sapucaí wordt speciaal voor de optochten van tribunes voorzien. Elke sambaschool krijgt tachtig minuten om door de Sambadrome te trekken. Deze parades worden gezien als een grote competitie tussen de verschillende wijken en sambascholen. Elke optocht heeft een thema, en maakt gebruik van uitbundig uitgedoste danseressen en praalwagens. Het grootste straatcarnaval van de wereld vindt overigens plaats in Salvador da Bahia,.Feestvieren kunnen ze dus wel, die Brazilianen. De parade die op zaterdag 25 juli onder aanvoering van de zomerkoningin door de straten van Rotterdam trekt, is iets kleinschaliger van opzet, maar daarom niet minder feestelijk. De prachtige binnenstad fungeert als decor voor een groots spektakel met vijfendertig carnavalsgroepen.

Het Churchillplein wordt omgedoopt tot Braziliëplein en ingericht met een kleurrijke markt met diverse Braziliaanse etenswaren, artikelen en kunst. Het geheel wordt omlijst door workshops, dans en veel muziek.

Het hoogtepunt van het Braziliëplein is een optreden van het Braziliaanse sambagezelschap Batala Giba dat is vernoemd naar zijn initiatiefnemer Giba Goncalves. Gonzalves werd geboren in carnavalsstad Salvador de Bahia en startte een wereldwijd sambacollectief onder de naam Batala. Kenmerken: opzwepende muziek, grote groepen en een uitgekiende choreografie. De groepen bestaan uit zestig tot tachtig percussionisten, en is soms wel tweehonderdvijftig drummers sterk. Momenteel zijn er groepen in Parijs, Washington DC, Liverpool, Bangor, Lancaster, Portsmouth, Barmouth, Spanje, Angola en natuurlijk Brazilië. In Rotterdam zal het gezelschap bestaan uit een oorspronkelijke groep uit het carnaval van Rio, aangevuld met in Europa wonende Brazilianen.

In de week voorafgaand aan het Zomercarnaval treedt Batala Giba verschillende malen op rond de musea waar de tentoonstelling Brazil Contemporary te zien is: het Nederlands Fotomuseum, NAi en Boijmans Van Beuningen.

STRAATPARADE ORTEL ZOMERCARNAVAL, ZATERDAG 25 JULI, DE BOOMPJES 13.00 U

TMF Awards gaan voor ‘change’!

Door Dimitri Hakke

De combinatie Alain Clark en Rotterdam is een goeie. Immers, de laatste keer dat Clark de Maasstad bezocht, ontving hij in het WTC een Edison-award in de categorie ‘beste zanger’. Nu maakt hij zijn opwachting tijdens de uitreiking van de TMF-Awards. Of hij daar in de prijzen gaat vallen, is nog de vraag. Op het moment van schrijven, zijn zelfs de nominaties voor de Awards nog niet bekend. Zondermeer behoort hij ook bij TMF tot de kanshebbers. Zoniet dan kunnen fans van de soulman hem in elk geval in actie zien tijdens de awardshow bij de Erasmusbrug, waar onder andere ook X-factor winnares Lisa , The Black Eyed Peas, De Jeugd van Tegenwoordig, Winne, VanVelzen en Elize hun opwachting maken.

De terugkeer van de TMF-awardshow naar Rotterdam – na een kort uitstapje naar de hoofdstad – gaat gepaard met een flinke uitbreiding van het aanbod. Op drie podia zijn vijfentwintig artiesten te bewonderen, variërend van dance tot hiphop tot rock.

The Black Eyed Peas grijpen de TMF-awards aan om zich opnieuw in de spotlight te spelen. Zangeres Fergie en opper-Pea Wil.I.Am timmerden de afgelopen tijd aan hun solocarrières. Zo werd de ‘Yes we can- song’, een nummer gebaseerd op een speech van Obama, het afgelopen jaar een grote Youtube-hit voor Wil.I.Am en scoorde Fergie met Big Girls Don’t Cry.

Vanaf nu is het weer allen voor één bij The Black Eyed Peas, Het eerste nieuwe studioalbum in drie jaar The E.N.D. (The Energy Never Dies) zal volgens de geruchten overwegend dance, r&b en raptracks gaan bevatten. De eerste single ‘Boom Boom Pow’ is mid-tempo r&b, rap clubtrack die totaal niet lijkt op hun voorgaande singles. Volgens Wil.I.Am blijven The Black Eyed Peas zich altijd vernieuwen. Hopelijk hoeven we de verfrissende mix van hiphop met soul, jazz, funk en latin, waarmee de band doorbrak niet helemaal te missen.

Dat verandering soms goed uit kan pakken, bewijst Alain Clark. Zijn huidige soulvolle repertoire lijkt in de verste verte niet op zijn allereerste brouwsels. Zijn zelfgeschreven debuutplaat is Nederlandstalig en bevat onder meer het funky hitje ‘Heerlijk’. Zinnen als ‘ik voel de tintelingen op mijn gezicht, als je me kust. Zo lekker o zo lekker’, heeft Clark ingeruild voor subtiele gevoelige teksten: ‘I’m here and I’ll be if I can A father and a friend (uit Father and Friend). Met dit nummer scoorde Alain Clark (samen met zijn vader Dane) ook internationaal in Polen en Italië en werd het nummer door BBC Radio 2 verkozen tot ‘single van de week’. Een gouden plaat, Zilveren Harp, Edison Award en enkele 3FM Mega Awards verder, is de Haarlemmer klaar voor nog meer buitenland. ‘Live It Out’ is inmiddels ook uit in de Verenigde Staten, Groot- Britannië en acht andere Europese landen. Dus wie Clark nog wel zien voordat hij definitief vertrokken is, doet er goed aan om naar de Boompjeskade af te reizen.

BOOMPJESKADE, ZA 4 JULI, 17.00 U

Boudewijn de Groot inspireert amateur-schilders Talens Palet

Als de rook om je hoofd is verdwenen…

Talens Palet is dé landelijke wedstrijd voor amateur-schilders en -tekenaars. Dit jaar lieten deelnemers zich inspireren door de liedtekst ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’ van Boudewijn de Groot. De fraaiste kunstwerken uit de regio, zijn deze maand te bewonderen in Breda en Roosendaal.

De driejaarlijkse wedstrijd staat sinds 1991 op de agenda. Iedereen van twaalf jaar en ouder die schildert of tekent in zijn vrije tijd, heeft de afgelopen maanden de gelegenheid gehad om zijn of haar werk in te leveren. Volgens de organisatie maakt die variatie Talens Palet tot een unieke wedstrijd. “Iedereen mag meedoen. Er zijn kinderen bij die hun eerste schilderij maken, maar ook deelnemers van negentig die al twintig jaar bezig zijn.”

“Dat verschil maakt het leuk”, beaamt Frits Achten van de afdeling beeldende kunst en theater van De Nieuwe Veste in Breda. “Alleen mensen met een afgeronde kunstopleiding of van de kunst leven, mogen niet meedoen. Maar die willen ook niet meedoen, want ze willen zich niet afficheren als amateur. Wat betreft kwaliteit is er soms weinig verschil te zien. Er zitten elk jaar topwerken tussen. Amateurs doen iets uit pure liefde. Het woord ‘amare’ zegt het al. Kijk, door een amateur-hartchirurg laat ik me niet graag opereren, maar in de beeldende kunst gelden natuurlijk andere regels.”

Roosendaal en Breda zijn slechts twee van de 44 regio’s waar voorronden hebben plaatsgevonden. Van de zestig tot zeventig inzendingen die in Breda tentoongesteld worden, bereiken twee tot drie werken de finale-expositie in het Apeldoorns Museum, die medio oktober geopend wordt. De maker van het beste werk, mag zich uiteindelijk drie jaar land met recht, ‘de beste amateur-schilder van Nederland’ noemen.

Maar voordat het zover is, moet de jury deze maand nog eerst de regiowinnaars aanwijzen. En dat is nog een hele klus, volgens Achten. “De jury bestaat uit een kunstenaar, iemand van een kunstorganisatie zoals bijvoorbeeld de kunstuitleen en iemand van de theoriekant zoals een criticus of een kunsthistoricus. De selectie levert vaak genoeg discussie op, maar dat is ook belangrijk. Ook voor de makers, want kunstenaars werken vaak alleen. Dit zijn dan juist de momenten waarop je hoort hoe er over je werk gedacht wordt. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, maar het is wel boeiend al die meningsverschillen. Over smaak valt best te twisten natuurlijk. Bovendien, omdat een schilderij geen prijs krijgt, hoeft het nog geen flutschilderij te zijn.”

Een goed werk heeft verschillende elementen in zich, meent Achten. “Er wordt gekeken naar de uitstraling van het totale beeld in relatie tot de tekst. Daarna wordt er gekeken naar materiaal en techniek en of het gebruikte materiaal ook dienstbaar is aan het verhaal dat je wilt vertellen.”

Vormden eerder teksten van o.a. Marjon Bloem, Tessa de Loo, Gerrit Komrij en vorig jaar Hafid Bouazza nog de inspiratie, dit jaar is gekozen voor een tekst van Boudewijn de Groot. Een opvallende keuze, aangezien Lennaert Nijgh toch de grotere tekstdichter is in de Groots oeuvre. Machteld Dicke van Talens Palet legt uit: “We wilden dit jaar iets met muziek. En het moest Nederlandstalig zijn en een grote groep mensen aanspreken. En dan kom je toch snel uit bij de koning van het Nederlandstalige lied: Boudewijn de Groot. Toen we hem benaderden, stelde hij wel als voorwaarde dat het een van zijn eigen teksten moest zijn en niet van Lennaert Nijgh. Want in dat laatste geval kon je natuurlijk niet spreken van kunst geïnspireerd door Boudewijn de Groot. Daar zat natuurlijk wel wat in en dus is de keuze op ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’ gevallen.”

“Ik vind het zelf geen mooie tekst”, aldus Achten. “Nijgh is duidelijk de betere schrijver. Dus het is wel een beetje jammer dat voor deze tekst is gekozen. De tekst is nogal mistig. Er is moeilijk wat van te maken. Ik vraag me af hoeveel ‘hoofden in de mist’ we zullen binnenkrijgen. Ik hoop dat de deelnemers ook een beetje het tijdsbeeld van de jaren zestig of hun persoonlijke herinneringen aan die tijd in het werk stoppen. Eigen interpretatie is belangrijk. Mijn ervaring is dat iemand die letterlijk de tekst uitbeeldt, meestal niet de winnaar wordt van Talens Palet…”

Roosendaal Leeft! laat de stad bruisen

Voor elk wat wils, zo luidt het motto van het spiksplinternieuwe festival Roosendaal Leeft! Naast nationale toppers als Do en Roel van Velzen, zullen tijdens het paasweekeinde onder ander andere ook Leaf, de Gebroeders Ko, René Schuurmans, Djumbo, Bearforce 1 en Nick & Simon hun opwachting maken in de gigantische feesttent op de Markt in Roosendaal.

Door Dimitri Hakke

Van zaterdag 22 tot en met maandag 24 maart is er vanalles te beleven en te zien in het centrum. Het festival, dat moet uitgroeien tot een jaarlijks terugkerend evenement, is een initiatief van de Vereniging Horeca Oude Markt. “Het idee voor Roosendaal Leeft! ontstond eigenlijk al twee jaar geleden”, aldus festivalcoördinator Louis Kriesels. “Door tijdgebrek en wat problemen met vergunningen, was het er nog niet van gekomen. Maar dit jaar zijn we er helemaal klaar voor!”

Roosendaal Leeft! is een variatie op de gemeentelijke slogan ‘Beleef ’t in Roosendaal’ en heeft als doel, de gemeente definitief op de kaart te zetten als evenementenstad. “Het evenement markeert de opening van het horecaseizoen. De hele markt overdekken bleek niet haalbaar, maar een gigantische feesttent gelukkig wel”,aldus Kriesels. In de tent van 60 bij 20 meter kunnen ruim tweeëntwintighonderd bezoekers per keer terecht. Met zo’n vier voorstellingen verdeeld over drie dagen kunnen dus bijna 9000 feestgangers op het plein terecht.

De festiviteiten beginnen op zaterdag met optredens van Leaf , VanVelzen en Do. Bij een optreden van het Utrechtse vijftal Leaf, waan je je op het strand met een ijskoud biertje in de hand. Onder aanvoering van zangeres Annemarie brengt het akoestische zomerpop in de stijl van Jack Johnson. Zanger/pianist VanVelzen (zie artikel hiernaast) verraste Nederland met een on-Nederlands goed Engelstalig album op de grens van pop en rock. Grootste hit: Baby get Higher. De grootste hit van Do is natuurlijk Heaven. Op dit moment schittert de 26-jarige zangeres in de musical Assepoester. Maar voor Roosendaal Leeft! maakt de geboren Brabantse graag even tijd. Om elf uur sluit de tent, maar is er nog volop vertier mogelijk in de locale horeca, aldus Louis Kriesels. “De cafés blijven gewoon open tot twee uur met een uitloop naar vier uur. Dus er is nog genoeg tijd om na te kaarten en gezellig nog een pintje te pakken.”

Zondagmiddag komen de jongste inwoners van Roosendaal en omstreken aan hun trekken met een speciale ‘kidsmiddag’. Op de foto met Bob de Bouwer, de figuren van Zandkasteel en Totally Spies. Het kan allemaal. Lindsey, Lotte en Svenja van Djumbo zorgen voor de vrolijke muzikale omlijsting. Gelegenheid tot meezingen is er natuurlijk ook volop bij de Gebroeders Ko Meezingsjo.

Dertigplussers (Kriesels: “Maar mensen onder de dertig zijn ook van harte welkom.”) komen zondagavond aan hun trekken met ‘disco & dancing’. De Veronica Drive-In Show draait hits uit de jaren 80 en 90, gemixt met de hits van nu. Het Nederlandse Bearforce1 is een kruising tussen de Village People en een veertigplus variant op de boybands. Een regelrechte knaller op Youtube! De Gibson Brothers timmeren al sinds de jaren zeventig aan de weg, maar brengen nog steeds die lekkere mix van disco en salsa.

Op maandagmiddag tenslotte kunnen de keeltjes schor gezongen worden. Onder de noemer ‘zingen en feesten’ zijn er optredens van Stef Ekkel, FeelGood!, Rob van Daal, de in Brabant zeer populaire Frank van Etten en Nick en Simon. Het Volendamse duo wist onlangs nog een TMF-award in de wacht te slepen voor jong doorgebroken talent. De handen kunnen helemaal de lucht in bij de feestelijke afsluiting van toppertje René Schuurmans.

Roel van Velzen volmaakt gelukkig

Tekst en foto: Dimitri Hakke

Tweeduizendenzeven is het jaar van Roel van Velzen. Op de kop af twaalf maanden geleden, kwam de zanger, klein van stuk maar groot qua talent, vanuit het niets binnen op nummer 1 in de Mega top 100 Albumlijst. VanVelzens debuutalbum ‘Unwind’, met daarop de hitsingle ‘Baby get higher’ werd overladen met prijzen, waaronder twee 3FM-awards en een TMF-award voor beste album van 2007. Nu is hij terug met de nieuwe single ‘When summer ends’ en een nieuwe plaat staat in de planning.

Vorig jaar was het jaar van je grote doorbraak. Omschrijf dat jaar eens…

“Het is alsof je elke dag jarig bent. Elke dag gebeurde er wel iets spectaculairs. In 2007 vielen alle puzzelstukjes op zijn plaats. De tijd was er rijp voor en ik blijkbaar ook. ‘Unwind’ is een goed album en de wind zat mee. En ik heb er hard voor gewerkt. Het grote publiek ziet in feite maar een fractie van wat je doet. Voor die tijd was ik er natuurlijk al mee bezig. En anderen ook…de mensen die vóór je succes al in je geloven, die ben ik heel dankbaar.”

Een jaar dat moeilijk te overtreffen is, neem ik aan?

“Nou ik ben al weer volop met leuke nieuwe dingen bezig. Zo ben ik dit jaar Ambassadeur voor de Vrijheid en doe ik mee aan de helikoptertoer tijdens het bevrijdingsfestival. Dat is al te gek! Mijn nieuwe single ‘When summer ends’, ligt nu in de winkel en ik ben al weer aan het werk voor mijn album dat in het najaar gaat uitkomen. 2008 zal echt niet zonder VanVelzen voorbijgaan haha!”

Vertel eens iets meer over dat ambassadeursschap…

“Ik probeer uit te dragen dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Een jaar lang ben ik aanspreekpunt. De dag voor Bevrijdingsdag zit ik naast Beatrix bij de Dodenherdenking op de Dam. Nou, niet letterlijk natuurlijk. Mijn generatie heeft de oorlog niet meegemaakt, dus dan wil je nog wel eens vergeten wat vrijheid betekent en hoe belangrijk dat is.”

Na ´Unwind´ zei je dat je zelf wat meer nummers wilde gaan schrijven. Lukt dat een beetje?

`Jazeker, dat lukt aardig. Bij de vorige plaat waren er vier nummers die van mijn hand waren. Ik probeer daar steeds beter in te worden. ‘When summer ends’ heb ik geschreven samen met John Ewbank. Het was een hele eer gevraagd te worden om een nummer te schrijven voor de film Zomerhitte. Monique van de Ven is een echte fan. Ze was ook bij de clubtour en heeft daar mijn nummers staan meezingen. Héél vreemd…echt zo van: maar ík ben toch fan van háár!”

Twee jaar geleden had je zeker niet gedacht dat fans met jou op de foto wilden bij een Meet & Greet?

“Ha ha, nee zeker niet. Ik vind het altijd erg leuk om contact met fans te hebben. Om te horen hoe ze tegen me aankijken of hoe ze het optreden beleven. Er is vaak een afstand en ik doe mijn best om die barrière te doorbreken. Vroeger bij Crazy Piano’s ging ik altijd even de zaal in na afloop van een optreden. Dat probeer ik eigenlijk nog steeds te doen. Ik verheug me al op de festivals deze zomer. Bier, buiten, gezelligheid en met een beetje geluk mooi weer. Ik moet misschien iets meer moeite doen om de mensen te bereiken dan bij een clubtour, maar de uitdaging is dan weer om nieuwe mensen te verrassen met mijn muziek.”

Je wordt deze maand dertig. Doe je er nog iets speciaals aan?

“Nee, ik vier het in kleine kring, samen met een vriend van me, die ook in dezelfde periode jarig is. Dertig is toch anders dan 28 of 29 jaar worden. Je ‘twintiger-jaren’ zitten er op. Het is een mijlpaal. Je kijkt: waar sta ik en waar wil ik naar toe?”

En hoe sta je er voor?

“Ik sta er ontzettend goed voor. Ik heb een heel leuke vriendin, een leuk huisje, een carrière. Ik doe wat ik leuk vind en verdien daar mijn geld mee. Ik ben de gelukkigste man van de wereld!”

(zaterdag 22 maart, Markt in Roosendaal)

Boudewijn de Groot inspireert amateur-schilders Talens Palet

Als de rook om je hoofd is verdwenen..

Talens Palet is dé landelijke wedstrijd voor amateur-schilders en -tekenaars. Dit jaar lieten deelnemers zich inspireren door de liedtekst ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’ van Boudewijn de Groot. De fraaiste kunstwerken uit de regio, zijn deze maand te bewonderen in Breda en Roosendaal.

De driejaarlijkse wedstrijd staat sinds 1991 op de agenda. Iedereen van twaalf jaar en ouder die schildert of tekent in zijn vrije tijd, heeft de afgelopen maanden de gelegenheid gehad om zijn of haar werk in te leveren. Volgens de organisatie maakt die variatie Talens Palet tot een unieke wedstrijd. “Iedereen mag meedoen. Er zijn kinderen bij die hun eerste schilderij maken, maar ook deelnemers van negentig die al twintig jaar bezig zijn.”

“Dat verschil maakt het leuk”, beaamt Frits Achten van de afdeling beeldende kunst en theater van De Nieuwe Veste in Breda. “Alleen mensen met een afgeronde kunstopleiding of van de kunst leven, mogen niet meedoen. Maar die willen ook niet meedoen, want ze willen zich niet afficheren als amateur. Wat betreft kwaliteit is er soms weinig verschil te zien. Er zitten elk jaar topwerken tussen. Amateurs doen iets uit pure liefde. Het woord ‘amare’ zegt het al. Kijk, door een amateur-hartchirurg laat ik me niet graag opereren, maar in de beeldende kunst gelden natuurlijk andere regels.”

Roosendaal en Breda zijn slechts twee van de 44 regio’s waar voorronden hebben plaatsgevonden. Van de zestig tot zeventig inzendingen die in Breda tentoongesteld worden, bereiken twee tot drie werken de finale-expositie in het Apeldoorns Museum, die medio oktober geopend wordt. De maker van het beste werk, mag zich uiteindelijk drie jaar land met recht, ‘de beste amateur-schilder van Nederland’ noemen.

Maar voordat het zover is, moet de jury deze maand nog eerst de regiowinnaars aanwijzen. En dat is nog een hele klus, volgens Achten. “De jury bestaat uit een kunstenaar, iemand van een kunstorganisatie zoals bijvoorbeeld de kunstuitleen en iemand van de theoriekant zoals een criticus of een kunsthistoricus. De selectie levert vaak genoeg discussie op, maar dat is ook belangrijk. Ook voor de makers, want kunstenaars werken vaak alleen. Dit zijn dan juist de momenten waarop je hoort hoe er over je werk gedacht wordt. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, maar het is wel boeiend al die meningsverschillen. Over smaak valt best te twisten natuurlijk. Bovendien, omdat een schilderij geen prijs krijgt, hoeft het nog geen flutschilderij te zijn.”

Een goed werk heeft verschillende elementen in zich, meent Achten. “Er wordt gekeken naar de uitstraling van het totale beeld in relatie tot de tekst. Daarna wordt er gekeken naar materiaal en techniek en of het gebruikte materiaal ook dienstbaar is aan het verhaal dat je wilt vertellen.”

Vormden eerder teksten van o.a. Marjon Bloem, Tessa de Loo, Gerrit Komrij en vorig jaar Hafid Bouazza nog de inspiratie, dit jaar is gekozen voor een tekst van Boudewijn de Groot. Een opvallende keuze, aangezien Lennaert Nijgh toch de grotere tekstdichter is in de Groots oeuvre. Machteld Dicke van Talens Palet legt uit: “We wilden dit jaar iets met muziek. En het moest Nederlandstalig zijn en een grote groep mensen aanspreken. En dan kom je toch snel uit bij de koning van het Nederlandstalige lied: Boudewijn de Groot. Toen we hem benaderden, stelde hij wel als voorwaarde dat het een van zijn eigen teksten moest zijn en niet van Lennaert Nijgh. Want in dat laatste geval kon je natuurlijk niet spreken van kunst geïnspireerd door Boudewijn de Groot. Daar zat natuurlijk wel wat in en dus is de keuze op ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’ gevallen.”

“Ik vind het zelf geen mooie tekst”, aldus Achten. “Nijgh is duidelijk de betere schrijver. Dus het is wel een beetje jammer dat voor deze tekst is gekozen. De tekst is nogal mistig. Er is moeilijk wat van te maken. Ik vraag me af hoeveel ‘hoofden in de mist’ we zullen binnenkrijgen. Ik hoop dat de deelnemers ook een beetje het tijdsbeeld van de jaren zestig of hun persoonlijke herinneringen aan die tijd in het werk stoppen. Eigen interpretatie is belangrijk. Mijn ervaring is dat iemand die letterlijk de tekst uitbeeldt, meestal niet de winnaar wordt van Talens Palet…”

INFOKADER Expo Talens Palet 2008:

zo 30 maart t/m vr 25 april, Centrum voor Kunsten, Roosendaal.

do 3 april t/m do 24 april, De Nieuwe Veste, Breda

INTERVIEW fotografe Rince de Jong

Rince de Jong (1970) is een bijzondere fotografe en filmmaakster. Voordat zij haar onderwerpen portretteert, observeert zij ze langdurig. En langdurig is ook écht langdurig. Jarenlang verdiept zij zich in de leefomgeving van demente bejaarden, kinderen of honden. En al die tijd is het alleen maar kijken. Een camera komt er niet aan te pas. Totdat ze haar baantje heeft opgezegd en het tijd is om de foto’s te maken…

[door Dimitri Hakke]

Tien jaar lang werkte de kunstacademiestudente als verzorgster in een verpleeghuis voor demente bejaarden. Het begon als een bijbaantje, maar groeide uit tot een onmisbaar onderdeel van haar leven. In het fotoboek Lang Leven uit 1999, portretteerde zij de mensen uit het verpleegtehuis. Het kinderdagverblijf werd daarna enkele jaren haar leefomgeving. Het resultaat van dat project is momenteel gedeeltelijk te bewonderen in het Schielandhuis. En De Jong zit niet stil, want een van haar nieuwe toekomstige fotomodellen loopt kwispelend en blaffend door het huis.

De opvallende werkwijze ontstond zomaar, aldus de Rotterdamse fotografe. “Het was eigenlijk gewoon een baantje naast mijn studie aan de kunstacademie. Het leven als kunstenaar is eigenlijk best eenzaam. Ik zag mezelf niet dag in dag uit naar mijn atelier gaan. Ik haal mijn inspiratie het liefst uit het leven zelf. Fotografen die ik bewonder werken ook in hun eigen omgeving.”

Na het succesvolle boek Lang leven, hoefde De Jong niet lang na te denken over haar volgende project: kinderen. “Ik heb drie jaar parttime in een kinderdagverblijf gewerkt en al die tijd niets gefotografeerd. Alleen maar geobserveerd. Het gaat maar door bij kinderen, een onophoudelijke stroom energie. Constant aan het ontdekken en aftasten, zoals wat doet pijn en wat niet. Het is allemaal zo puur: de angst, het enthousiasme, de liefde, maar ook de agressie. Het is gewoon nog wild!”, lacht De Jong.

De beelden die op haar netvlies achterbleven stuurden haar richting film. Acht millimeter in zwart/wit zonder geluid om precies te zijn. “Hoewel ik er geen ervaring mee heb, wist ik direct dat het film zou moeten worden. Vanwege die tomeloze energie. Dat wilde ik laten zien. Dat kun je niet vangen in één enkel beeld of een serie beelden.”

De serie van korte filmpjes van kinderen van 3 maanden tot vier jaar levert confronterende beelden op: Huilende koters die elkaars speelgoed afpakken, een kind dat wordt opgesloten door andere kinderen in een speelgoedoven en die vervolgens met de opening tegen de muur wordt gezet. Maar ook hele vertederende beelden. Je handen beginnen als volwassene te jeuken. Je zou willen ingrijpen. Dit is de wereld voor kinderen als erg geen volwassenen zouden zijn om toezicht te houden. Dit is de puurheid die De Jong voor ogen had. “Ik denk echt dat de kinderen elkaar zouden afmaken als er geen toezicht zou zijn. Kinderen zijn erg kwetsbaar en afhankelijk. Dat maakt werk in een kinderdagverblijf ook zo moeilijk. Je moet de situaties vóór zijn. Dat was ook met bejaarden zo, maar het voordeel daarvan was dat ze een stuk langzamer waren, ha ha. De ouders waren bij elke opname aanwezig en de afspraak was dat ze zouden mogen ingrijpen als ze het echt te ver vonden gaan. Maar dat is gelukkig niet gebeurd.”

Het ontbreken van geluid maakt de huilpartijen nog intenser. Volgens De Jong leidt geluid in dit geval alleen maar af van de beelden. “Je ziet nu hoe lang verdriet daadwerkelijk duurt. Als je een huilend kind hóórt, heb je op een gegeven moment de neiging om je daarvan af te sluiten. Nou moet ik ook zeggen dat het vanwege de teringherrie op zo’n dagverblijf ook erg moeilijk was geweest om geluid om te nemen, ha ha.”

Humor, betrokkenheid en uitdagend, zijn de kernwoorden in De Jongs werk. Sinds twee jaar is ze werkzaam bij een hondenuitlaatservice. Een van ‘haar’ honden mag vandaag blijven logeren. “Pathos is een beetje een bang hondje. Hij is al drie keer teruggebracht naar het asiel. Hij kan niet alleen thuis blijven, vandaar dat ik vandaag op hem let.” Hoe dit project uiteindelijk vorm moet krijgen, is nog niet duidelijk.”Het gaat om de relaties van honden onderling of met hun baasjes. Het gedomesticeerde tegenover het wilde. Laatst hoorde ik over een heropvoedingskamp in de Ardennen. Na zes weken krijg je je hond totaal ‘vernieuwd’ terug. Dat is toch ongelofelijk.”

Tot 24 februari 2008 is werk van Rince de Jong te zien in het Schielandshuis. In de serie HET OOG VAN… geeft de Rotterdamse fotografe op zondag 16 december een lezing onder de titel: Maskers af!

De ultieme Filmfestival survivalgids

Waar begin ik? Hoe pak ik het aan? Menig filmfestivalganger ziet bij aanvang de bomen al niet meer door het spreekwoordelijke bos. Als een galante ridder die in de bres springt voor zijn freule, biedt Uitagenda Rotterdam acht nuttige en vooral praktische tips. Licht uit, camera loopt…hier komen ze!

TIP 1: Fiets ‘m d’r in!

Kom je Lanteren/Venster uit, maar begint de volgende film over tien minuten in Cinerama? Vette pech. Tenzij je op de fiets bent. Dan is het geen probleem. Het ijzeren ros is de beste vriend van de Festivaltijger. Hij brengt je lekker snel van bioscoop naar bioscoop. Met een beetje doortrappen sta je binnen 3 minuut 56 bij Cinerama op de stoep. Van Cinerama naar Pathé? Binnen 4 minuut 34 is de zaak bekeken. Een aftandse fiets voor een koopje is zo gevonden in een stad als Rotterdam. Je kunt er natuurlijk ook eentje huren.

TIP 2: Uitverkocht! En wat nu?

Uitverkocht is niet altijd uitverkocht. Kaartjes zijn online te koop, via de Doelen en bij de kassa van de verschillende bioscopen. Een deel van de kaarten is gereserveerd voor genodigden en pers. Niet iedereen haalt zijn kaartjes op. Deze komen een uur voor de vertoning in de verkoop. Ga anders naar de zaal, soms zijn daar mensen die kaarten over hebben. Of kijk de zaalwacht lief aan en vertel ‘m dat je deze film echt héél graag wilt zien. Of laat je gewoon eens verrassen: koop een kaartje voor een willekeurige film. Die Oezbeekse film kan ineens dé sensatie van het festival blijken…

TIP 3: Denk aan de inwendige tijger

Een knorrende maag is niet alleen vervelend voor jezelf, maar ook voor je medebioscoopbezoekers. Zorg dus voor voldoende voedsel. Het festivalgebied kent vele tientallen eetlocaties. Van de snelle hap bij de Burger King tot aan een overvloedig Indonesisch maal in de Blauwe Olifant. Vooral de Witte de Withstraat is een grote culinaire excursie. Voor de kleine trek: een zakje krakende chips wordt niet door iedereen gewaardeerd. Probeer eens een banaan als alternatief.

TIP 4: Talking to the Stars

Is dat niet? Waar ken ik die nou ook al weer van? Het IFFR strekt jaarlijks vele sterren: filmregisseurs, acteurs, celebrity filmliefhebbers of tv-presentatoren. Noem het maar op. Grote kans dus dat je een beroemdheid tegen het lijf loopt. Geneer je niet, het zijn ook maar mensen van vlees en bloed. Dus geef ze gewoon een hand of maak een praatje. Dat vinden ze heus niet erg. Hier de enige echte jakhals Sjoerd die graag even tijd maakte voor onze festivaltijger.

TIP 5: Bop ‘till you drop!

Op en rondom het filmfestival worden tal van feestjes georganiseerd. Zowel officieel als onofficieel. De festivaltijger die van swingen houdt kan natuurlijk dagelijks tot in de kleine uurtjes terecht in de Rotterdamse Schouwburg. Bewaar je filmkaartje, want anders blijft de deur dicht! Swingen kan ook in Off Corso of in een wat intiemere setting in Hotel Centraal. En dan is er nog het zinderende Slotfeest op zaterdag 2 februari 2008 in de Doelen. Spot of wordt gespot! Hier gebeurt het allemaal…

TIP 6: Voorkom uitdroging

Een maaltijd kan er misschien nog eens bij inschieten, maar voldoende drinken is van levensbelang. Gelukkig zijn er genoeg waterplaatsen in de omgeving, zoals Floor, de Film, Exit, American Dream Café, Tiki’s, De Unie en Rotown om er maar een paar te noemen. Sommige ondernemers spelen handig in op het filmfestival, anderen zijn standaard in filmsferen zoals café de Consul aan de Westersingel.

TIP 7: Leeg de blaas

Natuurlijk, veel drinken is goed. Nadeel: een volle blaas. Niets is zo vervelend als tijdens de voorstelling naar het toilet moeten. Gelukkig zijn er genoeg plekken voor de kleine en grote boodschap. Wie aandrang voelt, moet zeker een bezoekje brengen aan het toiletblok in de Schouwburg vlakbij de Kleine zaal. Fris onderhouden door de vriendelijkste toiletjuffrouw van het IFFR. Geef gul en je krijgt een snoepje toe…

TIP 8: Neem rust

Nu een week film, komt zelfs voor de grootste diehard filmfan, die onvermijdelijke ontmoeting met ‘de man met de hamer’. Verzet je niet, maar geef er aan toe. Het Oude Luxor heeft loveseats in de aanbieding. Een prima slaapplaats voor de vermoeide festivalganger. Nog beter is het geregeld in Venster 1. Daar staan complete bankstellen om een uiltje op te knappen. Uit welingelichte hoge festivalbronnen -we noemen natuurlijk geen namen- ontvingen wij een goede slaaptip: de negen uur durende Filippijnse film ‘Death in the Land of Encantos’ van Lav Diaz. Slaap lekker!

Winter in Rotterdam

Let it snow, Let it snow!

December is dé feestmaand bij uitstek. Ook in Rotterdam natuurlijk. De binnenstad wordt omgetoverd tot een winter wonderland. Met een overdekte schaatsbaan, een sfeervolle kerstmarkt, een feestelijk onthaal van de kerstman, garantie op een echt pak sneeuw en als klap op de vuurpijl, een spectaculaire vuurwerkshow rond de Erasmusbrug.

Op 2 december kunnen de schaatsen weer uit het vet worden gehaald. Het stadhuisplein vormt dan weer de ideale locatie voor een ijsbaan. De baan is met zeshonderd vierkante meter, groter dan vorig jaar en bovendien overdekt, zodat ook in het guurste en natste winterweer van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat geschaatst kan worden. Extra lekker met na afloop een kopje warme chocolademelk of wat glühwein op het verwarmde terras.

De zaken worden dit jaar grootser dan ooit aangepakt, aldus de organisatie. ‘Het wordt een echte happening.’ Horeca op het stadhuisplein zorgt voor een mooie aankleding en is nauw betrokken bij het programma. Zo is er bijvoorbeeld een ijshockeytoernooi met ondernemers van rondom de ijsbaan. Op vrijdag en zaterdag is er discoschaatsen met o.a. dj’s van de Apres Ski Hut en bovendien hebben sinterklaas en de kerstman beloofd een bezoekje te brengen. Kinderen kunnen op bepaalde tijden gratis gebruik maken van de ijsvloer. De festiviteiten duren in elk geval tot en met 27 januari, maar de organisatie is hard aan het werk om de ijsbaan ook tijdens de krokusvakantie open te houden. Op Eerste en Tweede Kerstdag kunnen bezoekers in elk geval de ijzers onderbinden.

[CHALETS]

Ook dit jaar kan het winkelend publiek genieten van een kerstmarkt. Op een aantal plekken in de stad staan speciale houten chalets met daarin winterse waar. Daarbij staat warmte en gezelligheid natuurlijk voorop. Kerstinkopen doen was nog nooit zo sfeervol. Naast de sprankelende feestverlichting en wel honderd verlichte kerstbomen, duiken op verschillende plekken in de stad gospelkoren, zingende kerstmannen en Nederlandse artiesten op, die de allermooiste kerstliedjes spelen. Op 21 december ontsteekt burgemeester Opstelten volgens traditie weer de lichtjes in de Noorse kerstboom aan de Coolsingel.Een traditie is de intocht van de kerstman (nog) niet. Op 16 december landt de hij op Rotterdam Airport om vervolgens met een gevolg van vijftien bont verlichte arrensleeën en de originele Coca Colatruck , door het centrum te trekken.

[SNEEUWSTORM]

Bezoekers van het winterfestival kunnen, behalve op een strakke ijsvloer, ook rekenen op verse sneeuw. Geen nepsneeuw, schuimsneeuw of een miezerig buitje, maar een hevige sneeuwstorm. Op diverse dagen in december om klokslag vier, verzorgt Studio VollaersZwart, een sneeuwbui van liefst 6 kubieke meter. Het bureau dat eerder de Witte de Withstraat van roze stippen voorzag en diverse gebouwen paars kleurde, zal zeker zes keer voor witte vlokken zorgen op de Coolsingel. ‘Rotterdam heeft al jaren geen witte Kerst meer gehad, dus we vonden dat het wel eens tijd werd’, aldus Pascal Zwart. ‘Dus zorgen we er gewoon voor dat het sneeuwt. Dat moest dan wel échte sneeuw worden, want als je het doet, moet je het goed doen.’ En dus creëert VollaersZwart een sneeuwstorm van een uur. De maagdelijk witte sneeuw moet acht meter hoge letters SNOW vormen. ‘Het zijn van die Hollywoodletters met een totale lengte van 25 meter voor de deur van het oude postkantoor. Naast de McDonalds. ‘Dan kunnen mensen na het sneeuwballen eten…sorry gooien, gelijk een hamburger gaan eten.’

Wie de kerstkilootjes er direct af wil lopen, kan terecht bij het spel ‘Op zoek naar de vierde wijze’. In dit evenement voor de hele familie gaat een team van maximaal zeven deelnemers op zoek naar de vierde wijze uit het oosten. Naast Casper, Melchior en Balthazar was er namelijk nog een wijze op weg gegaan om de ster van Bethlehem te zoeken. Volgens dit verhaal heeft hij echter nooit zijn bestemming weten te bereiken. Zeven dagen lang hebben bezoekers de mogelijkheid om zeven Rotterdamse kerken te bezoeken, zeven verschillende kerststallen te zien en met behulp van zeven cryptische omschrijvingen zeven letters te vinden die samen de naam van de vierde wijze vormen. Wie de oplossing vindt, krijgt na afloop een speciaal prijsje.

[TIMES SQUARE]

Speciaal is ook het oud- en nieuwfeest bij de Erasmusbrug te noemen. Een spectaculaire vuurwerkshow moet Rotterdam plaatsen in een illuster rijtje van iconische locaties die tijdens de jaarwisseling het centrum van het feestgedruis vormen: Times Square (New York), Petronas Twin Towers (Kuala Lumpur), Harbour Bridge (Sidney) en Tower Bridge in Londen. De Zwaan moet uitgroeien tot het symbool van de oudejaarsviering in Nederland. Volgens Brecht van Breukelen van bureau Tridee, dat het plan bedacht, is Rotterdam de ideale locatie: ‘Deze brug is toch wel hét symbool van Rotterdam en kan dat ook voor Nederland worden. De stad is altijd wel in voor grootse dingen, kijk maar naar de Bavaria City Racing of de Red Bull Air Race.’

Het terrein aan op de Kop van Zuid kan vijftienduizend mensen herbergen die kunnen genieten van dj’s en artiesten van nationale faam. Voor een natje en een droogje wordt gezorgd. Hoogtepunt van de avond is echter het vuurwerkspektakel op en rondom de brug. ‘Verwacht zwaar vuurwerk. En niet drie lullige pijlen en wat klappertjes natuurlijk. Het is een cadeautje aan de Rotterdammers.’

Het evenement wordt live uitgezonden op SBS6, Veronica en RTL5. De organisatie hoopt dat ook buitenlandse tv-zenders het evenement oppikken en zorgen voor een staaltje onvervalste Rotterdampromotie. ‘We willen niet alleen de Nederlandse journaals bereiken, maar ook bijvoorbeeld CNN.’ Om twee uur is het spektakel al teneinde moeten bezoekers hun vertier elders zoeken. Om er voor te zorgen dat die vijftienduizend mensen ook nog daadwerkelijk weg kunnen van de Wilhelminapier, wordt er een pendeldienst ingezet. ‘Er rijdt in elk geval een metro van half 9 tot 3 uur. We zijn alleen nog bezig om te kijken welke haltes opengesteld zullen worden’,aldus Van Breukelen.

De IJsbaan, Stadhuisplein, 2 december t/m 27 januari. Meer info op http://www.stadhuispleinonice.nl/.

Kerstmarkt, Stadhuisplein, Binnenwegplein en Schouwburgplein, 15 t/m 23 december

Intocht Kerstman en kerstparade, diverse locaties, 15 december

Muziekprogramma, diverse locaties, 15 t/m 23 december.

Ontsteking van de kerstboom, Coolsingel (Stadhuis) 21 december

De vierde wijze, diverse kerken, 29 december t/m 6 januari. Meer info op http://www.devierdewijze.nl/.

Nieuwjaarsnacht 21u tot 2u (entree 8 euro), Holland-Amerikakade 31 december.

Meer info over alle evenementen op deze pagina via http://www.winterinrotterdam.nl/

Expo Rotown in Beeld

Deze maand viert het poppodium Rotown zijn 20-jarig bestaan met een speciale fototentoonstelling. Twee decennia Rotown betekent vele optredens. Vele foto’s ook van unieke shows. Wat te denken van Herman Brood als gast bij de Rotown-huisband? Of Franz Ferdinand die inmiddels met gemak de Heineken Music Hall kunnen vullen. Kane met een jonge Dinand Woesthoff op zang die nog volop oefent op zijn monitorpose. De Mexicaanse Elvis-imitator El Vez, die Koninginnedag onveilig maakt. Krullebol Ilse Delange toen ze nog maar net schoenenverkoopster af was en op het punt stond door te breken met World of Hurt. En natuurlijk ex-Stone Roses zanger Ian Brown die het laatste verjaardagsfeestje van Rotown langs kwam en zich een speciaal verjaardagsshirt liet aanmeten.

Rotown in Beeld bevat een selectie van de meest opmerkelijke artiesten, memorabele en mooiste foto’s, gemaakt door liefst 9 verschillende fotografen: Hansje de Reuver, Robbie Mertens, Willem de Roon, Carla van der Marel, Peter Pakvis, Marc Nolte, Daniel Nicolas, Ruut Bol en Dimitri Hakke.

Van 29 april tot en met 29 mei zijn de foto’s op groot formaat te bewonderen in de exporuimte van Rotown.

http://www.dimitrihakke.com/ | http://www.ruutbol.com/ | http://www.danielnicolas.com/ |www.willemderoon.nl | http://www.marcnolte.com/

Expo Rotown in Beeld. Rotown, Nieuwe Binnenweg 17-19, Rotterdam (van 29 april t/m 29 mei)

Chapeau: CBK ijvert al 25 jaar voor Rotterdamse kunst

KOP: Kunstenaars zijn cultureel ondernemer geworden

[Dimitri Hakke]

Al een kwart eeuw ijvert het Centrum voor Beeldende Kunst voor een beter kunstklimaat in de stad. En met succes. Het CBK veranderde van een gemeentelijke “sociale instelling” in een zelfstandige ontmoetingsplaats voor kunstenaars, publiek en opdrachtgevers.

Vijfentwintig jaar CBK aan de Nieuwe Binnenweg vraagt om een feestje, vond ook directeur Ove Lucas. “We wilden een leuke tentoonstelling, die verwees naar de geschiedenis van het pand. Voordat we hier zaten, zat hier de bekende autoshowroom Pietersen. Cadillacs, Chevrolets en Buicks stonden hier op draaiende plateaus te glimmen. Onze allereerste expo van Guillome Bijl verwees ook naar die autogeschiedenis. Ook nu hebben we heel wat kunstenaars die zich met auto’s en motoren bezig houden.”

Onder de noemer ‘Minimale snelheid 25 km/u’ maken benzineslurpende sleeën van weleer plaats voor rijdende kunst, gepimpte auto’s, uitlaatgassen en de verleiding van snelheden. Te zien van 5 mei tot en met 3 juni in de vorm van creaties van Atelier Van Lieshout, Olaf Mooij, blokmeubel.nl, Snode Vormgevers en vele anderen.

Op 12 mei zet het CBK de bloemetjes buiten met speciale gasten, workshops, kunstadvies, muziek en kans op gratis kunstwerken. Ook introduceert het dan CBK Adventures: een lokaal reisbureau dat bezoekers mee zal nemen naar verschillende locaties in de stad. Lucas: “Het is een uitgebreide High Tea & Talk, dat hier elke Zondagmiddag plaats vindt. Het leek me leuk om in de zomer daarmee naar buiten te gaan. Bijzondere plekken bezoeken met bijzonder beeld met mensen die daar boeiend over kunnen vertellen. Op bezoek bij kunstenaars in hun atelier of op zoek naar andere verrassende kunstuitingen in de stad.”

De huidig directeur begon 20 jaar geleden bij het CBK op de afdeling tentoonstellingen. “In vergelijking met toen, hebben we een meer informerende en bemiddelende taak gekregen. Vroeger werden we toch gezien als sociale instelling met alleen maar aandacht voor de kunstenaar. Inmiddels ligt die aandacht ook bij publiek en potentiële opdrachtgevers. Beelden in de buitenruimte en bij het centrum zijn toch de plekken waar de meeste mensen voor het eerst kennis maken met beeldende kunst.”

“Steeds meer mensen kopen kunst en steeds meer bedrijven zijn bereid om in kunst te investeren”, aldus de directeur. “Rotterdamse kunstenaars timmeren behoorlijk aan de weg. Ze kloppen zelf aan bij woningbouwverenigingen of buurtorganisaties om hun werk aan de man te brengen. Kunstenaars zijn cultureel ondernemer geworden.”

Voor Lucas begon die omslag in 1990 . In het gebouw van de Holland Amerika Lijn vond destijds een omvangrijke tentoonstelling ‘Rotterdam Assorti’ plaats van Rotterdamse kunstenaars. “Die expo gaf in één groot gebaar weer waar kunstenaars mee bezig waren. Vanaf dat moment was het niet alleen meer Amsterdam. Het zette Rotterdam op de kaart als kunststad.”

CBK 25 jaar. Diverse jubileumactiviteiten in de Artotheek aan de Nieuwe Binnenweg 75. Meer info: http://www.cbk.rotterdam.nl/ of 010-4360288

Kadertje:

Als onderdeel van het Centrum Beeldende Kunst deelt ook TENT. in de Witte de Withstraat mee in de feestvreugde. Van 29 maart tot en met 20 mei vindt daar de expositie Risky Business plaats. Vier kunstenaars maken in een mix van mode, beeldende kunst en styling gebruik van valse identiteiten. Ze spelen een rollenspel met een alter ego in de hoofdrol. De sculpturen en fotoseries van vrouwencollectief Kimberly Clark nemen de kijker mee naar een sfeer vol party’s en nachtelijk vertier. Modevormgeefster Monique van Heist creëert voor de personages Tina, Kim en Toni ontwerpen die niet altijd voldoen aan standaard m/v-ideeën. Cora Roorda van Eijsinga maakt ruimtelijke installaties waarin de rol van de vrouw centraal staat. De ene keer als verleidster en de andere keer als ondergeschikte. De grande dame van de videokunst Lydia Schouten tenslotte toont werk uit de jaren 80 dat het stereotype man-vrouw beeld poogt te doorbreken.

Risky Business 29 maart tot en met 20 mei in TENT. aan de Witte de Withstraat 50.

Meer info: 010-4135498 of http://www.tentrotterdam.nl/

CHAPEAU:Dunya wil kwaliteit laten zien en horen.

KOP: Wereldmuziekfestival diverser dan ooit

Van urenlange hoosbuien met hevige rukwinden tot aan een zonovergoten tropische festivalweide. Het jubilerende Dunya-festival heeft het allemaal meegemaakt in haar dertig jarige bestaan. Wat elk jaar bleef, is een bonte mix van poëzie, muziek, eten, kraampjes en een uitbundige mensenmassa.

Wat ooit begon als een extra dag van Poetry International in de buitenlucht, is in drie decennia uitgegroeid tot een volwassen evenement, waar jaarlijks meer dan tweehonderdduizend bezoekers op afkomen. Dunya is een festival voor en door mensen uit tientallen culturen. Afrikaans, Europees, Zuid-Amerikaans of Aziatisch, voor alles en iedereen is plaats. Ole Jorgensen is al weer vijf jaar muziekprogrammeur van het festival. “In eerste instantie werd ik als bezoeker aangetrokken door de sfeer zoals de meeste mensen. Later ben ik me gaan verdiepen in de muziek. Het is zo’n groot muzikaal gebied dat helaas onbekend blijft voor de meeste mensen.”

Eenzelfde ontwikkeling maakte het festival mee, volgens de geboren Deen. “Eerst ging het toch vooral om de poëzie en de gezelligheid. De laatste tien jaar hebben we ook een meer inhoudelijke ambitie: kwaliteit laten zien en horen. Die ontwikkeling is nog steeds gaande. ”

Jorgensen koestert het contact met ‘zijn artiesten’. “Het is natuurlijk leuk als je bekende namen neer kunt zetten zoals Kaled en Youssou N’Dour, maar in al die jaren is mij het persoonlijke contact met onbekendere bands het meest bijgebleven. Vorig jaar hadden we een groep uit de Saharawoestijn. Ze bleven een paar dagen in Rotterdam. Het is erg leuk om de kans te krijgen om die mensen beter te leren kennen.”

Dunya heeft haar dertigste verjaardag aangegrepen om de programmering rigoureus aan te pakken. Niet langer worden de podia gescheiden naar werelddeel, maar worden artiesten verdeeld over acht speelplekken op basis van sfeer en inhoud. Op het grootste podium Central Park krijgen internationale wereldmuzikanten van formaat de kans een groot publiek te bespelen. Op het Southpark-podium staat een avontuurlijk en verrassend programma met artiesten en muziekstijlen die voorheen geen plaats hadden in het park bij de Euromast. Nu Horizons richt zich op een breed publiek en Global Village biedt plaats aan folklore en traditionele volksdansen. Uiteraard krijgen kinderen ook dit jaar weer een eigen speelplek, evenals poëzieliefhebbers en lokaal Rotterdams talent.

De verandering van opzet was hoognodig volgens de organisatie. “Wereldmuziek is al lang niet meer regiogebonden. Turken spelen met Marokkanen, Nederlanders en Afrikanen in één band. Waar zet je zo’n act neer? Bovendien komen er steeds meer mengvormen met jazz, pop en hiphop. Als je vasthoudt aan een regionale indeling, kom je in een keurslijf terecht en kun je niet met de tijd mee gaan. Dunya is juist een festival dat niet stil moet blijven staan, maar nieuwe ontwikkelingen moet signaleren en programmeren. Uiteindelijk willen we weer groeien naar een meerdaags festival. Het is toch zonde om elk jaar voor één dag zoveel podia neer te zetten. Vrijdag tot en met zondag zou mij ideaal lijken.”

Kader:

Tips van de programmeur:

Andy Palacio & the Garifuna Collective is vertegenwoordiger van de Garifuna cultuur in Midden-Amerika. “Als je dit voor het eerst hoort vraag je je af waar dit vandaan komt. Het heeft Afrikaanse invloeden, maar ook van Indianen en Zuid-Amerikaanse ritmes”

Banto is een typisch voorbeeld van vermengde culturen. “Er zitten geloof ik twaalf mensen met twaalf verschillende nationaliteiten in deze groep. De zanger-componist Adé Bantu is half Nigeriaans en koppelt ‘afrobeat’ aan Fela Kuti. Modern met hiphop en veel blazers. Een prachtige groep met veel dynamiek.

”De Nederlands-Senegalese band XamXam combineert poëzie en muziek. “Het bevat Afrikaanse elementen en is een voorbeeld van muziek die vaak over het hoofd wordt gezien. Mola Sylla is de beste zanger van Nederland wat mij betreft.”

Het Ortel Dunya Festival vindt plaats op zondag 27 mei 2007 in het Park bij de Euromast in Rotterdam. Optredens van o.a. Andy Palacio & the Garifuna Collective, Banto, XamXam, Salimata Diabaté (Guinee), Seckou Keita Quartet (Senegal/UK), Monkomarok (Frankrijk), Beatriz Azevedo (Brazilië), Watcha Clan (Frankrijk), Tony Kitanovski & Cherkezi Orchestra (Macedonië), Ramesh Shotham & Madras Special (India/Duitsland/Hongarije), Inyange Beat Orchestra (België/Rwanda) en Raiz di Polon (Kaapverdie). De toegang is gratis. Meer info via: http://www.dunya.nl/

Chapeau: Binnenhuis architectuur

Kop Sleutelen aan een perfect interieur

Streamer: “Je oog wordt voor de gek gehouden zodra je een ruimte binnenkomt”

[Tekst en beeld: Dimitri Hakke]

“Binnenhuisarchitectuur is de boel bedonderen”, aldus Piet Ringens. “Kijk je naar zo’n trap bij Phantom of the opera, dan is die echt geen 98 treden, maar slechts drie. De rest is gewoon geschilderd. Je oog wordt voor de gek gehouden zodra je een ruimte binnenkomt.”

Negen jonge vrouwen krijgen in een opvallend sfeerloos klaslokaal les over hoe je een ruimte het best kunt aankleden. Uitgangspunt van de cursus Binnenhuisarchitectuur is om je leefomgeving op een doelmatige en aangename manier te veranderen. Concreet gezegd moeten de deelnemers na acht lessen in staat zijn om een kamer vanaf ‘nul’ de sfeer mee te geven, zoals ze die voor ogen hebben.

De cursisten laten gewillig hun huiswerk zien aan docent Piet Ringens. Ze hebben vorige week de opdracht gekregen om een collage van kleuren en materialen te maken om zo een idee te krijgen wat het met een ruimte doet en hoe verschillende materialen met elkaar combineren. Ringens toont een bord met aluminium, grijs en zilver. “Dit heeft een ijzige, koude uitstraling.”

Bij sommigen ontstaat verwarring, wanneer je iets warm kunt noemen, terwijl het materiaal toch hard is. “Kijk, een stenen muur blijft hard, ondanks dat je ‘m een warme kleur geeft. Velours en parachutestof hebben een totaal verschillende uitstraling, ondanks dat het beide zachte materialen zijn. Eén cursiste is helemaal de draad kwijt. “Wat is bij jou de warme kant en wat de harde?” Van dichtbij mag het dan duidelijk zijn, vanaf een afstandje is het inderdaad wat moeilijker in te schatten. “Wat denk je zelf?”, is de ietwat bijdehante reactie van de maakster. Allen zijn het er over eens dat warm een stuk moeilijker te vinden is dan materiaal met een harde uitstraling. Want een eenvoudig watje is van zacht materiaal maar heeft een harde uitstraling omdat het wit is.

Terug naar de basis dan maar. “Wat is de eerste indruk als je een kamer binnen komt?” vraagt Ringens zijn toehoorders. Na wat opmerkingen over en weer, blijkt dat warmte, drukte en grootte de kernbegrippen te zijn. “Door vlakken donkerder te maken, kun je een kamer groter of kleiner maken. Je moet weten wat een kleur met een ruimte doet, voordat je met verf in de weer gaat. Als je een witte ruimte binnen stapt, heeft dat bijvoorbeeld een verlammend effect. Je durft geen stap meer te verzetten. Het is niet voor niks dat een isoleercel wit is”, aldus Ringens.

Cursisten Astrid (40) en Janine (31) hebben al heel wat opgestoken van de eerste lessen. Evenwicht is belangrijk weten ze. “Stel dat je favoriete kleur rood is, dan moet je oppassen dat je niet teveel van die kleur in je huis zet. Een rode bank tegen een rode muur, met een rood tafeltje en daarop weer een rood kopje valt niet meer op.” Josine lachend: “We kregen ook de tip om iets heel lelijks te kopen, zodat je mooie tafeltje meer opvalt.”

De cursus Binnenhuisarchitectuur duurt 8 lessen van elk 2 uur. Start 28 maart 19.30 uur aan de Volksuniversiteit aan de Heemraadssingel 275-277 in Rotterdam. Kosten 116 euro. Workshops op aanvraag via Piet Ringens (http://www.ringens.nl/) . Meer info: www.volksuniversiteit.nl/rotterdam of 010-4761200.

KOP: Kunst maken á la Andy Warhol

CHAPEAU: Zeefdrukken viert honderdste verjaardag

Foto1: Bij zeefdrukken is de toets of de penseelstreek niet belangrijk.

Foto2: “Het liefst heb ik het hier helemaal vol staan met mensen”

[Tekst en foto: Dimitri Hakke]

Andy Warhol is misschien wel de bekendste kunstenaar die gebruik maakte van de zeefdruk techniek. Zijn kleurige afbeeldingen van soepblikken en beroemdheden als Marlyn Monroe staan op menig netvlies. Maar ook beginners halen snel professionele resultaten, zo merken ze bij de SKVR-workshop zeefdrukken.

“Zeefdrukken is een techniek, waarbij je al snel volwassen resultaten kunt behalen”, weet zeefdrukdocent Daniil Niederberger uit ervaring. “In het depot ligt veel kwalitatief hoogstaand werk.” Ook het werk aan de muren in de werkplaats straalt kwaliteit uit. “In tegenstelling tot schilderen is de toets of de penseelstreek niet belangrijk. Hier maak je van tevoren een model, dat stap voor stap opgebouwd moet worden. Daardoor word je beperkt in je keuzes, maar is het ook weer makkelijker om te overzien wat je moet doen.”

Zeefdrukken is een redelijk jonge techniek. Na enkele experimenten met sjabloondruk in de 17e eeuw in Japan, werd het eerste patent op de zeefdruk pas op 17 juli 1907 verleend aan Samule Simon uit Manchester. Het principe van de techniek is vrij eenvoudig. Een stuk fijn gaas wordt over een raamwerk gespannen. Het zeefdrukraam wordt vervolgens voorzien van een lichtgevoelige laag die belicht wordt. De donkere vlakken worden bij het ontwikkelen weggewassen zodat plekken op het zeefdrukraam ontstaan, waar de inkt doorheen gedrukt wordt. Men brengt de inkt op het raam aan en smeert deze met behulp van een rakel uit, waardoor de vorm van de sjabloon op het papier wordt gedrukt. Deze techniek kan herhaald worden met verschillende kleuren en vormen die naast elkaar of over elkaar worden gedrukt.

Het is een lawaai van jewelste in de kelder aan de Hennekijnstraat. Belichtingsmachines loeien, de ventilatie blaast op volle kracht en in een veredelde doucheruimte maakt iemand zijn zeef schoon met een hogedrukspuit. De cursisten van vandaag leven zich uit op vijf grote zeefdruktafels. De vijf indrukwekkende etspersen en lithopersen blijven onaangeroerd vandaag. “Het liefst heb ik het hier helemaal vol staan met mensen”, aldus Niederberger. “Dat is voor mij het doel van de cursus. Mensen opleiden zodat ze zo snel mogelijk aan de slag kunnen als zelfstandig zeefdrukker in de werkplaats.”

Niederberger: “Het is een echte techniekcursus, waarin aangegeven wordt wat de mogelijkheden zijn in deze kunstvorm.” Net als de cursist een en ander onder de knie denkt te hebben, wil de docent nog wel eens met een opdracht komen, die het geleerde weer helemaal overhoop gooit. “Mensen die netjes binnen de lijnen werken, probeer ik bijvoorbeeld slordiger te laten werken. Of ze er later iets mee doen, maakt me niet zo veel uit. Als ze het maar wéten.”Hoewel de docent het gezelligheidsaspect van de cursus erkent en waardeert, gaat het toch vooral om kennisoverdracht. “Het is geen bezigheidstherapie natuurlijk.”

Terwijl Niederberger boven ‘een bakkie gaat doen’ met zijn leerlingen, blijft een tweetal achter. Karen van de Vliet en Marlies van Dongen beamen de woorden van de docent. Lachend:“Het is geen theekransje. Je moet wel je best doen en dan helpt Daniil je ook goed. Hij is streng maar rechtvaardig.”

Nadat Marlies in hoogtempo als een volleerd zeefdrukker de verf op het papier heeft gerakeld, gaat Karen verder met haar project. “Ik kwam hier echt om T-shirts te maken. Het grootste verschil is dat je moeilijker met aanlegpunten kunt werken dan bij papier.” Een van de lastigste aspecten van zeefdrukken, lijkt het het werken met aanlegpunten. Deze geven exact aan waar je het papier moet neerleggen om de verschillende druklagen naadloos aan elkaar aan te laten sluiten.” Karin:“Als je handig bent, moet het wel lukken hoor. Je eerste aanleg moet goed zijn…” “Voordat je iets op papier zet , moet je je ontwerp stap voor stap ontleden”,vult Marlies aan. “Dat is eigenlijk het moeilijkste. Bij deze afdruk zie je heel lang niets en dan is het vlak opeens het schijnsel van een lantarenpaal. Het is steeds weer een verrassing.”

Cursus Zeefdrukken 15 lessen á 3 uur. Kosten 69 tot 175 euro. SKVR Hennekijnstraat 6, http://www.skvr.nl/ of 010-4361366.

Mono: de teenangst voorbij

“We zijn nooit een jamband geweest”

In 1997 betraden Menno, Max en Bart voor het eerst de oefenruimte als Mono om ‘emo-postrock’ te fabriceren in de stijl van Sonic Youth, Fugazi en de Pixies. Tien jaar later leveren de Rotterdammers met Populism, een album vol met prachtige popliedjes, waarin puberale boosheid heeft plaatsgemaakt voor positievere emoties. Een Monoloog van de 25-jarige Bart Hoevenaars.

“Onze eerste plaat No Can Dance, is vooral een product van teenangst. Het is een uiting van boosheid op het leven en het ook niet accepteren. Cynische, bijtende teksten en vooral veel herrie maken stond daarin centraal. Het is geen negatieve plaat en ik ben er nog steeds erg blij mee, maar het zijn natuurlijk ook teksten waarvan sommige al tien jaar oud zijn. Voordat ze op de plaat terecht kwamen, waren ze al helemaal live gevormd. No Can Dance is daardoor ook meer een bandplaat dan Populism.

Deze cd zat al veel langer in mijn hoofd. Ik wilde een echt popalbum maken. Dat lukte niet in de oefenruimte. Daar waren we alleen maar bezig met het herhalen van nummers. In tegenstelling tot live spelen – daar word je beter van- is honderd keer dezelfde set oefenen, alleen maar stomvervelend en gaat irriteren. Het was een beetje op, precies op het moment dat onze drummer Max aankondigde dat ie voor een jaar naar Berlijn zou gaan. Dat kwam dus eigenlijk wel goed uit, want in mijn hoofd was ik al veel breder bezig. Het was wel lekker om lang in mijn eentje aan deze plaat te werken. Mono is nooit een jamband geweest, dus de rest van de band vond het wel oké geloof ik.

Populism is veel introspectiever dan No Can Dance. De teksten zijn veel persoonlijker. En omdat het veel persoonlijker is, vond ik het nog moeilijker om mijn nummers uit handen te geven. Maar het is ook niet zo dat ik een jaar niks van me had laten horen en toen tegen de rest zei: “Nou , dit is het album en jullie hoeven het alleen nog maar te spelen.” Dat zou ook raar zijn. Ik heb af en toe wat laten horen aan Menno en Max.

Max heeft ook twee nummers geschreven. Hij zat net in een relatiecrisis. Het ging uit met zijn vriendin, dus hij was erg bezig om zijn emoties van zich af te schrijven. Point of No Return, was een lange lap tekst, waarvan uiteindelijk twee coupletten zijn overgebleven. Ik heb het idee dat hij zich voor het eerst zo voelde. Het klinkt cru, maar het kwam voor de plaat precies op het goede moment. Het paste perfect bij de rest van het materiaal.

Het uitgangspunt was een soort Songs in the Key of Life van Stevie Wonder, maar dan met liefde als thema. Qua sfeer, gevoel en teksten, keek ik vooral naar Blonde Redhead, Beatles, Beach Boys, Billy Joel en Todd Lundgren als inspiratiebronnen. Ik ben heel erg bezig geweest met het analyseren van hun nummers. Akkoordenschema’s, arrangementen, koortjes. Niet op een mechanische manier, zo van na een C-akkoord hoort een G-akkoord, maar meer om het juiste gevoel te krijgen.

Toen Max weer terug was, zijn we een maand lang, vijf dagen per week de oefenruimte in gegaan om de nummers te spelen en bij te schaven. Al tijdens het schrijven, wist ik dat we een extra bandlid nodig hadden. Mijn broer Jos heeft wat dat betreft een hoop problemen opgelost. Het klinkt als een cliché, maar zijn bijdrage kwam als een frisse wind. Als je acht jaar samen in een hok staat, dan krijg je bepaalde manieren van communiceren. Net als in een huwelijk. We hadden iemand nodig die zei: “Genoeg gelul, nu doen we dit nummer nog een keer.”

Bij de uiteindelijke opnamen hebben we ook veel gehad aan Remko Schouten van IJland Studio. We zijn zelf allemaal niet zo technisch, maar hij begreep ons helemaal en was erg enthousiast over onze muziek. Hij doet veel meer dan alleen wat knoppen indrukken. Wat dat betreft, laten we ons graag verrassen door mensen die iets beter kunnen dan wijzelf. We staan open voor leuke ideeën. Voor onze clip is Mirka Duijn verantwoordelijk. Tijdens het brainstormen kwamen er beelden van een gymzaal naar boven. Het nummer gaat over vallen en opstaan. En dat doe je toch het best op een dikke mat.

Helaas is de clip alleen op 3voor12 te zien. TMF en MTV draaien vooral veel dezelfde video’s. Áls ze die al draaien natuurlijk, want op Music Television is tegenwoordig helaas alleen nog maar plaats voor Reality TV. Dat was tien jaar geleden wel anders…”

Tekst en fotografie: Dimitri Hakke

Theater Zuidplein

Theater voor Jan en Achmed met de pet

Theater Zuidplein is een echt volkstheater. Laagdrempelige voorstellingen voor jong, oud, geschoold, ongeschoold, allochtoon en autochtoon. Ook het nieuwe seizoen biedt voorstellingen voor iedereen. “Elke Rotterdammer moet minstens één kaar naar Theater Zuidplein zijn geweest.”

Aan het woord is directeur Doro Siepel, die sinds vorig jaar de scepter zwaait over het van 1953 daterend complex in Rotterdam-zuid. “Of het altijd een volkstheater is geweest, dat wil ik eigenlijk komend jaar laten onderzoeken. In de beginjaren was het dat zeker. In de jaren zeventig en tachtig veranderde de bevolking en daarmee ook het karakter van de voorstellingen. Nu zitten we in een periode waarin we weer terug gaan naar het begin: theater voor het volk.”

Met zo’n 325 voorstellingen per jaar, is er bijna dagelijks iets te zien in Theater Zuidplein. Naast veel cabaret en jongerentheater, is er ook in het komende seizoen weer plaats voor concerten. Maar ook voor wijktheater en kluchten is er ruimte. “De klucht is niet typisch Nederlands”, aldus Siepel. “In verschillende culturen is het een grote traditie. Het komt voor in de Surinaamse, Antilliaanse, Marokkaanse en Turkse culturele tradities. Het leeft daar écht!”

“De afstand tussen makers en publiek is bij andere theaters groter dan bij ons. De verhaallijnen en het taalgebruik zijn misschien wat makkelijker. Voorstellingen hoeven ook niet altijd moeilijk te zijn, of een grote maatschappelijke boodschap uit te dragen. Veel mensen willen geen moeilijk gedoe als de hele week hard hebben gewerkt, maar lekker lachen of herkenbare situaties zien”, aldus Siepel.

Bij het aanboren van nieuw publiek, speelt het wijktheater een grote rol. “De innige samenwerking is alleen maar inniger geworden. De wijktheaters kunnen uitstekend vertalen wat er onder het volk leeft. Zo is er dit seizoen onder meer de prachtproductie over honderd jaar Feyenoord.” Dit toneelstuk zal begin april in première gaan op een groot Internationaal Congres over Wijktheater in Theater Zuidplein. Na tien voorstellingen gaat de voorstelling in delen naar de diverse wijktheaters.

Buiten de reguliere voorstellingen om organiseert Theater Zuidplein nog andere ‘drempelverlagende activiteiten’ zoals workshops, verkleedmiddagen, gesprekken met theatermakers, stages en open podia voor iedereen die iets te melden heeft op cultureel gebied. Van verhalen vertellen tot dansen. Maandelijks kunnen talenten hun kunsten etaleren, met als uiteindelijk doel, een eigen avondshow in het theater.

Zelfs aan degenen die wel zin hebben om naar een voorstelling te gaan, maar opzien tegen het ‘enge’ Zuidplein na afloop van de voorstelling, is dit seizoen gedacht. Medewerkers brengen iedereen die daar behoeft aan heeft, veilig naar hun auto, metro of tram. Een excuus om niet naar het theater te gaan is er nauwelijks meer.

Theater Zuidplein, Zuidplein 60, 3083 CW Rotterdam.

010-2030203 http://www.theaterzuidplein.nl/

Sabeltandtijger in Rotterdam

Oog in oog staan met een sabeltandtijger? Het kan vanaf 1 september in het Natuurhistorisch Museum. Een levensgroot model van dit tot de verbeelding sprekende roofdier met zijn vlijmscherpe hoektanden, staat centraal in de expositie ‘Het is gevaarlijk – de sabeltandtijger in Rotterdam’.

Aanleiding voor de expo is een vondst die enkele Urker vissers deden in het zuidelijke deel van de Noordzee. In 2000 werd een deel van de kaak van een sabeltandtijger (Homotherium Latidens) opgevist. De kaak bleek slechts 28.000 jaar oud te zijn , terwijl eerder werd aangenomen dat deze Europese variant zo’n 300.000 tot 400.000 jaar geleden uitstierf. In het Natuurhistorisch Museum wordt niet alleen de originele onderkaak tentoongesteld. Remie Bakker creëerde voor de expo een levensgroot model van de tijger, waardoor bezoekers een reëel beeld krijgen van dit machtige roofdier. Daarnaast is er ruimte voor de Noordzee als rijke vindplaats van fossiele resten van zoogdieren uit de ijstijd, de evolutie van deze tijgersoort, zijn leefgebied in het destijds droogliggende Noordzeegebied en is er aandacht voor twee van zijn belangrijkste prooidieren: de wolharige neushoorn en de steppewisent. Aan een bronzen afgietsel van de complete schedel, kunnen de bezoekers tenslotte ook nog zelf voelen waarom juist deze katachtige, sabeltandtijger werd genoemd en waarom de gebitten van hyena, wolf en leeuw erbij in het niet vallen. (DH)

Het is gevaarlijk – De sabeltandtijger in Rotterdam, het Natuurhistorisch Museum van 1 september tot en met 25 november.

Vooruitstrevende gebouwen centraal tijdens Open Monumentendag

De Bergpolderflat, het sportfondsenbad in de Van Maanenstraat, Huis Sonneveld en de Van Nellefabriek, zijn enkele gebouwen die dit jaar te bezichtigen zijn tijdens de Open Monumentendag. De editie van 2008 staat in het teken van Moderne Monumenten. Door het bombardement is Rotterdam vrij karig bedeeld met traditionele historische monumenten, maar is de stad goed voorzien van vooruitstrevende, opvallende gebouwen. Naast de huidige hoogbouw, heeft ook de periode van 1900 tot 1965 een duidelijke handtekening achtergelaten in de Rotterdamse Architectuur.

Tijdens de Open Monumentendag kunnen bezoekers drie routes volgen in de wijken Spangen, Blijdorp en Bloemhof/Hillesluis. De Van Nellefabriek (1925-1930) is een mooi voorbeeld van het nieuwe bouwen. Aan de ene kant is het gebouw een voorbeeld van functionalisme met beton, glas en metaal als basis. Tegelijkertijd verbeeldt het gebouw het verlichte ondernemersschap van de opdrachtgever, dat voortkwam uit zijn theosofische achtergrond. Een ander staaltje van het ‘nieuwe bouwen’ is terug te vinden in het Van Maanenblad (1932). Functioneel, strak, licht en luchtig. Bijzonder aan dit gebouw was het openschuivende dak (dat tegenwoordig helaas niet meer functioneert) en de grote zonneweide.

De Open Monumentendag op 8 september wordt omlijst met een jazzontbijt, kinderactiviteiten, theatrale rondleidingen en een stadspicknick bij het Stulemeijer 2- complex en het Justus van Effen-complex. (DH)

Open Monumentendag, 8 september (diverse locaties) Meer info: http://www.openmonumentendag.nl/

The Power Show – Car Girls

Jacqueline Hassink

De Nederlandse, in New York woonachtige fotografe Jacqueline Hassink rondt in de loop van 2006 een omvangrijk project af: Car Girls. Hassink fotografeerde van 2002 tot 2006 de charmante dames die op autobeurzen bij de auto’s poseren. Wanneer autofabrikanten zich met hun producten willen onderscheiden, stellen ze allemaal hun nieuwste auto’s op de zelfde manier voor: met behulp van vrouwelijke modellen. De vrouwen zijn niets meer dan een hulpmiddel, een uithangbord. Of het nu shows betreft in Detroit, New York, Tokyo, Shanghai, Frankfurt, Genève of Parijs.

Europa, de Verenigde Staten, China en Japan hebben wel allemaal verschillende culturele achtergronden en ideaalbeelden van schoonheid en vrouwen. Om deze reden bezocht Hassink de autoshows op drie continenten. Hassink: “Ik probeerde dat moment te vangen, waarop de vrouwen geen individu meer waren maar een pop of een hulpmiddel.”

“Opvallend genoeg zijn in Frankfurt Car Girls als fenomeen bijna verdwenen, terwijl in Parijs en Genève vele modellen aanwezig waren”, aldus Hassink. “In Japan zijn er nog veel en doen zij een beroep op verschillende fantasiewerelden, zoals dat in Japanse cultuur gebruikelijk is. De Amerikaanse vrouwen presenteerden zich meer uniform: in hoog gehakte zwarte laarzen en zwarte kostuums. ”

Het resultaat van Car Girls is, behalve in het Nederlands Fotomuseum ook te zien op de site van Hassink. Via een visuele database zijn alle ‘automeisjes’ in categorieën ondergebracht. Zo kan de bezoeker zoeken op o.a. plaats, automerk, autokleur, haarkleur van de meisjes of kledingsstijl. Zoeken op merk toont duidelijk het idee van Car Girls. Zo presenteert Nissan, Shanghai zich volledig anders dan Nissan, Detroit.

Het Nederlands Fotomuseum toont Car Girls in installatievorm en wordt aangevuld met andere recente werken. [DH]

18 november 2007 – 31 januari 2008

Nederlands Fotomuseum (Las Palmas)

CAMERETTEN Jandino Asporaat

Tientallen deelnemers hebben de afgelopen maanden hun uiterste best gedaan in de voorronden van de 42ste editie van Cameretten. Welk Cabarettalent wint op 24 november de finale in het Nieuwe Luxor? De Beloning: Eeuwige roem en je naam in het lijstje van grootheden als Marc-Marie Huybrechts, Eric Sauers, Plien en Bianca, Theo Maassen, Hans Teeuwen, Brigitte Kaandorp en Ivo de Wijs. Uitagenda Rotterdam belde met oud-deelnemer Jandino Asporaat en informeerde naar het Camerettengevoel.

Je won in 2005 de persoonlijkheidsprijs tijdens Cameretten. Wat zijn je herinneringen aan die avond?

Het was voor mij volkomen nieuw om in zo’n grote zaal te staan. Dus wat dat betreft was de halve finale al een overwinning. Ik dacht steeds: dit neemt niemand me meer af. Die persoonlijkheidsprijs zag ik echt als een hele leuke bonus. Je staat daar als maagd op het podium. Je maakt je eerste grap en die werkt dan. Ik kon het bijna niet geloven.

Wat maakt Cameretten tot zo’n speciaal festival?

Ik heb dus geen ervaring met andere festivals, maar wat mij opviel was dat er zo goed voor je gezorgd wordt. Vanaf de eerste ronde waar ik voor 170 man stond te spelen tot aan de voorbereidingen voor de finaleronde. Dan gaan ze een weekend met je werken. Je krijgt workshops, tips, je blijft zelfs slapen. Met als enige doel je cabaretvoorstelling beter maken. Je kan met elke vraag komen. Het was echt bijzonder. Je krijgt een soort familiegevoel. Zeker als je na de finale met z’n drieën op tournee gaat. Dan is elke vorm van competitie, als die er al was, verdwenen en dan wil je samen gewoon een schitterende avond maken. Ik heb nog steeds contact met een aantal deelnemers. Net nog sprak ik met de Timothy Begeyn, de winnaar van 2005.

Je staat inmiddels in de theaters met je eigen voorstelling Antilliaanse Pot. Wat kunnen de bezoekers daar verwachten?

Mensen kunnen een feest verwachten! Het is gaat over mijn leven. Mijn familie, de liefde, alles wat mij bezig houdt. Het is geen normaal, standaard cabaret. Het is niet alleen voor Antillianen hoor. Voor iedereen. Allochtoon of autochtoon. Ik heb de voorstelling ook gespeeld voor de koningin. Nou als koningin Beatrix er om kan lachen, kan iedereen er om lachen toch, hahaha.

Cameretten 2007. De finale vindt plaats op 24 November in het Nieuwe Luxor. De finaletournee van Cameretten 2007 duurt dit jaar ongeveer 45 avonden in de periode van december 2007 tot en met mei 2008. Voor het volledige schema zie: http://www.cameretten.nl/

Jandino Asporaat toert door het land met Antilliaanse Pot en staat op 9 november in het Fortis Theater a/d Schie in Schiedam. Voor meer data zie: http://www.jandino.nl/

[DH]

Het leven na The Gathering

Anneke van Giersbergen 13 jaar lang het boegbeeld van de symfonische rockband The Gathering. Na acht albums vond de 34-jarige zangeres het hoog tijd om nieuwe wegen te verkennen in haar leven en op muzikaal gebied. Die verkenning is er gekomen in de vorm van poprockformatie Agua de Annique. Op het debuutalbum Air, dat Van Giersbergen maakte met Jaques de Haard, Rob Snijders en Joris Dirks, staan breekbare liedjes zonder de bombast van The Gathering. Van Giersbergen, die ook piano speelt op het rock/pop georiënteerde album, schreef bijna alle muziek en teksten voor het debuutalbum zelf. Het geluid van de liedjes varieert van singer/songwriter tot aan pure pop en rock. Stemmige pianomuziek en subtiele gitaren begeleiden de herkenbare dromerige vocalen die je meevoeren op een muzikale reis. Fans van The Gathering hoeven niet te wanhopen. Het vervoermiddel mag dan anders zijn, maar de betovering van Van Giersbergen blijft. Of Agua de Annique ook op het podium z’n mannetje staat, is op 9 November te zien in de Mezz in Breda. Support komt deze avond van de band Lawn. Een vierkoppige alternatieve indierock band uit Groningen. Hun liedje Fix van het album Backspace is een duet met Anneke van Giersbergen.[DH]

Agua de Annique (support+ Lawn) in Mezz, 9 november 21.30 uur

Sla eens een dichter op zijn kop!

Dichters meppen popmuzikanten en popmuzikanten slaan dichters om de oren. Met woorden welteverstaan. In een heuse boksring nemen vertegenwoordigers van beide disciplines het tegen elkaar op, in de ultieme strijd om de macht over het woord. Pop vs Poetry zorgt voor een verhitte sfeer op het podium. Geen bandjes of een danceparty, maar een heus kickboksspektakel vol gespierde taal. Een sportieve setting, compleet met masseurs, rondemissen, jury, scheidsrechters en lenige woordkunstenaars. Het uitgangspunt voor Productiehuis Oost-Nederland: “Zijn goede liedjes immers geen briljante gedichten en zijn goede gedichten eigenlijk geen prachtige liedjes?”

Via een applausmeter na elke ronde bepaalt het publiek mede, wie de machtsstrijd heeft gewonnen. De presentatie en muziek is in handen van Tim Beumers en DJ MP (VSOP). De acteurs: Jeroen Bousma (Job-Joris, masseur pop), Dagmar Bokma (Elisabeth, jury), Maurice Gresnigt (Max, masseur dichters), Floor Jansen (rondemiss Shirley) en Rob Kramer of Lucas Kok (Diederik, jury). De dienstdoende dichters verschillen per avond. Eerder verschenen in de ring o.a. Bob Fosko, Marco Roelofs (Heideroosjes),Thé Lau, Jules Deelder, Diana Ozon en Rick de Leeuw. In theater De Bussel is het de beurt aan Bazz (Van Katoen,captain Popteam), Hans Vandenburg (Gruppo Sportivo) en Def P (Osdorp Posse). Zij nemen het op tegen Sieger M.G. (captain Poetryteam), Simon Vinkenoog en Daniël Dee. [DH]

Pop vs Poetry, 22 november, Theater de Bussel, Oosterhout

Rock & Roll en mode op Going to a Go-Go

Vegas villains go Hollywood bananas is het thema van de derde editie van het Going to a Go-Go Festival. Het multidisciplinaire retrokunstenfestival strijkt dit jaar neer in Rotown en het Centrum Beeldende Kunst. Met toepasselijke Rock & Roll-muziek, een speciale A Go-Go-cocktail en een catwalk met daarop modellen gehuld in nagelnieuwe creaties. Tijdens het festival krijgen jonge ontwerpers in een modeontwerpwedstrijd, de kans om hun meest originele visie aan het publiek en een jury te tonen. In samenwerking met de FOTOfactory in Breda wordt een fotowedstrijd voor beginnende fotografen georganiseerd. Degene die de modeshow het mooist in beeld weet te brengen, krijgt een korte opleiding modefotografie aangeboden. The Ragtime Wranglers zorgen voor de muzikale omlijsting in het CBK. De Rotterdamse formatie speelt instrumentale Amerikaanse rootsmuziek, jaren 50 rockabilly, vroege country en rhythm & blues. Voor deze gelegenheid komen wat muzikale vrienden over de vloer.

Voor de rest van de muziek is Rotown op 4 November de place-to-be. Daar spelen The Bishops en de Oops-a-Daisies. Oops-a-Daisies is een internationaal gezelschap dat bestaat uit 7 dames uit Nederland, Spanje en de Verenigde staten. Behalve uit gitaar, bas en drums bestaat het instrumentarium van deze band o.a. ukelele, koeiebel, banjo, trompet, mondharp, kokosnoten , lepels, kazoo, wasbord, lapsteel gitaar en een vogel. Londense Rock and Roll komt van The Bishops, met de tweeling Mike en Pete Bishop in de gelederen. Ze worden ondersteund door een drummer met Schotse roots, Chris McConville. Volgens recensies is de grote kracht van de band is, dat ze een volstrekt unieke, nieuwe en opwindende herinterpretatie neerzetten van songs, klanken en ritmes uit de hele popgeschiedenis. “Alsof The Hollies, Beatles, Beach Boys, Dick Dale en The Knack lekker aan het jammen zijn met The Feeling, Fratellis en Kaizers Orchestra.”

Going to a Go-Go Festival in het CBK en Rotown. 4 november 2007 vanaf 12 uur. Meer info via: http://www.goingtoagogo.com/

Hip Hop Huis leert jongeren breakdancen

“Zonder muziek geen motivatie en inspiratie.”

Door Dimitri Hakke

“Nee, ik doe volgende week pas mee”, reageert een meisje als haar gevraagd wordt plaats te nemen op de dansvloer. “Ik kijk liever eerst even!” Om haar worden kracht bij te zetten schuift ze haar stoel een stukje naar achter. Vijftien cursisten met iets meer durf wagen zich gelukkig wel aan hun allereerste Breakdance-passen.

Harde muziek schalt door de lesruimte aan de Coolhaven. Breakdance-docent Docent Karim El Maslouhi (20) van het Hip Hop Huis is dan ook soms moeilijk te verstaan. “Nu gaan we een toprol maken!” Een wat? Een koprol? Bij nadere bestudering blijkt de term Toprock te zijn. De basispas waarmee alle breakdancers moeten beginnen, willen ze het ooit schoppen tot ‘vette moves’ als de windmill, freeze, sixstep, helicopter of de headspin. Muziek is noodzakelijk volgens de negentienjarige Stefan Sakrama. Als zogenaamde semi-gevorderde breakdancer kan hij het weten. “Zonder muziek geen motivatie en inspiratie.”

Wedstrijd

Breakdance en muziek vormen al sinds de jaren zeventig een onafscheidelijk koppel. In de zwarte wijken van New York daagden jongeren elkaar uit tot danswedstrijden. Bij deze battles ging het er om elkaar met zo extreem mogelijke bewegingen de loef af te steken. Hiphop-videoclips en Hollywood-films zoals Flashdance, Beatstreet of Bodyrock brachten de dansstijl tot buiten de getto’s van New York. De dans vindt plaats in een kring van toeschouwers, waarbij op de maat van muziek snelle spectaculaire bewegingen en poses elkaar afwisselen. Vervolgens probeert de tegenstander deze weer te overtreffen. Elementen die hierbij een rol spelen zijn: snel voetenwerk,draaien op handen en hoofd en het stilzetten van een beweging (freeze). In de loop van de jaren zijn er nieuwe elementen toegevoegd van andere dansen en sporten zoals Capoeira.

Dat veel breakdancers trainingspakken dragen in videoclips, is vanavond te begrijpen. Al bij de warming-up blijkt dat sommigen niet gekleed zijn op ingewikkelde dansbewegingen. Spijkerbroeken blijken toch wat strak en spaghettibandjes van topjes vallen om de haverklap naar beneden. Probeer je dan maar eens te concentreren op je danspassen.

Herhaling is het toverwoord bij breakdance. De sixstep (de zes basis grondpassen) moet een automatisme worden. “De stappen netjes afmaken”, waarschuwt Karim “Ook al is je buurman of buurvrouw al verder. Alleen naar de beat luisteren, dan gaan we allemaal tegelijk.”

Stapjes

Volgens cursist Stefan geven veel mensen het te snel op. “Als ze zien dat het best moeilijk is, stoppen ze er mee”. “Je moet er echt voor gaan”, is zijn advies. Stefan is blij met het Hip Hop Huis. “Ze zijn hier heel open en vrij. Als je iets fout doet, dan word je goed geholpen.” Na negen lessen heeft hij zelf nog moeite met de Windmill, waarbij de benen als molenwieken dienst doen. “Maar ik ga het leren. Stapje voor stapje…”

De zestienjarige Amber Rebers is meegekomen met haar broer. Ze is tevreden met haar eerste stapjes op het breakdance pad. Ik heb wel eens streetdance gedaan. Maar dit is een veel grotere uitdaging, acrobatischer. De meeste bewegingen ken ik wel uit videoclips. Maar kijken is toch een stuk makkelijker, ha ha!”

Het Hip Hop Huis bestaat sinds augustus 2002. Het initiatief voor dit huis kwam van drie prominente personen uit de Rotterdamse breakdance scene: Bennie Semil, Lloyd Marengo en Aruna Vermeulen. In samenwerking met de SKVR en KOA (Kunst Onder Andere) verzorgt het Hip Hop Huis lessen breakdance, streetdance, electric boogie en DJ- en MC-cursussen. Prijzen v.a. 35 euro voor tien lessen. Meer info: Coolhaven 100a, 3024 AH Rotterdam, 010-4118371, http://www.hiphophuis.nl/ info@hiphophuis.nl

De pracht van Opium

[door Dimitri Hakke]

Het roken van opium is door de eeuwen heen omgeven door mystiek. De gevaren, de verslaving, de handel en de illegaliteit die rondom het rookwaar hangt. Minder bekend zijn de rituelen en de attributen. De Kunsthal toont een keur aan objecten, zoals lampen, schalen en een compleet interieur van een Chinese opiumkit. Handgemaakte pijpen van bamboe, zilver, ivoor of jade laten zien dat opium een luxeartikel was.

Met de tentoonstelling Het Zwarte Parfum, toont de Kunsthal een historisch overzicht van het opiumgebruik. Hoewel China wordt gezien als het opiumland bij uitstek, waren het de Egyptenaren die al in 1600 voor Christus, opium gebruikten. Het gestolde sap van een gedroogd zaaddozen van de papaverplant werd gebruikt om huilende baby’s te kalmeren. De kracht van de plant als pijnstiller, hoestonderdrukker en verdoving werd alom geaccepteerd. Zelfs Homerus noemt de plant in zijn epos de Ilias. Schrijver Thomas Sydenham (1624-1698) roemde de verlichtende effecten van Opium: “Van alle remedies die de Heer aan de mens geschonken heeft om zijn lijden te verlichten, is geen enkele zo universeel en werkzaam als opium.” Het is niet voor niets dat de papaver ook wel geluksplant werd genoemd. Naast Sydenham genoten schrijvers als Charles Dickens, Oscar Wilde, Samuel Tayor Coleridge, Rudyard Kipling en diverse kunstenaars van de inspirerende werking van de drug.

Natuurlijk is er genoeg aandacht voor de schaduwzijde van het opiumgebruik. Gewenning leidt tot afhankelijkheid en meestal verslaafd is er geen weg terug. Als handelsartikel was Opium goud voor de Engelsen. Het diende als breekijzer om de eeuwenlang gesloten poort van het Hemelse Rijk te forceren. Een handelspolitiek die bijna leidde tot de ondergang van China. Sindsdien zien Chinezen opium als het symbool voor buitenlandse uitbuiting en vernedering. In het begin van de twintigste eeuw werd de handel en het gebruik ervan verboden. Wat de massale vernietiging van pijpen en aanverwante gebruiksvoorwerpen tot gevolg had. In dat licht bezien is de collectie gebruiksvoorwerpen die in de Kunsthal tentoongesteld worden, nog unieker.

Opium – Het Zwarte Parfum 28 april t/m 8 juli in de Kunsthal.

“Take me out to the ball game”

Streamer: Rotterdams initiatief tilt honkbal naar hoger niveau

Door Dimitri Hakke

De ene dag begeleidt Robert Eenhoorn nog de beste honkballers van Nederland als bondscoach van het Nationale team. Een dag later staat hij alweer op het veld met de grootste talenten uit de regio, verenigd in zijn eigen honkbalschool, de Rotterdam Unicorns.

Een van Nederlands succesvolste honkballers , Robert Eenhoorn was zelf jaren lang actief in de Amerikaanse Major League Baseball-competitie, het mekka van de honkbalsport. Bij terugkeer in Nederland nam hij zich voor om de Nederlandse honkbalsport naar een hoger plan te tillen, met als resultaat: de Rotterdam Unicorns. In dit project krijgen regionale talenten de kans om in een team te spelen met andere talenten. Zes dagen in de week wordt er intensief getraind op techniek en tactiek van het spel. Daarnaast krijgen ze les op het Thorbecke Lyceum, waar het lesrooster om de trainingen heen wordt gebouwd.

Palen

Honkbal heeft zijn oorsprong in het Engelse spel rounders. De oudste bekende versie stamt uit 1330 en werd beoefend door melkmeisjes en boerenknechten. Pas in 1829 kwamen de eerste regels op papier en deden vier stenen of palen dienst als honken. Een slagman haalde punten voor zijn team als hij, nadat hij met een knuppel de bal heeft weggeslagen, via drie honken over de thuisplaat kwam. Met drie gemiste ballen, een vangbal of een foutbal is de slagman uit.

Aan het begin van de twintigste eeuw begon de professionalisering van honkbal in de VS, met de oprichting van de Major League. De Amsterdamse docent Grasé introduceerde de sport in Nederland, na een vakantie in de Verenigde Staten waar hij die diep onder de indruk raakte van het baseball. Nu , anno 2005 telt Nederland zo’n 12000 beoefenaars en behoort Nederland tot de beste honkbalnaties van Europa.

Bij de Rotterdam Unicorns worden de aspiranten (12-15 jaar) en junioren (15-18 jaar) steevast eerste in hun competities. Niet zo verwonderlijk dat regionale verenigingen in eerste instantie niet zo blij waren met de komst van de honkbalschool. Immers, de beste talenten werden weggeplukt zonder dat ze daar iets voor terug kregen. Om ook de breedtesport te verbeteren en daarmee het algehele niveau van de competities, geven de trainers van Rotterdam Unicorns regelmatig clinics en trainingen aan clubs uit de regio.

Gevarieerd

Een van de talenten die zijn club verruilde voor de school van Eenhoorn is Robert de Bruijn. “Dit is een hele goede opleiding. Je leert hier van de besten.” Het honkballen zit de 17-jarige Rotterdammer in de genen: “Mijn vader honkbalde en mijn moeder speelde softbal.” “Wat er mooi aan is? Alles, het is zó gevarieerd. Het is prachtig om tegen die bal te slaan.” Net als vele anderen, droomt ook hij van een grootse carrière. “Ik wil het hoogst mogelijke. Als je je geld er mee kunt verdienen, is dat prachtig. Maar je moet ook reëel zijn. Zoiets is echt moeilijk. Dus eerlijk gezegd, weet ik nog niet wat ik volgend jaar ga doen. Ik moet ook aan mijn toekomst denken.”

Ondertussen is Eenhoorn met zijn ploeg spelsituaties aan het trainen. Achter elkaar slaat hij ballen in het veld om te kijken of de spelers elkaars positie goed overnemen. Op het moment dat het mis gaat grijpt hij in: “Communiceren met elkaar , jongens!” Eenhoorn: “Fouten maken is niet erg, want daar leer je het meeste van. Maar als er niemand is die zegt, dat je het fout doet, dan leer je helemaal niks…”

Meer info:

De Honkbalschool Rotterdam Unicorns is in 2000 ontstaan uit een initiatief van de ex-topsporter Robert Eenhoorn, de Rotterdamse zakenman John Gordijn, de combinatie van Rotterdam Topsport en het Olympisch Steunpunt Rotterdam. Info: http://www.rotterdamunicorns.nl/

Meer info over clubs in de regio via de honkbalbond KNBSB. http://www.knbsb.nl/ of KNBSB -Twinstate II, Perkinsbaan 15, 3439 ND Nieuwegein. Telefoon : 030-6076070 E-mail : info@knbsb.nl

Aan een touwtje de Euromast af

Streamer: “Kom op jongen, je hebt gebungeejumpt , dus waarom dit niet?!”

door Dimitri Hakke

“Het is goed gegaan, gelukkig”, grapt een van de instructeurs nadat een tweetal abseilers een succesvolle tocht van de Euromast naar beneden hebben gemaakt. Twee andere deelnemers die de tocht nog moeten maken trekken wit weg: “Dat klinkt toch een beetje als: ‘er heeft er weer eentje het overleefd’.”

Volgens abseiler-instructeur-fotograaf Sander Louwrier hoeven de mensen die zich aan een touw honderd meter naar beneden laten zakken, zich absoluut geen zorgen te maken. “We doen dit al zeven jaar. Elke instructeur is al ontelbare keren de Euromast afgedaald. Zelf ben ik opgehouden met tellen na vierenhalfduizend keer.” Voor elke abseil worden de bevestigingen goed gecontroleerd. “Het touw is niet kapot te krijgen. De twee touwen die elke deelnemer veilig op de grond zet, kunnen samen een gewicht van 8000 kilogram dragen. Tijdens elke tocht gaat een instructeur mee naar beneden die een oogje in het zeil houdt. Bovendien worden de touwen ook nog eens vastgehouden door iemand aan de voet van de mast. “Is dat die jongen die de hele tijd met allerlei vrouwen staat te praten?”, vraagt een andere deelnemer zich hardop af.

Skilift

Abseilen is afkomstig van de bergsport, als de manier om na een succesvolle beklimming van een berg weer veilig en snel naar beneden te komen. Voor bergbeklimmers als Sander is het abseilen dan ook bijzaak. “Je kunt het vergelijken met een skiër die in een skilift stapt. Zijn doel is om die berg af te dalen en niet om een ritje in de skilift te maken”, lacht de 33-jarige instructeur.

Een meisje in een Feyenoordshirt is het eerstvolgende ‘slachtoffer’ om de honderd meter naar beneden af te leggen. Ze is zichtbaar zenuwachtig, terwijl haar moeder foto’s staat te maken van de voorbereidingen. Ook haar abseilpartner probeert zichzelf moed in te praten. Hij ijsbeert heen en weer: “Kom op jongen, je hebt gebungeejumpt , dus waarom dit niet?!”

Als de gordel om zit, de handschoenen aan en de instructies (“bedenk maar dat het slechts 10 keer 10 meter is”) zijn gegeven, volgt de onvermijdelijke stap over de rand.

Weigeraars

Volgens Sander, die keer op keer moeiteloos over de rand springt om foto’s van de deelnemers te maken, zit het grootste probleem bij de start. “We hebben minimaal één ‘weigeraar’ per keer. Vandaag hadden we er zelfs twee die zeiden ‘geef mijn portie maar aan Fikkie’. Meestal zie je dat al van tevoren. Dan komen ze met dikke wallen onder de ogen aanzetten omdat ze de hele nacht wakker hebben gelegen.

Richard en Margot bevestigen dat verhaal. “Op een gegeven moment moeten je handen de railing loslaten en moet je achterover leunen. Dan hang je alleen nog aan zo’n touw”, aldus Richard. “Je wordt wel goed gecontroleerd hoor”, benadrukt Margot. “Ze hebben echt drie keer gecheckt.”

De afdaling zelf is ‘kicken’ volgens het tweetal. Hoe verder je komt hoe meer snelheid je kunt maken is hun ervaring. “Op een gegeven moment zijn we maar een wedstrijdje gaan doen. En ik heb gewonnen”, lacht de 26-jarige Margot.

Een nieuwe groep staat al weer klaar om de duizelingwekkende tocht te maken. Ze worden gadegeslagen door een meisje van een jaar of zeven. Verontrust kijkt ze naar haar vader en klampt hem vast. “Pappa, je moet echt niet gaan abseilen hoor!” Het meisje kan gerust zijn: aan de blik van pappa te zien, gaat dát niet gebeuren…

In de weekenden t/m september 2005 biedt Height Specialists aan iedereen de mogelijkheid om te abseilen of te tokkelen van de Euromast. Buiten dit seizoen is het ook voor groepen mogelijk om exclusief te abseilen en/of tokkelen van de Euromast.

Meer info: http://www.abseilen.nl/ , info@heightspecialists.nl

Height Specialists

Dynamoweg 28

2627 CH Delft

t: 015 256 56 62

Wie: zZz (Fret)

Waar: Rotown, Rotterdam

Tekst en foto: Dimitri Hakke

Na Lowlands is het nu de beurt aan Rotown om te vallen voor het vuigste Rock ‘n Roll-duo van Nederland, zZz. Met een overdonderend hard intro zit de schrik er behoorlijk in bij het publiek. Vingers gaan in de oren en er wordt gezocht naar iets dat dienst kan doen als oordopjes. Als het volume wat gedempt is, is het aangenaam luisteren naar de garage-electro van de Amsterdammers. Dit rockt, zuigt, swingt en rammelt aan alle kanten. Daan Schinkel bespeelt in zijn ouwe leren jekkie en afgetrapte All Stars een al even aftands orgel, dat zo uit de kringloopwinkel lijkt meegenomen. Bij zZz echter geen Stef Meeder of Cor Steyn-klanken, maar supersnelle sixties riedeltjes. Ondertussen praat-zingt drummer Bjorn Ottenheim zijn teksten met donkere stem à la Glenn Danzig of Jim Morrisson. Groovy drumritmes en vinnige slagen wisselen elkaar af. Het is duidelijk dat zZz het experiment niet schuwt. Rotown evenmin. Oud Vera-programmeur Joey Ruchtie kiest niet voor de braafste jongetjes en meisjes van de muziekklas, maar voor bands die niet zouden misstaan in andere -lees ruigere- Rotterdamse zalen als de Basement of Waterfront. Het rockduo van vanavond vliegt regelmatig uit de bocht, waarbij nauwelijks is vast te stellen of het de experimenteerdrang of een technische storing betreft. Tien minuten gedraai aan een effectenknop met veel gepiep en gebrom is voor sommige Rotowngangers echt te veel gevraagd en zij houden het dan ook voor gezien. Gelukkig komen af en toe die echte liedjes terug zoals XTC en OFG. Ook uitsmijter Theme of zZz is aardig om te horen. De danseressen die op Lowlands nog voor visuele ondersteuning zorgden, zijn vandaag helaas thuis gebleven. Het extraatje bestaat deze keer uit een klimpartij van Daan Schinkel en een bezoeker die zich, onder het mom van ‘iedereen kan experimenteren’ een kleine tien minuten mag uitleven op het orgel en aan de knopjes mag draaien. Als de rust is weergekeerd in Rotown komt buiten de politie aan rijden en blijft een kleine twee minuten staan voor de deur. Zou er dan toch geklaagd zijn over het geluidsvolume?

Kop: Revolutionaire ontwerpen van alle tijden

Streamer: Wonderbaarlijke audiotour langs architectonische Rotterdamse hoogstandjes

Door Dimitri Hakke

De kubuswoningen, het Witte Huis, de Lijnbaan, de Erasmusbrug, de Peperklip en zelfs de snackbar van Bram Ladage. Dagelijks argeloos voorbijgelopen door tienduizenden Rotterdammers, maar ten tijde van hun oplevering stuk voor stuk staaltjes van unieke architectuur. Een wonderbaarlijke audiotour langs veertig bouwwerken, voert de luisteraar terug in de tijd.

De jongeren die er dagelijks rondhangen hebben er waarschijnlijk geen weet van, maar de Lijnbaan was ooit een van de meest revolutionaire winkelgebieden in Europa. Een krakende stem met deftige tongval, rept via de mp3-speler over de ‘luchteurlog’, waarvan Rotterdam het slachtoffer werd. Wie zijn ogen even sluit, kan zich de sensatie voorstellen bij degenen die in 1953 bij de opening aanwezig waren. “Een uniek winkelgebied, uitsluitend toegankelijk veur den voetganger”, zo meldt de stem. Het ontwerp van Van de Broek en Bakema was zo vooruitstrevend dat het als voorbeeld diende voor winkelcentra over de hele wereld. Even later brengt Dorus een ode aan de Lijnbaan op de melodie van Delilah. “Ik ben zo razend verliefd op een straat als die Lijnbaan.”

De Sites & Stories audiotour is een stadszwerftocht vol levendige geluidsfragmenten. De ene keer lijkt het alsof je in een tijdmachine bent gestapt en bij de onthulling van een gebouw staat. Dan weer neurie je mee met oude Blue Band-reclames of krijg je een toelichting van de architect zelf. Studio VollaersZwart heeft bij de tocht een spectaculair ontwerp gemaakt voor de aankleding van de gebouwen, onder de naam Cliffhangers. Kenmerkende details van de gebouwen worden door middel van paarse kleurvlakken ‘uitvergroot’. Voor de kinderen die mee gaan op de Sites & Stories-tocht zijn er stads- en fantasiekaarten of een architectuurquiz. Verder verzorgt Rotterdam Architecture diverse fiets- en bustochten langs de locaties.

In Rotterdam is ruim honderd jaar architectuur te zien op een paar vierkante kilometer. Wie de veertig locaties bezoekt, krijgt een mooi beeld van het unieke karakter van de stad. De friettent van Bram Ladage (1990) op het Binnenwegplein, het kantoorgebouw De Brug (2002-2005), dat met een slakkengang over de bestaande margarinefabriek werd geschoven. Zo traag dat het met het blote ook niet waar te nemen was. Natuurlijk zijn er de Kubuswoningen (1978-1984), waarvan menigeen zich nog steeds afvraagt of de muren van binnen ook scheef zijn. Een tocht die gaat van het Westelijk Handelsterrein (1894) tot aan het multifunctionele hotelcomplex Montevideo, dat gebaseerd is op de woonwolkenkrabbers in New York. Met 152 meter is het gebouw op de Kop van Zuid het hoogste concertgebouw van de Benelux.

Ruim honderd jaar eerder was het de architect Molenbroek die eveneens een hoogterecord vestigde met het Witte Huis. Met zijn 43 meter gold dit gebouw in 1898 als hoogste van Europa en is daarmee een van de beste getuigen dat ondernemen en vernieuwen Rotterdammers in het bloed zit.

De MP3 audiotour is vanaf 5 april te downloaden via http://www.rotterdam2007.nl/ of op te halen (inclusief speler en plattegrond via de Rotterdam Store aan de Coolsingel 5.

Kader:

Wie inspiratie heeft gekregen na de vele architectonische indrukken om ook creatief bezig te zijn, kan zijn hart ophalen bij de fotowedstrijd rondom het thema Sites & Stories. Een van veertig gebouwen moet een rol spelen op de foto. Dit kan zijn als primair object, maar ook als decor of achtergrond. Er morgen ook mensen, objecten, of iets degelijks op komen te staan. Er zijn drie categorieën: studenten, jongeren tot 17 jaar en amateur-fotografen vanaf 26 jaar. Voor meer info (o.a. de lijst alle van gebouwen) http://www.fotowedstrijdrotterdam.nl/.

Schuddebuiken met schrijvers

Judith Visser en Bart Chabot interview

(R-Uit Maart)

Lof der zotheid is het centrale thema van de boekenweek 2007. Vernoemd naar het gelijknamige boek van Erasmus, belicht deze 72ste editie humor in al zijn vormen: van scherts tot aan ironie en van de glimlach bij Van ’t Reve tot aan de schaterlach bij Jules Deelder.

Erasmus zelf zal op 14 maart de boekenweek openen in de Arminiuskerk door een nieuwe vertaling van Lof der Zotheid te presenteren. De filosoof houdt een monoloog over Rotterdam anno 2007. De Arminiuskerk wil enkele relikwieën van Erasmus tentoonstellen, waaronder zijn schedel. Tijdens de openingsavond staat een discussie over literatuur en sponsoring op het programma en een lezing over domheid. Een en ander wordt omlijst met optredens van de woorddansers en een kamerorkest. Ook verschillende schrijvers zullen acte-de-presence geven. De organisatie hoopt op een soort boekenbalsfeertje. “Een mix van literair en poëzieminnend publiek en schrijvers.”

[Beste boek]

In samenwerking met de bibliotheek zijn vijf Rotterdamse auteurs genomineerd voor de titel ‘Rotterdamse boek van 2006’. Via de website van de Centrale Bibliotheek kunnen lezers stemmen op hun favoriete schrijver. Genomineerden zijn: Marcel Möring (Dis), Abdelkader Benali (Feldman en ik), J.A.Deelder (Swingkoning), Jeroen Naaktgeboren (Poetry Slam – Het festival) en Judith Visser (Tegengif).

De 28-jarige Judith Visser verraste dit jaar met Tegengif. Haar debuutroman over de wereld van prostitutie, deed al voor verschijning veel stof opwaaien. De eerste druk was een week na verschijning uitverkocht.

Vanuit Los Angeles reageert Visser verheugd op het nieuws. ”Ik las het vanmorgen, toen ik mijn ontbijt aan het klaarmaken was en mijn laptop opstartte. Het nieuws kwam echt uit de lucht vallen. Ik had dit absoluut niet verwacht.”Het grootste gedeelte van 2006 beleefde de schrijfster in een roes. “ Al maanden voordat het boek verscheen, was er onverwacht veel aandacht in de media. De eerste helft van 2006 was wat rustiger, hoewel het op persoonlijk vlak vrij pittig was. Ik ging onder andere door een echtscheiding heen.” Momenteel bivakkeert Visser in L.A om te werken aan haar nieuwe boek ‘Kim’. “Het speelt zich voornamelijk af in Los Angeles. Ik ben nogal van de research. Als ik ergens over schrijf, wil ik precies weten waar ik het over heb, alle details van binnen en buiten kennen, zodat ik me zo goed mogelijk kan inleven.”

Kim uit Tegengif is in ‘Kim’ inmiddels schrijfster. Ze heeft een boek geschreven over haar ervaringen als prostituee en krijgt te maken met bedreigingen. Ze krijgt van een vriendin de uitnodiging om een tijdje naar Los Angeles te komen. “Bij aankomst komt Kim meteen in een reeks bizarre, humoristische en soms gevaarlijke situaties terecht.” Kim verschijnt in september. “Zodra ik klaar ben, begin ik meteen met het schrijven van mijn derde boek. In pauzes geloof ik niet, ik stroom over van ideeën. Als ik daar tijdelijk afstand van zou nemen, ben ik bang dat het weg gaat en niet meer terugkomt.”

Arminiuskerk (14 maart, 5 euro) Museumpark 3, Rotterdam, 010-4363800

De keuze van Chabot

In diverse bibliotheekfilialen houden Nederlandse topauteurs literaire avonden. Onder hen Joost Zwagerman, Arthur Japin, Jan Siebelink en Bart Chabot. Laatstgenoemde is vooral bekend van zijn Brood-biografieen en zijn gedichten. De 52-jarige Haagse spraakwaterval staat momenteel in de theaters met Martin Bril en Ronald Giphart. Op 20 maart is hij te zien in de bibliotheek in Ommoord. Bovendien exposeert hij deze maand zijn favoriete boeken onder de noemer “De Keuze Van”.

Wat ga je doen op 20 maart?

Ik weet eigenlijk pas vlak van te voren wat ik ga doen. Mijn productie is inmiddels zo groot dat ik een behoorlijke keuze heb. Ik doe zeker een aantal verhalen uit mijn laatste boek FC Dood en gedichten uit Greatest Hits: Volume 1. Waarschijnlijk draag ik ook voor uit mijn drie nieuwe gedichtenbundels, die in maart verschijnen onder de titel McPain.

Je hebt ook een expo in de Centrale Bibliotheek. Welke schrijvers komen we daar tegen?

Truman Capote, Martin Amis, crime-writer Elmore Leonard, maar zeker Hunter Thompson. Én biografieën van Elvis en Jerry Lee Lewis. Het is een mengeling van Amerikaanse fictie en biografieën over Rock ’n Roll Heroes.

Jerry Lee Lewis is fantastisch. De laatst nog levende van de grondleggers van de Rock ’n Roll. Er zit wel een steekje aan ‘m los, maar daar hou ik wel van. Hellfire van Nick Tosches is een van de prachtigste Rock ’n Roll-biografieen ooit verschenen.

Bij de Nederlandse auteurs mogen Ome Jules, Martin Bril en Remco Campert natuurlijk niet ontbreken. Maar ik probeer zeker nog een paar verrassende keuzes te doen.

De boekenweek staat in het teken van humor in al zijn vormen. Wat heb je met humor?

Humor is hét instrument waarmee je serieuze en zwaarwichtige zaken kunt relativeren. Dat is buitengemeen belangrijk. Het stelt je in staat om grip op je leven te houden. Humor is een reddingsboei. Heb je dat niet, dan heeft het eigenlijk niet veel zin meer om de dag van morgen af te wachten.

Is er genoeg humor in de literatuur?

Nee! Er is een schrijnend gebrek aan…Het is allemaal loodzwaar en niet vrij van pretenties. Veel dikdoenerij en academisch jargon. Nee, dan Hunter Thompson. Om zijn verhalen moet ik zo onbedaarlijk lachen. Dat heb ik ook met het werk van Jules Deelder. Dat heeft zo’n ontzettende goedgemutstheid. Ik moet al lachen als ik er aan denk ha ha ha ha . Het is heerlijk om te schaterlachen bij een boek, maar ook de glimlach bij Van ’t Reve kan ik waarderen. Als het maar zonder goedkope middelen is. Het moet echt zijn en geen namaak, begrijp je?

Wat brengt 2007?

Na mijn toer met Giphart en Bril komt er een toerdagboek uit. Dan drie dichtbundels en in januari 2008 gaan we weer de theaters in met een nieuwe show. Het is zo ongelofelijk druk. Ik ben twee weken niet thuis geweest. Ik zie meer hotels dan mijn eigen bed. Eigenlijk leef ik nu een beetje het leven van de Rock ’n Roll-helden waar ik vroeger over las. Je bent voortdurend on the road. Maar ja, als ik thuis op de bank niks zit te doen, val ik in een diep gat.

Tot slot, wat is het meest zouteloze boek dat je ooit hebt gelezen?

Mmm, mag ik het zeggen? De Tandeloze Tijd van A.F.Th van der Heijden kreeg fantastische recensies. Het was een heel dik en strontvervelend boek. Het is een aardige gozer, maar er was geen doorkomen aan. Ik heb echt mijn best gedaan. Zelfs op de wc geprobeerd, maar zelfs om je reet mee af te vegen was het niet goed genoeg hahahahaha

Joost Zwagerman (14 maart) 20.30 uur Bibliotheek Bloemhof, Lange Hilleweg 380, Rotterdam, (010)4230217, Bart Chabot (20 maart)20.30 uur. Bibliotheek Ommoord, Wijkgebouw Romeynshof, Briandplaats 21, Rotterdam, (010)4216631, Jan Siebelink (21 maart)20.00 uur. Bibliotheek IJsselmonde, Groene Tuin 319, Rotterdam, 010)4829494, Arthur Japin (22 maart) 20.30 uur. Bibliotheek Hoek van Holland, Lokaal Cultureel Centrum De Hoekstee, Mercatorweg 50, Hoek van Holland, 0174)382551

Toegang op alle avonden bedraagt 5 euro. Reserveren via bibliotheekfilialen.

Programma 36e editie van het IFFR biedt meer dan alleen filmkunst (R-Uit Februari)

Licht? Camera? Expo!

Door Dimitri Hakke

Vierkante ogen van de tientallen films die voorbij zijn geflitst tijdens de 36e editie van het Internationaal Film Festival Rotterdam? Wie even geen zin heeft om in duistere zaaltjes te vertoeven en liever de benen strekt kan tijdens en na het festival terecht bij diverse exposities die in het teken staan van film en licht. Van een prikkelende performance in de Schouwburg tot handgeschilderde filmposters in de Kunsthal.

Van woensdag 24 januari tot en met zondag 4 februari toont het IFFR naast het reguliere filmprogramma een ruime keuze aan exposities. Onder de noemer Exposing Cinema vindt in Tent. de expositie Borderline Behaviour plaats. Deze tentoonstelling ziet animatie als een gevoel en niet als een filmgenre. Met de Fransman Emile Cohl, die tussen 1908 en 1918 meer dan 200 animatiefilms maakte als historisch vertrekpunt, bekijkt deze tentoonstelling de relatie tussen cinema en de beeldende kunsten. Centraal staan kunstenaars die een bijzondere vrijheid van denken en doen propageren. Borderline Behaviour is een ontmoetingsplek voor filmprojectie, videobeams, tekeningen, ruimtelijke installaties, sculpturen, wandschilderingen en fotografie. De tentoonstelling toont onder meer werken van de Emile Cohl, Ana Torfs, Tony Conrad, Peter Tscherkassky, Saul Levine, Juliana Borinski, Paul van der Eerden en Knut Åsdam.

Laatstgenoemde is tevens Artist in Focus tijdens het filmfestival. Dit programma biedt ruimte aan de eerste solotentoonstelling in Nederland van de uit Noorwegen afkomstige, maar vooral zeer internationaal opererende kunstenaar, fotograaf en videomaker. Een selectie van Åsdams films en fotowerken, waarin de relatie tussen stedelijke architectuur en de mens krachtig wordt verbeeld, is te zien op verschillende festivallocaties in Rotterdam.

[EIFFELTOREN]

In het Nederlands Architectuur Instituut wordt de bezoeker verleid door licht en architectuur. De komst van elektriciteit en de uitvinding van de gloeilamp aan het einde van de negentiende eeuw brachten een grote verschuiving teweeg in de manier van ontwerpen en bouwen. De tentoonstelling Architectuur van de nacht – Schitterende gebouwen laat zien hoe het gebruik van licht in de afgelopen honderd jaar de architectuur en onze beleving ervan heeft veranderd.

De wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs was met de verlichting van de Eiffeltoren de eerste manifestatie waar kunstlicht voor een groot publiek zichtbaar was in de architectuur. Niet veel later, aan het begin van de twintigste eeuw, proberen architecten met licht tot ruimtelijke vormen te komen. Prachtige voorbeelden hiervan zijn de Van Nelle Fabriek van Brinkman & Van der Vlugt in Rotterdam en de Volharding van Jan Buys in Den Haag. Deze gebouwen zetten bovendien de toon voor lichtreclame. In 2000 deden de groene bewegende lichtblokjes die Renzo Piano op de gevel van het KPN-kantoor in Rotterdam had aangebracht nog stof opwaaien. Verlichte maquettes in een verduisterde ruimte hebben een bijzondere plaats in de tentoonstelling Architectuur van de Nacht. Verder zijn er prachtige lichtontwerptekeningen, klassieke en moderne nachtfoto’s en collages van ‘by night’-ansichtkaarten te zien.

[VILLA VAN LICHT]

Waar in het NAI het exterieur van gebouwen centraal staat, richt de expo Villa Photon in Villa Sonneveld zich op het verlichte interieur. De objecten en sculpturen zijn geplaatst in de jaren ‘30 omgeving van de villa. Het parcours voert langs diverse kamers waar in de ontwikkeling van het klassieke peertje naar ‘atmosferisch geïntegreerd licht’ te zien is. De tentoonstelling omvat ondermeer vijf topstukken van sixties lichtkunstenaar Nicholas Schöffer, aangevuld met werk van Hans Schork, Jan Dibbets, Kerry Tribe, Moholy-Nagy, Jud Yalkut, Peter Struycken en de Vrielynck collectie. Vanwege het aparte karakter van de Villa kunnen slechts een beperkt aantal bezoekers tegelijk naar binnen. Tijdens het IFFR van 24 januari tot en met 4 februari worden ‘s avonds in de tuin van Huis Sonneveld onder de titel SatellietTuin videofilms geprojecteerd op een satellietschotel van bijna 2,5 meter doorsnee.

Eclipse in galerie RAM belicht de tijdelijkheid van licht, met name om de waarneming van licht in relatie tot tijd. Volgens de samenstellers is ‘een eclips is een moment van verdwijning, waardoor tegelijk onze gewaarwording aangescherpt wordt van de afstand die lichtstralen overbruggen. Het is een beleving van vluchtigheid.’ Deze vluchtigheid is gevangen in een aantal installaties van onder andere Mika Taanila, Carla Arocha en Anri Sala.

V2_ besteed aandacht aan het andere element van de film: geluid. Het Wit-Russische/Amerikaanse duo Evelina Domnitch en Dmitry Gelfand maakt kunstwerken waarin natuurkunde, scheikunde en informatica samen gaat met filosofie. Met de Camera Lucida proberen ze golfverschijnselen te vangen, zowel in geluid als in licht. De installaties van Domnitch en Gelfand zijn eeuwig veranderende verschijnselen. Het ‘observatorium’ is een doorzichtige, met gas gevulde kamer die geluidsgolven omzet in zichtbaar licht. Gasvormige microbubbels die in een vloeistof worden geïnjecteerd en gebombardeerd met ultrasound, imploderen en worden zo heet als de zon, waarbij lichtenergie vrijkomt in de vorm van geluidsgolven.

[TAMIL-CULT]

Bollywood is naast Hollywood de bekendste en grootste filmindustrie van de wereld. De Indiase filmindustrie stijgt met ruim 1200 films per jaar met gemak boven Hollywood uit. Maar ook het minder bekende Kollywood, beter bekend als de Tamil cinema, is een minstens zo noemenswaardige filmindustrie. De Kunsthal toont aan de hand van een twintigtal Kollywood billboards een van Indiaas grootste en populairste filmindustrieën. De musicalachtige films zijn in de ogen van westerlingen bizar qua kleur, entourage, setting en verhaallijn en worden bijna tot cult verheven. De handgeschilderde billboards laten in verschillende stijlen de letterlijk en figuurlijk uitvergrote emoties uit de Indiase films zien zoals jaloezie, heldendom, erotiek, angst, liefde en haat.

Ontwerpers van Bollywood- en Kollywoodbillboards hebben in de loop der tijd een eigen unieke stijl ontwikkeld om Indiaas publiek naar de bioscoop te lokken. De billboards voorzien steden van aangename decoratie, reflecteren op de snel veranderende samenleving en tonen de drang naar fantasie en ontvluchting. Globalisatie, technologische ontwikkeling en veranderend cultureel klimaat hebben de artistieke uitingen van de billboards onderdrukt. De handgeschilderde filmbillboards zijn van ‘low-culture’ in ‘high-art’ veranderd, en van de straat naar het museum verplaatst.

In de Rotterdamse Schouwburg spelen Simone Aughterlony en Meika Dresenkamp op 1 en 2 februari, een prikkelende performance van bewegende beelden en bewegende lichamen. In Between Amateurs hebben ze alles ingepakt en zijn klaar om te vertrekken ? of moeten ze nog aankomen? De een danst graag, de ander houdt van filmen. Ze wisselen hun rollen uit en delen hun vaardigheden.

Het toneel is een verzameling van vreemde bouwplaatsjes, vol kabels, apparatuur, lappen en meer spullen voor doe-het-zelfkunst. Ze spelen aanvankelijk ook zoals amateurs dat doen: uit liefhebberij. Maar gaandeweg ondermijnen ze hun rollen en wordt hun spel minder vrijblijvend. Ze stellen hun lichamen in de waagschaal en confronteren het publiek met een overdaad aan vluchtige beelden.

Het programma van het 36e International Film Festival Rotterdam verschijnt donderdag 18 januari 2007 als bijlage bij de Volkskrant en tegelijkertijd online op http://www.filmfestivalrotterdam.com/.

Borderline Behaviour TENT. van 25 maart tot en met 18 maart. Meer info: http://www.tentplaza.nl/ of 010- 4135498

Architectuur van de nacht – Schitterende gebouwen NAI van 27 januari tot en met 6 mei. Meer info: http://www.nai.nl/ of 010-4401200

Villa Photon Villa Sonneveld NAI van 27 januari tot en met 6 mei. Meer info: http://www.nai.nl/ of 010-4401200

Eclipse Galerie RAM van 25 jan tot en met 18 februari 2007. Meer info: http://www.ram-art.nl/ of 010-4767644

Camera Lucida V2_ van 24 januari tot en met 4 februari. Meer info http://www.v2.nl/ of 010-2067272

Kollywood Billboards – Tamil cinema uit India. Kunsthal van 20 januari tot en met 28 mei. Meer info: http://www.kunsthal.nl/ of 010-4400301

De festivalprogrammeur tipt… (R-Uit Jan)

Ludmilla Svikova is al ruim tien jaar aan het filmfestival verbonden als programmeur. Films uit Midden-Europa en Oost-Europa en sinds kort het Midden-Oosten vormen haar specialisatie. Regelmatig reist ze dan ook naar internationale festivals om mooie films los te krijgen voor het IFFR.

Kun je iets zeggen over de verschillen in filmcultuur in de landen die je bezoekt?

Dat is lastig te zeggen. Mijn idee is dat er weinig mag in de films in het Midden-Oosten. Maar eigenlijk kan ik daar moeilijk uitspraken over doen. In Oost-Europa zie je dat er nieuw talent komt boven drijven. Er was even een grote crisis, maar er is sprake van een nieuwe golf van kwaliteit en kwantiteit. Vanuit Roemenië en Hongarije komt meer op ons af. Regisseurs zijn veel met de geschiedenis bezig.Via films proberen ze hun verleden te verwerken. De tweede wereldoorlog is een belangrijk thema, net als het communisme.

Je kunt dus spreken van een positieve ontwikkeling?

Op elk gebied is uitgebreider. Zowel kunstzinnige als commerciële films. Het aanbod is veel groter. Voor een deel is dat te danken aan geld van de Europese Unie. Ook het Hubert Bals Fonds draagt bij aan die ontwikkeling. In Berlijn won vorig jaar won Gbravica uit Bosnië, de Gouden Beer voor beste Europese film. In het scriptstadium is deze ondersteund door het fonds.

Merk je nog iets van censuur of problemen bij films uit Oost-Europa of het Midden-Oosten?

Er zijn nog steeds een hoop taboes, zoals naaktheid en seks. Ook vloeken en vuile taal is een probleem in films. Waar ik blij mee ben is dat gemaakte films altijd wel de weg weten te vinden naar buitenlandse festivals, wat voor regime er ook is. Dat was vroeger in het voormalig Oostblok al het geval en dat is nog steeds zo.

Tot slot heb je nog filmtips?

Ik was wel verbaasd over de film Ors El Dhib. Meestal zijn Tunesische films heel anders, met veel kleuren en prachtige beelden. Deze voldoet niet aan dat mooie beeld. De film van Jilani Saadi

vertelt het verhaal over een jongen wiens vrienden in zijn aanwezigheid een vrouw verkrachten. Als zij wraak neemt op de mannen, wordt ook hij niet gespaard en ontwikkeld zich een vreemde relatie tussen de twee.

Optimisti is gemaakt door de Servische regisseur Goran Paskaljevic. In zijn eigen land is hij een beetje een persona-non-grata vanwege zijn kritiek op zijn landgenoten. Vijf verhalen vol zwarte humor, gebaseerd op Voltaire’s Candide.

Verder hebben we de Europese première van de op waar gebeurde feiten gebaseerde Israëlische film Meloma my Love van Joseph Madmony and David Ofek. Een mooie film over een niet zo’n mooi onderwerp: kanker en de dood van je geliefde.

Djembé-trommel vormt uitstekende muzikale basis (R-Uit Maart)

Bassen tot in de onderbuik

Was vroeger blokfluitles de basis voor verdere muzikale activiteiten, tegenwoordig is de djembé een goede start. Trommelen bevordert ritmegevoel, concentratie, creativiteit en het stimuleert zelfs je hersenen…

“Dit is links, he Eva!” Docent Willem-Paul (‘WP’) Majoie van de Delta Sound Factory corrigeert zijn jongste leerlinge als ze met haar verkeerde hand op de djembé slaat. Het is duidelijk dat sommige kinderen meer begeleiding nodig hebben dan anderen. Medeleerlingen Vincent en Jasper helpen een handje door het ritme een paar keer langzaam voor te spelen. Na een bedremmeld “Oké, ik zal het proberen”, deelt Eva rake klappen uit. Willem-Paul oogt tevreden: “En rechts,links,rechts, links, rechts en bas…”

De djembé is een trommel die zijn oorsprong vindt in West-Afrika, om precies te zijn in het Mandingo-rijk dat zich in de veertiende eeuw uitstrekte van Senegal tot Benin. Door de jaren heen heeft het instrument een grote rol gespeeld in de rijke traditie van verhalen over koningen en oorlogen. De bevolking maakt gebruik van het instrument bij oogstfeesten, bruiloften, besnijdenissen en begrafenissen. De trommel die op een poot staat en is bespannen met een dierenhuid, heeft als geen ander instrument de beat van de baarmoeder in zich: een doordringend en basaal geluid. Door de kelkachtige vorm heeft de trommel een groot klankbereik dat varieert van oorsuizende slaps tot bassen die je voelt in de onderbuik.

WP snuffelt tussen papieren waarop vreemde symbolen staan. ‘De Kamelendans’ staat op een vel, dat is volgeschreven met streepjes en kruisjes. Ze zijn bedoeld om aan te geven wanneer en met welke hand de djembé ‘beslagen’ moet worden. “Ik geef niet alleen les in traditionele Afrikaanse ritmes. Dat wordt snel saai voor jonge kinderen van de MTV- en computergeneratie, die alleen nog naar een scherm staart en nauwelijks nog beweegt”, vertelt WP. “Ik gebruik bekende popliedjes of maak zelf composities met gemakkelijk te onthouden namen zoals de Kamelendans. Bovendien laat ik de leerlingen ook zelf stukjes verzinnen.”

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat muziek maken goed is voor je brein, zo weet WP. “Hersenen die met muziek in contact komen, ontwikkelen zich op een bredere manier. Het kennis- en creatieve gedeelte wordt gestimuleerd. Ook het sociale element is belangrijk: je leert naar elkaar luisteren.” Djembé is een goede basis voor iedereen die verder wil in de muziek. Het is een makkelijk en toegankelijk instrument volgens de docent. “Iedereen kan het… Nou ja, er is een gedeelte dat gewoon geen ritmegevoel heeft. Maar zelfs die groep kun je nog flink verbeteren.”

Deelnemers aan de cursus krijgen elke week een les. Daarnaast is er elk half jaar een uitvoering, studiosessie of presentatie. “Het is leuk om ergens naar toe te werken, zodat je niet alleen maar aan het oefenen bent. Je leert hoe het is om op een podium te staan of een nummer op te nemen. Ook dat is goed voor je ontwikkeling. Maar bovenal moet het natuurlijk leuk zijn”, verzekert WP.

Het half uurtje zit er al weer op en de meiden voor zangles staan te trappelen om naar binnen te mogen. De elfjarige Jasper is uitgetrommeld voor vandaag. Hij volgt al een jaar Djembélessen en die bevallen goed. “Het is leuk en ook niet zo moeilijk. Oefenen? Haha, nee ik oefen bijna nooit. Ik zit thuis liever achter de computer…”

De djembélessen zijn voor jong en oud. Kosten bedragen 9 euro per week (inclusief optredens en opnamen) Proefles is gratis en een djembé is te huur voor 1 euro per keer. Meer info: The Delta Sound Factory, 010 – 433 43 52. http://www.deltasoundfactory.nl/ of info@deltasoundfactory.nl

Cursus Filmgeschiedenis biedt voor elk wat wils (R-Uit Feb)

Van Pantserkruiser Potjomkin tot Pulp Fiction

Filmliefhebbers konden eind januari weer hun hart ophalen tijdens de zesendertigste editie van het Internationaal Film Festival Rotterdam. Wie nog niet genoeg heeft gezien of zich wil verdiepen in de achtergronden, techniek en historie, kan deze maand terecht bij de cursus Filmgeschiedenis.

Film bestaat eigenlijk nog maar kort, vergeleken met andere kunstdisciplines. In 1889 maakte de Amerikaan Eastman het mogelijk om bewegend beeld te creëren door foto’s snel achter elkaar af te draaien via een projector. De eerste filmers maakten beelden van hun omgeving. In Frankrijk werd de pioniersrol vooral vervuld door de gebroeders Lumière.

Helaas geen ratelende projector, filmdoek of donkere zaal, maar slechts een verzameling DVD’s, een tv-toestel en een fel verlicht klaslokaal. Gelukkig blijken dit de enige minpunten bij de cursus Filmgeschiedenis. In twaalf lessen, krijgen de cursisten veel informatie voorgeschoteld. Veel beelden, van bekende en minder bekende films. Van de eerste experimenten met bewegend beeld op een Franse kermis via Citizen Kane naar Taxi Driver en Jaws. Maar ook de Hollandse hoogtijdagen van de jaren zeventig krijgen speciale aandacht, evenals de Film Noir en het Italiaanse Neorealisme.

[VRIJPARTIJ]

In deze derde les staat de montagetechniek centraal. Aan de hand van enkele recente tv-reclames geeft docent Maarten van der Leeden uitleg over totaalshots, de close-up, over-shoulder en tegenshot. “Deze commercial van een zorgverzekeraar is zo gemonteerd dat de boodschap het best overkomt. Dit is een functionele montage die als doel heeft de kijker zo min mogelijk af te leiden van de eigenlijke boodschap die in de tekst wordt verteld.”

Na enkele korte reclames is het tijd voor het eerste filmfragment. Van der Leeden: “In deze beroemde seksscène van Don’t Look Now uit 1974 zie je wat je kunt bereiken met montage.” In de scène zijn beelden van twee mensen die zich aankleden verweven met beelden van een hevige vrijpartij. “Door het zo te monteren krijg je een beter beeld van de liefde en de sterke band tussen de twee hoofdpersonen.”

De 37-jarige Roelie is zeer te spreken over de cursus: “Ik hou erg van film, maar weet er verder weinig van. Maarten geeft heel veel interessante informatie. Het gaat niet alleen om de films zelf, maar ze worden ook nog eens in een breder maatschappelijk perspectief geplaatst. Miep (62) beaamt de woorden van haar medecursiste. “Soms wordt de kunst uit een bepaalde periode toegelicht of de sociale omstandigheden in die tijd.

Je leert op een andere manier naar film kijken. Bovendien krijgen we veel leuke opdrachten.”

[LENI RIEFENSTAHL]

Als de film Pantserkruiser Potjomkin aan bod komt, volgt er inderdaad een verhaal over Stalin en de filmcultuur in Rusland na de Russische revolutie. In deze klassieker van Eisenstein uit 1925 wordt veel geëxperimenteerd met montage om een zo groot mogelijke emotionele invloed op het publiek te hebben. Een stijl die in Nazi-Duitsland navolging kreeg met Leni Riefenstahl. Van der Leeden wijst op een scène waarin een matroos een bord stuk slaat. “De handeling wordt uitgebreid door verschillende shots uit verschillende hoeken. Door de handeling langer te maken dan hij werkelijk is, wat in die tijd uniek was, wordt de dramatiek versterkt.”

De opzet van veel zien, veel doen en een uitgebreid werkboek met nog meer informatie, maakt de cursus geschikt voor een breed publiek. “In de huidige groep zitten liefhebbers, vrijwilligers van het filmfestival en twee jongens die studeren bij InHolland en serieus overwegen van film hun beroep te maken. Maar ook diegene die genoeg hebben van James Bond en Lord of The Rings, maar niet weten waar ze ander films moeten zoeken of hoe ze die moeten begrijpen, zijn van harte welkom.”

Cursus Filmgeschiedenis 26 februari t/m 18 juni in De Beeldfabriek (Eendrachtstraat) en Las Palmas (Kop van Zuid) Duur: 8 of 12 lessen. Kosten: 50 tot 150 euro. Meer info: http://www.beeldfabriek.org/ en 010-4361366.

Bloemschikken volgens de tien geboden (R-Uit Jan)

Ikebana Ikenobo

“Bij een Missverkiezing is er ook maar één winnaar”

Terwijl buiten de bomen hun laatste bladeren afschudden en takken kraken in de gure wind, leren de deelnemers aan de cursus Ikebana hoe ze landschappen kunnen creëren met de natuur als basis. Het is al snel duidelijk: Japans bloemschikken is veel meer dan wat bloemen in een vaas gooien.

Een heuse voorlichtingsavond heeft het Japans cultureel centrum Shofukan belegd. Op sloffen en met een lekker kopje thee er bij, kijken de potentiële cursisten naar een presentatie over de geschiedenis van Ikebana. Ikebana is afgeleid van de woorden Ikeru (leven) en hana (bloem). Ikenobo is de naam van de tempel waar voor het eerst Japans bloemschikken werd ontwikkeld, zo doceert de video. Al in de vijftiende eeuw hielden lokale priesters zich bezig met het ordenen van bloemen, takken en planten. Het aantal genoemde stijlen (o.a. Ohara, Rikka, Shoka en Moribana) begint inmiddels duizelingwekkende vormen aan te nemen. Zo niet bij de medebezoekers. De meesten weten allang dat Ikebana meer is dan wat bloemen en takken in een vaas gooien. In tegenstelling tot de westerse variant, waar hoeveelheid en kleuren van de bloemen centraal staan, tracht de Japanner zo veel mogelijk ruimte te scheppen. Kleur, lijnenspel, vaas, materiaal en zelfs de hoek van de bloemen ten opzichte van elkaar, is essentieel én voorgeschreven.

ONTWIKKELING

De kunst van het weglaten dus, of zoals docente Noriko van der Linden-Momose het zegt: “Bij een Miss World verkiezing kan er ook maar één de mooiste zijn!” Ze voegt de daad bij het woord en ontdoet een tak rigoureus van twee van zijn prachtigste bloemen. Maar ze heeft gelijk, de overgebleven bloem schittert als nooit tevoren. “Oh prachtig”, mijmeren de dames Nel Bouwmeester en Henny Warners. Zelfs na tien jaar heeft de Ikebana nog geheimen voor hen. “Onze huidige lerares kan ons niet verder helpen. We staan stil in onze ontwikkeling”, aldus Bouwmeester. De twee hebben goede hoop dat ze hier wel bijleren. “Noriko gaat regelmatig naar Japan en blijft op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen. Onze andere lerares weet helemaal niets van de nieuwe stijlen, dus blijft het allemaal erg traditioneel. Zo mocht je vroeger alleen een oneven aantal elementen gebruiken. Nu zijn er zelfs stukken met vier en dat is het getal van het kwaad”, aldus Warner.

RUGZAK

Bouwmeester trekt er regelmatig op uit op zoek naar materialen. “Je gaat heel anders kijken naar de natuur. Overal zie je bruikbare elementen om je heen. Soms loop ik speciaal met de hond een stukje om.” Lachend: “En dan kom ik thuis met een hele rugzak vol takken en bloemen!”

Docente Noriko legt inmiddels de laatste hand aan een Rika-bloemschikking. “Soms duurt het vier tot zes uur om een stuk te maken.” Het ontwerpproces is dan ook een essentieel onderdeel van de Ikebana. “Je stopt je eigen materialen, creativiteit en gevoel in het werkstuk. Eerst krijg je misschien hoofdpijn, maar daarna kom je tot rust. Iemand vroeg laatst nog ‘waar kan ik een ikebana kopen?’ Toen moest ik wel lachen. Ikebana kun je niet kopen. Onmogelijk. Je eigen gevoel zit er dan niet in. Later begrijpen jullie misschien wat ik bedoel…”

Cursus Ikebana – Japans bloemschikken door Noriko van der Linde-Momose. Vanaf 11 januari 2007 elke drie weken op donderdagavond van 20u tot 22u in het Japans cultureel centrum Shofukan, Charloisse Kerksingel 32-14. Kosten: 95 euro voor zes lessen. Meer info: 06-11327926 of http://www.shofukan.nl/

De kunst van het stukslaan (R-Uit Dec)

Mozaïeken al duizenden jaren oud

“Meestal beginnen acht mensen tegelijk met het stukslaan van de tegels”

Tekst en foto’s: Dimitri Hakke

De Maya’s deden het. De Egyptenaren, Grieken en Romeinen evenzo: puzzelen met glas en steen. R’Uit Magazine nam een kijkje bij de workshop Mozaïek maken en kwam er achter dat een mooi werkstuk begint bij goed stukslaan.

Slechts vijf vrouwen zijn aanwezig bij de workshop Mozaïek. In twee dagen krijgen de deelnemers de basistechnieken bijgebracht. Knippen, slaan, plakken, motieven en materialen komen allemaal aan de orde. Docente Manon Kromwijk geeft in sneltreinvaart uitleg over verschillende soorten tangen. “Je kunt een gewone nijptang gebruiken, maar ook een mozaïektang.” Laatstgenoemde tangen werken prettiger omdat ze automatisch terugkeren naar de beginstand. “Wil je de scherpe randjes er af halen, dan kun je met een knabbeltang stukjes er af knabbelen.”

Mozaïek is afgeleid van het Latijnse mosaicus en is een vlakversiering die bestaat uit een groot aantal kleine ingelegde stukjes glas, steen of ander materiaal, bijeengehouden door cement of ander voegmateriaal. Mozaïeken werden vooral in de Romeinse tijd en de vroeg christelijke periode gebruikt ter versiering van vloeren, muren en plafonds. Al in 3000 voor Christus kende men in het huidige Irak een vergelijkbare decoratietechniek. Ruim vijfduizend jaar later was het de Spaanse architect Gaudi die een methode bedacht om ruimtelijk structuren van mozaïek te voorzien, waarvan La Segrada Familia in Barcelona wel het bekendste voorbeeld is.

[Zes workshops]

Geïnspireerd door de tientallen voorbeelden die liggen uitgestald op tafel gaan de deelnemers direct aan de slag. Waar de een er voor kiest om een spiegel te maken, kopieert een ander met voorzichtige strepen een afbeelding van een olifant uit een boek. Kromwijk: “De meeste cursisten kiezen er voor een spiegel te maken. Die hang je toch wat makkelijker op dan een kunstwerk zonder verdere functie.” Hoewel alle cursisten aan de slag gaan met een MDF-plaat, is er ook de mogelijkheid om tafeltjes te ‘beleggen’ met een motief. Moeder en dochter De Nobel begrijpen wel waarom. Op de helft van de les hebben beiden net één rijtje tegels op hun houtblok gelijmd. “Een tafeltje is natuurlijk leuker”, aldus de 21jarige Sanne. Lachend: “maar in dit tempo heb ik dan nog zes van deze workshops nodig.”

Voor beiden is het niet de eerste kennismaking met mozaïek. Sanne: “Ik heb een kunstproject met kinderen gedaan in Rotterdam-zuid. Een van de onderdelen was dat kinderen een plantenbak op het schoolplein versierden met mozaïeksteentjes. Dat zag er zo leuk uit, dat ik er zelf ook meer mee wilde.” Samen volgt het tweetal ook de cursus Decoratief schilderen. Moeder Greta: “We konden niet kiezen, dus toen hebben we het allebei maar gedaan. Bovendien is deze workshop maar twee dagen.”

Even verderop vliegen de scherven in het rond. De bakjes met ‘voorgebroken’ steentjes blijven onaangeroerd. Slaan blijkt een essentieel onderdeel en zo te zien werkt het ook erg therapeutisch. “Meestal beginnen acht mensen tegelijk met het stukslaan van de tegels”, aldus Kromwijk. “Dus dit kabaal valt nog mee.” De 54-jarige Greta is met een wat zorgvuldiger karweitje bezig. Met voorgesneden oranje tegeltjes is ze de rand aan het beplakken. Als ze het laatste tegeltje met lijm insmeert, is er net te weinig ruimte. “Wat een drama…nu kan ik alles weer loshalen!”

[lelijk]

Dochterlief heeft zo haar eigen methoden. Na eerst tegeltjes zelf op maat te hebben gesneden, kiest ze er voor om het hout in te smeren in plaats van de tegeltjes. Haar moeder wijst haar op haar fout. “Let maar op, je zal nog versteld staan.” Dan plagerig: “Zeg jij nou maar niks met die lelijke voorgesneden tegeltjes. Je kiest altijd voor de makkelijkste weg, hahaha.”

Een andere deelneemster die aan de slag is met een defecte tegelsnijder, ziet het intussen helemaal niet meer zitten. “Volgende keer ga ik weer de cursus elektriciteit volgen hoor. Daar ben ik beter in.” Vol trots wijzend op een lamp in het lokaal. “ Die heb ik gemaakt!”

De cursus Mozaïek wordt gegeven aan de Doezelfschool aan de Schiekade 830. De cursusprijs bedraagt 85 euro voor 2 lessen van 3 uur. Voor nieuwe startdata en aanvangstijden: http://www.doezelfschool.nl/ of 010-4664333.

LIKK wil een gezonde omgeving creëren voor Nederlandse acts

Streamer: Er heerst hier een beetje een monocultuur

Anders dan de tournaam ‘Revolution 10’ doet vermoeden, hoeft het geen muzikale revolutie te zijn. Maar dan toch zeker een muzikale omslag. Hoewel geboren uit frustratie, willen de initiatiefnemers toch vooral een positieve boodschap uitdragen: Nederland muziekland tonen dat er genoeg geniale kwalitatieve bands rondlopen.

Drie jonge Rotterdammers zijn de drijvende kracht achter LIKK; René Van Lien (Feverdream), Marcel Wiebenga (Oil) en Rufus Ketting (kunstenaarsduo Humobisten). Ze besloten de handen ineen te slaan na enkele slechte ervaringen met zalen uit het Nederlandse clubcircuit. Ondanks de naam die zowel Oil als Feverdream hebben opgebouwd, bleek het toch moeilijk om als Nederlandse band speelruimte te krijgen. René: “ We kunnen wel spelen, maar dan alleen in het voorprogramma van een Amerikaanse act. Dat is natuurlijk wel leuk, maar dat hebben we al vaker gedaan. Ik had geen zin in hetzelfde circus jaar in jaar uit.” Een eigen avond blijkt vaak te moeilijk. “Soms kunnen we niet eens een optie krijgen bij een zaal omdat ze de ruimte willen openhouden om nog een buitenlandse act te boeken. Ze willen toch vaak liever een middelmatige buitenlandse, dan een goede Nederlandse act.” René: “Of ze zeggen: ‘stuur maar een demo’. Niet om mezelf op de borst te kloppen, maar als je als programmeur niet weet wie Oil of Feverdream is, dan doe je je werk toch niet goed volgens mij.”

MANIFEST

Als het dan niet alleen lukt dan bieden we ze een programma aan waar geen programmeur om heen kan is de gedachte van het drietal. ‘Een avondvullend circus dat goede smaak, goede muziek en goede sfeer verenigt in het nieuwe geluid van de binnenlandse onafhankelijke muziekscene’, zo meldt een heus LLIK-manifest. Rebellie met een knipoog zoals het drietal het initiatief noemt, leidt Feverdream, Oil en geestverwanten Mono in een maand langs twaalf verschillende zalen. Alleen in Amsterdam en Utrecht durfden de grote zalen het niet aan en werd er gekozen voor kleinere zaaltjes van ACU en OCCII. Rufus: “We willen bewijzen dat het mogelijk is om met Nederlandse bandjes een succesvolle tour op te zetten. En dat zalen die ons nu niet geboekt hebben, achter hun oor gaan krabben…”

Dat er misschien te grote financiële risico’s aan het boeken van Nederlandse bands zitten, bestrijdt het drietal. “Alsof wij geen volle zalen trekken!” “Bovendien”, zo vult Marcel aan “ons pakket is financieel een stuk aantrekkelijker. Een zaal heeft minder risico, omdat Nederlandse acts gesubsidieerd zijn. Maar het belangrijkste is dat je op deze manier een gezonde omgeving kan creëren voor Nederlandse acts en bezoekers misschien weet te inspireren om zelf muziek te gaan maken. Het is geen hogere wiskunde”, lacht Marcel.

Rufus: “Er heerst hier een beetje een monocultuur. Je kunt kiezen tussen Kane en Anouk en Bløf en De Kast. En dan ben je uitgekozen. En nu hebben ze voor de alternatieve jongens nog een Intwine bijgedaan. Er moeten meer kleinere bands naar de oppervlakte komen. De eenzijdigheid moet doorbroken worden.”

Nu is LIKK nog een echt DIY-project, maar in de toekomst wil de organisatie ook andere acts op weg helpen. “Do It Yourself , maar dan voor anderen. We willen ook ander bands laten profiteren van onze opgedane kennis. Niet iedereen lukt het op eigen kracht.” The Apers is volgens Rufus een perfect voorbeeld van een band die het wel op eigen kracht lukt: “Die doen hun ding en zijn er gekomen ook. Daar neem ik echt mijn grote pimphoed voor af hoor! Daar ontlenen wij onze inspiratie aan…”

LEKKER

De ambitie van LIKK reikt verder dan tourtjes boeken voor geestverwante bands. Zo is er net een promo-cd verschenen met tracks van Oil, Feverdream en Mono. Bovendien bestaan er prille plannen voor het uitbrengen van cd’s, dvd’s en filosofeert Marcel over een avond met muziekdocumentaires of indie filmmakers. “Als consument moet je eigenlijk niet weten wat je aan ons hebt. Het moet dynamisch blijven, duister en mysterieus. Ons motto: ‘Het is lekker als er LIKK op staat!’”

I Against I trappelt van ongeduld (Fret)

[Tekst en foto: Dimitri Hakke]

Het heeft even geduurd, maar I Against I is terug. Zes jaar na het verschijnen van de laatste full-length cd van de Dordtse punkrockers, is het tijd voor een nieuwe frisse start. Stevig, volwassen, melodieus, gevarieerd, maar onmiskenbaar I Against I.

Waar kan een nieuw hoofdstuk van de I Against I-story beter beginnen dan in de thuishaven, Dordrecht? Bob Hoorweg, Jasper Blazer, Robin Baard en Ronald van Maren staan te trappelen om te mogen optreden in Bibelot. “We willen onze muziek laten horen.” Vanavond is het eindelijk zo ver: de officiële releaseparty van de derde cd, die in het geval van het viertal een stuk lastiger bleek dan de tweede plaat. Een combinatie van pech, laksheid, verplichtingen en een slechte financiële situatie in platenland zorgde voor de nodige vertraging. Jasper: “Na het verschijnen van I’m A Fucked Up Dancer, But My Moods Are Swinging hebben we eerst uitgebreid getourd. Dan ben je zo weer twee jaar verder. Daarna moesten we een nieuw label vinden omdat Epitaph niet met ons verder wilde.” Dat bleek nog niet zo eenvoudig. “We dachten er het eerste jaar te makkelijk over”, aldus Ronald “We waren alleen met muziek bezig. Optreden, nummers schrijven en opnemen. Ons idee was: die cd komt er vanzelf wel. Dat wordt wel geregeld. Dat waren we zo gewend van de tijd dat we bij Epitaph zaten.”

Bill Stevenson

Toen dat niet het geval bleek, stroopte het kwartet de mouwen op en ging aan de slag met een nieuwe plaat. Veertien nieuwe nummers werden in de avonden en weekenden opgenomen. Bob: “Dat was heerlijk werken. Geen stress, gewoon op het gemak. Als iets niet goed was, dan konden we het rustig over doen en de beste nummers uitkiezen.”

Maar dan? De plaat is af en je hebt geen budget meer om te mixen. Dan bel je een paar oude vrienden uit de punkscene. Niemand minder dan producer Bill Stevenson (Black Flag/Descendents/All) was bereid om de plaat voor een vriendenprijsje onder handen te nemen. Zanger Ronald vloog op eigen kosten naar de VS, waar Stevenson de plaat in een paar dagen tijd afmixte. “We kenden hem nog van onze eerste plaat Headcleaner. Die samenwerking is ons goed bevallen destijds.”

Toch zat er nog een hele tijd tussen het beëindigen van de opnamen en de releaseparty van vandaag. I Against I was van een succesvolle punkrockformatie veranderd in een normaal bandje dat een cd probeert uit te brengen. “De grote maatschappijen lachen om onze verkoopcijfers. Ze zitten in financiële problemen, dus moet je een goed verkopende band zijn wil je ergens tussen komen”, weet Ronald. “Als je minder dan 50000 exemplaren verkoopt hoef je daar niet aan te kloppen.”

Gitarist Robin bleek uiteindelijk de sleutel in handen te hebben. “Bij mij op de Rockacademy zat een jongen die net een eigen label had opgericht. Uiteindelijk heb ik gevraagd of hij geen zin had om onze plaat uit te brengen. Hij zit in dezelfde scene en op hetzelfde level. Voor hem was het een goede kans om zijn label Moondown Records op de kaart te zetten en voor ons was het ook een goeie deal.” “Bovendien”, vult Bob aan “ben je bij de grote maatschappijen uiteindelijk maar een van de velen. Hier weet je dat je nummer 1 op het label bent.”

Bad Religion

In vergelijking met de twee vorige albums is het geluid diverser. Naast de vertrouwde melodieuze punk is er plaats voor meer rockinvloeden. “Vroeger waren we puristisch. We luisterden ook alleen maar naar Bad Religion”, lacht drummer Jasper. “We kenden gewoon minder andere bands. Onze muzieksmaak is veel breder geworden in de loop der jaren.” Meer emotie en dynamiek in de vocalen en tegenmelodieën door de komst van een extra gitarist zorgen voor meer diepgang.

Tekstueel is er ook het een en ander veranderd aldus Jasper. “Het is allemaal een stuk minder zwartgallig dan vroeger. Optimisme in plaats van puberleed.” De tijd waarin I Against I door het leven ging als Kwik, Kwek en Kwak heeft de formatie volgens Bob ver achter zich gelaten: “We zijn dertig. Toen waren we blije jongetjes die stonden te dartelen op het podium. Nu zijn we bijna grijs en wat steviger hahaha.”

Het is bijna showtime in Bibelot. Al die tijd hebben Robin, Jasper, Bob en Ronald zich voorbeeldig gedragen. Zelfs het wcpapier dat uitnodigt om de kleedkamer mee te versieren, blijft keurig op de rol. “We hebben nog nooit een kleedkamer verbouwd. Eén keer zaten we te vervelen met nootjes die we door de kleedkamer gooiden. Het was echt een zooitje. Bill Stevenson kwam binnen en deed een telefoongesprek na met de programmeur van de zaal. ‘Ok, wil ik deze band nog een keer boeken? Het was niet uitverkocht, maar het was wel een teringzooi in de kleedkamer. Mmm, laat maar zitten, ik neem wel een andere band.’ Het was een wijze les. we hebben nooit meer een kleedkamer getrasht en zijn bij heel wat zalen teruggekomen…”

Parelwitte presentatie bij veertigste Cameretten (R-Uit)

Zo’n tachtig deelnemers hebben de afgelopen maanden hun uiterste best gedaan in de voorronden van de veertigste editie van Cameretten. Welk Cabarettalent wint op 26 november de finale in het Nieuwe Luxor? Eeuwige roem en je naam in het lijstje van grootheden als Marc-Marie Huybrechts, Eric Sauers, Plien en Bianca, Theo Maassen, Hans Teeuwen, Brigitte Kaandorp en Ivo de Wijs, is de beloning. Presentatie van het festival is net als vorig jaar in handen van cabaretier Richard Groenendijk. R’Uit trof de presentator aan bij WIT, waar hij zich een parelwitte nieuwe glimlach liet aanmeten en vroeg hem naar zijn ervaringen met Cameretten.

Precies tien jaar geleden stond je zelf op het Camerettenpodium. Wat zijn je herinneringen aan die editie?

“Ik heb niet zulke beste herinneringen aan de finale. Tot de halve finale ging het goed. Het was een combinatie van moed en overmoed. Voor het eerst stond ik voor duizend man. Het was eigenlijk zo slecht wat ik deed, maar het publiek ging er helemaal in mee. In de finale zaten er alleen maar recensenten, genodigden en mensen die de voorstelling al gezien hadden. Dat was echt doodgaan. Er kwam totaal geen reactie uit de zaal. Volgens mij was het een van de meest genante momenten uit de theatergeschiedenis.”

En toch stond je vorig jaar gewoon weer op het festival…

“ ’s Ochtends werd ik gebeld om ’s avonds te presenteren omdat Toine van Peperstraten had afgezegd. Het was een pak uitzoeken en hup het podium op. Ik had niet eens tijd om na te denken. Ik weet alleen nog dat ik dacht. ‘Je gaat toch dood en over honderd jaar zijn ze dit toch vergeten’.”

Dit jaar mag je weer. Wat maakt Cameretten bijzonder?

“Cameretten is het allerleukste festival. Rotterdams publiek is nuchter, maar kan een zaal ook ineens op zijn kop zetten. Als je de volgende dag in een ander stad staat, dan merk je het verschil. Als presentator moet je zorgen dat de kandidaten in een warm bad komen met een publiek dat enthousiast voor ze is. Er moet genoeg te lachen zijn, maar het gaat om de deelnemers.”

Je hebt ooit gezegd dat er veel gebakken lucht rondloopt op cabaretfestivals.

“Het niveau is er in de afgelopen jaren niet beter op geworden. Veel jongeren zien het als een snelle weg naar roem en geld. Zet ergens ‘cabaret’ voor en de zalen stromen vol. Gelukkig verloochent talent zich niet en blijven de goede cabaretiers over. Het publiek zou zich net als de artiest soms wat beter kunnen inlezen en niet zomaar bij alles dat cabaret heet denken: ‘Nou, dat wordt lachen”. Want dat wordt het dus negen van de tien keer niet…”

Tot slot. Je hebt net een uur in de stoel gezeten met een bitje in als Hannibal Lecter, waarom eigenlijk?

Ha ha, dat vroeg ik me ook al af. Ik maak een radioprogramma waarin ik mensen interview. Dit keer is het onderwerp schoonheidsideaal. Het leek me handig als je weet waar je het over hebt tijdens de uitzending, vandaar. Ik had nooit verwacht dat mijn tanden zo wit zouden worden. Het stilzitten was nog het moeilijkste, maar gelukkig kon ik ondertussen twee afleveringen van Ab Fab bekijken. Eigenlijk is het best absurd, dat er ooit nog een kliniek zou komen waar je je tanden kunt laten bleken. Mijn oma verklaart me voor gek! Ik maak de volgende keer wel gewoon een uitzending over een parenclub.”

Camerettenfestival van 23 November t/m 26 November in het Nieuwe Luxortheater. Meer info: http://www.cameretten.nl/ of reserveren via het Luxortheater: 010 – 484 33 33

Rotterdams Fabrikaat verkent grenzen van de kunsten

Monty Python meets Garcia Marquez

Een bonte mix van muziek, dans, theater, film en onverwachte kunstzinnige uitingen, dat is Rotterdams Fabrikaat. Drie dagen lang bieden diverse culturele instellingen, rondom de Gouvernestraat onderdak aan beginnende Rotterdamse cultuurmakers en hun meer ervaren vakbroeders. Daarbij worden de grenzen tussen theater en beeldende kunst verkend in uitdagende voorstellingen en performances.

Naast Odeon, CBK, Nighttown, Rotown en Lantaren/Venster neemt ook het Historisch Museum voor het eerst deel aan Rotterdams Fabrikaat. Bovendien wijkt het programma ook uit naar verrassende locaties, zoals het dak van Las Palmas, het parkje naast poppodium Nighttown en de Paradijskerk aan de Nieuwe Binnenweg.

KOKEN MET STERREN

De foyer van Lantaren/Venster fungeert vanaf vrijdag 19 september als dé hangout van het festival. Na de officiële openingshandeling vanaf 17 uur, biedt de foyer tijdens Rotterdams Fabrikaat doorlopende performances, installaties, objecten, films en informatie. Bovendien is het de plek voor een hapje en een drankje. Bij Koken met Sterren geen toefjes peterselie, waterige ijsbergsla of slappe patat, maar Vorstenmaaltjes van nieuwbakken Rotterdamse koks onder leiding van bekende culinaire helden.

Later op de avond is het tijd voor de Rotterdams Fabrikaat Big Band. Het gezelschap grasduint in het niemandsland tussen nieuwe muziek, complexe noten, freejazz en een pulserende technobeat. En omdat het oog ook wat wil is er naast de blazers, strijkers ook ruimte gereserveerd voor een vj.

In de zalen van het theater is een retrospectief te vinden van de jonge Rotterdamse filmmaakster Froukje Tan. Tussen de animatiefilms, documentaires en speelfilms ook een serie portretten van mensen uit het oude westen, waar 68 nationaliteiten samenleven, zonder veel met elkaar van doen te hebben. De in Australië geboren filmmaker Karel Doing staat vooral bekend om zijn poëzierijke films met veelal persoonlijke verhalen. Naast korte films, biedt L/V de Rotterdamse première van ‘Een ontdekkingsreis naar Tarakan’, waarin de regisseur de levensgeschiedenis van zijn oom onderzoekt, die werd geëxecuteerd in voormalig Nederlands-Indie tijdens de Japanse invasie.

1001 NACHT

Even buiten het theater, ouderwets huifkarrentoneel in een modern jasje. Een omgebouwde Vespacar met huisje en uitklapbaar podium, doet dienst als mini schouwburg bij De Sleurhut. De voorstelling gaat over de onmogelijkheid van samenleven op reis in een veel te kleine ruimte, en alle conflicten die daar bij horen. In het eerste gedeelte ziet de toeschouwer alle voorbereidingen op het te spelen stuk, terwijl het tweede gedeelte bestaat uit een gecomprimeerde versie van Romeo en Julia.

De Basement van Nighttown is drie dagen lang het decor van Raising Reality gespeeld door Powerboat. Dit collectief jonge theatermakers, kunstenaars en ontwerpers probeert chemie te kweken tussen kijker en speler met een voorstelling over ontplooiing van het individu. Het park naast Nighttown wordt omgebouwd tot een 1001 nacht-sprookjes wereld voor iedereen vanaf acht jaar met poppen, levende decors en live muziek. Love In Babylon combineert de humor van Monty Python met het macaber realisme van Garcia Marquez. Ingrediënten schoonmoeders, mooie vrouwen en dierenleed.

ODE AAN HET SIERAAD

Aan het andere uiteinde van de Gouvernestraat, een ode aan het Rotterdamse sieraad. Het CBK wil niets minder dan een totale inventarisatie en presentatie van alle sieraadontwerpers die Rotterdam rijk is; van professional tot getalenteerd amateur. Wie zich een weg langs de installaties, performances, modeshows, caravans en ‘ik ook van jou’-hartjes, weet te banen, komt terecht bij de Paradijskerk. Daar speelt het gerenommeerde Duitse muziekensemble Der Gelbe Klang op vrijdag een compositie van Oscar Van Dillen. De muziek is speciaal geschreven voor de tentoonstelling Stad Van Rotterdammers. Deze tentoonstelling, handelend over de geschiedenis van Rotterdam is vanaf zaterdag permanent te bezichtigen in het Schielandhuis.

Op het dak van Las Palmas presenteert Lantaren/Venster samen met Jonge Sla producties, een bijzondere uitvoering van De Kleine Prins Vlucht B612. Samen met de kleine prins, uit het gelijknamige boek, maken de bezoekers met een vliegende schotel, een reis door tijd, ruimte en verbeelding.

SINGLES VOOR SINGLES

Wie liever met beide benen op de grond blijft kan altijd nog terecht in Rotown. Het Rotterdamse poppodium is op vrijdag gevuld met Jamaicaanse grooves, terwijl op zaterdag Keith Caputo de bezoekers zal voeren met een wonderlijke collectie liedjes. De voormalig Life of Agony zanger zal worden bijgestaan door gastvrouw-dj’s Voluptious Delicious. Op zondag is het uiteindelijk aan DJ Marco om vrijgezellen aan elkaar te koppelen met gezellige plaatjes. Deze singles voor singles-avond gaat gepaard met een sessie eendagsvliegen door Rotterdamse muzikanten. Misschien geven zij dan net even dat ene duwtje in de rug, zodat de singles volgend jaar gezellig met zijn tweeën terugkeren op Rotterdams Fabrikaat.

Boksen is voor alle leeftijden

“Ik heb meer zelfvertrouwen gekregen”

Tekst: Dimitri Hakke

“Stierenvechten vind ik veel erger. Zo’n beest heeft geen keuze en wordt zo de arena ingeduwd!” Nog voordat er een vraag is gesteld, begint Jan Schildkamp over het imago van de bokssport. Ome Jan, zoals iedereen hem liefkozend noemt, loopt al een tijdje in de bokssport mee en heeft de kritieken op zijn sport al vaak gehoord. “Nou hebben ze weer onderzocht dat een knal voor je kop niet goed voor je is. Nou dat hoef je mij niet te vertellen…”, lacht Jan.

De 64-jarige Schildkamp neemt de veiligheid in zijn boksvereniging serieus. “Je moet als trainer wel voorzichtig zijn. Als ik zie dat een wedstrijd wordt gestopt door de scheidsrechter dan ben je al te laat. Je moet hem altijd vóór zijn, door de handdoek in de ring te gooien.”

Begrip

Boksvereniging Schildkamp is een begrip in Hoogvliet. Al ruim 25 jaar geeft de Rotterdammer bokslessen. In die jaren begeleidde hij heel wat kampioenen, waaronder Regilio Tuur. Maar Ome Jan is vooral de man achter het project Opboxen, waarbij ontspoorde jongeren een programma krijgen voorgeschoteld met bokslessen, maatschappijorientatie, basiseducatie en agressiebeheersing. Zijn niet aflatende inzet leverde hem diverse onderscheidingen op, waaronder de titel Rotterdammer Van Het Jaar en Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Vandaag geeft Ome Jan geen les, maar houdt hij vanachter glas het overzicht over zo’n veertig mannen en vrouwen tussen de 16 en 72 jaar, die onder handen worden genomen door de trainers. Tussendoor schenkt hij thee, cola en koffie in de naastgelegen kantine. Af en toe komt hij naar buiten gespurt om een van zijn boksers te complimenteren of aanvullende instructies te geven. De zeventienjarige tweeling Amanda en Dewi mogen samen met de even oude Sarah (Ome Jan: “dat is de kampioene van Zuid- Holland”) voor de spiegel aan hun techniek gaan werken. “Goed op je houding letten”, verduidelijkt Ome Jan.

Vermoeiend

Nieuwkomers krijgen eerst apart de basisbeginselen bijgebracht, zoals opstoot, linkse directe en rechtse directe. Bovendien worden de leden al snel aangespoord om elkaar te corrigeren en te helpen. Ome Jan: “Zo stimuleer je elkaar om beter te worden.”

Inmiddels heeft iedereen de handschoenen opgeborgen en is de gezamenlijke cooling down begonnen. Buikspieren worden aangespannen en ontspannen. En ook de nekspieren worden losgegooid. Net als de les ziet ook dit er erg vermoeiend uit. “Het is inderdaad behoorlijk zwaar”, beaamt Dewi. “Vergeleken met een half jaar geleden is mijn conditie stukken vooruit gegaan.” “Bovendien is het hier supergezellig en ik merk dat ik meer zelfvertrouwen heb gekregen.” De één minuut oudere Amanda:“Mijn hele week draait om deze twee dagen. Ik wil wel een paar titels winnen. Maar het is moeilijk om wedstrijden te krijgen, omdat er maar zo weinig vrouwelijke boksers zijn. Helaas…”

Info: Boksvereniging Schildkamp, Aveling 110 , Hoogvliet-Rotterdam Tel: 010-4160860. Bokstrainingen (vanaf 10 jaar) maandag t/m zaterdag. Contributie vanaf 15 euro per maand. Meer info: http://www.opboxen.nl/

Wie: Solo, Racoon, Zuco 103, Brainpower, Voicst e.a.

Waar: Lowlands 2005, Biddinghuizen

Wanneer: 19,20, 21 augustus

(tekst en foto: Dimitri Hakke)

Het Nederlandse muziekaanbod is wat oneerlijk verdeeld op Lowlands 2005. Vrijdag is er uiteindelijk nog Racoon die de eer redt als invaller voor The Rakes. Racoon is een band die drijft op publieksparticipatie. De tent zingt dan ook uit volle borst mee met de grootste prijsnummers, waaronder Feel like Flying. Energieproducent Essent levert gelukkig ook nog een bijdrage, door een eigen tent met akoestische sessies van diverse talentvolle Nederlandse bands. Naast Kirsten, Gem en Stuurbaard Bakkebaard geeft ook Solo hier acte-de-presence. Er ontstaat al snel een intiem sfeertje. Tenminste, als je in het gelukkige bezit bent van een koptelefoon. Anders is het een wat vreemde ervaring om deze jongens te zien bewegen op de klanken van Franz Ferdinand, die in de naastgelegen Alpha tent speelt. Frontman J. Perkin heeft de nodige ervaring met dit soort concerten. En dat is te merken. Geconcentreerd, Ingetogen en krachtig weet hij de toehoorders in een warm muzikaal bad te dompelen.

Een dag later is het kiezen geblazen. Rennen, vliegen, vallen, dansen en weer door gaan om Zuco 103, Face Tomorrow en Pete Philly te kunnen combineren. Gelukkig zijn de spieren al goed los geschud bij Mark Foggo’s Skasters. Er is geen betere wake-up call denkbaar dan de stuiterende skaklanken van deze geboren Engelsman. Scheurende saxen en watervlugge ritmes trillen de haringen zowat uit de overvolle Grolsch-tent. Met zijn clowneske rode pak en met zijn plat Engels accent, creëert hij een vrolijke dansende chaos. Toegegeven, origineel is het allemaal niet, maar wie maalt daar om. Lekker simpel, lekker meebrullen met “Don’t call me honey” of “Your lucky to be alive”.

Een stuk rustiger gaat het er aan toe bij 2nd place driver. De door de band uitgestrooide cd-singles kunnen beter blijven liggen waar ze terecht zijn gekomen: achter de barrier. Tussen wal en schip dus. En dat is ook precies de plek waar deze band zich bevindt. De niets-aan-de-hand elecrorock kent weinig uitschieters naar boven of beneden. Pas tegen het einde komt de vaart in de show en krijgen de electrobliepjes en gitaren ondersteuning van drumslagen met de regelmaat van een heimachine. Helaas net te laat om een onuitwisbare indruk achter te laten.

“Whaaa”, schreeuwt het Alphapubliek enthousiast als Lillian Vieira daar om vraagt. Zuco 103 overdondert het publiek met warme zwoele klanken. De zeskoppige band straalt een enorme spelvreugde uit en weet zelfs de grootste chagrijnen te ontdooien. Niet in de laatste plaats door de charme van de, in een witte jurk gehulde, Lillian. “Kennen jullie de Rumba?” Wie ‘m nog niet kent, is vijf minuten later geraakt door een onweerstaanbaar swingend geheel van Dance, Latin en Funk.

Het is jammer om dit feestje te moeten verlaten, maar gelukkig zijn Pete Philly en Perquisite ook in vorm. De mellow, laid back grooves zijn ‘dope’. Pete wordt bijgestaan door een dj, contrabassist, cellist en saxofonist. Een combinatie die spannende jazzy hiphop oplevert. Philly oogt ontspannen: de ene keer druk gebarend en vervolgens relaxt zittend op een tafel.

Meer dan een “bedankt en tot ziens” van Face Tomorrow zit er helaas niet in dit jaar. Snel door naar de Metalriffs die uit de naastgelegen Grolsch-tent komen. Voorzien van een live-band creëert Brainpower een gitaarmuur met daaroverheen een waterval aan woorden. Een combi die we natuurlijk al kennen van Osdorp Posse. Maar het blijft een aardige mix. Minder wordt het als de band wat gas terug moet nemen. ‘Brains” grootste hit Dansplaat zit er zo te zien nog aardig in bij het publiek.

Dit jaar is het De Jeugd van Tegenwoordig die de festivalhit in handen heeft. Watskebeurt blijkt het enige leuke nummer in de set van de hiphoppers, die wordt gekenmerkt door flauwiteiten en herhaling. Van twintig keer ‘We gaan nog niet naar huis, nog lange niet”, word je wel horendol. Een teken om te vertrekken.

Een dag later laat Buiten Westen zien hoe het wel moet. Dit collectief van hiphoppers uit Zwolle en Rotterdam vormt een grote muzikale familie die elkaar goed aanvullen en aanvoelen. Backstage, Frontstage en op het podium, overal is het enthousiasme zichtbaar. Een set die drijft op originele krachtige beats en goeie vocalen, die nog een extra dimensie krijgen op de momenten dat er vrouwelijke raps te horen zijn.

Met Voicst krijgt de NL-programmering een waardige afsluiter. Als uit een transistor radio komen de gruizige geluidsgolven op je af. Een goede keuze om de Amsterdammers op het buitenpodium neer te zetten. Er is volop bewegingsruimte om lekker te dansen of te springen op de instant meezingers. Sterke melodieën, voortdenderende baslijntjes en volop dynamiek kenmerken de show. “Daft Punk is Playing in My house” zingen de jongens tenslotte. Maar ‘Voicst playing at Lowlands ‘ is ook geen straf!

Modelfotografie niet alleen voor topfotografen

Rembrandtlicht, softboxen en paraplu’s

Tekst: Dimitri Hakke

‘Aaarggghhhh!!!’, klinkt het door het lokaal. Marlies heeft net een stoel gepakt en wil een van de cursisten te lijf gaan. De rest van de groep slaat het tafereel gade, maar grijpt niet in. Ook docente Sabine Stuurman schijnt het best te vinden. Marlies is dan ook model en Theo Blom is de fotograaf die haar net de opdracht heeft gegeven om agressie uit te beelden.

Portret- en modelfotografie is een van de vele fotocursussen die wordt aangeboden door de SKVR. In vijftien lessen leren de deelnemers zelfstandig een model te fotograferen en creatieve invalshoeken daarbij te bedenken. Volgens docente Sabine Stuurman ligt de nadruk op creativiteit. “Hier is meer plaats voor experiment dan bijvoorbeeld bij de Fotoclub (ook SKVR red.). Daar wordt toch veel met standaardlicht gewerkt, terwijl ze hier hun eigen belichting mogen bepalen.”

Behalve uitleg over verschillende apparatuur en belichting, krijgen de cursisten voorbeelden van beroemde fotografen aangereikt. Zo staan er video’s van de Hongaarse fotografe Eva Besnyö en popfotograaf Anton Corbijn op het programma. Mogelijk wordt er bij de volgende serie lessen ook een bezoek aan een tentoonstelling gekoppeld.

Prince

Aan de hand van Prince-album Parade krijgen de cursisten vandaag de opdracht om twee foto’s te maken die in elkaars verlengde liggen. Eentje waarbij er contact is met de kijker, en eentje waarbij het model zich meer afwendt. Na een korte discussie over rembrandtlicht, softboxen en filters storten de eerste cursisten zich op het model. Iedereen krijgt tien minuten om de opdracht uit te voeren. Niet makkelijk als er veel mensen op je vingers staan te kijken, menen cursisten Anton Quartel en Theo Blom. “Als de groep in tweeën is gedeeld, gaat het stukken beter.”

Volgens docente Sabine heeft de verhuizing naar een nieuwe leslocatie roet in het eten gegooid. “Normaal gesproken zou ik een deel van de groep de doka insturen op het moment dat anderen aan het fotograferen zijn. Maar de doka is nu nog niet klaar. Als in februari de nieuwe serie lessen begint, is dat probleem gelukkig verholpen.”

Helmut Newton

Terwijl er binnen volop gefotografeerd wordt, neemt Sabine op de gang het werk van vorige week onder de loep. Ze lijkt tevreden met het resultaat: “Deze doet me erg denken aan een oude foto van Newton.” Dat niet elke cursist de nieuwe Helmut Newton is, blijkt als Richard van Kesteren een tweede poging moet wagen om zijn foto’s correct belicht te krijgen. Zijn enthousiasme daarentegen telt voor tien. “Ik doe ze allemaal”, antwoordt hij op de vraag waarom hij juist deze fotocursus heeft gekozen. “Deze is wel de leukste. Je bent hier actiever dan bij Digitale Fotografie. Daar leer je alleen maar Photoshoppen. Nou, dat kan ik thuis ook!”, lacht Richard.

Model Marlies wordt inmiddels onder handen genomen door Susanne Rorijs, die een mooie pose uit een tijdschrift wil kopiëren. Dan blijkt alle glamour in de modelfotografie slechts schijn: “Heb je geen hogere stoel voor me. Ik zit hier als een gebochelde…”, verzucht Marlies.

Info:

Portret- en modelfotografie in 15 lessen vanaf 2 februari t/m 7 juni in vier groepen. Op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag van 20:15 tot 22:45, afhankelijk van het aantal inschrijvingen. Tarieven: van 130 euro tot 225 euro, afhankelijk van het inkomen. Leslocatie: SKVR, Hennekijnstraat 6, 3012 EB Rotterdam. Tel: 010 – 436 13 66 . Meer info: http://www.skvr.nl/

De vrijheid van de Salsa
Streamer: “Gefeliciteerd, jullie kunnen Salsadansen!”
door Dimitri Hakke
Gympen, pumps, sandalen, lakschoenen, bordeelslippers en laarzen bevolken de dansvloer in club Prachtig onder de Erasmusbrug. Slechts klompen en soldatenkistjes ontbreken. Maar die horen dan ook écht niet thuis op een cursus Salsadansen.

Het is een drukte van jewelste bij aanvang. Zo’n vijftig mensen zijn afgekomen op de beginnerscursus Salsa. In vier weken tijd zullen de deelnemers de basisbeginselen bijgebracht krijgen. Tussen de wachtenden bevinden zich ook Rob Pijper (26) en Liza van Gelderen (23). Beiden zijn verzot op Latijns-Amerikaanse muziek maar kunnen vooralsnog niet de dansvloer op als hun favoriete muziek weerklinkt. “Je vergeet de hele wereld om je heen bij deze dans. Tenminste, dat denk ik want we kunnen het nu nog niet”, lacht Liza. Het is vooral de sfeer en gezelligheid die het tweetal aantrekt. “Voor mij staat Salsa voor vrijheid”, meent Rob “We laten het vandaag allemaal gewoon op ons afkomen…”

Geschiedenis

“Salsa betekent eigenlijk saus. Het staat voor een mix van Latijns-Amerikaanse muziekstijlen, die haar oorsprong heeft in Cuba”, is de korte maar krachtige inleiding die dansleraar Raul zijn leerlingen voor houdt. Wie meer wil weten over de oorsprong en variatie in stijlen is vanavond duidelijk aan het verkeerde adres. Er moet gedanst worden. Er zijn immers maar vier lessen ter beschikking tijdens deze verkorte zomercursus. En dus moet alles een beetje sneller dan normaal.

“En links voor,tweede voet, til op, links op de plaats”,instrueert Raul door zijn ‘Madonna-microfoontje’. Sommigen zijn het nu al kwijt, maar gelukkig wordt de basispas een flink aantal keren doorgenomen. “Een,twee,drie, rust, vijf,zes,zeven, rust en nogmaals 1-tik-sluit-achter-tik-sluit!” Na een minuut of vijf flink doorstappen, is de sidestep aan de beurt, die eigenlijk in niets verschilt van de basisbeweging, behalve in richting. Als ook deze solobeweging er goed in zit, geeft Raul het teken tot het vormen van koppels. “Al vinden jullie elkaar nog zo leuk, niet met de vingers in elkaar. Dat doet alleen maar pijn als je straks gaat draaien. Maak maar een kommetje met de hand.”

Ruzie

Er ontstaat lichte paniek en verwarring bij de stelletjes als iedereen een andere partner moet gaan zoeken. Gezichten spreken boekdelen bij sommigen: ‘maar ik ben hier toch met mijn partner’ of ‘had ik net zo’n leuke vrouw gevonden.’ Raul verklaart de wisseling: “Je eigen partner wil je nog wel eens fouten vergeven omdat je geen ruzie wilt. Daardoor leer je het misschien fout. Door veel van partner te wisselen, voorkom je dit.” Na een flink aantal keren wisselen, mag iedereen eindelijk terug naar zijn eigen partner.

Langzaam aan oogt het steeds soepeler in de groep en worden de opdrachten uitgebreider. Mannen leren de dansrichting aan te geven door een impuls met de hand. Vervolgens komt de Colombiaanse variant de Cumbia aan de beurt. “We noemen hem ook wel de klapdeur.”

Raul: “Gefeliciteerd, jullie kunnen Salsadansen! Makkelijk he? Dat komt omdat er een bepaalde logica in zit. Na de linkervoet komt altijd de rechtervoet aan de beurt. Het is nooit twee keer links bijvoorbeeld.”

Rob en Liza zijn tevreden over hun eerste les in Prachtig. “Het was erg gedetailleerd en soms dacht ik van ‘schiet nou eens op!’ Maar het werd allemaal goed uitgelegd. We hebben wel nog een paar lessen nodig denk ik, want op een feest kun je niet de hele avond staan klapdeuren”, lacht Liza.

Basiscursus Salsa wordt gegeven op verschillende locaties in de stad. Op maandag in Prachtig en op dinsdag, woensdag en donderdag in Stephys Corner aan de Schiekade 195. Proeflessen van 5 tot 9 September. Meer info http://www.salsaventura.nl/ , 070-3638037 (maandag t/m vrijdag tussen 10.00 uur en 14.00 uur) of mail naar info@salsaventura.nl.

“Iedereen kan badmintonnen”

STREAMER: Individuele aandacht erg belangrijk bij BC Asterix

Door Dimitri Hakke

Er zullen maar weinig mensen zijn die nooit met racket en shuttle hebben gespeeld. Samen met tafeltennis is badminton, dé campingsport bij uitstek. Bij BC Asterix gaat het er wat serieuzer aan toe dan in de vakantie, maar de gezelligheid is er zeker niet minder om.

Badminton kent een eeuwenoude geschiedenis die teruggaat naar oude Oost-Aziatische cultuur en de Azteken in Mexico. De huidige naam badminton ontstond pas in de 19e Eeuw naar aanleiding van een wedstrijd op het gelijknamige landgoed van de Engelse Hertog de Beaufort. Anno 2005 wordt badminton in ruim zeventig landen gespeeld en telt de sport bijna tweehonderd miljoen beoefenaars en behoren Japan, China en Indonesië tot de meest succesvolle landen in de wereld.

CLUBAVOND

Piepende schoenzolen, vliegende shuttles en zwiepende rackets vullen sporthal Kralingen op deze vrijdagavond. Het is druk, want behalve de training voor recreanten, is het vanavond ook nog eens ‘vrij spelen’. “Dit is een echte clubavond”, aldus voorzitter Maurice van Bourgonje. “De rest van de week spelen we verdeeld over drie verschillende zalen in Rotterdam. Dan is het vaak spelen en wegwezen. Hier aan de Slaak blijft iedereen echt hangen na afloop van zijn partijtje.”

En inderdaad, overal in de zaal vormen zich groepjes mensen die wat met elkaar kletsen. BC Asterix is dan ook een hele sociale vereniging, vindt ook Lisa Martin. “Het is hier heel anders dan bij mijn vorige vereniging. Daar had je echte groepsvorming. Hier is het absoluut niet ons-kent-ons. Je leert hier elke week nieuwe mensen kennen. Als je nieuw bent, word je direct aangesproken. De begeleiding is erg goed hier.’ Voorzitter Maurice: “Individuele aandacht is erg belangrijk. Bij nieuwe leden, maar ook als je al een tijdje op de club zit. We kijken steeds ‘vindt iemand het nog wel leuk, zo nee wat kunnen we er aan doen?’”

SNEL

De vereniging (opgericht in 1971) telt 175 seniorleden en 50 jeugdleden. Om te voorkomen dat de banen de hele avond door dezelfde spelers bezet worden gehouden, is er een afhangsysteem. Op een bord kan een speler aangeven op welke baan hij wil spelen. Wanneer nog drie spelers hun pasfoto op het bord hangen kan er twintig minuten gespeeld worden.

Vijf jaar geleden verscheen Maria Ysebaert voor het eerst op de club. “Het is echt een hele snelle sport. Veel sneller dan tennis. Ja, de bal stuitert niet he”, grapt Maria. “Het mooie is dat je het zo onder de knie hebt. De spelregels zijn niet al te moeilijk.” Voorzitter Maurice beaamt die stelling:“Het is een laagdrempelige sport. Bij volleybal is in eerste instantie meer techniek nodig. Als je een racket kunt vasthouden , kun je in principe spelen. Maar”, verklaart hij met haast Cruijffiaanse logica, “als je de shuttle alleen maar terugslaat kun je niet winnen. Op het moment dat je ‘de klik’ krijgt van ‘he, ik kan winnen’ , dan begint de sport pas echt.”

KADER:

Badminton bij BC Asterix kost 151 euro voor senioren. De jeugd betaald, afhankelijk van leeftijd, 67 euro of 108 euro per jaar. Speelzalen zijn Sporthal Schuttersveld (woe), Sporthal Kralingen (vrij) en Sporthal Pier 80 (zon). Voor meer info: http://www.bcasterix.com/ of 010-4128595 (Arjan van Cappellen)

Iedereen wil metselen

STREAMER: Klussen in huis populairder dan ooit

door Dimitri Hakke

Klussen in huis is populair. Je hoeft de televisie maar aan te zetten of er wordt wel een woning onder handen genomen. Van de voorzichtige make-overs van Eigen Huis en Tuin tot aan de meer extreme varianten zoals In Holland Staat Een Huis en Het Blok.

De verbouwingshausse legt de Doezelfschool aan de Schiekade in elk geval geen windeieren. Keer op keer zitten de cursussen Karweitjes in Huis, Timmeren, Elektriciteit of Stukadoren vol en zijn er zelfs wachtlijsten. Ook de cursus metselen blijkt geliefd. Vanuit het hele land zijn de leerlingen gekomen om uit te vinden hoe je een mooi muurtje metselt. Cursist Ab uit Brabant: “Ik moet elke week drie kwartier rijden om hier te komen klussen. Er zijn maar twee plekken in Nederland waar je dit kunt doen. Vaak zit er een complete opleiding aan vast. Kick uit Apeldoorn beaamt dat verhaal. “Bij mij in de buurt is er wel een opleiding , maar dan moet je in de agrarische sector werken en gelijk een heel huis willen bouwen.” “Dat is me toch net iets te veel”, lacht Ab.

KAARSRECHT

Tijdens deze cursus staat er duidelijk een minder grote klus op het programma: het metselen van een muurtje met een raam en een toog (boog boven het raam). Al tijdens de eerste les bleek dat zoiets schijnbaar eenvoudigs, de nodige problemen oplevert. De omspanning die er voor moet zorgen dat het muurtje kaarsrecht wordt gemetseld, is moeilijker dan menigeen dacht. Ook voor cursiste Dineke: “Je moet echt alles waterpas hebben. Maar als je ergens een spijker in slaat, dan trekt de andere kant weer scheef. Zo ging het de hele les door. Uiteindelijk stond ie wel hoor. Misschien niet zo netjes als die van de rest, maar toch.”

In tweetallen zijn de deelnemers begonnen met het mengen van de specie. Docent Fred de Jong loopt langs en legt uit wat de mengverhouding moet zijn. “We gebruiken hier geen cement, want alles moet ook afgebroken worden, zodat we het materiaal de volgende keer weer kunnen gebruiken.” Als het mengsel klaar is na flink wat omscheppen, is het tijd om de eerste laag stenen te metselen. “Je brengt een laag specie aan en dan dompel je de steen in water en drukt hem in het mengsel. Je klopt en schuift , totdat alles recht onder het touw ligt dat je hebt gespannen.”

STRESS

Er heerst een gezellig sfeertje. Er wordt flink gewerkt, maar er is ook tijd voor grappen en een muziekje. Cursiste Dineke is in haar element. “Als kind vond ik het al prachtig. Roeren in de pap, iets maken met stenen. Voor mijn vijftigste wilde ik het per se zelf eens proberen. Het is bovendien erg goed tegen de stress. Heel wat anders dan de hele dag op kantoor zitten!”

Even verderop wil de Haagse Ilona aan haar tweede laag stenen beginnen, maar wacht op de goedkeuring van Fred. “Ziet er prima uit”, zegt hij terwijl hij een steen één millimeter verplaatst. De cursiste heeft ook de smaak te pakken: “Volgende keer ga ik misschien wel stukadoren. Schilderen? Nee, dat kan ik geloof ik wel, ha ha ha… ”

KADER:

De cursus Metselen wordt gegeven gedurende 6 avonden van elk 3 uur. Cursusprijs bedraagt 170 euro. De volgende serie begint op donderdag 26 mei. Daarna wordt Metselen ook als zomercursus gegeven van 4 juli t/m 8 juli. Meer info op: http://www.doezelfschool.nl/ of 010-4664333. De Doezelfschool is te vinden aan de Schiekade 830 in Rotterdam.

Jongleren vergt veel doorzettingsvermogen

Van brandende fakkels tot vlijmscherpe zwaarden

door Dimitri Hakke

Je kunt het doen met zwaarden, brandende fakkels, ringen, kegels of gewoon met drie ballen: jongleren. Hoe moeilijk je het ook voor jezelf maakt, de basis blijft hetzelfde. “Het belangrijkste dat je moet leren is, goed gooien. Vangen is een automatisme.”

Toch gaat het ook bij de jongleercursus in de Jan Prinsschool aan de Grote Markt nog vaak mis met dat ‘automatisme’. Her en der kletteren de kegels met veel kabaal op de grond. Er gebeurd hier duidelijk meer dan jongleren alleen. Terwijl een jongen verwoede pogingen doet om op een enorme bal te balanceren, doorkruist even verderop een meisje de zaal op een eenwieler. Aan de kant staan dozen vol diabolo’s, jongleerblokken en balanceerborden. Niet zo verwonderlijk dus dat de meeste cursisten het niet bij tien lessen laten, maar zich keer op keer inschrijven voor een nieuw leertraject.

Zeven zwaarden

Jongleren is al zo oud als de weg naar Rome. Sterker nog, de Egyptenaren bekwaamden zich al in het ‘in de lucht houden van voorwerpen’. De oudste afbeelding van jongleurs is gevonden in de graftombe van een onbekende Egyptische prins, daterend uit een periode tussen 1994 en 1781 voor Christus. Ook de Chinezen waren er al vroeg (770-476 voor Christus) bij. Ene Lan Zi schijnt er om bekend te hebben gestaan dat hij zeven zwaarden kon jongleren.

Zo ver zijn de cursisten van vanavond nog lang niet. Cursusleider Bouke van Tongeren:”Het allereerste dat je hier leert is de cascade. Dat is het basispatroon waarbij drie ballen kruislings van de ene hand naar de andere wordt opgegooid. Maar er zijn zo veel verschillende vormen.” Vanavond moeten de jongleurs proberen een bal vast te houden en die door de andere twee heen te verweven. “Het moeilijke aan deze oefening is, dat het twee hele tegengestelde bewegingen zijn.”

Maar ‘oefening baart kunst’ gaat zeker op voor jongleren. “Je krijgt hier te zien wat je moet doen en dan is het thuis herhalen en herhalen. Na een week kon ik al jongleren met drie ballen”, aldus de 15-jarige Tim. “Maar nu wordt het al wat moeilijker hoor!”

Alle cursisten spreken over de kick die er is als iets uiteindelijk lukt. Toch is er ook frustratie. De 28-jarige Anneloes heeft vandaag wat moeite met een oefening en baalt daar een beetje van. “Jongleren is ongelofelijk ontspannend als het lukt. Maar je moet het even doorkrijgen en vooral doorzetten. Maar dan is het echt ontzettend leuk en verslavend.” Steeds weer schrijft ze zich in voor een nieuw seizoen. “Je leert elke keer wel iets nieuws. Zo’n eenwieler heb ik wel eens geprobeerd, maar dat is niet helemaal mijn ding”, lacht Anneloes.

Ja of nee

De 29-jarige Yvette doet inmiddels verwoede pogingen om de overkant van de zaal te bereiken op haar eenwieler. “Ik geef niet op. Ik wil dit echt leren.” Bouke:” Voor jongleren moet je echt tegen vallen en opstaan kunnen. Je leert doorzetten en snel te reageren. Het is ja of nee. Nu of niet. Verkeerde beslissingen hebben direct effect. Op een gegeven moment wordt het een automatisme. Volgens mij heb ik ook in het dagelijks leven al aardig wat ongelukken weten te voorkomen door mijn toegenomen reactievermogen.”

Aan eind van de tien lessen komen de brandende fakkels. De meeste cursisten gaan de uitdaging wel aan. Yvette: “Als je met drie kegels kunt jongleren, dan kun je het ook met vuur, blijf je jezelf voorhouden. Dat klopt ook wel, maar zodra je de vlammen ziet is het toch anders.” De tip van Bouke luidt dan ook: “Als je de verkeerde kant van de fakkel vast hebt, direct loslaten, dan voel je weinig…”

Alle cursussen bestaan uit tien lessen van anderhalf uur. De kosten bedragen € 80,00.

Rotterdampashouders krijgen € 30,00 korting. Beginners – gevorderden: dinsdagen van 20.00 t/m 22.00 uur. Er zijn ook open oefenavonden waar je zelfstandig kunt oefenen. Meer info: 010 4667805 (Bouke) of bouke@ravioli.nl. Website: http://www.ravioli.nl/

Jeu de Boules in een Frans decor

door Dimitri Hakke

Wie wel eens in Frankrijk is geweest, kent ongetwijfeld de typische oude mannetjes met hun alpinopetjes die elkaar druk gebarend een pratend proberen af te troeven in het spel Jeu de Boules. Toch is Jeu de Boules meer dan dat clichébeeld en kent ook Nederland verschillende competities voor jong en oud.

Met een gemiddelde leeftijd van 55 jaar bevestigd JBC Maasstad op het eerste gezicht het beeld dat er heerst van de sport. Toch lopen er vanavond ook jongeren van een jaar of dertig rond. “Het is zeker geen ouwelullensport”, benadrukt clubvoorzitter Leo van den Eijnden. “In de competitie spelen ook gasten van een jaar of 19. Maar we willen wel graag meer jongeren aantrekken. Iedereen is welkom!”

Al in de Griekse tijd werd er geoefend in het gooien met ijzeren ballen. Het waren echter de Romeinen die het kleine doelballetje (de but) aan het spel toevoegden. De Romeinen namen de sport mee naar Gallië, waar het tot vandaag een ware volkssport is. Inmiddels spelen een half miljoen Fransen het spelletje en is daarmee de derde sport van het land. Sinds de oprichting van de Nederlandse Jeu de Boulesbond in 1972, wordt ook hier de sport steeds populairder. Anno 2005 zijn ruim 13000 spelers aangesloten bij een vereniging.

Boulodrome

De 124 leden tellende vereniging JBC Maasstad, die in 1986 werd opgericht, is de trotse eigenaar van het Boulodrome. Deze overdekte baan werd in 1998 aangelegd en is volgens de voorzitter een unicum in Nederland. Op de tien binnenbanen kan de hele winter door gespeeld worden in een prachtig decor. Op de muren van de hal zijn schilderingen van Franse winkeltjes aangebracht waardoor het lijkt alsof de spelers een balletje staan te gooien op een gezellig Frans dorpsplein.

Petanque (de officiële benaming van deze discipline) lijkt een eenvoudige sport, waarbij het doel is om zo dicht mogelijk met de speelbal bij de but te komen. Winnaar is diegene die het eerst 13 punten behaald. Toch komt er veel meer bij kijken, weet Ton de Blom “Toen ik vijftien jaar geleden hiermee begon, moest ik er heel erg aan wennen. Ik dacht: “is dit het nou?” Maar ik kwam er al snel achter dat techniek en tactiek erg belangrijk zijn. Je moet de spelsituatie goed analyseren, voordat je beslist welke bal je gaat gooien.”

Om al die aspecten te doorgronden worden er op dinsdagavond trainingen gegeven waarin diverse aspecten van Petanque aan de orde komen. Hoe hou ik een bal vast? Welke effecten kan ik gebruiken en hoe leer ik de afstand goed inschatten. Leo:”Je kunt een bal bijvoorbeeld rollen naar de but, maar dan krijg je te maken met allerlei obstakels zoals steentjes, takken en andere rotzooi. Of je gooit een bal door de lucht zodat ie doodstil ligt als hij de grond weer raakt. Daar moet je heel veel voor oefenen.”

Winnen

JBC Maasstad is een gezellige, sociale vereniging zo menen de leden. Het sportieve aspect is belangrijk, maar ook niet weer het allerbelangrijkste. Ton de Blom: “Het is geen Feyenoord-Ajax. Op onze leeftijd is winnen toch iets minder belangrijk dan bij jongeren. Maar verliezen vindt niemand leuk…” De voorzitter valt hem daarin bij “Niets is zo lekker dan tegen een sterker team te spelen en die gasten dan met 13-0 naar huis te sturen!”

JEU DE BOULES CLUB MAASSTAD, Hazelaarweg 38 te Rotterdam. Clubgebouw geopend: zondag van 12:00 tot 17:00 en woensdag van 19:00 tot 22:30. Meer info: http://www.jbcmaasstad.nl/ of Leo vd Eijnden (010-422369

Bridge laat de hersens werken

Streamer: Dé sport onder de kaartspelen

Tekst en foto: Dimitri Hakke

“Vergelijk het asjeblieft niet met klaverjassen”, benadrukt een 70-jarige Bridgespeelster, als ze even pauzeert en een sigaretje opsteekt. “Bij klaverjassen kun je lekker kletsen tijdens het spelen. Hier moet je echt je hersens laten werken. Maar dat vind ik heerlijk. En het is goed tegen dementie.”

Het is woensdagmiddag als de leden van bridgeclub BC’85 hun kaartje leggen in de Lombard. Aan de vele tafeltjes heerst opperste concentratie. Groot uitgevallen speelkaarten geven aan wat elke deelnemer biedt. Bridge verdient van alle kaartspelen het meest de titel denksport. Het vereist concentratie, een goed geheugen en logisch denken. Het wordt gespeeld door vier personen aan een vierkante tafel. Na het bieden volgt het spel, waarbij ieder paar zoveel mogelijk slagen probeert te maken.

Wereldtitel

Net als schaken en dammen wordt bridge ook in competitieverband gespeeld. Daarnaast kent de sport ook heuse nationale en internationale toernooien. Wereldwijd spelen 100 miljoen mensen bridge, verdeeld over 100 landen die bij de World Bridge Federation zijn aangesloten. In Nederland behoort de bridgebond met 120.000 leden tot de tien grootste sportbonden. Daarnaast zijn er naar schatting nog zo’n 400.000 bridgers die niet zijn aangesloten bij een vereniging. Op professioneel niveau spreekt Nederland vooral bij de vrouwen op internationaal vlak een aardig woordje mee door het winnen van meerdere Europese- en Wereldtitels. De Nederlandse mannen sleepten in 1993 de wereldtitel voor landenteams in de wacht.

Willem van Eijck , eigenaar van Bridgecentrum De Lombard acteerde zelf op hoog niveau, maar miste daar de gezelligheid die hij van middag ziet bij BC’85 “Dat is natuurlijk wel logisch, want je bent met topsport bezig. Hier is het sociale aspect erg belangrijk. Niet iedereen is geïnteresseerd in het verhogen van zijn of haar niveau. Donderdagavond komen hier spelers van een wat groter kaliber. Alleen met een bepaalde minimum rating kun je dan meedoen.” In de top competities zijn de speeltafels zodanig aangepast dat medespelers geen contact met kunnen hebben. Dit om te voorkomen dat spelers elkaar signalen geven. “Vooral Italianen en Amerikanen zijn hier erg argwanend in”, aldus Van Eijck.

Naar bed

BC’85 werd twintig jaar geleden opgericht door een groepje mensen die een Avro-cursus bridge op televisie volgden en het geleerde in praktijk wilden brengen. Gerda Laarhuis is spelleider van de tachtig leden tellende club. Zelf maakte ze als kind voor het eerste kennis met het kaartspel. Laarhuis:“Wat er leuk aan is? Het is echt denkwerk. Je moet 52 kaarten in de gaten houden en speelplannen maken. Bovendien is het leuk om met een partner samen te spelen. Als je maar vaak genoeg als duo speelt, dan ken je elkaar op een gegeven moment door en door.” “Je gaat nog net niet met elkaar naar bed”, grapt Laarhuis’ kaartpartner.

Laarhuis organiseert ook toernooien buiten de deuren van De Lombard. “In Delfshaven hebben we regelmatig een soort kroegentocht. Dan spelen we een half uurtje in de ene kroeg en dan gaan we als we zijn uitgespeeld weer naar een volgend café. Dat is altijd erg gezellig.”

BC ’85 speelt op woensdagmiddag in de bovenzaal van Bridgesociëteit de Lombard,

Lombardkade 28 in Rotterdam

Aanvangstijd: 13:15 uur

Informatie: Gerda Laarhuis, tel: 010-4330681

Regelmatig organiseert De Lombard bridgecursussen voor beginners. Meer info op http://www.delombard.nl/ of 010-4143915

Moderne dans op vette beats

STREAMER: Streetdance is prima voor de conditie.

Door Dimitri Hakke

Christina doet ‘t, Janet doet ‘t en ook Usher doet ‘t. Eigenlijk doet zowat iedereen op de muziekzenders TMF, MTV en The Box het: Streetdance. Snelle, strakke, ingestudeerde dansbewegingen op de vetste hiphopbeats van dit moment. De één doet het voor de moves en de ander doet het voor zijn conditie.

Het is vijf minuten over acht als vijftien vrouwen één man keurig in rijen staan opgesteld. Als docente Linda van Dijk de laatkomers die nog binnenvallen subtiel terecht heeft gewezen (“De les begint om, hoe laat ook al weer?”) kan de les eindelijk beginnen. “En stap, stap, links, rechts, laag uit, laag terug”, klinkt het door de ruimte. Als een geheel doen de cursisten de oefening na. Als de routine een paar keer is doorgenomen gaat de muziek aan en klinkt er lekkere triphop uit de speakers. “Wel allemaal tegelijk hè? Anders staan we straks voor gek tijdens de presentatie”, waarschuwt Linda, die bekritiseert, motiveert en complimenteert.

Streetdance kent zijn wortels in de straatcultuur van de Amerikaanse getto’s. Eigentijdse bewegingen en expressies worden verweven in een aparte dansstijl. Qua bewegingen is het een mengeling van aerobics, jazz ballet en breakdance. Streetdancers hebben geen partner maar dansen individueel of als groep met een choreografie. Er worden figuren gedanst zoals in de videoclips van MTV. Steeds meer mensen worden aangetrokken, omdat streetdance een vorm van dansen is, waarbij bewegen en conditietraining gekoppeld worden aan moderne muziek zoals hip-hop, funk, disco en r & b.

Rustiger

Een opvallende verschijning in de groep van vanavond is de 26-jarige Rodolfo. Tussen alle vrouwen is hij de enige streetdancende man. “Ik kan er ook niks aan doen. Het is al twee jaar zo”, lacht Rodolfo die altijd al gek geweest is van dansen. “Ik ben een keer meegekomen met een vriendin. Eigenlijk wilde ik op breakdance, maar toen ging ik door mijn enkel. Dus ben ik maar wat rustigers gaan doen.”

Echt rustig ziet streetdance er niet uit. De dansers zijn constant in beweging. Als er even niets wordt voorgedaan, nemen sommige dansers de pasjes nog even voor zichzelf door. “Het is best zwaar, maar gelukkig kan ik af en toe smokkelen. Dan lijkt het alleen of je de beweging maakt”, aldus Rodolfo tijdens een minipauze. “Streetdance is prima voor de conditie. Je bent voornamelijk cardio-vasculair bezig.”

Behalve voor het hart, blijkt de cursus streetdance ook nog eens goed voor de buikspieren. Vandaag laat de docente de keuze aan de leerlingen. “Willen jullie stretchen, buikspieroefeningen of nog een stukje dans oefenen?” De keuze valt op meer dans. De nieuwe routine blijkt multi-inzetbaar. “Deze kan ook als zelfverdedigingtechniek gebruikt worden als je op straat lastig wordt gevallen.”

Verslaafd

De 23-jarige Tamara is blij dat ze weer een stukje heeft bijgeleerd. Concentratie en discipline zijn daarbij vereist. “Het gaat allemaal heel snel. Als je een weekje overslaat dan moet je echt extra je best doen om die nieuwe bewegingen bij te benen”, weet ze als geen ander aangezien ze zelf ook les geeft. “Het is leuk om bij anderen inspiratie op te doen.” Van de twaalf uur sport die Tamara per week beoefend, worden er maar liefst negen ingevuld door dans. “Ja, ik ben echt verslaafd aan dansen. Het leuke aan Streetdance is dat je het op bekende muziek doet. Strakke sierlijke bewegingen op een beat, dat ligt mij wel.”

INFO:

Jaarcursus streetdance voor gevorderden wordt gegeven op dinsdagavond tussen 8 en 9 uur aan de Hennekijnstraat door Linda van Dijk. Instroom is hele jaar door mogelijk. SKVR verzorgt ook streetdancelessen voor beginners en voor jongeren. Voor meer info: http://www.skvr.nl/ of 010-4361366.

Wie: Coparck

Waar : Rotown, Rotterdam

[tekst en foto: Dimitri Hakke]

Het optreden van Coparck in Rotown kent een wat vreemd begin. “Kennen jullie onze nieuwe drummer, Marcel?”, vraagt zanger Odilo Girod aan de bezoekers. Een nieuwe drummer, dat was ons nog niet opgevallen. “nou ja, nieuw…hij zit al een jaar bij de band.” Marcel van As (ex-handsome 3some) was er dus nog niet bij toen de band drie jaar geleden voor het laatst Rotown aandeed. Maar vanavond laat hij zich gelden met stevige drumslagen en subtiele tikjes.

De sfeervolle warme klanken trekken langzaam door het Rotterdamse etablissement. Opvallend is daarbij het respect van het publiek voor de band. Er is weinig geouwehoer en veel concentratie in de zaal. Misschien omdat het ‘normale’ uitgaanspubliek het op zondag laat afweten. Coparck speelt voornamelijk nummers van de nieuwe cd Few Chances Come Once In A Lifetime dat al veel eerder had moeten verschijnen. Zoals bekend werd Coparck in 2003 het slachtoffer van de bezuinigingen in platenland. Platenmaatschappij Labels, een dochter van Virgin en EMI zegde het contract met Coparck op en de band vond uiteindelijk onderdak bij het label Supertracks (C-Mon & Kypski, Bastian). De elektronische popliedjes die het viertal produceert zijn ronduit fraai. Ze zijn warm, gelaagd en vol van geluid. De mengeling van jazz, pop en rock doet denken aan de sound waar dEUS groot mee is geworden. Het verschil is wel dat de Nederlanders iets ingetogener zijn dan hun Belgische collega’s (maar dat is misschien wel de volksaard) en dat Coparck duidelijk meer triphop-invloeden herbergt.

De nieuwe single begint met een stemmig piano-intro en blinkt uit door herhaling. De zin “Can’t stop Looking For It”, zorgt voor ‘meedeinende’ hoofden op de eerste rijen. Na een tijdje heeft het nummer een haast hypnotiserende werking gekregen. Prachtige meerstemmige vocalen completeren de single. Even later bewijst de band ook een versnelling hoger te kunnen schakelen. Na een elektrisch drumintro, drijft het volgende nummer op een staccato-ritme. Snel, catchy, up-tempo en strak. Coparck weet te verrassen en bouwt de set goed op. Naarmate het concert vordert worden de nummers spannender en mysterieuzer. Ook op het podium lijken ze er zelf steeds meer zin in te krijgen. Na het spelen van ‘onze allereerste single’ (Going Anywhere?) zit deze aangename zondag er weer op…

KOP: Op weg naar vrede met Aikido

Streamer: Een aikidoka heeft geen tegenstander maar een partner

[Dimitri Hakke]

“Hij die de vijand en zichzelf kent, zal in geen honderd gevechten in gevaar zijn.

Hij die de vijand niet kent maar wel zichzelf, zal soms winnen en soms verliezen.

Hij die noch de vijand noch zichzelf kent, zal in ieder gevecht gevaar lopen.”

Het is een zegswijze uit ‘De Kunst van het Oorlogvoeren’ van de Chinese generaal Sun-Tzu uit circa 500 voor Christus. De uitspraak is te vinden op de website van Aikidovereniging Isshin Rotterdam en maakt direct duidelijk dat Aikido geen sport is, maar een levenswijze.

De eerlijkheid gebied te zeggen dat de bedenker van de uitspraak nog nooit van Aikido gehoord zal hebben, aangezien de krijgsdiscipline pas rond 1930 werd ontwikkeld door de Japanner Morihei Ueshiba. De grondlegger van het Aikido beschouwde krijgskunst als een spirituele levenswijze, een weg naar vrede, innerlijk evenwicht en een wording met de natuur. Die filosofie is er niet een van een vechtsport maar van een zelfverdedigingsport. Hoewel…de vraag is of het überhaupt een sport is. Een van de kenmerken van een sport is de wedstrijdmentaliteit: twee partijen die tegen elkaar strijden totdat er een overwinnaar is. En juist daarin onderscheidt deze discipline zich van andere. Een Aikidoka (beoefenaar) heeft geen tegenstander, maar een partner. Wedstrijden zijn er niet, aangezien het doel is om jezelf én je partner beter te maken.

Kriebels

Het is muisstil in Sporthal Kralingen. De hockeymeiden die in de grote zaal hun wedstrijd spelen, maken nog het meeste kabaal. Onder toezicht van trotse opa’s, oma’s, vaders en moeders betreden elf kinderen de oefenmat. Vandaag staan de examens voor de negende en tiende Kyu (graad) op het programma. Voor de meeste is het hun eerste examen en de spanning is dan ook van de gezichten af te lezen. En hoewel hij toch al weer zes jaar met de sport bezig is, zijn de kriebels toch ook bij Sensei (meester) Wim Krijgsman merkbaar. “Dit is mijn eerste examen dat ik ga afnemen. Het moet toch allemaal wat formeler op zo’n examen. En al die ouders erbij, dat is toch ook anders”, aldus Krijgsman.

Het examen begint met het tonen van respect aan de grondlegger Morihei Ueshiba

, wiens portret uitkijkt over de dojo. “Shomen nie rei”, klinkt het uit elf monden. Daarna mogen de leerlingen een Shikko uitvoeren. Tegelijk loopt iedereen op zijn knieën naar de overkant van de mat. Als even later de wat moeilijkere technieken aan bod komen en er hier en daar wat gefronste wenkbrauwen te zien zijn, springt Krijgsman bij. “Officieel mag het niet”, zegt hij met en knipoog, “maar het kan geen kwaad om ze te helpen. Sommigen van deze groep hebben net vier maanden training achter de rug, terwijl anderen al bijna twee jaar bezig zijn.” “Maar”, benadrukt de Sensei, “Ik doe niks voor. Het is tenslotte een examen.”

Handicap

Aan de oefeningen is duidelijk te zien dat het niet op spierkracht aankomt. Een klein meisje gooit een duidelijk grotere jongen met een flinke worp op de mat. “Met minimale spierkracht, het maximale effect bereiken. Dat is het doel…” Een uitgangspunt dat deze sport uitermate geschikt maakt voor kinderen die het doelwit zijn van pesterijen, mensen met een handicap en ouderen. Voor deze laatste twee groepen worden regelmatig aparte trainingen verzorgd.

Wim Krijgsman is klaar met de les en bedankt de leerlingen voor hun inzet. “Wanneer horen we of we het gehaald hebben?”, vraagt een meisje ongeduldig. Als de teleurstelling erg groot blijkt, als hij vertelt dat ze daarop nog even moeten wachten, strijkt Krijgsman over zijn hart. “Eigenlijk kan ik het jullie wel zeggen hoor. Jullie zijn allemaal geslaagd!”

Kader:

Jeugdlessen Aikido (van 6 tot 14 jaar) worden gegeven op maandag, vrijdag en zaterdag. Leslocatie: Sporthal Kralingen, Slaak 15 in Rotterdam. De maandelijks kosten bedragen 16,50 euro. Proefles is gratis. Meer info op http://www.isshin.nl/ of via Wim Krijgsman (010)2121626/wim@isshin.nl

Wie: Saunawest

Waar: Rotown, Rotterdam

[Tekst en foto: Dimitri Hakke]

Het gaat een broeierig avondje worden in Rotown, zo blijkt al snel. Saunawest staat op de affiche en de promotiemeisjes in witte badjassen met bandlogo overhandigen de eerste bezoekers enkele flyers. De promotie is goed geregeld bij de Rotterdammers; de band bestaat pas een half jaar en nu al heeft het zestal in zo ongeveer elk denkbare zaal in Rotterdam gespeeld. Na het Poortgebouw, de Parade, Villa Querido, Off-Corso, Nighttown , Prachtig en Waterfront is het nu dus de beurt aan Rotown om de ‘heetste sensatie uit Rotterdam’ te ontvangen.

Hypen is leuk en jezelf erg goed vinden is nog leuker, zolang het maar gepaard gaat met de nodige humor. En dat laatste heeft Saunawest zeker. De band begint de show met een heus anthem, dat door zijn eenvoud al snel wordt meegebruld: ’S-A-U-N-A-W-E-S-T’. De vrolijke rock and roll met een funky twist werkt aanstekelijk en binnen no-time staan de voorste rijen (familie en vrienden?) te swingen.

Zanger ‘Grandmaster Teps’ zit af en toe in de knoop met zijn microfoonstandaard en springt regelmatig van het podium. Maar hoe hij ook zijn best doet, de beste entertainer van de wereld is hij niet. In zijn rol als dr.Phil slingert de antiheld met Harry Potter-looks teksten als: ‘Damn your so sexy’ en “I was able to suck my own cock’ de zaal in. De declamerende zang die associaties oproept met Talking Heads en Roxy Music, wordt aangevuld met een mooi seventies zwoel en slepend saxgeluid. De funky ritmes die de band er op nahoudt zijn echter wel erg eenzijdig en dat sommige nummers twee keer voorbijkomen bevordert de variatie ook al niet.

Tot slot nog een verrassende cover in de vorm van het enige Nederlandstalige nummer op de setlist: Ali Cyankali. Op de website van de band wordt een Viparrangement aangeboden aan degene die Saunawest een optreden buiten de Maasstad bezorgd. Maar misschien is het niet onverstandig om daar even mee te wachten en eerst nog even de oefenruimte op te zoeken om te werken aan het repertoire…

Wie: Wallrus

Waar: Waterfront

Tekst en foto: Dimitri Hakke

Hoezo, muziek is om naar te luisteren? Als het aan Wallrus ligt, moet je muziek niet alleen horen, maar ook zien en vooral voelen. Scheurende gitaren, beukende drums en bastonen tot in je middenrif vormen het vaste recept van de Rotterdammers. Helaas, of misschien wel gelukkig –we zijn tenslotte binnen- vanavond geen ondersteunende vuurspuwact zoals eerder op Metropolis, maar een op volle toeren draaiende F1200-fogger rookmachine.

Waterfront is de ideale speelplaats (donker en ruim) voor de logge walrussen, die de bezoekers in een warm Stoner-bad onderdompelen. Het vaste kwartet weet zich vanavond gesteund door een extra percussionist en een gitarist, waardoor Wallrus nog voller klinkt dan op haar debuut-cd The Wind Blows Witches From The Sky. Tijdens deze cd-presentatie bewijzen de Rotterdammers voor meerdere invloeden open te staan dan pure Stoner. Voor de zompige rock van Masters Of Reality bijvoorbeeld. De stem van zanger Rob Rietdijk is krachtig, duidelijk en aangenaam en roept ongewild associaties op met Soundgardens’ Chris Cornell. Het ene moment kan Wallrus heerlijk aan de noodrem trekken zoals Queens of The Stoneage om er vervolgens een riff a la Black Sabbath tegenaan te gooien. Met een overstuurde mondharmonica rekent Rietdijk in een klap af met het stoffige imago van dit instrument. Daar kan Ome Bob nog een puntje aan zuigen.

“Er werd door allen goed gemusiceerd en gezongen”, schrijft Rietdijk daags na het concert in zijn Wallrus-nieuwsbrief. Via dezelfde mail komen we te weten dat bassist Paul van Schaik zijn hoed is kwijtgeraakt aan een fan, gitarist Conrad Freling drie gitaren heeft versleten en dat de VOX het al tijdens de soundcheck begaf. “Toms staalpercussie was ronduit spectaculair (…)de samenweking met Joeri (drummer RED.) kwam tot een hoogtepunt in Mean Shit” , aldus de opper-Wallrus. En daar kunnen we het alleen maar van harte mee eens zijn!

“Vrouwen klimmen meer op souplesse”

“Rustig, alsof het een gaspedaal is…”

“Ben je niet moe geworden?”, vraagt kliminstructeur Marcel de Bruin aan een van zijn cursisten, die net een enorme steile wand heeft bedwongen. Het ontkennende antwoord kan op zijn goedkeuring rekenen. “Nou, dan heb je het goed gedaan!” Souplesse, goede voetplaatsing en ontspannen kuitspieren, zijn de trefwoorden op deze maandagavond.

Van buitenaf gezien is het klimcentrum Steeppart in Rotterdam-Kralingen een rare hoge blokkendoos. Wie eenmaal binnen is ziet een wirwar aan touwen, steile wanden met veelkleurige stukken kunststof in verschillende vormen en mannen en vrouwen die geslaagde pogingen doen om de wanden te bedwingen.

Vandaag staat een cursus klimtechniek op het programma. In zes lessen van elk drie uur, leren de cursisten die al een basiscursus hebben doorlopen of al enige klimervaring hebben, om hun techniek te verbeteren. Na het enthousiaste warmklimmen (“Je mag al stoppen hoor, Olivier”), neemt Marcel zijn gevolg mee naar een wat kleinere wand, waar de cursus daadwerkelijk begint.

WAGGELEN

“De bedoeling is dat cursisten hier leren om minder op kracht te klimmen door hun voeten goed te plaatsen en hun balans te verbeteren”, verduidelijkt de cursusleider. Wie denkt dat het bij klimmen op spierkracht aankomt, komt bedrogen uit. Dat blijkt wel als de opdracht wordt gegeven om naar boven te ‘waggelen’ en daarbij zo min mogelijk de armen te gebruiken. “Eigenlijk moet je je armen alleen maar gebruiken om te voorkomen dat je naar achter valt”, aldus Marcel.

Cursist Marcel Langbroek klimt ook nog te veel op kracht, weet hij zelf. Volgens hem zijn vrouwen wat dat betreft ook betere klimmers. “Vrouwen klimmen meer op souplesse dan op kracht. Het ziet er dan ook vaak mooier uit.” Als hij voor de tweede keer boven is geweest is hij duidelijk minder vermoeid dan de eerste keer. “Je merkt echt verschil!”

VALLEN

“Het was al beter, maar het is nog niet goed”, laat instructeur Marcel zijn cursisten weten. In een volgende oefening moeten de deelnemers dan ook proberen hun voeten zorgvuldiger neer te zetten. De verleiding is volgens hem groot om je voeten maar zo snel mogelijk neer te zetten om te voorkomen dat je valt. Terwijl je eigenlijk je voet direct goed neer moet zetten. “Rustig, alsof het een gaspedaal is…”

Behalve de techniekcursus biedt Steeppart ook nog andere klimtrainingen, waaronder een jeugdklimclub, bedrijfsklimmen en een beginnerscursus. Tijdens deze laatste cursus wordt vooral aandacht besteed aan de veiligheid, zoals het zekeren van de klimmer, touwtechnieken en het omgaan met klimmaterialen.

Het uiteindlijke klimniveau wordt niet bepaald door het feit of je boven komt, maar hoe je daar komt. Hoe kleiner de steunen, hoe hoger het niveau. Marcel: “Wij beginnen hier bij 3 en dat gaat door tot 8b. Lager gaan we hier niet, want niveau twee is te vergelijken met het oplopen van een trap!” En wie dat niet haalt, kan een training bij Steeppart wel vergeten, aangezien de ingang van het centrum zich aan het einde van een aardig lange trap bevindt. Welbeschouwd vindt de warming-up dus al buiten plaats…

De cursus klimtechniek (6 lessen) vindt plaats op maandag of vrijdagavond (19u-22u) en start bij voldoende aanmeldingen. Kosten voor de cursus bedragen 102,50 euro. Overige prijzen varieren van 15 Euro p/p voor arrangementen tot aan 40 euro p/p voor de beginnerscursus. Klimcentrum Steeppart is zeven dagen per week geopend. Voor meer info: Steeppart, Prinsenlaan 910, 3062 CT Rotterdam, 010-2869794 of http://www.steeppart.nl/

Wie: ATCOE/audiotransparent

Waar: Rotown, Rotterdam

[Tekst en fotografie: Dimitri Hakke]

Het is een schril contrast. De lente is in volle gang: de zon schijnt, de vogels leggen hun eieren, nieuwe liefdes ontluiken en op de terrassen is het tot ’s avonds laat goed toeven. Toch dwalen de gedachten vanavond af naar knisperende haardvuurtjes, vroeger tijden, depressies en verloren gegane liefdes. Terwijl audiotransparent het podium beklimt in Rotown, zitten de bezoekers aan sfeervolle tafeltjes met daarop waxinelichtjes. Romantisch en zwaarmoedig tegelijk, dat zijn de kenmerken van de Groningse zesmans-formatie. Schatplichtig aan Sigur Ros, Thindersticks weet de band de ongeveer zestig bezoekers direct bij de strot te grijpen. Audiotransparent is ruw en melodieus tegelijk. Met feedback, harmonics en repeterende gitaarriffs creëert de band een intieme sfeer. Met zanger Wouter Touw worden de langgerekte composities bovendien voorzien van prachtvocalen. Audiotransparent is het best te genieten met de ogen dicht. En daarmee komt direct weer een oude discussie om de hoek kijken: de podiumpresentatie. Die blijft een stuk achter. Rondspringen is niet nodig, maar er gebeurd gewoon te weinig op het podium. En dat is toch ook van belang. Ander kun je net zo goed de plaat opzetten.

At The Close Of Every Day (ATCOED voor de kenner) pakt het wat dat betreft anders en beter aan. Het duo Minco Eggersman (Volkoren) en Axel Kabboord (this beautiful mess) is voor de gelegenheid aangevuld met een extra bassist. Door het drumstel vooraan aan de rand van het podium te plaatsen, is er geen ontsnappen meer aan. Tenminste, de eerste tonen van de breekbare liedjes, worden wreed verstoord door een mobiele telefoon die af gaat. En vanaf het tweede nummer heeft de band te lijden onder, bezoekers die duidelijk meer behoefte hebben aan slap geouwehoer dan wat anders. Eggersman is een zingende drummer, maar daarmee houdt elke vergelijking met Phil Collins gelukkig op. Pedro The Lion en Bright Eyes hebben meer raakvlakken met het gebodene. Net als bij audiotransparent speelt melancholie de hoofdrol. Hoewel binnen de nummers de spanning prachtig is opgebouwd, heeft de set dat niet. Na een kwartiertje of drie heb je het wel gehad. En dan ben je blij dat het buiten niet sombert, maar je gewoon zonder jas naar buiten kunt om op het terras nog even na te genieten van een mooie lenteavond.

KOP: Een goeie steen vindt zijn eigen beeld

STREAMER: Het getik van beitels vult het leslokaal

Door Dimitri Hakke

Geduldig staan de enorme blokken steen te wachten in het voorraadhok. Serpentijn, albast en springstone liggen gebroederlijk naast elkaar te wachten op een volgend leven als beeldhouwwerk. Aan de cursisten van vanmiddag de taak om deze beelden te bevrijden uit hun omgeving. ‘Bevrijden’, want een goed stuk steen, creëert zijn eigen beeld.

Slechts zes cursisten bevolken deze maandag het leslokaal voor de cursus Beeldhouwen in steen en hout. Er klinkt luid getik van beitels in steen. Terwijl steenafval in de rondte vliegt, loopt docent Kees Buckens van beeld naar beeld en geeft aanwijzingen. “Praktijk is de kracht van deze cursus”, aldus de docent. “Je moet niet te veel theoretiseren.” Zo snel mogelijk aan de slag is zijn devies. “Er zijn mensen die ’het’ direct zien, terwijl je anderen juist aan de hand moet nemen. Het doel is om alles af te pellen dat geen beeld is.”

Cursiste Greet Wagemaker moest erg wennen aan die geen-woorden-maar-daden-aanpak. “Dat is een beetje tegen mijn natuur. Ik wil graag van tevoren weten wat er allemaal kan en wat ik daarbij nodig heb. Het was best moeilijk om die structuur los te laten. Inmiddels is de tweedejaars (“Vorig jaar heb ik deze cursus ook gedaan.”) er wel aan gewend. Docent Kees raadt mensen overigens wel aan om vooraf met een idee of een schets te komen. Het klinkt met elkaar in tegenspraak, maar dat is het niet. “Je stuurt je ontwerp in de richting van wat aanwezig is in je steen.”

REVOLUTIE

Een rood krijtje behoort tot de didactische instrumenten van Kees. Met een paar kordate halen, zet hij op het werk van hulpbehoevende cursisten de ideale lijn aan of geeft aan welke stukken volgens hem best kunnen worden weggehakt. Soms werkt zelfs het rode krijt niet meer en moet er voor rigoureuze maatregelen gekozen worden. Kees: “En dan kies je soms voor een kleine revolutie, zoals het omdraaien van het beeld.”

Het beeld van Adri Hartkoorn nadert zijn voltooiing. “Tja, wanneer is het af? Dat is een heel moeilijke vraag. Je moet het gevoel hebben dat elke volgende bewerking teveel is”, aldus de voormalig architect. Zijn beeldhouwwerk is ruw en glad tegelijk en kent hoge contrasten. Terwijl hij met water en diamantsponsjes zijn steen gladder en gladder probeert te maken, dubt hij nog over de uiteindelijke presentatie. Moet het beeld nou liggend of staand, is de overweging.

Hij is blij met de hulp van de docent. “Soms loop je echt vasten heb je feedback nodig van iemand die het vak verstaat.”Zijn respect voor beeldhouwen is dan ook gegroeid. “Je leert hier steeds anders en beter kijken. Het is best moeilijk om in drie dimensies te werken.”

HOUT

Waar de meeste cursisten zich op steen hebben gestort, heeft Pieter Grevel een duidelijke voorkeur voor houtbewerking. Zijn menselijke gedaante in lotuszit begint steeds meer vorm te krijgen. “Ik heb altijd een voorliefde voor houten beelden gehad”, aldus Pieter. “Hout is geweldig om te bewerken. Alleen je moet wel oppassen. Het gaat beetje bij beetje. Wat er af is, komt er heel moeilijk weer aan. In het begin was het hout vaak al weg op plaatsen waar het moest blijven zitten.”

Tevreden kijkt Kees Buckens nog eens rond in zijn maandagmiddagklasje. “Elke keer is het weer mooi om te zien als mensen ’begeistert’ staan te werken aan hun beelden. Als ze verbaasd zijn over wat ze zelf kunnen. Dan is mijn missie volbracht.”

INFO:

Beeldhouwen en Steen en Hout. Docent: Kees Buckens. Lessen worden op maandag en donderdag gegeven bij de SKVR aan de Hennekijnstraat 6. Meer info: http://www.skvr.nl/ of 010-4361366.

KOP:Lekker sleutelen aan je fiets

Streamer: cursus fietsenmaken leerzaam en kostenbesparend

Nederland is fietsland nummer één. Nergens ter wereld zijn er net zoveel inwoners als fietsen. Liefst zestien miljoen berijdbare exemplaren telt Nederland en elk jaar worden er één miljoen nieuwe fietsen verkocht. Daarnaast staan er nog ontelbare fietsen in schuurtjes, kelders en fietsenhokken. Reden genoeg om eens te kijken bij een cursus fietsenmaken.

Behalve fietsgek, zijn Nederlanders ook zuinig. Zeker in tijden van economische crisis is het wel zo makkelijk om niet voor elke lekke band, slag in het wiel of opgerekte ketting naar een dure fietsenmaker te hoeven gaan. Wie zijn fiets goed onderhoudt heeft bovendien veel langer plezier van zijn rijwiel.

Het leslokaal van de Doezelfschool aan de Schiekade ziet er wat chaotisch uit. Tussen de werkbanken, toiletpotten en wastafels staan zes omgekeerde fietsen. Terwijl de ene cursist zich op het schoonmaken en verlengen van de voorvork stort, wordt elders een versnellingssysteem onderhanden genomen. Docent Jack van Ewijk houdt niet zo van de klassikale aanpak. “Er wordt naar behoefte aan een fiets gewerkt. De een heeft vragen over het verwisselen van een band en de ander wil zijn ketting schoonmaken.”

Er wordt wat bij elkaar gekeken en er volgt toch een centrale uitleg. “Wat is de meest gemaakte fout bij het plakken van een band?”, vraagt Jack zijn cursisten. Het goede antwoord volgt snel uit de groep: snelheid. “Precies, de meeste mensen die een band plakken nemen niet genoeg tijd om de lijm te laten drogen. En dan gaat het mis…”

Dromen

Alle cursisten hebben hun eigen fiets meegebracht, maar er staan ook oefenfietsen ter beschikking. Volgens Jack is het een stuk leuker om aan je eigen fiets te sleutelen. “Je kunt hier lekker alles losmaken. Daardoor leer je je fiets beter kennen. En soms kom je dan tot de conclusie dat je sommige onderdelen de volgende keer gewoon maar in elkaar laat zitten”, lacht de ervaren fietsenmaker die de drieversnellingsnaaf inmiddels kan dromen.

Andere cursisten zijn duidelijk nog niet zo ver en leggen alle verwijderde onderdelen keurig op volgorde. Maar ook dan blijkt het in elkaar zetten nog een lastige klus. “Vorige week is het me gelukt om weer op de fiets naar huis te gaan”, vertelt cursist Jan niet zonder trots. “Maar dat was wel het voorwiel. En da’s een stuk makkelijker in elkaar te zetten.”

Vertrouwen

Cursist Tom heeft alle kogeltjes die uit zijn versnellingsnaaf vielen weer bijeen geraapt. Toch ziet het er niet naar uit dat zijn fiets aan het eind van de les weer compleet zal zijn. De schroefjes, boutjes en frutsels met de meest technische namen liggen nog verspreid over zijn werkbank. “Ik heb drie fietsen, dus als het vandaag niet lukt dan laat ik ’m gewoon staan tot volgende week.”

Vutter Jan krijgt er inmiddels steeds meer handigheid en vertrouwen in. Na een succesvolle montage van zijn achterwiel laat hij aan docent en medecursisten weten hoe goed het gaat: “Volgend jaar geef ik hier die cursus!”

KADER:Cursus fietsenmaken kost 130 euro voor 6 lessen van elk 3 uur. Volgende lessenreeks start op 13 januari, 12 maart en 26 mei. Meer info: Doe-zelf-school Rotterdam, Schiekade 830, tel: 010-4664333 of http://www.doezelfschool.nl/

Dansen op skates niet voor echte beginners

Een meisje slaakt een ijselijke kreet…

Tekst: Dimitri Hakke

Ongeduldig drentelen de eerste cursisten voor de deur. Hoewel het al half acht is, blijft de deur potdicht. Tien minuten later heeft een aardig groepje zich voor Calypso verzameld en gaan de deuren eindelijk open. De wieltjes kunnen worden ondergebonden en de rollerskatedansles kan beginnen.

Zo’n veertig cursisten zijn op komen dagen bij deze les rollerdisco voor beginners. Blank, zwart, dik, dun, klein, lang, homo en hetero. Het is een gemêleerd gezelschap vanavond. Vrijheid blijheid is het parool bij deze cursus. Wie zin heeft die komt en wie een keertje wil overslaan wordt daar niet op aangekeken. Terwijl de dance classics door de speakers schallen, laat instructeur Laurens zijn cursisten de spieren losgooien. Bewegingen waar een normaal mens zonder skates al spierpijn van zou krijgen komen er als vanzelfsprekend uit. Sommige deelnemers hebben er duidelijk meer moeite mee en vallen al om bij de eerste beweging. De lekkere groove van de seventies discoplaat wordt overstemd door een meisje dat een ijselijke kreet slaakt op het moment dat ze een spagaat dreigt te maken. Laurens blijft relaxed en toont hoe je een rondje kunt draaien op één been.

Beginners

Hoewel het de beginnerscursus is, is deze zeker niet bedoeld voor beginnende skaters. “We leren de mensen hier niet rollerskaten. Je moet wel je balans kunnen houden of achteruitskaten”, verduidelijkt Laurens. Wat dat betreft is nieuwkomer Karin aan het verkeerde adres. “Ik heb helemaal geen ervaring met die dingen. Het stilstaan kost me zelfs al moeite”, lacht Karin. Ademloos kijkt ze naar Brian, die inmiddels een dansroutine uitlegt aan de gevorderden groep. “Het is zo knap, ze dansen gewoon alsof ze schoenen aan hebben!”

Laurens (“ik kan niet eens meer op schoenen dansen”) is blij met de komst van meer jongens in zijn groep. Meisjes nemen volgens hem makkelijker les. “Jongens zeggen vaak dat ze het zelf wel uitzoeken. Bovendien wordt toch ook vaak gedacht dat rollerdisco alleen voor meisjes of homo’s is. Maar daar komt gelukkig verandering in. Ik heb nu ook een paar echte streetskaters is de groep”, aldus een trotse Laurens.

Huiswerk

In razend tempo komen de nieuwe instructies voorbij. Volgens cursiste Lizzy valt het wel mee met die snelheid. “ In de lessen wordt veel herhaald. Dus als je je huiswerk doet, is er niks aan de hand. Oefen je thuis niet, dan kun je niet mee met de groep en is het ook een stuk minder leuk.” Ook cursist Statie is enthousiast over de lessen: “Ik ben in mei begonnen en ik ben helemaal verliefd. Ik had alleen ervaring met inline skates (wieltjes achter elkaar red.), maar nu haal ik die alleen nog tevoorschijn voor lange afstanden. Ik moest wel wennen, want bij deze skates heb je de neiging naar voren of achter te vallen, terwijl je bij inline skates juist opzij dreigt te vallen.” Voor Statie telt ook het sociale aspect mee. “Het is weer eens wat anders dan het geijkte stappen. Je ontmoet hier allemaal leuke mensen en je bent ook nog eens lekker aan het sporten!”

Terwijl de cursus ten einde loopt en de oefenstof steeds meer op echt dansen begint te lijken, druppelen er steeds meer skaters Calypso binnen. Aansluitend vindt de rollerdisco plaats, zodat iedereen de net geleerde pasjes eens goed kan etaleren op de groovy disco-soultunes van Golden Wonderboy. Laurens oogt tevreden, want de lessen werpen hun vruchten af: “Je ziet dat ze nu meer doen dan alleen rondjes rijden…”

Info:

De rollerdisco danslessen vinden plaats op donderdag in Calypso, Mauritsweg 5, 3012 JR Rotterdam. Geen aanmelding nodig vooraf, behalve bij grote groepen. Aanvang beginners 19.30 uur, gevorderden 20.15 uur. Kosten: 8 Euro per les (inclusief disco) of 70 Euro voor 10 lessen. Skatehuur: 2,50 Euro (paspoort meenemen). Meer info: http://www.quadsk8.nl/

KOP: Heksen, clowns en vriendelijke verkoopsters

STREAMER: “Je make-up is geslaagd, als je je publiek weet te overtuigen”

Door Dimitri Hakke

“Bij het aanbrengen van een foundation, kun je het best uitgaan van de binnenkant van de arm en dan een tint lichter nemen.” Zo, de eerste tip is al binnen tijdens de basiscursus grimeren. Vandaag gaan zes cursistes elkaar proberen om te toveren tot vriendelijke verkoopster. “Ik moet die hele winkel leeg willen kopen bij jou”, grapt docent Arthur Vriens.

Moesten de cursisten in de afgelopen weken elkaar grimeren tot heksen, clowns, dieren of typetjes. Vandaag is het tijd voor de voorzichtige aanpak: de visagie. “De make-up moet vandaag het karakter ondersteunen”, legt docent Arthur uit. “Bij een typetje probeer je te overdrijven, door een clichébeeld te creëren. Nu gaan we meer op de subtiele details te letten.”

Al snel blijkt dat het maken van een vriendelijke verkoopster, een moeilijke opdracht is. Na het aanbrengen van de foundation zijn de eerste zuchten al hoorbaar. Want waar te beginnen? Eerst maar eens nadenken over welke winkel de verkoopster eigenlijk staat en of het voor groot of klein toneel is. “Leer spelen met kleuren”, tipt Arthur “Iemand die bij Jamin staat, kan je beter kleden in tum-tum roze dan in mosgroen.”

NADOEN

De docent is geen voorstander van voor- en nadoen. “Ik kan best voor de klas bij iemand ‘katten’-makeup aanbrengen en dan iedereen dat na laten maken. Maar daar leer je niks van. Je moet uitgaan van je model. Bovendien zijn er zoveel verschillende katten…” Experimenteren en doen is het toverwoord in de lessen. Dat de cursisten elkaar onder handen nemen, heeft dan ook behalve een praktische reden (makkelijk, altijd modellen), ook een didactische. “Ik vind dat je moet weten hoe iets voelt. Als je weet hoe pijnlijk het kan zijn om make-up te verwijderen, dan ben je daar voorzichtiger mee als je het bij iemand doet.”

Links en rechts verschijnen roze blosjes op wangen, worden haren grijs gemaakt en valse wimpers opgeplakt. Zovele winkels, zovele verkoopsters. Jolanda de Hart verandert langzaam in een gezellige kerstbomenverkoopster. “Ik ben er via een vriendin ingerold, die is Hoofd Grime bij een theater. Het is hartstikke leuk om te doen. Helaas heb ik thuis niet zoveel tijd om te oefenen”, aldus de verpleegster. “Met wat je hier leert, ga je toch anders naar de tv kijken. Je let veel meer op make-up en hoe het is gedaan. Die typetjes van Kopspijkers bijvoorbeeld.”

“Je kunt hier zo extreem doen als je wilt…behalve vandaag natuurlijk”, vertelt de lieftallige oude dame die Bh’s verkoopt bij de Bijenkorf. Inez de Zwart is in het dagelijks leven een stuk jonger en loopt stage bij een theater. “Nee, geen grime. Ik zit op de decorafdeling. Ik wilde gewoon eens kijken of het wat voor me is. Misschien wil ik er wel mee verder. ” Docent Arthur nam zijn cursisten onlangs mee naar een theatervoorstelling van een middelbare school, waar ze de grime mochten verzorgen. Inez: “Dat was heel anders werken. Hier heb je alle tijd. Daar moest echt alles binnen een kwartiertje af zijn. Gelukkig waren er wel van tevoren al ontwerpen gemaakt van de make-up.”

MANNEN

Opvallend is de afwezigheid van mannen bij de cursus, terwijl er toch veel mannelijke grimeurs en visagisten werkzaam zijn in tv en theater. “In de tijd dat ik hier cursussen heb gegeven, zijn er vier mannen geweest waarvan er eentje alle lessen heeft gevolgd.” Een verklaring heeft de docent wel. “Voor mannen is het echt een specifieke keuze. Als ze het doen, dan wordt het ook een hele carrière en zie je ze na 15 jaar nog in het theater. Bij vrouwen is het vaker een hobby. Die kom je meer tegen in een buurthuis als er weer eens een theatervoorstelling is.”

Aan het eind van de les zijn alle cursisten veranderd in lieftallige verkoopsters. Zelfs de tot ervaren lingerieverkoopster omgetoverde Jaqueline kan op goedkeuring rekenen van de docent. De dikke laag make-up is duidelijk bedoeld voor een groot toneel. “Je hebt subtiel overdreven, het had misschien zelfs nog wat meer gemogen. Je make-up is geslaagd als je het publiek weet te overtuigen.”

INFO:

Basiscursus Grimeren (15 lessen). Vervolgcursussen zijn in ontwikkeling. Docent: Arthur Vriens. Lessen worden vanaf maandag 28 februari gegeven bij de SKVR aan de Calandstraat 7. Meer info: http://www.skvr.nl/ of 010-4361366.

KOP: Sneeuwpret in ’t Lage Land

STREAMER: Zelfs aan de après-ski is gedacht

[door dimitri hakke]

De tijd voor de lange latten is weer aangebroken. Tijdens de krokusvakantie lokt de sneeuw elk jaar weer duizenden Nederlanders naar Oostenrijk, Zwitserland of Italië. En waarom? In Rotterdam blijk je ook perfect te kunnen skiën of snowboarden…

Al achttien jaar herbergt een onopvallend gebouwtje nabij metrostation Oosterflank, een heus ski-centrum. Jong en oud kan hier uit de voeten op eindeloze afdalingen om het snowboarden of skiën onder de knie te krijgen. Sneeuw is echter nergens te bekennen, wel een heerlijk winters sfeertje, compleet met après-ski. “Vooral in de weekenden is het hier erg gezellig”, lacht Hans Verwoerd, medeeigenaar van het indoor ski-centrum. “Dan neemt iedereen vrienden en familie mee en staat de gluhwein en jagersthee klaar.”

Sneeuw

Het is aangenaam fris in het voormalig zwembad, als de cursisten van drie uur binnendruppelen. Hoofdskileraar John van Drunen heeft enkele Melanchton-leerlingen voorzien van het goede schoeisel en een board van de juiste lengte. In tweetallen mogen de eerste leerlingen plaatsnemen op een vreemd ogende lopende band van vijf bij zeven meter, die bekleed is met wit kunstgras. In plaats dat de boarder over de sneeuw glijdt, glijdt deze ‘sneeuw’ juist onder het board naar boven toe. Op deze manier ontstaat er een eindeloze afdaling. Door de hoek van de baan te veranderen kan er bovendien worden gekozen voor een steile of een vlakke afdaling. Om te zorgen dat alles veilig gebeurd is de baan voorzien van beugels waaraan de cursisten zich kunnen vasthouden. Bovendien draagt elke instructeur een kastje bij zich waar de baan direct mee gestopt kan worden als het nodig is.

De 17-jariger scholier Erik staat voor het eerst van zijn leven op een board. Een echt onverdeeld succes is het niet. Enkele keren gaat hij hard onderuit. “Het is soms moeilijk om op de been te blijven”, vertelt hij na zijn eerste afdaling. “Je verliest heel snel je evenwicht en je valt eigenlijk best wel hard. Misschien dat ik mijn volgende lessen wel gewoon in de sneeuw neem. Dat is geloof ik iets zachter”, lacht Erik.

Vet

Een baan verder gaat het de 25-jarige Mariska en de 23-jarige Laura, een stuk beter af. Maar zij hebben dan ook al zes indoorlessen en een skivakantie achter de rug. “Binnenkort gaan we weer, dus het leek ons goed om eerst een paar lessen te nemen om de bewegingen weer goed onder de knie te krijgen.” Volgens het tweetal is de techniek precies hetzelfde als in de sneeuw. “Alleen krijg ik hier pijn in mijn armen, omdat ik steeds de neiging heb om de stang vast te pakken als ik omval.”

Bij Indoor Ski & Snowboard Rotterdam blijkt snowboarden toch wel favoriet onder het jongere deel van de ruim zesduizend bezoekers die er jaarlijks over de vloer komen. “Skiën vinden de meeste jongeren toch niet echt hip of vet…of hoe heet dat tegenwoordig”, zegt Hans Verwoerd met een knipoog. Voor Laura en Mariska heeft het daar niets mee te maken. “Het is prettig om je handen vrij te hebben.” “Bovendien”, vult Mariska aan “vrees ik dat, als ik ga skiën mijn voeten allebei een andere kant uit gaan…”

INFOKADER:

Een proefles skiën of snowboarden kost 17,50 euro. Schoenen plus Snowboard of Ski’s zijn inbegrepen. Speciale tarieven voor feesten of bij meerdere lessen. Indoor Ski & Snowboard Rotterdam is het hele jaar door geopend en is te vinden aan de Folkert Elsingastraat 11 in Rotterdam (Het Lage Land), Telefoon: 010-2860001. Meer info: http://www.indoorski-rotterdam.com/

KOP: Korfbal is niet voor mietjes

STREAMER: “Korfballers beschikten over verreweg de beste conditie”

Door Dimitri Hakke

“Korfbal is een virus dat nooit meer over gaat”, zo typeert Velox-voorzitter Door Oremus haar sport. Al ruim 100 jaar vecht de meest geëmancipeerde teamsport ter wereld tegen een truttig imago. “Maar vergis je niet. Korfbal is niet voor mietjes!”

Door Oremus kent de vooroordelen over korfbal. Om dat beeld te ontkrachten organiseerde ze enkele jaren geleden een toernooi waarbij diverse teamsporters zoals hockeyers en voetballers met elkaars sporten kennismaakten. En wat bleek: de korfballers beschikten over verreweg de beste conditie. “Het respect voor de sport ging met sprongen vooruit, toen ze het eenmaal zelf geprobeerd hadden”, aldus de voorzitter. “In vergelijking met andere sporten ben je constant in beweging. Je kunt je geen moment verstoppen. Pas als de bal uit je vak is kun je even op adem komen. Voetballers bijvoorbeeld kunnen zich tussendoor nog wel eens aan het spel onttrekken. Dat is bij korfbal onmogelijk.”

Ringbol

Korfbal werd in 1902 bedacht door de Amsterdamse onderwijzer Nico Broekhuysen als afgeleide van het Zweedse spel Ringbol. Hij veranderde enkele spelregels en introduceerde een rieten mand aan een paal ter vervanging van de ring die de Zweden gebruikten. Het spel bestaat uit twee teams die bij elkaar in de korf proberen te gooien. Hierbij is elk lichamelijk contract verboden. Ook dribbelen is in tegenstelling tot bij basketbal niet geoorloofd. Korfbal is de enige teamsport ter wereld die door mannen en vrouwen samen gespeeld wordt.

Anno 2004 telt de sport zo’n 100000 beoefenaars en is daarmee de derde teamsport in Nederland. Inmiddels wordt de sport in bijna veertig verschillende landen gespeeld. Met ingang van dit seizoen wordt de rieten mand vervangen door een plastic korf. Bovendien is er een experiment met een twee-punten-cirkel. Wordt de bal van buiten de cirkel gescoord, dan tellen de punten dubbel.

Gezellig

Tijdens de ingelaste training van Velox zit de 19-jarige Claudia aan de kant. Het liefst zou ze meedoen, maar een blessure weerhoudt haar daarvan. “Helaas mag ik niet meer doen dan rondjes lopen. Het is best moeilijk om alleen maar toe te kijken.” Dat ze toch gaat kijken heeft met haar liefde voor de club te maken. “Velox is echt gezellig. Ook als ik niet hoef te spelen ga ik er heen. Iedereen blijft ook hangen als ze hebben gespeeld.” De oudste korfbalvereniging van Rotterdam (van 1906) is dan ook een combivereniging. Leden kunnen zich ook uitleven op het tennisveld. Bovendien is er een dartscompetitie en kan er een potje Jeu des Boules gespeeld worden.

Ook bij Velox is korfbal een echte familiesport. Veel nieuwe leden worden enthousiast gemaakt door familie of vrienden die al spelen. Tijdens het traditionele Hemelvaart Mix Toernooi regent het nieuwe leden. Oremus: “Dan mag iedereen introducés meenemen. Soms komen mensen die vroeger hebben gespeeld weer eens kijken en besluiten dan de sport weer op te pakken. Het is een soort virus. Uiteindelijk keer je er toch weer bij terug. Door de week lopen ze bij wijze van spreken nog achter een rollator, maar als ze op het veld staan komen ze weer helemaal tot leven.”

Twee jaar geleden wijdde de Rotterdamse Kunsthal een tentoonstelling aan de sport onder de titel ‘Gemengd douchen. Honderd jaar korfbal’. Wie echter het grootste mysterie van de sport wil ontrafelen, zal toch zelf moeten gaan korfballen. “Gemengd douchen?”, lacht de voorzitter, “tja, dat ga ik hier natuurlijk niet vertellen. Dat blijft geheim…”

INFO KADER:

Korfbalvereniging Velox telt zo’n 130 leden. Contributie vanaf 75 Euro. Korting met sportpas mogelijk. Meer info: http://www.velox.nl/. VELOX, J.A. Lebbinklaan 19, Rotterdam-Crooswijk, tel. 010-4126006, info@velox.nl

Kop: Pencak Silat is een levenswijze

Streamer: Improvisatietalent helpt tegen aanvallers

[Tekst en Foto:Dimitri Hakke]

Zo op het eerste gezicht lijkt Pencak Silat een sierlijke dans. Maar schijn bedriegt. Pencak Silat is een van de gevaarlijkste zelfverdediging-sporten die er is. Het doel is om je tegenstander zo snel mogelijk uit te schakelen. Voor je eigen bestwil en voor die van de tegenstander.

Pencak Silat is afkomstig uit Indonesië en kent honderden verschillende stijlen. In het geval van sportschool Kujang Sakti is dat de West-Javaanse variant afkomstig uit Cimande. De sport onderscheidt zich van de meeste Aziatische zelfverdedigingkunsten vanwege de sierlijkheid en ontwikkeling van improvisatietalent in onverwachte situaties. Er wordt dan ook veel getraind met wapens , zoals kapmessen, stokken en drietand.

[Levenswijze]

Die wapens zijn vanmiddag zeker niet aan de orde bij de kinderles. Leraren Raul en Louise brengen op speelse wijze de allerkleinsten wat acrobatiek bij. Eén voor één springen de jongens en meisjes op een trampoline met een achterwaartse salto over de schouders van hun begeleiders. Lenigheid lijkt een eerste vereiste bij Pencak Silat. “Het is een moeilijke sport”, weet Marcell Verschuren, eigenaar van de school. “Het vereist discipline. De meeste leerlingen blijven dan ook niet lang hangen, maar als je doorzet dan wordt het een levenswijze en kun je niet meer zonder.” “Als ik een dag niet getraind heb, dan voel ik me direct stram”, aldus de 47-jarige Marcell. Wie zich echt de sport eigen wil maken zal zich ook moeten verdiepen in de filosofie, de taal, de muziek en de cultuur van Indonesië.

De 25-jarige Louise is al aardig op weg in die richting. “Het maakt je leven completer.” De veelzijdigheid van de sport trok haar direct aan. “Hiervoor heb ik Taekwondo gedaan, maar toen ik dit zag was ik direct verkocht. Het is goed voor je balans , conditie en souplesse.” Dat andere zaken voor die sport moeten wijken, neemt ze voor lief. “Iedereen in mijn omgeving weet dat ik dit doe en hoe belangrijk het voor me is.”

[Zelfvertrouwen]

Na de eerste schijngevechten worden er op de training inmiddels rake klappen uitgedeeld. Enkels en handen zijn zorgvuldig ingepakt om blessures te voorkomen. Tijdens het sparren valt het plezier van de gezichten te lezen. Tijdens het doornemen van de trappen en worpen wordt er af en toe flink gekletst. “Niet erg”, vindt Marcell “Plezier staat voorop op deze leeftijd. Het mooie is dat je ziet dat hun zelfvertrouwen groeit.”

De volhouders van deze groep krijgen op den duur een aparte status. Aan de hand van hun vechtstijl bepaalt de leraar of iemand als een aap, roofvogel, vleermuis, tijger of slang door het leven gaat. Elke diersoort heeft zijn eigen kwaliteiten, die tijdens de gevechten aan het licht komen.

Aan Louise de taak om de lessen af te sluiten. Dit keer geen meditatie en ademhalingstechnieken ter ontspanning, maar tikkertje. Lekker achter elkaar hollen. Als iedereen is uitgeraasd, vraagt Louise aan een van de nieuwelingen : “vond je het leuk?” Het jongetje lacht verlegen en een bedremmeld ’ja’ verlaat zachtjes zijn lippen…

KADER:

De kindergroep Pencak Silat is op de volgende tijden actief:

Zondag van 15.30 uur tot 17.00 uur en Woensdag van 17.00 uur tot 18.30 uur

info: 06 – 28123324 (Louise)

Volwassenen kunnen op andere tijden terecht. Meer info op http://www.kujangsakti.nl/, info@kujangsakti.nl en via 06 – 13248327 (Marcell)

Lokatie: Lambertusstraat 80a, Rotterdam (Kralingen)

ongeveer 2 minuten lopen vanaf metrostation Voorschoterlaan.

KOP:Rotterdamsche Manège, een monument in de paardensport

Streamer: “Elke keer zie ik weer kleine meisjes hun paard helemaal vertroetelen”

Ruim 165 jaar geleden kregen ‘jongelieden van den fatsoenlijken stand’ er de gelegenheid om ‘behoorlijk onderrigt in de rijkunst te ontvangen.’ Anno 2004 is de ‘Sociëteit Gevestigd in de Rotterdamsche Manège De Jockeyclub’ al lang niet meer zo elitair als toen zij in 1839 het levenslicht zag. Maar wie de rijbanen betreedt, ruikt, ziet en voelt de historie van Neerlands’ oudste ruitervereniging.

Het is aardig rustig op de manege in de zomermaanden. Slechts een handjevol paardenliefhebbers bevolkt het terrein aan de Kralingseweg. Hier en daar worden de edele viervoeters vertroeteld, gewassen of opgezadeld om een stukje te rijden. De onmiskenbare geur van stro en mest vult de stallen en de directe omgeving.

Monument

Op de prachtige binnenrijbaan geeft Bart Jan Geers instructies aan een meisje dat met haar paard rondjes om hem heen draait. “Iets strakker die rechterteugel aanhouden”, klinkt het hol door de monumentale ruimte. Normaal volgt Geers zelf de lessen. De Rotterdamsche Manege is een club naar zijn hart. “Ik zit hier nu drie jaar en er zijn hier zo veel mogelijkheden. Je hebt twee binnenbanen, een buitenbaan en een heel bos tot je beschikking.” Bovendien kan en mag er meer dan op andere clubs zo heeft hij aan den lijve ondervonden, bij het onderdeel Tentpegging. In deze militaire discipline moet de ruiter in uniform een parkoers afleggen met zijn paard en daarbij een reeks hindernissen nemen, daarbij gebruik makend van sabel, lans en revolver. “Je moet je paard laten wennen aan je sabel, zodat ze niet schrikt tijdens de wedstrijd als er ineens iets begint te schitteren. Toen ik dat een keer deed bij een andere vereniging kreeg ik direct de directeur op bezoek, met de mededeling dat dat toch echt niet kon met zo’n sabel. Hier kan ik gewoon mijn oefeningen doen.”

Secretaris Ellis Verheul hoort het verhaal met een glimlach aan. Zelf is ze al 26 jaar lid van de vereniging. “Er is niet zo heel veel veranderd in die jaren. Het is allemaal wat groter geworden.” Ze begon op haar twaalfde met paardrijden: “Zoals veel jonge meisjes eigenlijk. Mijn vader reed paard en ik begon te zeuren dat ik ook wilde paardrijden.” Sinds die tijd is de liefde voor het paard gebleven. “Het is moeilijk uit te leggen wat deze sport mooier maakt dan andere. Ik denk,omdat je iets doet met een levend wezen.” Telkens als ze op de manege is ziet ze weer kleine meisjes hun paard helemaal vertroetelen. “Totdat de jongens in beeld komen, natuurlijk”, lacht Verheul.

Ballotage

“Dressuur is voor mij het mooiste onderdeel. Je paard helemaal onder controle hebben, zodat het eigenlijk een verlengstuk van je lichaam wordt”, meent Verheul. De vereniging richt zich echter op alle hippische disciplines. “Mennen, carrouselrijden, springen of dressuur, het kan hier allemaal.” Volgens Verheul onderscheidt de club zich van andere vanwege de sfeer. “We zijn ook een echte gezelligheidsvereniging. En we hebben natuurlijk geen kantine, maar een Sociëteit. Bovendien hebben we ook een ballotagecommissie die nieuwe leden moet beoordelen. Sommige mensen worden daardoor afgeschrikt, terwijl anderen het juist een prettig idee vinden dat het een besloten club is. Het is daardoor kleiner en veiliger, zo is de ervaring. Echt streng zijn we ook niet hoor bij de ballotage. We moeten het gevoel krijgen dat je een prettig persoon bent om mee om te gaan. Nee, hoor geld speelt daarin geen rol. Alleen als je je lidmaatschap niet kunt betalen heb je een probleem”, grapt de clubsecretaris.

Kader: De ‘Sociëteit Gevestigd in de Rotterdamsche Manège De Jockeyclub’ geeft lessen aan beginners, gevorderden en vergevorderde. Disciplines zijn o.a. dressuur, springen, recreatief rijden, carrousel rijden en opleidingen tot koetsier. De club heeft diverse pony’s en paarden in de stallen. Lidmaatschap is verplicht. Kosten: vanaf 70 euro per jaar (jeugd) en 100 euro (studenten). Andere tarieven op aanvraag. Lessen zijn er vanaf 12 euro per uur. Meer info: Kralingseweg 120, 3062 CG Rotterdam,Telefoon 010-452 82 60

E-mail: info@jockeyclub.nl web: http://www.jockeyclub.nl/

KOP: Jeugdschaak leuk en leerzaam

Streamer: RSR De Ivoren Toren al 85 jaar aan zet

[Dimitri Hakke]

Opperste concentratie en stilte. Slechts het verzetten van de stukken en het geknars van hersenen, die zich bezinnen over de te voeren strategie. Dat is toch het beeld van een schaakvereniging. Zoniet op deze vrijdagavond bij schaakvereniging RSR De Ivoren Toren. Zo’n twintig kinderen nemen het vanavond in diverse partijtjes tegen elkaar op, waarbij sommigen het nodige kabaal maken.

“De kinderen hebben er al een hele schooldag opzitten. Je kunt niet van ze verwachten dat ze tijdens zo’n negende uurtje muisstil zijn”, aldus jeugdleider Winood Rampersad. “Ik vind het ook niet zo belangrijk. We zijn in eerste instantie een gezelligheidsvereniging en geen strak opleidingsinstituut. Als de kinderen het naar hun zin hebben, dan komt die progressie er vanzelf wel.”

Waar de vereniging in het verleden deelnemers van vier jaar had, is de jongste vandaag ‘al’ 6 jaar oud. De vereniging -de enige jeugdschaakvereniging in Rotterdam Centrum- werkt volgens de officieel erkende 6-stappenmethode. Na stap 1, herkenning van de stukken volgen er diverse stappen die steeds een beetje moeilijker zijn. Na elke stap krijgen de deelnemers een examen voorgelegd. Wie de 24 opgaven met goed gevolg doorstaat, mag door naar een volgend niveau. Daarin staan achtereenvolgens openen, aanvallen, materiaal winnen, vooruitdenken, combineren, strategie, koningsaanval en eindspelstructuren centraal. De laatste stap behandelt de strategie voor gevorderden.

Voor iedereen

Volgens Rampersat kan iedereen leren schaken. “In een uurtje heb je de basis wel onder de knie, daarna is het een kwestie van veel doen. En je kunt het in je eentje doen. Elke dag staat er in de krant wel een schaakdiagram dat je kunt naspelen. En ook via internet zijn genoeg websites te vinden met diagrammen of tegenstanders.”

Op RSR De Ivoren Toren wordt de ene week getraind en de andere week zijn er onderlinge partijtjes. Rampersat: “Sommige kinderen willen niet trainen en vinden het alleen leuk om partijtjes te spelen. Dat kan ook.” Wie echt veel partijtjes wil spelen kan bovendien elk weekend wel ergens in Nederland terecht op een leuk jeugdtoernooi. Gemiddeld bezoeken zo’n tweehonderd kinderen een toernooi, waarbij allerlei bekers te winnen zijn.

Schaken is de laatste jaren populairder geworden, omdat ook veel basisscholen de mogelijkheid geven om schaaklessen te volgen. Rampersat zelf heeft die mogelijkheid niet gehad: “Ik ben zelf pas op mijn 10e begonnen en pas op mijn 16e ben ik naar een vereniging gegaan. “ Zelf ziet hij zich dan ook niet als een groot schaker. “Maar we hebben hier zes toptrainers rondlopen. Want begeleiding is erg belangrijk om verder te komen. Als je tien keer een partij verliest, wil je toch ook weten waardoor dat komt.”

Portemonnee

Jeugdtrainer Maarten van Doorn probeert op dat moment het niveau van een potentieel nieuw lid te bepalen. “Welk stuk staat hier slecht en kan beter gepositioneerd worden om de koning aan te vallen?” , is een van de vragen. Na enkele bevredigende antwoorden, wordt het niveau bepaald op 3plus. “Hij is al aardig goed”, stelt Maarten tevreden vast.

Op de valreep breekt Winood Rampersad nog een lans voor zijn sport. “Je traint niet alleen je hersenen, maar het is ook nog eens goed voor je portemonnee. Een schaakbord heeft iedereen wel thuis. De contributie is laag en bovendien kun je korting krijgen met de Sportpas. En als je ook nog eens veel loten verkoopt bij de Grote Clubactie krijg je nog meer korting.” Zo beschouwd is er dus eigenlijk geen enkele reden om niet te gaan schaken!

KADER:

Jeugdschaak RSR De Ivoren Toren. Elke vrijdagavond van 18.45u tot 20.00u in NIVON-gebouw, Dirk Smitsstraat 76. Geïnteresseerden kunnen elke vrijdag geheel vrijblijvend langskomen. Meer info: Winood Rampersad: 06-16124756 of Nathanaël Spaan: 010-4676300

KOP:Kleipoppetjes en suikerklontjes

Streamer: Cursus Tabletop stimuleert verbeelding en creativiteit

In deze cursus leer je hoe je met twee suikerklontjes, wat krantenknipsels en een kilo klei een horrorfilm te maken. Zo luidt de even cryptische als prikkelende omschrijving van de cursus tabletop- en computeranimatie. Creativiteit en verbeelding stimuleren is dan ook precies het doel van de komende vijftien weken.Eén voor één druppelen de kersverse cursisten binnen in het klaslokaal dat nou niet direct uitnodigd tot creativiteit. Maar toch, in deze steriele helverlichte ruimte zal straks klei tot leven komen, playmobil-figuurtjes met elkaar de strijd aangaan en suikerklontjes een nieuwe onverwachte bestemming krijgen.

Vandaag is het echter tijd voor de jonge groep om geïnspireerd te worden. De IT-ers, communicatie-adviseurs, aannemers, art-directors en webdisigners krijgen enkele filmpjes voorgeschoteld waarin de mogelijkheden van animatie naar voren komen. Volgens docente Esther Dijkstra denken de meeste mensen bij animatie toch eerst aan tekenfilms. “En klei-animaties kent iedereen ook nog wel van vroeger”.

Gertie

Bij animatie zet je meerdere beelden achter elkaar, zo legt de docente uit. “Als je er vierentwintig in een seconde afspeelt, dan lijkt het voor je hersenen een vloeiende beweging.” Het voorbeeldfilmpje mag dan in 1911 spectaculair geweest zijn, zo’n 93 jaar later is het filmpje Gertie The Dinosaur vooral erg traag. “Destijds was dit bijzonder omdat het de eerste tekening was die tot leven kwam. De bedoeling was dan ook meer om te laten zien wat er allemaal mogelijk was, dan om een leuk verhaal te vertellen.” Na een leuke klei-animatie volgt een filmpje met dansende kleuren en vormen, die direct op het celluloid geschilderd blijken. “Meer heb je eigenlijk niet nodig voor een animatie”, verduidelijkt Esther.

Nadat de groep is verhuisd naar een wat minder kille ruimte, volgt er een demonstratie van het computerpakket waar de komende weken mee gewerkt gaat worden: Image Ready. In een handomdraai maakt de docente terplekke een eenvoudig filmpje met een haai die van rechts naar links over het scherm zwemt.De ambities van cursist Edgar reiken duidelijk verder. “Ik wil een videoclipje maken dat ik op internet kan zetten. Dat is toch leuker dan alleen een mp3-tje. Als het bevalt ga ik er misschien wel professioneel mee verder.” Een idee voor zijn animatie heeft hij nog niet. “Klei, dat lijkt me wel wat, of in elk geval iets in 3-D. Van niets iets maken, dat is voor mij de uitdaging.”

Shift -tween-layer

Een stukje verderop is ook cursiste Simone verdiept in haar animatie. “Ik heb nu al meer geleerd dan al die keren dat ik alleen thuis achter de computer zat. Dan weet ik wel waar alle knoppen voor zijn , maar niet wat ik er echt mee kan. Een half uurtje later schiet ook haar vis over het scherm. Alleen die zeeegel wil maar niet van zijn plaats. Een mede cursiste biedt uitkomst. “Je moet de eerste aanklikken en dan met shift de laatste selecteren en daarna tween op selected layers doen”, klinkt het in computerjargon. En warempel, als bij toverslag komt ook de zeeegel in beweging.

De eerste kennismaking bevalt Simone. “Ik vind het leuk om te ontdekken hoe iets wordt gemaakt. Bovendien leek het me leuk om eens wat anders te doen dan een danscursus die ik normaal gesproken doe”. En mocht Simone halverwege de cursus, het dansen toch gaan missen, dan is er altijd nog de mogelijkheid om een filmpje te maken van een dansend kleipoppetje…

Kader: De cursus tabletop- en computeranimatie duurt 15 lessen en kost 67 tot 198 euro, afhankelijk van leeftijd en inkomen. Nieuwe lessen vanaf 10 februari in de Beeldfabriek aan de Eendrachtstraat 12a. Meer info op http://www.beeldfabriek.org/ of 010-4361366

KOP:Van after-dinner amusement tot Olympische sport

STREAMER: Zeven uur tafeltennissen is verleden tijd

Door Dimitri Hakke

Liefst veertig miljoen beoefenaars telt de sport wereldwijd. Indrukwekkende cijfers. Maar slechts een fractie van het aantal mensen dat het spel wel eens heeft gespeeld. Want wie is er nou niet op de camping in de weer geweest met bat en balletje? Maar dit artikel gaat niet over het spel ping-pong, maar over de officiële Olympische sport tafeltennis…

“We doen toch nooit een warming-up?”, klinkt het plagerig door de gymzaal aan het Van Alkemadehof. Trainer Frank van de Weide lacht en laat zijn manschappen een paar rondjes rond de tafels rennen. “We doen altijd een warming-up. Dat is echt nodig om blessures te voorkomen. Alleen als het boven de dertig graden is, dan doen we het niet.”

Gymspullen

Daarmee is direct duidelijk geworden dat ook de recreanten die vanavond trainen, hun sport serieus nemen. Sport? Ja, inderdaad. Ook dat misverstand moet maar eens uit de wereld worden geholpen. “Ping-pong is voor op de camping en tafeltennis is een sport”, aldus een van de deelnemers. Volgens Van der Weide een veelvoorkomend misverstand. “We geven wel eens op middelbare scholen tafeltennis tijdens de gymles. En dan wordt er al snel lacherig over gedaan. Zo van:’ik heb geen gymspullen’ of ze zijn ook verbaasd over de warming-up.”

De eerste vorm van tafeltennis dateert van 1884. In Engeland werd destijds octrooi aangevraagd op een ‘miniature-indoor-tennis-game’. Eerst met een kleine gummibal die je over een net je heen moest slaan. Later met een lichtere celluloid bal. In de eerste jaren werd ping-pong (elders ook wel: Flim-Flam, Pim-Pam en Whiff-Whaff genoemd) vooral gezien als after-dinner amusement voor de welgestelde kringen. Bij gebrek aan balletjes werd dan af en toe ook wel gespeeld met een champagnekurk.

In de jaren twintig werd het spel gepopulariseerd en groeide uit tot een sport, compleet met internationale kampioenschappen. De sport is nog steeds in ontwikkeling. Na het WK 1936, waar de langste partij ooit werd gespeeld (na 7 uur werd de partij afgebroken) werd een tijdslimiet aan de partijen gesteld. Het gebruik van sponsrubber werd verboden nadat een Japanner onbedreigd kampioen werd, omdat zijn batje zoveel veerkracht bezat dat er een soort van katapult effect ontstond. Ook recentelijk zijn de regels nog aangepast: de ballen zijn vergroot, de service is aangepast en er wordt nog maar tot 11 punten gespeeld. Dit alles om de sport als kijkspel aantrekkelijker te maken.

Laagdrempelig

Er heerst een ontspannen sfeer in de zaal tijdens de training. “Het is dan wel een training, maar het blijven recreanten. Het gaat om het plezier”,aldus de trainer. Deelnemer Marcel heeft er duidelijk plezier in. Net terug van en blessure, moet hij het nog een beetje rustig aan doen. “Vooral het spelelement trekt me aan. Het is hier redelijk laagdrempelig. Je kunt in korte tijd veel leren hier. De trainer geeft goede tips.” Na een halfjaar bij 21-up beschouwt hij zichzelf nog steeds als een beginner. “Verrassing is misschien mijn sterkste wapen. Voor een goede speler lijkt het me moeilijk te spelen tegen iemand die er weinig van bakt”, lacht Marcel.

Na zingen, turnen en yoga vond Ellie het de hoogste tijd om zelf ook eens een balletje te slaan voor de club waar haar zoon Frank al 23 jaar speelt. “Ik heb vooral moeite met de service”, bekent ze. “Tafeltennis is een mooie sport. Er zit zoveel meer in dan mensen denken. En je kunt het blijven doen tot op hoge leeftijd.”

INFO KADER:

Tafeltennisvereniging 21-Up (2e klas spelend) is op 1 april 1952 opgericht. De club telt ongeveer 100 leden, waarvan 80 senioren en 20 junioren. De speelzaal van 21-Up bevindt zich in hartje Rotterdam, op het Van Alkmadehof 52. Tarieven vanaf 103 euro. Bezitters van een sportpas krijgen korting. Wie eerst een keertje mee wil trainen is van harte welkom. Voor meer info: www.nttb.nl/21-up of bel Frank van der Heide: 0181-65 79 20 (romyenfrank@hetnet.nl)

KOP: Rijmende Romeo en paaldansende kabouters

Streamer: Publiek en spelers hebben geen idee hoe de avond gaat verlopen

[Dimitri Hakke]

Voor de voorbijgangers die zo af en toe het klaslokaal aan de Calandstraat naar binnengluren moet het een raar gezicht zijn. Het ene moment vliegt er een schoen door de lucht en even later ligt er iemand uitgebreid met zichzelf te kroelen: theatersporters in actie.

Flint van de Gronden schotelt zijn cursisten elke week een nieuwe warming-up voor. “De bedoeling hierbij is dat het hoofd wordt leeggemaakt van de dingen van alledag”, aldus Flint. Hoe leger het hoofd, hoe groter de spontaniteit, zo is de ervaring. Terwijl ze in een kring staan moet een van de deelnemers zijn schoen naar een ander gooien en die weer naar een ander. Tegelijkertijd moet die deelnemer ook weer zijn eigen schoen doorgooien. Als het goed gaat, vliegen er uiteindelijk zes schoenen door de lucht. Even later wordt dezelfde oefening herhaald, maar dan met woorden in plaats van schoenen. Het idee hierachter is dat je hersenen er aan wennen om meerdere activiteiten tegelijk uit te voeren zonder daarbij bewust na te denken.

Worstelen

“Gek genoeg denken veel mensen dat ik in een strak pakje aan een paar ringen loop te zwaaien als ik zeg dat ik aan theatersport doe”, lacht cursist Edwin. Niets blijkt minder waar. Theatersport is improvisatietheater waarbij de nadruk ligt op het spelen van korte snelle scènes. Deze vorm werd in de jaren zestig bedacht door de Canadees Keith Johnstone. Hij verzette zich tegen het traditionele toneel dat hij nogal saai vond. Hij wilde meer spanning, sensatie en vermaak. Met de populaire Amerikaanse worstelcultuur in zijn achterhoofd, bedacht hij een vorm waarin improvisatie centraal staat. Twee teams van spelers nemen het tegen elkaar op bij het spelen van scènes die terplekke worden bedacht. Het publiek speelt hierbij een actieve rol en kan de voorstelling een bepaalde richting uit sturen. Uiteindelijk bepaalt datzelfde publiek ook wie de winnaar wordt van de tweekamp. De kracht van theatersport is dat zowel publiek als spelers geen idee hebben hoe de avond gaat verlopen.

Inmiddels is een tweetal bezig met een alternatieve uitvoering van Romeo en Julia op rijm. De balkonscène waarbij ‘tieten’, ‘genieten’ en ‘een lekkere portie frieten’ de revue passeren krijgt de goedkeuring van Flint. “Wat waren jullie snel zeg. Ik was nog rijmwoorden aan het verzinnen, terwijl jullie al twee regels verder waren”, complimenteert de docent.

Therapeutisch

Schaamte is een schaars goed tijdens de cursus. En dat is maar goed ook. Ellen wordt in een scène door haar tegenspeler ‘gedwongen’ uitgebreid met zichzelf te gaan kroelen voor een volle klas. Flint: “Het is belangrijk dat je ideeën van elkaar accepteert, ook als het niet de kant op gaat die je verwacht.” Te ver gaat het volgens hem eigenlijk nooit. “Je kunt iemand direct terugpakken. Er zijn wel eens mensen die een vreemde kant van zichzelf leren kennen tijdens een oefening, maar theatersport is absoluut niet therapeutisch bedoeld hoor.”

“Ik heb wel eens een paaldansende kabouter moeten spelen…je doet ‘t gewoon”, verduidelijkt Marit. “Maar dat is ook het leuke”, vult medecursist Arjen aan. “Je weet van tevoren niet wat je moet gaan doen en dat maakt het spannend. Je traint voor die onverwachte situatie. Als je niet in het middelpunt van de belangstelling wilt staan, dan moet je deze cursus niet doen.”

KADER:

Cursus Theatersport wordt gegeven vanaf dinsdagavond 5 april. Vanaf 54 Euro voor tien lessen. Cursuslokatie Calandstraat 7. Meer info: http://www.skvr.nl/ of (010) 436 13 66

Wie: Sita/Flemming

Waar: Nighttown, Rotterdam

[tekst en foto: Dimitri Hakke]

Aan Flemming de ondankbare taak om het publiek vanavond op te warmen. Moeilijk, aangezien de muziek van het vijftal niet echt aansluit op de 12 tot 15-jarigen die Nighttown vanavond bevolken. De muziek is dan ook niet besteed aan de gillende bakvissen. Te onbekend, te weinig meezingers en vooral niet poppy genoeg. Zanger/gitarist Rutger van Mourik, net als zijn medebandleden gehuld in strakke mouwloze Sita-shirtjes, schat zijn publiek dan ook goed in. “We hebben een nieuwe plaat en die moeten jullie allemaal kopen… of jullie oudere zussen!” Over een paar jaar zijn de bezoekers misschien klaar om hun Sita-spandoeken en ballonnen om te ruilen voor een Flemming-cd.

Vanavond is Sita Vermeulen de heldin. Nog lang voordat iemand had gehoord van Boris, Maud, Jim en Jamai, was er Starmaker. Het tv-programma resulteerde in de band K-otic die talloze hits scoorde. Sinds haar succes met ‘Happy’ speelt de solocarrière van Sita, zich voornamelijk in Frankrijk af. Daar wordt ons favoriete buurmeisje doodgeknuffeld na haar opnames met Kyo. Na een opfrissing van haar middelbare school Frans heeft ze op haar laatste album zelfs vier Franstalige nummers opgenomen.

Vanaf het eerste nummer pakt ze de zaal in met haar stoere poses en aanstekelijke popliedjes. De Nederlandse fans horen haar toch liever in het Engels zingen. Lekker meezingen met Ce Qui Nous Rend Fous, gaat toch een stuk moeilijker. De set begint rustig met Come With Me en With You. Pas na een akoestisch intermezzo springt de zaal op en neer bij Hello. “I’m the one you’ve been looking for”, schalt het door de zaal.

Na Popstar en Happy is het echt afgelopen en zijn de fans met een beetje geluk nog voor twaalf uur thuis. Meisje na afloop tegen haar moeder: “Nou, ik hoorde af en toe wel een valse noot.” Waarop haar moeder antwoordt: “Maar ze moet met haar frêle stemmetje boven de muziek uitkomen en dat is niet makkelijk…”

Wat: Streetteam-festival

Waar: Nighttown, Rotterdam

[Tekst en foto: Dimitri Hakke]

Terwijl Rotterdam zich gereedmaakt voor de bekerfinale, vertelt Jan Douwe Kroeske in een drooggelegd Nighttown over zijn Twee Meter Sessies, legt Silkstone het geheim van een mooi liedje uit en vertelt Van Katoen hoe je het als band moet aanpakken, zonder grote platenmaatschappij achter je. Het Streetteamfestival biedt duidelijk meer dan muziek alleen. De opzet van het Streetteam is dan ook om jongeren meer bij muziek te betrekken, door hen actief mee te laten doen aan promotie van bands. Live-muziek is er vandaag in alle soorten en maten. Van populair-alternatief (The Apers) tot minder bekende bands als Woost en Fallen To.

Aan Dreadlock Pussy de ondankbare taak om de eerste aangeschoven teleurgestelde Feyenoordfans over hun kater heen te helpen. Een prima manier om je agressie een beetje kwijt te kunnen is natuurlijk lekker meebrullen op de Nu-Metal van het Roermondse zestal. De formatie zet de basement goed op zijn kop met scheurende gitaren en verrassende scratches.

Minstens zo verrassend is het optreden van La Kidda. De voormalig frontvrouwe van Handsome 3 Some, heeft een nieuwe weg ingeslagen: vette elektronica met gitaar. Live wordt Arjo Klingens bijgestaan door verschillende gastvocalisten. Geluidjes uit een pakje sigaretten (?) en dampende bassen contrasteren heerlijk met de liefelijke zang die aan Portishead doet denken. Als een warme deken laat het publiek de hypnotiserende klanken over zich heen trekken.

Terwijl Floggin Molly voor een enthousiaste volle zaal speelt, is het Venezuelaans/Nederlandse gezelschap Agresión bezig om de mensen die nog in de Basement staan, weg te jagen. Een extreem irritante en lange soundcheck zorgt er voor dat er uiteindelijk 70 man de verrichtingen van het viertal gade slaan. Agresión is vooral agressief en eentonig. Enkele tempowisselingen daargelaten is het snel en hard wat de klok slaat. Ongetwijfeld heeft de band meer sprankelende shows gegeven voor een inspirerender publiek.

Dat inspirerende publiek ontbreekt volledig als Bastian haar zomerse klanken over de toeschouwers mag uitstorten. Het is gênant om te zien dat slechts vijf mensen in de zaal staan als de tienkoppige band aan het werk gaat. En dat terwijl de jaren tachtig funk (lees Prince) toch zo verfrissend is na alle agressie in de Basement. Bovendien maakt Bastian de perfecte muziek voor een zwoele zomeravond. Helaas, nemen uiteindelijk veertien (!) mensen de moeite om een kijkje te nemen. Maar misschien was het ook wel te warm. Te warm om te dansen in elk geval?

Wie: Green Hornet

Waar: waterfront, Rotterdam

[Tekst en foto: Dimitri Hakke]

Zelden zal een bandnaam zo juist gekozen zijn als die van het Groningse Green Hornet. Wie het orgeltje van het trio hoort jengelen, kan niet anders dan denken aan de cartooneske sixties tv-cultserie waarin de gemaskerde titelheld ten strijde trekt met Bruce Lee als sidekick. En wie de heren vanavond in Waterfront op het podium in actie ziet, kan zich zonder meer voorstellen dat de Amerikaanse rythm en blues-legende Andre Williams het drietal als begeleidingsband wilde en kreeg. Helaas is deze samenwerking alweer achter de rug en rest de live-registratie uit Vera uitgebracht door Norton Records. De Grandfather of Rock ‘n Soul is er vanavond niet bij en dus moeten de Groningers het op eigen kracht zien te redden. Hoewel, daar staat een extra microfoon op het podium? Al snel blijkt echter dat ook deze bestemd is voor toetsenist annex gitarist/zanger Andre Dodde.

De Rock ‘n Roll van het trio is energiek, pakkend en vooral heerlijk rauw. Op de momenten dat Bodde de gitaar ter hand neemt en de microfoon haast probeert op te vreten, kun je niet anders dan aan Jon Spencer denken. Het zijn deze nummers die live het beste werken. Gewoon: twee gitaren (geen bas!), drums en zang. Natuurlijk is het psychedelische orgelgeluid ook onmiskenbaar Green Hornet, maar op de momenten dat het trio zich van zijn instrumentale zijde laat zien, heb je toch het idee dat je naar de Austin Powers-soundtrack luistert. Zoiets is even leuk, maar dan wil je toch weer meebrullen met Turn Around of Too Far. Vooral dat laatste nummer kent een lekkere slepende gitaar en dito drumbreak. Feed On Love is onmiskenbaar een van de betere nummers vanwege de wisselende zangpartij van André Bodde en Olaf Veenstra. Een truc die de Groningers vaker mogen toepassen. Bovendien mag het orgeltje, best wat meer vervangen worden door de mondharmonica. Maar dat smaken verschillen, wordt vanavond maar weer eens duidelijk: het zijn juist de instrumentale nummers waar het meest op gedanst wordt?

Genre: Britrock

Belmondo diverser dan ooit

[Tekst en foto: Dimitri Hakke]

Het heeft even geduurd, maar nu ligt ie toch echt in de winkels: Sunday Needs An Aspirin, de debuut-cd van de Rotterdamse gitaarformatie Belmondo. “Dat hebben we toch knap weten te rekken. Twee maanden studiotijd verdelen over twee jaar”, grapt zanger-gitarist Stooker.

In de zomer van 2001 dook het vijftal voor het eerst met producent Frans Hagenaars (o.a. Johan/Caesar) de studio in. Van de dertien nummers die er sindsdien werden opgenomen, zijn er tien op het debuut terechtgekomen. “We hebben de tijd genomen om nummers te laten rijpen of opnieuw op te nemen”, verklaart Stooker het lange wachten. “Bovendien wilde Frans ruim de tijd nemen om alles goed op de plaat te krijgen. Hij was erg enthousiast en heeft er zelfs meer tijd in gestopt dan de bedoeling was.”

Hoewel het direct klikte, moesten de Rotterdammers wel even wennen. “We voelden ons in het begin een beetje geïntimideerd” “Hij heeft een verrassend goed gehoor en hij zegt ook direct als iets niet goed is”, vult gitarist Reinier Gerritsen aan. Het leverde soms heftige discussies op. Gerritsen: “Stereo hebben we een keer met zijn drieën akoestisch gespeeld voor de radio. Frans vond die versie beter dan onze ‘normale’ uitvoering. Na twee dagen discussiëren hadden we eindelijk een compromis gevonden, waarbij de drums een stuk ingetogener zijn.”

Het bandgeluid van Belmondo beweegt zich tussen Placebo, Coldplay en Stereophonics. Maar ook Fountains Of Wayne-achtergrondzang en een heuse Belle & Sebastian-tune ontbreken niet op de cd. “Sinds Reinier bij de band zit kunnen we veel meer experimenteren met koortjes en tweede stem. Het geluid is veel diverser geworden. Bovendien hoef ik nu niet meer alleen de kar te trekken en kan ik me af en toe alleen concentreren op gitaarspelen ”

Wie het cd-boekje doorbladert, treft ook de songteksten aan. “Erg belangrijk”, vindt Stooker “als je weet wat er gezongen wordt, krijg je pas echt binding met een nummer.” De teksten handelen over verlaten liefdes, gevonden liefdes, melancholie, drank en drugs. Stooker: “Toen ik vijf was, raakte ik al helemaal gefascineerd door de hoeren die hier voorbij liepen. En waarom storten mensen zich keer op keer in het nachtleven en drugs. Met zijn allen in een rokerige ruimte met harde muziek en drank. Wat zijn de drijfveren daarachter? Is het verveling, ontspanning of eenzaamheid? Ik vraag het me elke keer weer af?” Voor Belmondo is het in elk geval een goede inspiratiebron gebleken.

Rotterdamse clubs luiden noodklok

“Alles wat met jongerencultuur te maken heeft, dreigt te verdwijnen uit Rotterdam. Nog even en er worden hier boeken verbrand”. Partygoeroe Ted Langenbach maakt zich zorgen over de muziek- en dansscène in de Maasstad. Langenbach is niet de enige die het somber inziet zo blijkt vanavond in Waterfront. Negen Rotterdamse clubs (Waterfront, Nighttown, Off-corso, Baroeg, Rotown, Worm, M-plex, Now & Wow en Calypso) luiden de noodklok en hebben op initiatief van de Rotterdamse Kunststichting de handen ineengeslagen om te voorkomen dat de uitgaansstad Rotterdam afzakt naar een benepen provinciestadje. Het negental tekent vanavond een convenant waarin de gemeente wordt gevraagd om op korte termijn met een oplossing te komen voor met name de huisvestingsproblemen. Drie clubs (o.a. Now & Wow) zijn dakloos of worden dat (Calypso), andere (o.a. Nighttown) moeten nodig verbouwd worden. Bovendien dreigt er ook een personeelstekort bij clubs die afhankelijk zijn van vrijwilligers en gesubsidieerde banenregelingen. Een aantal regelingen dreigt te verdwijnen en het ontbreekt de clubs aan geld om deze om te zetten in reguliere arbeidsplaatsen.

Wethouder Hulman, die het convenant in ontvangst neemt, stelt dat het niet makkelijk is om een oplossing te vinden. “Je kunt het geld maar een keer uitgeven”, aldus de wethouder. “Rotterdam geeft overigens meer geld aan Kunst & Cultuur dan Amsterdam.” Hulman sprak de hoop uit dat Now & Wow voor de stad behouden blijft. Welke rol de gemeente daar in gaat spelen, werd niet duidelijk.

Het meest positieve nieuws van de avond, kwam echter niet van de wethouder, maar van Marguerite Melchers van het Metropolis-festival. Na een jaar afwezigheid komt het festival dit jaar dan toch met de vijftiende editie. Voor het eerst in 2003 twee dagen, waarbij de eerste dag gespeeld wordt in het clubcircuit van Rotterdam!

[Tekst en foto Dimitri Hakke]

Wie:Caesar

Waar: Rotown, Rotterdam

[Tekst en foto Dimitri Hakke]

“Dat was nog eens ouderwetse rock”, om met Frits Barend te spreken na een explosieve uitvoering van CIA in de uitzending van Barend en Van Dorp van woensdag 9 april. Een dag later is het de beurt aan Rotown om de keizers van de pop te ontvangen. De laatste keer dat Caesar Rotown aandeed was met een try-out tourtje waarin nieuwe nummers voor het eerst voor een publiek werden gespeeld. Dat het kakelverse Caesartracks betrof, was te merken aan Roald die af en toe een tekstje vergat. Nu anderhalf jaar later, staat het materiaal inmiddels op plaat en zijn de teksten in het collectieve Caesar-geheugen gegrift. Opvallend is, dat extra gitarist Marien Dorleijn in tegenstelling tot op de cd en het vorige Rotown-bezoek ontbreekt. Live kunnen Sem, Marit en Roald het met gemak met z’n drieën af zonder dat je het gevoel krijgt dat er iets ontbreekt.

Met Trust en Man With A Plan begint de show een stuk rustiger dan de plaat. Ook bij het snellere Time springen de vonken er nog niet vanaf. Pas bij I Know I en Before My Head Explodes komt het drietal op stoom. Griep blijkt de boosdoener. Snottert aan het begin van de show alleen Marit nog maar, aan het eind lijken ook Roald en Sem toe aan een kopje kruidenthee. Ook de explosieve Barend en Van Dorp-show blijkt zijn tol te hebben geëist “We hebben gisteren voor de massamedia gespeeld, dus we zijn vandaag een beetje kort van stof”.

Het weerhoudt de Amsterdammers er niet van om eens lekker te springen op Firefly. Lekker is ook de metal gitaarriff uit Supersonic. En dan hebben we het nog niet eens over de heerlijke harmonieën in Stop That Girl, het het basloopje in Visions of Mars en spetterende uitvoeringen van C.I.A. (‘de korte versie’) en Nirvana-cover School. Rest aan het eind nog de vraag: waarom een keyboard op het podium zetten als die toch maar een nummer (In Flames) wordt gebruikt?

Wie:Osdorp Posse

Waar: Waterfront, Rotterdam

[Tekst en foto Dimitri Hakke]

Als geen ander weet Def P. een zaal te bespelen. De Amsterdammer weet wat hem te doen staat als hij met zijn posse naar Rotterdam afreist: een goeie show neerzetten zodat zelfs de grootste kat-uit-de-boom-kijkers zich moeten over leveren aan de beats van de Osdorp Posse. En, minstens net zo belangrijk: laat je sympathie blijken voor de Maasstad. Veel “Rotterdam laat je horen” en een onvervalste Osdorp Posse-uitvoering van “Toen wij uit Rotterdam vertrokken”. Nee, na vijftien jaar hoeft niemand de opper nederhoppers te vertellen wat hen te doen staat.

Op het moment dat de eerste vette beats weerklinken, verandert het rustig aan een biertje nippend publiek in een springende massa. Sommige bezoekers delven het onderspit en in het gedrang raakt iemand zijn bril kwijt. Waar menig bandje gewoon zou doorspelen, vraagt een oplettende Def P.of het licht even aan mag. Als de bril weer heelhuids verschijnt kan het echte feest beginnen. Hoezo crowdsurfen verboden? Op deze ‘ouwe school’ nummers moet je gewoon bewegen of desnoods meezingen met klassiekers als Moordenaar of De Goeie in ‘t Vloeien. Bij de nieuwe nummers blijkt dat de beats en de boodschap nog steeds hand in hand gaan.”Wat ik ben is wat ik zeg en wat ik zeg is wat ik ben!”, rapt Def P. in de stad van Pim. Een rondje freestylen mag natuurlijk niet ontbreken en dus worden door het publiek aangereikte worden als tenenkaas, Irak en ‘een man verliest twee brillen’ tot een geheel gesmeed. Afgezien van een afgeraffelde versie van Nuchter, blijken de Amsterdammers nog steeds de ongekroonde koningen van de Nederhop. De Moordgasten moeten nog maar even geduld hebben?

Wie:NRA

Waar: Waterfront, Rotterdam

[Tekst en foto Dimitri Hakke]

NRA is al jarenlang een begrip in de vaderlandse punkrockscene. Naar eigen zeggen heeft NRA eindelijk de plaat gemaakt die ze altijd al hadden willen maken. Dat belooft dus wat voor de live-show van vanavond.

De Amsterdammers blinken uit door eenvoud en pakkende melodieën Nummers van drie minuten? Veel te lang voor het vijftal. Twee minuten en je bent klaar! Pats Boem! Dertig seconden? Ook geen probleem voor NRA. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de setlist zo’n 21 nummers telt.

“Ja, ik weet het?ik zie er uit als een tweedehands autoverkoper”, roept een in opvallend kostuum gehulde Aziz. Dat had de NRA-zanger beter niet kunne zeggen, want het punkrockvehikel dat hij ons vanavond probeert te slijten, vertoont inderdaad de nodige gebreken. Damnation gaat de mist in en de vaart wordt uit de show gehaald door te lange pauzes. Waar een band als Undeclinable nog verrast, wordt deze show vooral gekenmerkt door eenvormigheid. Spanning die wel aanwezig is op het zesde album Machine ontbreekt vanavond. NRA laveert tussen Black Flag, Bad Religion (Fuel hakt er lekker in, schel gitaartje en pakkende melodie) en de Ramones (Bang Bang) en af en toe een vleugje surfpunk. NRA mag dan bijna tot instituut zijn verheven, een garantie voor een spetterende show is dat natuurlijk niet, helaas.

Wie:Cuby + Blizzards

Wat: Tribute to Johnny Lee Hooker

Waar: Oude Luxor, Rotterdam

[tekst en foto: Dimitri Hakke]

Hoewel de Flashbacktour van een bekend sigarettenmerk al weer een tijdje ten einde is, heeft het er vanavond alle schijn van dat de concertserie met als ondertitel ‘kruip in de huid van je favoriete artiest’, weer in ere is hersteld. Blueslegende Cuby and the Blizzards speelt immers blueslegende Johnny Lee Hooker. En hoewel er niet gerookt mag worden in het oude Luxor-theater, ontpopt bandleider Harry Muskee zich als een regelrechte kettingroker. Gelukkig mag er wel gedronken worden in de zaal, anders zou menig bluesliefhebber ongetwijfeld direct de zaal hebben verlaten.

Onder toeziend oog van, een door Herman Brood geschilderde Johnny Lee Hooker, zetten de Blizzards het eerst nummer in. Zonder Muskee uiteraard, die zoals het een blues-coryfee betaamd even later het podium op komt wandelen. Met Boom Boom heeft het vijftal direct een prijsnummer in handen dat enthousiast wordt ontvangen. Na bijna veertig jaar in de schijnwerpers te hebben doorgebracht, kent Muskee natuurlijk de kneepjes van het vak. Onder zijn wakend oog krijgen alle muzikanten volop de gelegenheid om te excelleren. Het moet prettig zijn om gitarist of pianist van de Blizzards te zijn. Hoewel het werk van de in 2001 overleden Hooker centraal staat, valt er voor de fans van Cuby ook genoeg te genieten. Het mooie Distant Smile en het meer up-tempo Just for Fun zijn de prijsnummers uit het eigen repertoire. De uitschieters zijn vooral de nummers waarin het kenmerkende Herman Brood-pianogeluid naar voren komt. Absolute hoogtepunt vormt de uitvoering van klassieker Window of My Eyes, met prachtige gitaar/bas-harmonieen die direct voor kippenvel zorgen. Hooker’s Black Snake toont weer aan dat de blues soms niet meer nodig heeft dan een rauwe stem en gitaar. “Het is wel een vierkwartsmaat hoor”, grapt Harry als er later spontaan wordt meegeklapt.

Op een gegeven moment heb je het wel gehad, als je voor de zesde keer het standaard bluesschema voorbij hoort komen. En kijk je uit naar het moment dat er even een jazzy nummer voorbij komt. Maar de echte bluesliefhebber heeft daar geen boodschap aan en geniet met volle teugen. Jong en oud geven Muskee, die zijn band weer heeft achtergelaten op het podium, een staande ovatie.

Genre:punkrock

I Against I en het leven na Epitaph

Dordtenaren veranderen in een echt DIY-kwartet

[Tekst en foto: Dimitri Hakke]

Ooit waren ze de nationale punktrots. Lovende kritieken, uitverkochte shows en bovenal tekenden ze als eerste Nederlandse band een deal met het roemruchte Epitaph-label. Vier jaar en twee cd’s later zetten de Amerikanen, de Dordtse formatie weer op de keien. Fret zocht I Against I op en trof een opvallend positief gestemd viertal.

De geur van vette kroketten vult de Dordtse stationsrestauratie als Robin, Jasper en Ronald aanschuiven. Bassist Bob is verlaat en zal later zijn opwachting maken. Om maar meteen met de deur in huis te vallen. I Against I bestaat nog, speelt regelmatig voor volle zalen en heeft zelfs een cd uit. “Zeker”, roept het aanwezige drietal in koor als de hamvraag is gesteld. “Je bent niet de eerste die zich afvraagt of we nog bestaan. Soms vragen we ons dat zelf ook af”, grapt zanger Jasper. “We snappen wel dat mensen zoiets denken”, vult drummer Ronald aan. “Er is al een hele tijd niks van ons uitgekomen en bovendien zitten we vaak in het buitenland. Van de twintig optredens zijn er slechts drie in Nederland.”

Even een stapje terug in de tijd. We schrijven 1997 als I Against I na een succesvol optreden op Noorderslag wordt benaderd door het Amerikaanse punklabel Epitaph. Voor haar nieuw op te richten Europese tak zoekt het label talentvolle bands. De Dordtenaren schrijven geschiedenis en worden de eerste Nederlandse signing van Epitaph-Europe. In hun kielzog volgen onder meer de Heideroosjes en Undeclinable Ambuscade. Na een sterk debuut met Headcleaner, volgt de altijd lastige tweede cd met de welluidende titel: I’m A Fucked Up Dancer, But My Moods Are Swinging. Hoewel er muzikaal weinig op aan te merken is, blijkt het de zwanenzang bij Epitaph. Tegenvallende verkoopcijfers (5000 exemplaren in Europa) en de algehele economische malaise bij de platenmaatschappijen maken een einde aan de samenwerking. “Het was een puur financiële kwestie”, aldus Jasper. “Na ons zijn nog meer kleinere bands geloosd. Ze hebben alleen de bands overgehouden die het beste verkopen.”

[Steviger]

Artistiek gezien was er geen vuiltje aan de lucht weet Ronald. “We hebben nog een demo laten horen. Muzikaal gezien ging die meer richting onze debuutplaat. I Against I is wat harder geworden. De basis blijft punkrockliedjes met melodieën, maar we trekken wat steviger van leer. Ze vonden het erg goed, maar gingen er niets mee doen. Contractueel was er geen verplichting, want we hadden alleen een optie op een volgende plaat.”

Jasper: “Natuurlijk waren we teleurgesteld, maar je doet er helemaal niets aan.” Bij de pakken neerzitten was er niet bij. “Het gaat uiteindelijk altijd om de muziek. En desnoods brengen we zelf een plaat uit.” Bovendien werden de punkrockers van een bepaalde druk verlost. “We kunnen nu op ons gemak goeie nummers schrijven, uitzoeken en weer weggooien, zonder dat de platenmaatschappij haast probeert te maken. Eigenlijk zitten we nu weer in dezelfde vrije situatie als toen we begonnen.”

Spelen, spelen en nog eens spelen! Zo luidt het devies van menig beginnende band. I Against I is wat dat betreft niet anders. En waar eerst het management alles regelde, is het kwartet veranderd in een echte DIY-formatie. “Vroeger waren we veel afwachtender. Nu regelen we alles zelf via internet. Sinds de band een eigen tourbus heeft gaat het allemaal nog makkelijker. Dan zitten we in Zwitserland, Italië of Duitsland. En vervolgens staan we weer in Sneek. Het hoeft allemaal niks te kosten.” “Benzine en snaren zijn nog het duurst”, lacht Ronald.

Het is prettig om alles zelf in de hand te houden, zo is de ervaring. De verrassingen zijn er niet minder om. “In Milaan kwamen we bij een zaal van 013-formaat. We dachten: ‘Dit kan niet goed zijn, er komt vast niemand.’ ‘s Avonds stonden we voor duizend man te spelen. Maar de volgende keer stonden we in Duitsland en kwam er één bezoeker opdagen!”, blikt Ronald terug.

[Italiaanse release]

Concrete plannen voor een full-length cd zijn er nog niet. Bob, net aangeschoven: “We hebben vorig jaar een live-video uitgebracht met een groot aantal nieuwe nummers. Het zijn opnamen van het afscheidsconcert van onze vorige gitarist. Bovendien is er nog onze split-cd met Madbones, waar vijf nieuwe nummers op staan.” In Italië is die cd al sinds juli te krijgen, weet Jasper. “De eerste persing van duizend exemplaren, was binnen een paar maanden uitverkocht. De tweede persing is sinds vorige maand ook in Nederland te koop. De opnamen dateren uit 2001. Na een korte tijd waarin er niets uit onze vingers kwam, besloten we weer wat op te nemen.” “In vergelijking met onze eerste cd hadden we veel meer ervaring. We wisten precies waar we mee bezig waren en hoe alles moest klinken. De nieuwe nummers zijn ook allemaal geschreven met een extra gitaarpartij in gedachten”, aldus Ronald.

Wie de jongens live aan het werk wil zien, kan voorlopig het beste zijn vakantieplannen afstemmen op het tourschema van de Dortenaren. “Of naar Kampen op Koninginnedag. Daar wilden we al heel lang spelen”, lacht Ronald. “De grotere zalen moeten nog maar even wachten tot de cd af is?”

Racoon review (fret)

Ook Racoon weet inmiddels dat een leven in de Rock ‘n Roll, meerdere kanten kent. Eerst was daar natuurlijk de grote doorbraak in 2000 met de cd Till Monkeys Fly en vervolgens de hits Feel like Flying en Blue Day. Na bescheiden airplay met Eric’s Bar, worden de Zeeuwen echter aan de kant gezet door hun platenmaatschappij Sony. En wat is er beter dan na zo’n tegenslag terug te keren naar de basis met een unplugged-tourtje, moet het viertal hebben gedacht.

Rotown is aardig gevuld als Racoon haar eerste nummer inzet. Wat opvalt is dat vooral het publiek op de eerste rijen erg jeugdig is. Als zanger Bart aankondigt dat er nog geen nieuwe cd is, komt hem dat op boegeroep te staan. Gelukkig voor de Zeeuwen, blijkt dit de enige wanklank van de avond. De melodieuze pop van Racoon doet het verrassend goed in deze stripped uitvoering. De harmonieën in Everyday I Love You More blijven goed overeind.

De band maakt mooie compacte popliedjes die helaas over het algemeen erg braaf klinken. Kingsize wordt gedragen door een lekkere drum, slepende zang en de nodige breaks. Een heus mondharmonica-intermezzo zorgt voor extra swing. Enkele nieuwe nummers zijn nog volop in ontwikkeling. Voor het viertal is dit echter geen beletsel om ze live te spelen. “Deze tekst ken ik nog niet helemaal uit mijn hoofd”, vertrouwt Bart Rotown toe: “Ik pak even het grote boek van Sinterklaas erbij.” Wat volgt is een mooie uitvoering van If You Don’t. En dan is een klein beetje spieken natuurlijk niet erg.

Na enthousiaste uitvoeringen van Blue Days en een Summer Lovin’/Video Killed The Radiostar-mix is het wachten op Feel Like Flying. Helaas wordt het wachten niet beloond en schittert Racoons megahit door afwezigheid. En dat is toch de grootste tegenvaller van de avond.

Wie: The Ex

Waar: Worm, Rotterdam

(tekst en foto: Dimitri Hakke)

Wie eenmaal een concert in Worm aan de Rochussenstraat heeft bezocht, zal dit niet snel vergeten. Waar anders betekent ‘uitverkocht’, dat er tachtig bezoekers in de zaal staan. En waar anders kan men zich laven aan experimentele muziek onder het genot van een goedkoop flesje bier en word je geadviseerd om vooral een warme trui mee te nemen als je een concert bezoekt. Helaas is dit sinds 8 maart allemaal verleden tijd. De oude maar sfeervolle winkel annex podium moet wijken voor de stadsvernieuwing. Voorlopig heeft Worm nog geen zicht op een nieuwe locatie.

Vanavond krijgt The Ex de gelegenheid tot afscheid nemen van Worm oude stijl. Zoals bekend schuwen de Amsterdammers het experiment niet. Al bijna 25 jaar beweegt de groep zich op de golven van gitaarnoise, blues, jazz en folk. Dat de instrumentbezetting ooit door lootjes trekken is bepaald, daar valt na zo’n tijd niets meer van te merken. Hoewel?sommige instrumenten worden nog steeds niet op de voorgeschreven wijze bespeeld. Gitaren en contrabassen doen volop dienst als percussie-instrument en akkoorden lijken soms overbodige luxe. The Ex is eigenwijs. Ze combineert tribal ritmes met voorgedragen tekst. Melodieën worden zolang herhaald, zodat ze een hypnotiserende werking krijgen. Spanning en dynamiek zijn de kernwoorden bij het viertal.

Contrabassiste Rozemarie Eggen heeft na negentien jaar de rol overgenomen van Luc. En het klikt meteen. Niet zo verwonderlijk aangezien Rozemarie al eens een hele cd volspeelde met Terrie Ex.

Af en toe gooit de band het tempo omhoog en krijgt de muziek zelfs hitpotentie. Het kraakt en het swingt en de bezoekers worden meegesleurd in de feedbacknoise uit Amsterdam. Nog een kleine maand na vanavond en dan is het over en sluiten voor het pand aan de Rochussenstraat. Hopelijk krijgt de expirementeerdrang van Worm snel elders onderdak?

Wie: Bastian

Waar: Rotown, Rotterdam

Tekst en foto: Dimitri Hakke

Waarom kun je de ene keer genieten van een optreden, terwijl je je de volgende keer staat te ergeren aan het gebodene? En niet, omdat de band uit vorm is of een muzikale richting is ingeslagen die je niet zint. De kwestie dient zich aan tijdens het optreden van Bastian in Rotown. Bastian is dezelfde band die in 2001 een sfeervol optreden verzorgde op het Waterpopfestival. Het funkte en het swingde aan alle kanten en het publiek deinde volop mee. Vooral op de klanken van de heerlijke hitsingle You Got My Love. Inderdaad van de welbekende borsten-in-strakke-T-shirtjes-clip. Net als toen danst en swingt de tienkoppige formatie rondom Amsterdammer Bas Bron. Helaas klinkt de integrale uitvoering van de nieuwe cd It’s All Downhill From Here erg zouteloos. De single Paper Love kan muzikaal en tekstueel gezien zo uit de koker van Prince komen, maar de uitvoering blijft erg mat. Private Parts tapt uit hetzelfde vaatje. Positieve uitschieter is het zwoele Cyber Baby, waarbij je automatisch de neiging krijgt om ritmisch mee te klappen.

Halverwege is het eigenlijk wel genoeg geweest met die eentonige eighties-klanken en sta je je zo te vervelen dat je gaat nadenken over de essentiële vraagstukken in het leven: is funk vrouwenmuziek? Een gemiddeld gitaarbandje trekt lang niet zoveel vrouwelijke bezoekers als een avond waarop funk wordt gedraaid of gespeeld. Gaat het om het feit dat vrouwen graag dansen en dat op een beetje groove, zelfs de grootste Houten Klaas moet meebewegen?

Inmiddels is zanger-componist Bron met de vocoder aan de slag gegaan en hebben de Princeklanken plaatsgemaakt voor een dansbaar Cassius/Daft Punk-geluid. Push The Right Knob biedt minder funk en meer dance. Het vrolijke Go Starglider Go geeft de illusie van een ruimteschip. Net op het moment dat het de goede kant lijkt uit te gaan, volgt een kille Jan Hammer-imitatie (Downers). Het swingende Fleshdancing heeft duidelijk te lijden onder stupide teksten als: “I have to tell you twice, baby you’re so nice”. Een jaren 80-beerput die Bastian opentrekt is die van de keyboardsolo. En dat met drie keyboards in de band!

Misschien zit verschil tussen een leuk en een irritant Bastian-optreden misschien wel in zoiets triviaals als buitenlucht en lekker weer. Gelukkig komt het festivalseizoen er weer aan?

Wie: Spasmodique

Waar: Waterfront Rotterdam

Terwijl hevige slagregens over Rotterdam neerdalen en woeste golven tegen de Boompjeskade beuken, doet Spasmodique binnen precies hetzelfde. Maar anders dan buiten is het goed toeven in Waterfront en vormen de mokerslagen van drummer Reinier Rietveld en de gitaarmuur van Arjo Hijmans zich tot een warme aangename douche. Fans van het eerste uur en verse concertgangers laten zich gewillig meevoeren naar de duistere wereld die Spasmodique heet.

We schrijven de jaren 80 als het Rotterdamse gezelschap een videoclip opneemt op exact deze locatie. Arty poses, overacting en microfoonstandaards die in de Maas worden gesmeten. De angry young men-poses zijn verdwenen. De energie, intensiteit, integriteit en duisterheid van het viertal zijn anno 2002 gelukkig nog even puur.

Al vanaf het eerste nummer is duidelijk dat het niet alleen een trip-down-memorylane avondje wordt waar de nostalgie centraal staat. Natuurlijk, er worden oude nummers gespeeld. En ook de nieuwe nummers zijn niet gespeend van enige vorm van nostalgie, maar doen gelukkig geen moment de sfeer oproepen van ‘Opa vertelt’. Integendeel: als jonge honden slaat het viertal zich enthousiast door de set heen. Na de snerpende gitaarsolo’s uit het imposante Dead Babies (waarin Ritsema’s stem nog duisterder klinkt dan anders) wordt er gas terug genomen in het slepende High. Een verrassend en aangenaam rustpunt waarin de band niets aan zeggingskracht inboet. Na zes nummers wordt de eerste flauwgevallen fan al weggevoerd. Het poëtische All Our Yesterdays is jammer genoeg niet voor haar weggelegd. Het bevat zonder meer de mooiste zinnen van de avond: “The sun came blasting down and I wanted you. I loved you from the start?” Ritsema krijgt hierbij nog een heerlijk steuntje in de rug door het van pijn vertrokken gitaarspel van Hijmans.

Fans van het eerste uur worden getrakteerd op North-klassiekers Morning Dew en Bloodbrothers. De in-your-face uitvoering van Marcus Was, leidt in de eerste rijen tot een bedremmeld: “Wel heftig he?!” Gelukkig toveren de Rotterdammers nog eens 5 toegiften uit de hoge hoed, waarbij Ritsema de gitaar verruild voor een sigaretje en hij weer eens ouderwets een pasdedeux met de microfoonstandaard kan aangaan. Anno 2002 eindigt de microfoonstandaard niet meer op de bodem van de Maas. Is er toch meer veranderd dan gedacht?

SPASMODIQUE

“Wat ‘n oude kerels waren we eigenlijk”

Legendarisch, zo mogen we de Rotterdamse formatie Spasmodique gerust betitelen. Tien jaar na het verschijnen van Who’s Afraid, komt de Rotterdamse undergroundformatie eindelijk met een nieuwe plaat: From Villa Delirium. Een album met een nieuw, minder eendimensionaal geluid. Maar oude fans kunnen gerust zijn. “Als de fans zijn mee ontwikkeld, dan begrijpen ze het wel.”

Nu, twintig jaar geleden beginnen Reinier Rietveld, Arjo Hijmans, Martin Docters van Leeuwen en Mark Ritsema aan een muzikaal avontuur genaamd Spasmodique. De groep verwerft een cultstatus met haar donkere gitaarmuziek en teksten vol zielenpijn. De groep bouwt bovendien een uitstekende livereputatie op, maar gooit in 1992 het bijltje erbij neer.

Na een korte poging, enkele jaren terug is het nu tijd voor een volledige comeback. “We wilden destijds geen Spinal Tap-reunie, waarbij we zouden teren op oude roem”, aldus zanger-gitarist Ritsema. “We wilden per se nieuwe nummers hebben voordat we nog meer zouden optreden.” Maar het gevoel was er: “Ik voelde direct wat ik had gemist. Dit toch wel de allerbeste rockband waar ik in heb gezeten.”

Drie jaar lang werd er in alle rust gesleuteld aan From Villa Delirium. “We wilden een echte studioplaat maken met veel effecten, loops, keyboards en koortjes. In het verleden maakten we de fout nog wel eens om het livegeluid op vinyl proberen te vangen. We hebben dit keer nog geen idee hoe het live zal klinken.”

Het bandgeluid anno 2002 is minder kwaad en rijker aan melodie. “De teksten vormen een reflectie op de ideeën die we toen hadden: je leert beter omgaan met negatieve gevoelens in je leven en we zien zaken nu in een breder perspectief. Toch is het geen vrolijke plaat geworden. Misschien wel melancholieker dan ooit. We hebben er denk ik meer diepte durven inleggen.” Bang om hun oude fans te vervreemden is het kwartet niet: “Als de fans zijn meeontwikkeld, dan begrijpen ze het wel.”

Een van de nummers, Holiday in Manchester, vormt de muzikale reactie op Ian Curtis’ Decades. Het beschrijft de pelgrimage die het tweetal naar de geboortestad van Joy Division-frontman ondernamen. “Wij gingen niet achter de meiden aan in Torremolinos maar naar een grauwe Britse stad. Wat een oude kerels waren we toen eigenlijk. Wat bezielde ons??!”

“Of we nu ouder en wijzer zijn? Misschien wel jonger en? vrijer.”, lacht Ritsema.

8/11/02 Waterfront – Rotterdam

NEDERBIET

“Goeie Beat is moeilijk te maken”

De kwajongensromantiek van The Nederbietels

The Motions, Q65, Outsiders, Golden Earrings en The Nederbietels. Wie hoort er in dit rijtje niet thuis? Het antwoord luidt: The Nederbietels, want het kwartet is gloednieuw en maakte in tegenstelling tot de andere bands geen muziek tijdens de Swinging Sixties. Toch had de band niet misstaan in het genoemde rijtje en waarschijnlijk volle zalen getrokken.

Toch aarzelt zanger-gitarist Dave Andriese geen moment als hem wordt gevraagd of hij niet liever in de jaren zestig had geleefd. “Absoluut niet, dan waren we nu ouwe lullen geweest! Sociaal-economisch was het ook niet zo’n beste tijd om in te leven. Nee, ik ben blij dat ik nu leef”, aldus de Nederbietel die zelf in de jaren zeventig het levenslicht zag.

De band -vernoemd naar de muziekstroming Nederbeat en niet naar de formatie uit Liverpool- ontstond tijdens een sessie in muziekcafe Rotown. Eerst nog met leden van Kek 66 en sinds een half jaar in de huidige line-up met gitarist John Peate (7 Zuma 7), bassist Maurice Mauricio (The Perverts) en drummer Sietse Heslinga (The Ragtime Wranglers). Ook John nam nog even de bas ter hand. “Mijn respect voor bassisten is gegroeid. Ik dacht ook altijd: bas dat is voor luie gitaristen. Maar, je maakt echt hele andere bewegingen en gebruikt hele andere spieren. Bovendien kreeg ik dat slapping niet onder de knie”, grapt John.

Een vergelijking met de Maasbeat van The Perverts -Dave en Maurice’s vorige band- ligt voor de hand. Dave:”The Perverts waren een stuk rauwer. Alles werd opgenomen voor twee nutsen en een fles cola en liefst nog door een telefoonhaak. Daardoor rammelde het gewoon meer. Deze band heeft een gladdere sound zeggen sommige mensen, maar dat vind ik totale onzin. We spelen gewoon veel beter, maar de opnames zijn echt superwild.” John vult aan: “Het is echt makkelijk om overal bergen Fuzz overheen te gooien, maar dat is niet de rauwheid die we willen. Die ligt veel meer in de manier van spelen.” “AC/DC of Slayer, dat is echt kinderspel vergeleken met een band als The Who?”, onderbreekt Dave. John: “Zeg Dave, we gaan hier niet Slayer zitten dissen he!”

Niet alleen de muziek van de jaren zestig is een bron van inspiratie voor het kwartet. Voor Dave is het ‘de totale levensvreugde’ die het decennium uitstraalt: “Het optimisme in de muziek, de kleuren en de vormgeving. Dat spreekt mij allemaal aan. Hier aan de overkant staat natuurlijk het jaren-60 icoon: hoog, strak en optimistisch. Dit huis heb ik speciaal gekocht vanwege het uitzicht op die Euromast”, lacht de Rotterdammer. Ook de kleding mag niet vergeten worden. “Dat is typisch iets voor de jaren zestig. Strakke pakken of in pijen, zoals The Monks deden. Wijzelf spelen in provo-wit met originele Nederbietelboots.” John: “Dat theatrale trekt mij wel. Ik heb altijd in bands gezeten, waarbij de stageoutfit belangrijk was. Toch krijg ik vaak te horen: ‘hartstikke leuk, maar waarom moeten die pakken nou?’ Altijd die Hollandse nuchterheid. Persoonlijk kan het voor mij niet gek genoeg zijn.”

“In een band spelen blijft een uit de hand gelopen hobby”, benadrukt Dave. “Echte kwajongensromantiek. Straks zitten we met zijn allen weer in een busje naar een ongetwijfeld goed betaald optreden.” John: “We zijn wel serieus met muziek bezig. Ik pas ervoor om in een band te zitten die alleen maar zit te zuipen en niet presteert. Een biertje smaakt toch het best als je iets hebt neergezet!”

The Nederbietels werken op dit moment hard aan uitbreiding van het repertoire dat vooralsnog voornamelijk uit covers bestaat. Op de twee uitgebrachte singles is ook nog geen eigen werk terug te vinden. Volgens het viertal zijn de meeste nummers echter zo obscuur, dat voor veel mensen een nieuwe wereld open gaat. Zo staat onder andere onbekend werk van Peter Tosh, The Haigs (eerste bandje Barry Hay) en HET op de setlist. “Kejje Nagaan van HET is een enorme culthit in Spanje. Als dat ergens wordt gedraaid, staat echt de hele zaal te juichen en mee te zingen. En ze hebben geen idee wat ze zingen?”, weet Sietse. Aan eigen werk wordt hard gesleuteld. “Het is moeilijk om een goed beatnummer te maken”, aldus John, “Het moet toch iets verder gaan dan drie akkoorden en een leuk melodietje. Maar ik denk dat je niet teveel moet analyseren. Frisheid is het belangrijkste. Het beste is om een nummer er in een keer op te knallen. Na tien keer heb je een nummer wel doodgespeeld. We zijn nog niet achter het geheim. Maar we blijven zoeken?”, verzekert het viertal.

Wie: Daily Fire, B-Sharps, Against Time

Waar: Nighttown-Theater, Rotterdam

Hoewel de publieke belangstelling wat tegenvalt, mogen Daily Fire, The B-Sharps en Against Time zich best bevoorrecht voelen om in Rock n Roll Highschool te figureren. Want wat blijft het een mooie zaal, dat Nighttowntheater, voor zowel publiek als band. De school opent elke twee weken en biedt regionale en nationale (punk)rockbandjes de mogelijkheid om met grotere acts op te treden. All Systems Go, Logh, Peter Pan Speedrock en Face Tomorrow studeerden hier al eerder af.

Het Leidse kwartet Daily Fire zullen we maar bij de ondeugende eerstejaars rekenen. Na hun schreeuwerige punk-hardcore (lees: Good-Riddance meets Black Flag) optreden, komt de geluidsman met een beteuterd gezicht terug. “Weet je wat die dingen kosten”, zegt hij terwijl hij een volledig in elkaargedeukte microfoon laat zien. Gelukkig valt er meer te genieten bij The B-Sharps, met hun lange-halen-snel-thuis punk. Drie man, drie akkoorden en nummers van 2 minuten, meer heb je toch ook niet nodig voor echte Rock and Roll. Veel meer tekst dan ‘You look like a Girl’ (?) en veel ‘Yeah,Yeah,Yeah’ is er niet te onderscheiden vanwege het harde geluid. Zelfs bij Back in The U.S.S.R. denk je pas tegen het einde, ‘verrek, dit komt me vaag bekend voor.’ Een beter geluid en wat minder oeverloos geouwehoer tussendoor zou The B-Sharps al een stukje op weg helpen.

Against Time is al in het bezit van een Canadees (!) platencontract en mag bijna toetreden tot de Vaderlandse Eredivisie van de punk. De vrolijke, snelle skatesound zit vol aardige hooks, breaks en melodieën Vooral op momenten dat zang het overneemt van geschreeuw, stijgt de kwaliteit. Bovendien heeft het vijftal uit Bergen op Zoom oog voor het visuele aspect van een optreden, getuigen het gebruik van zo’n mooie ouderwetse fifties microfoon. En gelukkig sneuvelt deze niet in het heetst van de strijd!

Wie: o.a. Chakra, Craven, Dreadlock Pussy, Green Lizard

Wat: Nu metal Nu-festival

Waar: Nighttown, Rotterdam

Er was een tijd dat nu-metal nog gewoon cross-over heette. Het was ook de tijd waarin Craven nog gewoon Natural Born Loserz waren en de Rotterdamse undergroundscène verraste met een mengelmoes van funky basslicks, metalriffs en een zanger die de deathgrunt afwisselde met zang. Tijden veranderen, Nu-metal is hip. Korn, Slipnot, Limp Bizkit en Green Lizard trekken volle zalen en ook Nighttown volgt met een Nu-metal-festival.

Het Amsterdamse 88 Circles Above is een sympatieke band. Dat hun energieke en enthousiaste show zo vroeg in de middag staat gepland is jammer, want dit ruigere zusje van Krezip verdient toch meer publiek. Aan Brainshake is het vervolgens de eer om in de grote zaal af te trappen en het Rotterdamse toeschouwers aan het springen te krijgen. Maar aan de melodieuze emocore van dit gezelschap uit Hellevoetsluis moet nog flink gesleuteld worden. Je mag toch meer verwachten van een band die Jeff Buckley als inspiratie heeft. Niets van terug te horen, helaas?

Het eerder genoemde Craven blijkt aan zeggingskracht te hebben ingeboet. Het is muzikaal allemaal net iets simpeler geworden, zo lijkt het. De grunt-zang combinatie is niet verrassend meer, al zijn de leuke basloopjes gebleven. Een stuk origineler is Chakra. De zanger van dit jonge vijftal heeft een prachtstem waar de zielenpijn van afdruipt. Bovendien zijn de vocalen ook nog eens duidelijk verstaanbaar. De band weet, zonder aan kracht in te boeten, van harde emorock over te schakelen op rustigere stukken a la System of A Down en Tool. Grappig is ook het gebruik van de digeridoo. Helaas wordt het instrument slechts dertig seconden gebruikt en staat het de rest van het optreden werkloos aan de kant.

Nadat Smogus heeft mogen bewijzen waarom het een Essent-award heeft gewonnen met een mix van hiphop, samples, grooves en zware gitaren, is het de beurt aan de vaderlandse Nu-metal top. Dreadlock Pussy staat na optredens op Lowlands, Pinkpop en Ozzfest weer ‘gewoon’ in Nighttown. De muziek klinkt vertrouwd, maar ontbeert de gelaagdheid die op de cd terug te vinden is. De samples worden live compleet overschreeuwd door zanger Pat.

De energie is al uit de meeste bezoekers weggevloeid, als Green Lizard een poging mag ondernemen, de boel weer op te peppen. Weliswaar doet de band haar stinkende best, maar meer dan twee armzalige pogingen tot crowdsurfen levert het niet op?

Wie: Madigan, E-life, Henk Koorn, Mark Ritsema

Waar: Rotown Rotterdam

Al lang voordat aan de feestprogrammering werd begonnen, was duidelijk dat twee artiesten absoluut niet mochten ontbreken bij de festiviteiten rond het 15-jarig bestaan van Rotown. Zowel Henk Koorn (Hallo Venray) als Mark Ritsema (Spasmodique) hebben ontelbare keren op het Rotterdamse podium gestaan. De ene keer solo en de volgende keer met band of met een sessie. Vandaag mogen beide heren samen het podium bestijgen, voor wederom een sessie. Dat doen ze natuurlijk niet alleen. Madigan is bereid gevonden om als begeleidingsband te fungeren. Ook E-life en Dyzack staan op de affiche, maar laatstgenoemde heeft verstek moeten laten gaan wegens ziekte. Nadat Madigan met een mooie uitvoering van The News de aftrap heeft gegeven, neemt Henk Koorn de microfoon: “Ik kon het niet laten?ik ga een nummertje van Neil Young doen”, lacht Koorn. Ome Neil zou trots zijn op Koorns uitvoering van Bar Stool Blues. Vanavond overigens voor het eerst live uitgevoerd. Bezoekers krijgen de nodige variatie voorgeschoteld. Want na de melancholie volgt disco, hiphop, Nederlandstalig en Rock n Roll. Een aardige doorsnede van 15 jaar muziek in Rotown. Mark Ritsema is de blues als hij Last Side Show zingt, geheel in ‘t zwart gekleed, ogen gesloten, diepe stem en het typerende sigaretje nonchalant tussen de vingers. Als Ritsema zingt moet er een rokerig sfeertje zijn. En dan kan je als zanger er het beste maar zelf eentje opsteken. Toch? Henk Koorn is entertainer eerste klas. Eerst als Corry Konings in de klassieker Mooi Was Die Tijd (overigens met prachtige standaard Boem-Tjak-begeleiding van Madigan), en daarna in een duet (Candy), waarin Ritsema verzucht “Out on the streets those men are all the same”. Plezier staat voorop, dat is overduidelijk. Onduidelijk is de rol van E-life. De Rotterdammer komt te laat binnen, doet zijn drie nummers en vertrekt weer van het podium. Het enige voordeel is de ruimte die vooraan gecreëerd is. Nu kan er gedanst worden als Koorn (in passende 70’s flairs/bloemetjes-outfit) Superfreak inzet. De slordigheden in de teksten moeten we maar vergeten, want Candy passeert nog een keer de revue?

Nicotine ft Gotcha: “We zijn zo goed!”

In de Haarlemse studio is het al net zo’n zoete inval als op de nieuwe cd Bonobo Politics van Nicotine. Terwijl Gotcha’s Joep Smeenk, producer Fabian en rappers Kid Crash (a.k.a.Nico) en Pete Philly buiten in het zonnetje geanimeerd praten over de vruchtbare samenwerking in het afgelopen jaar, verleent Postmen Rollarocka binnen zijn medewerking aan een nieuwe Gotcha!-track. Dit onder toeziend oog van de legendarische James Brown-bassist Sweet Charles Sherrell.

Het lijkt op name-dropping, maar dat is het zeer zeker niet. Aanwezigen zijn oprecht vereerd met de aanwezigheid van Sherrell. “Toen we in Tivoli speelden kwam een lange man met een enorm afro-kapsel naar ons toe. Hij vond de chemistry op het podium helemaal geweldig en vertelde wie hij was en of ie een keertje langs kon komen.. En nou staat hij hier gewoon in onze studio en geeft volop tips”, lacht Joep. “We hebben wel nog even op internet gekeken of hij het echt was?”

Samenwerking met andere muzikanten is belangrijk voor Nicotine. Op Bonobo Politics staan bijdragen van Gotcha!, Brainpower, Rollarocka, Senna, Darren Lorenzo, Green Lizard en K’rizz-Ma. Kid Crash:”Als ik iemand zie die ik goed vind stap ik er meteen op af. Ik ben niet zo bang voor mijn eigen positie hoor. Ik maak sowieso weinig mee dat rappers elkaar niet kunnen luchten. Maar hiphop zal altijd een soort competitie blijven. Zo is het begonnen en zo zal het eindigen. Nooit echt grote vetes zoals in de States. Je had vroeger een beetje een Amsterdam-Rotterdam-strijd, maar die heb je met alles. Of het nou Feyenoord-Ajax is of Andre Hazes-Lee Towers.”

HARMONIE

“Bonobo Politics staat voor ‘leven in harmonie’”, aldus Kid Crash “Het is vernoemd naar een apensoort. Het kenmerkende van deze soort is dat ze nooit ruzie maken. En als er dan een keer een conflict is dan wordt dat direct opgelost door de liefde te bedrijven. Dat zou eigenlijk overal zo moeten zijn. Niet dat iedereen met elkaar hoeft te neuken, maar harmonie in plaats van strijd, vind ik wel belangrijk.”

Als er een harmonie is, is het wel die tussen Gotcha! en Nicotine. Joep: “Nicotine was vaak hier in de studio te vinden en we wisten dat ze een live-band zochten. Zelf hadden we al lang niet meer gespeeld dus leek het ons wel een leuk idee om dat te doen.” Kid Crash hoefde er geen moment over na te denken: “Het klonk me als muziek in de oren. Ik durfde ze zelf eigenlijk niet zo goed te vragen. Misschien wilden ze helemaal niet. Ik wist uit ervaring: Gotcha! speelt Gotcha! en anders niet.””Muzikaal is er natuurlijk wel verschil”, bekent Joep. “We spelen hiphop met een Gotcha!-sound. Dat hou je toch altijd. Als wij De Havenzangers zouden begeleiden, dan hoor je ook dat speciale geluid.”

Toch zijn de bands niet tot elkaar veroordeeld. Kid Crash:”Nu de cd uit is, krijgen we waarschijnlijk meer optredens. Die kunnen we niet allemaal met Gotcha! spelen, dus waarschijnlijk gaan we ook DAT-optredens doen. Zolang je duidelijk aangeeft of je met of zonder band speelt, ben ik niet bang voor verwarring. Postmen heeft dat ook een tijdje gedaan; dan speelden ze eerst een grote show met band en dan reden ze door naar een kleinere club, terwijl de rest naar huis ging.”

PIM FORTUYN

Bonobo Politics is officieel de tweede release van Nicotine. “Toch zie ik het als een nieuwe band”, aldus Kid Crash “Toen Rockattack Ten (medeoprichter RED.) de band verliet, heb ik lang nagedacht over de toekomst van Nicotine. Uiteindelijk heb ik besloten toch maar de bandnaam te behouden. Ten was er in het begin misschien niet echt blij mee. Ik heb hem niet meer gesproken daarna, dus ik weet niet hoe hij er nu over denkt.” Fabian:”Ik hoorde laatst dat hij er wel down mee is?”

Een echt centraal thema ontbreekt op de cd. “Het is veel braggin’ and boastin’ en freestyles. Het is vrij breed allemaal. White Boy gaat bijvoorbeeld over racisme. De kreet ‘Nicotine at your service’ heeft niks met Pim Fortuyn te maken. Is dat een uitspraak van hem? Het gaat over muzikanten die hiphop niet als serieuze muziekvorm zien, maar zelf wel volop samples gebruiken op hun platen?Ik ben trouwens wel kaal!”, lacht Kid Crash. Fabian vult aan: “Er zit wel een politieke lading achter sommige teksten, maar dit zeker niet. Bovendien is het nummer al twee jaar oud?”

Muzikaal gezien heeft het West Coast hiphop-geluid de overhand bij Nicotine. Fabian:”Dat komt vooral door de funk. Zonder erbij te hebben nagedacht hebben we een plaat gemaakt die een funkband perfect kan uitvoeren. Maar eigenlijk heeft de plaat voor elk wat wils. Ik zie het als een koelkast met daarin vijf verschillende vruchtensappen. Iedereen kan daaruit zijn favoriete smaakje kiezen”.

Welke smaak je ook kiest, het is in elk geval fris en ‘s zomers. Kid Crash:”We hebben het niet bewust gedaan. Als de zon schijnt krijg je vanzelf deze soort muziek.” Erg lekker met het oog op het komende festivalseizoen. “Ik vind festivals geweldig. Daar doe ik het voor. De hele sfeer: zon, mensen, eten, backstage. Noem maar op?Geweldig toch die springende massa’s Als je 60000 handen de lucht in ziet gaan, nou dan krijg je toch wel een stijf piemeltje hoor!” Fabian: “Ik hoop echt dat we op Lowlands staan. Dat hoort ook vind ik. Ik wil niet arrogant overkomen, maar er is op dit moment geen funk-hiphopact die zo rockt als wij. We zijn zo goed… het is toch zo? Joep? Philly? Nico? Charles?”

Eén voor één moeten ze toegeven dat Fabian gelijk heeft. Joep: “We kunnen gewoon een vette party bouwen!”

Genre:Britrock

De melodieën van Belmondo

Wie Belmondo zegt, denkt in eerste instantie toch aan de Franse filmacteur Jean-Paul. Als het aan het Rotterdamse vijftal met dezelfde naam ligt, is dat binnenkort anders. De naam staat vanaf nu garant voor Britse popsongs met een ijzersterke melodie.

Producer Frans Hagenaars verleende zijn medewerking aan de debuut-EP A Wash Away en Anne Soldaat (Daryll-Ann) speelt mee op een van de tracks. Niet slecht voor een debuterende band. Zanger-gitarist Stooker was altijd al gecharmeerd van het zogenaamde Excelsior-geluid. “Ik zag de naam van Hagenaars vaak op cd’s staan die ik mooi vond. Toen heb ik hem een demo gestuurd, waarop hij reageerde met de vraag of ik meer kon opsturen.”

Een tijdje later stond het vijftal met de producer in de studio. “Ik wist nooit hoe groot zijn invloed precies was. Hij houdt je scherp en is streng. Als er een tikje in de versterker zit, dan hoort hij dat direct. Soms had hij ook opmerkingen over de uitspraak of grammatica van een tekst, maar hij stond ook open voor ideeën. Hij heeft ons naar een hoger niveau getild.”

Het Rotterdamse vijftal komt voort uit Frenzy, dat eerder redelijk succesvol aan de weg timmerde. Met de komst van een nieuwe gitarist (Reinier Gerritsen) en een extra toetsenist (Patrick Visser) veranderde ook het bandgeluid. Grof gezegd van rommelige Pavement-rock naar liefelijke Placebo-liedjes. Dat is geen bewuste keuze volgens Stooker: “Misschien zitten we nu gewoon in een wat rustiger periode. Ik heb wel ontdekt dat ‘mooi zingen’ net zo krachtig kan klinken als ‘schreeuwen’.” Ook de tweede zangstem en komst van een toetsenpartij zijn ‘in het oor’ springende veranderingen. “Stukken die ik vroeger op gitaar speelde, laat ik nu vaak over aan Visser. Dat geeft direct een ander sfeertje. De nummers die we nu gaan opnemen zijn trouwens wel weer wat feller”, verzekert de Rotterdammer.

Van de dertien opgenomen nummers kwamen er vier op de EP A Wash Away terecht. Aangezien er na de opnamen geen concrete aanbieding van Excelsior lag om het materiaal ook uit te brengen, koos de band voor zekerheid bij een ander label. “Fount Records was direct erg enthousiast en betrokken bij onze muziek”, meent Belmondo’s frontman. Op de eerste full length-cd Sunday Needs An Aspirin moet nog even gewacht worden. “We gaan in augustus toch weer even de studio in om enkele nummers op te nemen, zodat we nog meer keuze hebben”, aldus Stooker. “Het moet gewoon een ijzersterk debuut worden!”

Wie: 16 Down doet Radiohead

Waar: Plan C, Rotterdam

Hoe lang kunnen ze nog doorgaan met die Flashbacks? Misschien is de tijd gekomen om er een punt achter te zetten. De aansprekende artiesten raken op. En dan gaat het niet zozeer om de gecoverden, maar om de coveraars. In plaats van Anouk, Heideroosjes, Kane, Caesar en Blof krijgen we nu Judith, Birgit en 16 Down. Niets ten nadele van deze artiesten, maar vanavond blijkt maar weer eens hoe moeilijk het is om een goede cover te spelen. En misschien wel net zo belangrijk, hoe moeilijk het is om de juiste band te kiezen. Contrasten zijn leuk, want ze leveren Flashbacks op als: Jantje Smit doet AC/DC, Brainpower doet R.Kelly en Jody Bernal doet Britney Spears. De combinaties slaan echter nergens op. Tot deze categorie behoort ook 16 Down doet Radiohead. De zanger heeft een lage stem in tegenstelling tot Thom Yorke. Bovendien blijken de nummers te ingewikkeld voor de Zwollenaren. Dat je alle partijen kunt spelen is natuurlijk niet genoeg. Een overkill aan gitaareffecten en een te lage snelheid speelt Karma Police parten. Bovendien is de feedback niet te harden. Bij High & Dry en Rabbit in Your Headlight is dat euvel gelukkig verholpen. Paranoid android klinkt nog aardig, maar de meeste songs worden van al hun spanning ontdaan. Gelukkig heeft de band zelf ook door dat het af en toe flink de mist in gaat. “Het vorige nummer leek meer op Marlyn Manson” om even later toch weer te verklaren: “We zijn geen Radiohead, maar we lijken er toch wel een beetje op?” Street Spirit komt uiteindelijk het best tot zijn recht. Misschien vanwege de lagere zang en de rockbasis van dit nummer of toch vanwege de opzwepende gitaarsolo? Radiohead is duidelijk te hoog gegrepen voor 16 Down. Dat is geen schande, maar een duidelijke constatering. Misschien zijn daarom de leukste Flashbacks juist die waarin een artiest in de huid kruipt van een band die niet meer bestaat: het publiek vindt het allang leuk om die nummers weer eens te horen en de band hoeft niet op te boksen tegen een band die volgende week weer in Ahoy’ staat.

Mono

De juiste balans

De Rotterdamse hardcore/emocore-formatie Mono weet de juiste balans te bewaren tussen melodie, tempo en vreemde breaks, zo bleek eerder dit jaar tijdens een concert in Waterfront. De jonge Rotterdammers (Max, Bart en Menno) waren in aanwezigheid van Cheech Wizard en Coco Healey, de meest toegankelijke band van de avond. “Op die avond misschien wel”, beaamt zanger Bart. “Wij zijn wel het meest liedjes-gericht. Maar?wij zijn natuurlijk niet het prototype toegankelijke band!

Jullie speelden 6 jaar geleden voornamelijk Nirvana en nu is het meer At The Drive In, Shellac, Sonic Youth en Fugazi. Hoe is die ontwikkeling gegaan?

Bart: “Dat is voornamelijk te danken aan At Denko’s, de dansavond in De Vlerk (voorloper Waterfront RED). Daar kwamen al die bandjes voorbij. Je kunt wel zeggen dat we daar muzikaal gevormd zijn.” “Het was daarom extra leuk om hier in Waterfront te staan”, aldus bassist Menno.

Hoe voorkom je dat een nummer te ingewikkeld of onaangenaam klinkt?

Bart: “Dat kan je soms niet voorkomen. Het belangrijkste is dat de muziek oprecht is. Zolang het ‘echt’ is, mag het soms best onaangenaam klinken. Onaangenaam hard of onaangenaam vals kan best mooi zijn. Een band als Feverdream klinkt ook niet altijd even aangenaam. Maar wél goed!”

De regionale krant riep jullie uit tot een van de beloften voor 2002!

Bart: “Het was een lijstje van de belangrijkste programmeurs in Rotterdam, die hun mening gaven over wie er dit jaar zouden moeten doorbreken. Het was wel een verrassing. Mijn vader, was die pagina aan ‘t lezen en zei tegen me: ‘nou, jullie staan er niet bij hoor’, totdat ie goed keek en zei “héé, jullie staan er wel bij!”

Bij het eerder genoemde At The Drive In komt de energie vooral naar voren bij live-optredens. Iets wat nog een beetje ontbreekt bij het Rotterdamse drietal. “Nee, we rollen niet over elkaar heen op het podium”, verklaart Bart. Toch is Mono een echte ‘live-band’. Het maken van een plaat of demo heeft dan ook als voornaamste doel, het vergaren van meer optredens. Bart: “Maar ook het vastleggen van de muziek die we maken is belangrijk. Het is leuk om een momentopname te hebben. Ik zie het als het maken van een schilderij. Zolang je geen verf op het doek zet, blijft het alleen maar een idee.”

Plannen om ‘een schilderij te gaan maken’ in de vorm van een 7-inch, spelen al lang. Alles is er: de nummers, het idee, de mensen en het geld. “We moeten het nu alleen nog doen”, besluit het drietal.

Fence Rotown

Waar menig Nederlands bandje zichzelf te serieus neemt, dreigt het Belgische Fence juist ten onder te gaan aan te veel grappen en grollen. Echt professioneel oogt het niet wat het viertal op de planken brengt in Rotown: gitarist en bassist liggen al in een deuk als ze elkaar alleen maar aankijken en nummers worden slechts half afgemaakt. Is het verlegenheid? Na een nummer of vijf is die irritatie echter verdwenen. Want de nummers klinken weer zoals ze horen te klinken. Mooi, meerstemmig (drie zangers!) , gevarieerd en grappig. Fence groeit in haar rol en verandert in een prachtband, schatplichtig aan Pavement, Weezer en The Presidents of the USA. Vrolijk, swingend en af en toe wel een beetje vals gezongen. Maar daar hebben we nooit iemand over horen klagen bij Pavement. En terecht: want mooi vals is niet lelijk! (DH)

Wie: Caesar

Waar: Rotown, Rotterdam

“De tekst liep wat door elkaar, maar jullie kennen de tekst toch niet”, verduidelijkt Caesar-zanger Roald van Oosten na het spelen van weer een nieuw nummer. “En ik ook niet!” Het kwartet is overduidelijk bezig met een try out-tourtje. Dat betekent veel verse songs uitproberen op een vertrouwd publiek. Heel wat anders dan eerder dit jaar, tijdens een tour door Italië Zwitserland, België en Spanje, toen voornamelijk nieuw publiek werd aangeboord met oud materiaal Roald en co verzamelden er frisse moed en werken inmiddels aan de opvolger van de derde cd Leaving Sparks die volgend jaar moet verschijnen. Een blik op de setlijst leert dat enkele prijsnummers jammer genoeg plaats hebben moeten maken voor recenter werk. Liefst zes nieuwe nummers krijgt het Rotterdamse publiek voorgeschoteld. Géén Situations Complications, Visions of Mars of Right From Wrong. Gelukkig staat Before My Head Explodes nog wel op het programma. Zo op het eerste gehoor zijn de nieuwste nummers -ook die van Leaving Sparks- voorzien van een vetter basgeluid dan we van hen gewend zijn. En dat is vreemd aangezien de line-up is uitgebreid met een extra gitarist. De rol van Grote Prijs-winnaar Marien Dorleijn is nog niet helemaal duidelijk: hij zet accenten op sommige gitaarlijnen, hier en daar een solo en dat is het wel. En dat is jammer voor zo’n talent. Zijn voornaamste bijdrage bestaat uit het feit dat door zijn komst er altijd een gitaartje hoorbaar is. Dus ook op momenten waarop hij of Roald achter het keyboard plaatsneemt. Variatie is er genoeg in Rotown. Caesar wisselt rock af met nostalgie en subtiliteit met een lekkere bak gestructureerde herrie. Buitengewoon mooi is het door Roald en Marit gezongen Horrorscope. Prachtige samenzang en contrasten in één nummer samengepakt. Helaas beperkt Marit zich de rest van het opreden tot drummen. Misschien bij de volgende officiële tour meer. In elk geval kunnen we tegen die tijd allemaal weer de nummers meezingen. Roald inclusief?

Wie: Green Lizard

Wat: Marlboro Flashback Green Lizard speelt Nirvana

Waar: Plan C, Rotterdam

Als een van de weinige (de enige?) flashback-acts heeft Green Lizard er voor gekozen om een try-out concert te geven voor fans van beneden achttien jaar. Een terechte beslissing, waarschijnlijk mede ingegeven door het feit dat Nirvana een band is die jongeren tien jaar na het verschijnen van Nevermind nog steeds weet te boeien.

Vanavond bestaat het publiek voornamelijk uit jongeren die hoogstwaarschijnlijk zelf nog op het zolderkamertje hebben zitten oefenen met de gitaarakkoorden van About A Girl, In Bloom of Lithium.

De keuze voor Nirvana was voor de hand liggend voor het vijftal dat de platen van de boys uit Seattle ongetwijfeld grijs heeft gedraaid. Misschien was Soundgarden de andere optie geweest aangezien de debuut-EP van Green Lizard werd opgenomen onder leiding van producer Jack Endino van -jawel- Nirvana en Soundgarden.

Eens kijken hoe de stem van Remy het houdt. Toch niet zo best voor de stembanden zo’n Kurt Cobain-imitatie, zeker niet na de ingrijpende operatie eerder dit jaar. Remy heeft de goede rasp-stem te pakken die hoort bij de nummers, hoewel hij soms nauwelijks te horen is vanwege het enthousiaste meezingende publiek. Green Lizard weet de energie en de sfeer van het illustere trio uitstekend weer te geven. De wat harde en snellere nummers doen het beter dan het langzame repertoire.

Heart Shaped Box wordt niet op de juiste snelheid gespeeld en komt daardoor erg sloom over. Very Ape is al een stuk energieker maar tegelijkertijd is Remy nu een stuk minder tekstvast dan gewenst. Dat ook de bezoekers Nirvana door en door kennen blijkt wel bij All Apologies waar het “All in all is all we are”, uit volle borst wordt meegezongen. Green Lizard beperkt zich bij deze flashback niet tot de grote hits, getuige het spelen van Scentless Apprentice en School. Dan komt eindelijk het lied van de jaren 90 generatie. Bij de eerste vier maten wordt er al volop gesprongen. Het blijken meteen de laatste maten te zijn geweest, want het nummer gaat over in In Bloom. Sommige fans steken hun middelvinger op, maar de meesten zijn hun teleurstelling snel te boven. Toch komt Smells Like Teen Spirit nog voorbij als toegift: op plaat en gezongen door?Tori Amos.

Wie: K-otic

Waar: Nighttown, Rotterdam.

Daar sta je dan als volwassen vent tussen de kids van zeven tot veertien jaar. Even heb je nog getwijfeld om je neefje mee te nemen als ‘ excuuskind’. Maar ja, hij is pas twee weken oud. De rolverdeling is duidelijk: vooraan de jeugd en achteraan de mama’s en een verdwaalde papa en op het podium K-otic. Eigenlijk wil je gewoon eens weten, wat de allerkleinsten zo boeit aan deze populaire band, opgestart in het programma Starmaker. Al bij het voorprogramma blijken de teksten er goed in te zetten. maar wie is eigenlijk die goedlachse donkere jongen. Wel eens voorbij zien komen in Goudkust of was het nou onderweg naar morgen? Toch eens wat vaker de vakliteratuur, die Hitkrant heet raadplegen. Juan Wells is inderdaad soapster. en volgens het elfde gebod moeten soapsterren zingen. Zijn verschijning leidt bij voorbaat tot een oorverdovend gegil. Klinken eigenlijk best lekker die nummertjes! Zomerse vrolijke, niets aan de hand muziek en leuke achtergrondzangeresjes.

Drie liedjes later staat K-otic al op het podium. Welgeteld zestien man inclusief band. Het is natuurlijk eenvoudig voor een recensent om met het gebodene de vloer aan te vegen. Dat doen we dus niet! Hmmm… eens denken: Het zijn goeie composities want ze gaan niet meer uit je hoofd, eerst konden de jongens en meisjes niets en nu kunnen ze iets – behalve natuurlijk de houten Klaas genaamd Martijn alias stampertje die nog steeds geen ritmegevoel heeft- , Rachel kan best zingen en heeft gevoel voor dramatiek getuige haar solo optreden, de marketing is perfect: geef een gesigneerd Tourboek weg en speel ook een paar nummertjes zoals U2’s With Or Without You of Lenny Kravitz , War (met een minuutje stilte ivm 11 september) en je hebt niet alleen de doelgroep maar ook de ouders ingepakt. Bovendien speelt de band ook nog een potpourri aan top 40 hits als Kids are Allright, Supergirl en Lady Marmalade. Liefst twee uur lang speelt de band. Kortom het publiek heeft waar voor z’n geld. Helaas hebben sommige bandleden het inmiddels te hoog in hun bol getuige de arrogante reactie naar de begeleidingsband toe als een nummertje de mist ingaat. Bij nader inzien, blijken de melodieën best wel irritant te worden. Want als je twee dagen na het concert nog steeds met: “I Really Don’t Think So ” wakker wordt dan is er toch iets mis!

Lulabelles

“Er zijn al genoeg bands met depri-teksten”

“Autopech, daar maak ik me wel een beetje zorgen over”, vertrouwt Mary-Ann haar collega Liz Lulabelle toe. “Ik moet er niet aan denken dat we ineens langs de kant van de weg staan.” “Ach”, stelt Liz haar gerust. “Lief glimlachen en we hebben zo hulp te pakken daar in Italië. Da’s een groot voordeel als je een meisje bent.”

The Lulabelles komen uit Rotterdam. Uit Vlaardingen, Krimpenerwaard en de Hoeksewaard om precies te zijn. Vooral de Krimpenerwaard blijkt een goede voedingsbodem voor punkrock. “Het is wel frappant”, beaamt het tweetal. “Iedereen in onze vriendenkring doet iets met muziek. Waarschijnlijk heeft het te maken met verveling en gaan ze daarom maar zelf muziek maken. Ik kan het trouwens iedereen aanraden”, aldus Liz.

Het viertal speelt punkrock in de beste traditie. Korte up-tempo nummers met een vrolijke inslag en jaren 80 invloeden. Maar ook de jaren vijftig, hardcore of emocore passeren de revue. “We zijn geen band met grote idealen of met feministische uitgangspunten. Het is vooral lang leve de lol. Onze liedjes gaan over liefde of een avondje uit. Er zijn al genoeg bandjes die goed zijn in depressieve teksten.”

De twee Lulabelles praten geamuseerd over wat gaat komen tijdens de eerste buitenlandse tournee van het Rotterdamse punkkwartet. Samen met de twee afwezige Lulabelles Ann Alcoholic en Killin’ Mama gaat de reis naar Italië en Frankrijk. Hoewel ze er erg naar uitkijken (“supercool”) heeft de stress momenteel de overhand. “Op het laatste moment moet er nog veel geregeld worden, omdat zaken niet precies gaan zoals je dat wilt. Als ik in de tourbus zit, is het waarschijnlijk wel over”, aldus Mary-Ann. Het kwartet heeft net een 7 inch uitgebracht bij een Duits label. “Begin dit jaar hebben we een demo opgenomen. Via via is een van de tapes bij Thunderbaby Records op het bureau beland. Zij brengen muziek uit van voornamelijk allgirls bands en hebben ons benaderd met de vraag of ze Beyond punkrock and bowlingshoes mochten uitbrengen.”

Ze hebben al veel enthousiaste verhalen gehoord van bands die in Spanje, Italië en Frankrijk hebben opgetreden. “Ik heb me ook al afgevraagd waarom daar zo’n grote punkrockscene zit. Ze doen gewoon wat ze leuk vinden en helpen elkaar daarbij. Misschien zit het wel in het water. Dus misschien dat ik wel een paar flessen van dat spul mee terugneem naar Nederland!”, lacht Liz Lulabelle.

Wie: Chillfactor, Undeclinable

Waar: Waterfront, Rotterdam

Het Vlaardingse Chillfactor weet waar het de mosterd vandaan moet halen: bij Lagwagon en NOFX. Vrolijke uptempo nummertjes met hoge meezingfactor. Ook de typerende dreinerige, zeurderige vocalen ontbreken niet. Chillfactor klinkt bovendien stevig, strak, melodieus en is bezaaid met goeie harmonieën en verrassende breaks. En toch boeien ze een stuk minder dan hoofdact Undeclinable. Komt het door het lage basgeluid of het wat iele gitaartje? Feit blijft dat het meeste muzikaal wel klopt, maar dat de band een schepje extra mist dat Undeclinable (Voorheen Undeclinable Ambuscade) tot de grotere namen binnen het genre maakt.

De Bosschenaren kunnen gerust in een adem genoemd worden met NOFX, Lagwagon, Ten Foot Pole, Offspring of zelfs aartsvaders van de punkrock Bad Religion. De zaal is goed gevuld en dat terwijl elders in de stad een Stardumb-rumble aan de gang is met diverse punkbands, waaronder The Apers. “Apers Rule!”, aldus leadzanger Jasper “Ik hoop dat het daar net zo druk is als hier?support your local scene.” Gejuich klinkt uit de zaal, maar vanavond dus steun voor Den Bosch in plaats van Rotterdam. Al snel blijkt dat de keuze voor Undeclinable een goede is geweest. Het vijftal zet een geweldige en enthousiaste show neer, die met even zo veel enhousiasme uit de zaal wordt beantwoord. Hoezo crowdsurfen uit de mode?! Ook de drie Hells Angels achter in de zaal zijn tevreden.

Het energieke Love Story heeft een basloopje dat je direct in je maag voelt, een gitaar met de nodige power en blijft spannend tot het eind. Waste Of Time kent daarentegen een meer slepend karakter, terwijl Your Hands wordt gedragen door een meer vertellende Jasper. Kortom: genoeg variatie. Bovendien doet de band niet wat je verwacht. “Hij kan op de setlist kijken, dan doen we toch effe een ander nummertje!” Minpuntje aan het optreden is het ontbreken van een gastzangeres op het nog altijd prachtige 7 Years. Maar gelukkig maakt de cover Is She Really Going Out With Him weer veel goed. Support your local scene, natuurlijk! Maar vanavond even niet?

Wie: Wyatt

Waar: Rotown, Rotterdam

Wyatt is geen band, Wyatt is Dennis Kolen. De getalenteerde zanger van dit jonge Rotterdamse trio is verantwoordelijk voor de composities. Dit beeld wordt versterkt door de opkomst: eerst speelt Kolen een stukje voordat de anderen het podium betreden. Al snel wordt duidelijk dat het Dennis niet aan charisma ontbreekt. Hij is overduidelijk aanwezig, zonder dat het hij teveel poseur wordt. Wyatt speelt een thuiswedstrijd; het publiek is terecht enthousiast over de dromerige pop en subtiele melodieën met Beatles en Byrds-invloeden. SM10.30 is meer uptempo, maar zeker niet minder sixties. Kiss Kiss klinkt al een stuk Amerikaanser en heeft de nodige afwisseling en tempoversnellingen. Zelfs de keyboardsolo is goed te verhapstukken. En bij het Nirvana-achtige intro van de nieuwe single If, komt het Rowtownpubliek helemaal los van de vloer. School Drunk heeft erg veel weg van de jonge The Who.

Gaandeweg wordt het allemaal wat minder en begint het een middelbare schoolfeestje te worden. Ter gelegenheid van het afscheid van live-toetsenist Mark Snijders (ook Hermes House Band) heeft de band het repertoire enigszins uitgebreid met een aantal covers. Daar wordt het publiek de dupe van. Rebel Rebel ging nog, Rock and Roll Star ook, You Can’t Always Get What You Want is al een stuk erger. Echt erg wordt het pas bij Perfect Day ( misselijk makend), om van Whole Lotta Rosie (op keyboard!) nog maar te zwijgen. Bon Scott draait zich ongetwijfeld om in zijn graf.

Gênant dansende ouders (?) maken het middelbare schoolgevoel compleet. Mark wordt nog maar eens in het zonnetje gezet met bloemen en een cadeaubon. En dan komt er nog maar een nummertje achteraan. Weliswaar het mooie nummer Best Days (de hit), maar op dit moment is alles even te veel van het goede. Zijn we al aan de twintig nummers? Jammer, toch benieuwd naar wat compactere set. Nu blijf je toch met een wat vreemde smaak achter?

Wie: Birgit

Wat: Flasback to Lenny Kravitz

Waar: Plan C, Rotterdam

Die Birgit toch. Is ze net een beetje verlost van haar is-zij-niet-de-zus-van-Katja-imago, staat ze in Plan C te kirren en te verleiden zoals we dat alleen van haar grote zus kennen. Het mag dan wel bij de show horen (Birgit doet Lenny Kravitz), maar het kwaad is al geschied.

Birgit had al aangekondigd dat het een seventies verkleedpartij zou worden. De boa’s, mega-zonnebrillen, flairs en glitterpakjes zijn uit de kast gehaald. Voor de begeleidingsband is er kleding met tijgerprint en zichtbaar borsthaar. Het had nog best iets extremer gemogen. Maar helaas, geen Birgit met afropruik vanavond!

Het blijft lastig, zo’n kruip-in-de-huid-van-optreden. Blijven de nummers dicht bij het orgineel of is er gekozen voor een eigen interpretatie. En wat is nou eigenlijk beter? Net als veel andere Flashbackers kiest Birgit er voor om trouw te blijven aan de gecoverde artiest. Soms lukt dat goed, zoals bij Thinking of You of Is there Any Love? Terwijl Rosemary (zittend op een kruk) ook goed in ‘t gehoor ligt, valt Does Anybody Out There erg tegen, aangezien het nummer nog trager wordt gespeelt dan de meester het zelf al pleegt te doen. You Belong To Me wordt erg vlak gezongen en de achtergrondzang is stevig uit de toon. Bij dit soort nummer merk je pas goed dat Birgit nog heel wat te leren heeft.

Het is jammer dat pas tegen het einde de vlam goed in de pan slaat. “Laat Rotterdam niet de saaiste stad zijn”, roept Birgit vertwijfeld uit. Samen met de achtkoppige band zorgt het publiek ervoor dat het uiteindelijk niet zo ver komt. Let Love Rule heeft alles in zich: een sexy saxsolo en een meezinggedeelte. Het wordt een lange uitgesponnen versie die nanana-klassieker Hey Jude naar de kroon steekt.

Iedereen gaat toch weer tevreden naar huis. Het was een gezellig avondje met een aardig bandje en herkenbare nummers, niet meer en niet minder. Het zou leuk zijn als er wat meer acts kwamen die creatiever zouden omgaan met het repertoire. Kortom artiesten die wat meer hun nek durven uitsteken en niet bang zijn voor een beetje heiligschennis af en toe. Brave coverbands zijn er al genoeg.

Michael Franti wil luisteraar inspireren

Door Dimitri Hakke

Michael Franti is muzikant, dichter, filosoof, verhalenverteller, wereldverbeteraar en een aimabel persoon. Maar bovenal is de boomlange frontman van Spearhead sociaal bewogen. Verwacht van hem dan ook geen cliché antwoorden of nietszeggende opmerkingen, maar een welgemeend pleidooi voor afschaffing van de doodstraf of voor het zorgdragen van de aarde.

Spearheads derde cd Stay Human verhaalt over de doodstraf en Franti’s weerzin hiertegen. “Het was niet de bedoeling om een conceptalbum te maken”, vertelt Franti. “Het materiaal dat ik had was zo divers, dat ik besloot om er een soort radioshow van te maken. Een van de tracks ging over de doodstraf. Die heb ik gebruikt als basis om het wat interessanter te maken.”

Maar niet alleen de doodstraf houdt de Amerikaanse rapper bezig. “Op dit moment denk ik na over een nummer over permacultuur, een landbouwmethode die uitgaat van het behoud en onderhoud van het land waarop je verbouwt. Je dient zorg te dragen voor de wereld waarin je leeft.”

De soms zware onderwerpen staan in schril contrast met Spearheads muziek, die een en al vrolijkheid uitstraalt. Franti: “Ik wil niet dat mensen depressief worden en zichzelf van kant maken. De muziek moet inspireren tot verandering. Als je muziek maakt waar mensen graag naar luisteren dan komt de boodschap vanzelf over. Als je Bob Marley draait heb je ook niet direct door dat het gaat over god, familie, Afrika en revolutie.” “Wat je zeker niet moet doen”, vervolgt Franti “is zeggen ‘doe dit of dat’. De beste sprekers bedienden zich van parabels. Boeiende of grappige verhalen waar je van kunt leren, zonder belerend te zijn.”

Je vertelde dat platenmaatschappijen alleen maar zo veel mogelijk platen willen verkopen en er niet zijn om de wereld te verbeteren. Ben jij er om de wereld te verbeteren?

“Een ding is zeker: ik verkoop geen shitloads aan platen”, schatert Franti. “Muziek kan de wereld niet veranderen, mensen kunnen dat alleen. Muziek kan inspireren of verlichten. Verandering is niet iets van vandaag of morgen. Racisme is dan echt niet verdwenen en het milieu is nog niet schoon. Je moet volhouden. Moeder Theresa geniet nu aanzien, maar 60 jaar lang wilde niemand naar haar luisteren?”

Gaat het de goede kant op?

“Dat is het mooie. Je kunt zelf beslissen Je hoeft niet met de massa mee. Als er maar één iemand tegen de stroom inzwemt, dan volgen er vanzelf meer.”

Denk je dat je boodschap overkomt op festivals?

“Als ik bijvoorbeeld in Italië sta, dan laat ik een stukje tekst vertalen. Dan leg ik in een paar zinnen uit waar het nummer over gaat. In Nederland hoeft dat niet: iedereen spreekt hier wel Engels.”

Je doet ook zogenaamde Spoken Word-optredens. Is er verschil in beleving?

“Ik ben er erg van bewust dat ik dan geen muzikant ben. Ik moet melodie en ritme alleen met mijn stem maken. Ik zie wel eens schrijvers die heel saai voorlezen. Iemand als Jello Biafra (voormalig Dead Kennedys) kan heel gedreven vertellen. Met Spearhead ben ik voor 99 procent zeker dat mensen gaan dansen. Als ik in mijn eentje sta dan ben ik minder zeker van mijn zaak. Soms ben ik zelfs bang?het is daardoor wel een grotere uitdaging. Als het me dan lukt, dan geeft me dat een enorme kick!”

Michael Franti & Spearhead zijn te zien op het Crossing Border Festival (26/27 oktober) in Amsterdam. Meer info: http://www.crossingborder.nl/ of http://www.spearheadvibrations.com/

Wie: Cheech Wizard, Mono en Coco Healey

Waar: Waterfront, Rotterdam

Tekst en Foto: Dimitri Hakke

Bij binnenkomst kunnen direct de oordoppen in! Dit is echt niet leuk meer. En dat ondanks de aanwezigheid van een dwarsfluit en een djembé. Coco Healey heet de band die dus niet uitblinkt in subtiliteit. Afkomstig uit de – zoals dat heet- indie/noise hoek. Schatplichtig aan Sonic Youth, Fugazi en Schiphol Airport. Enkele nummers later toch maar eens proberen of de oordopjes al uitkunnen. Nee, hoor zelfs de rustige nummers blijken hard. Een dwarsfluit met feedback, dát is een nieuwe ervaring. “Het klinkt niet helemaal zoals het hoort. Mijn stem is een beetje naar de klote!”, vertrouwt de zangeres ons toe. Of dat nou een juiste verklaring is. De podiumpresentatie van het vijftal oog onprofessioneel om je jas nou geknoopt om je middel te houden. Tot slot worden de gitaren aan gort geslagen. Het blijkt het enige onderdeel dat het vijftal goed onder de knie heeft. Hoewel?een beetje muzikant gebruikt natuurlijk een goedkope replica!

Mono is de meest toegankelijke band van de avond. Ook zij zijn beïnvloed door Fugazi en Sonic Youth. Toch weten ze er een heel ander draai aan te geven. Heerlijke hypnotiserende klanken. Hard maar toch subtiel en een frisse combinatie van ritme en melodie. In tegenstelling tot bij Coco Healey, zijn hier alle instrumenten perfect hoorbaar. Zelfs subtiele gitaarloopjes zijn duidelijk te herkennen. Het jonge drietal biedt de luisteraar echte nummers waarin mooie zanglijnen contrasteren met emotionele schreeuwzang a la At The Drive In.

Cheech Wizard is de bekendste act van de avond. Het eigenzinnige viertal betreedt het podium onder begeleiding van een liedje over een teddybeer. Voor het eerst bieden de Rotterdammers ook visuals. De animaties van zanger Rob van Gameren ademen een desolate sfeer uit die de muziek perfect aanvult. Cheech Wizard heeft zonder meer het meest artistieke geluid van de avond. Af en toe funky, rommelig, jazzy en erg afwisselend. Zelfs glamrock komt even om de hoek kijken in een Telegram Sam-achtig nummertje. Met Van Gameren heeft Cheech Wizard het nodige charisma in huis: bewegelijk als Michael Stipe en de krachtige vocalen van Bono.

Wie: Stuttering Blind Cripple, John Wayne Shot Me, Low Point Drains

Waar: Stubnitz, Rotterdam

Tekst en foto: Dimitri Hakke

De Stubnitz is een oud roestig schip uit Rostock. Een niet alledaagse omgeving voor een concert zou je denken. In Rotterdam denken ze daar anders over: al twee maanden ligt het schip voor anker tussen Hotel New York en Las Palmas en al twee maanden vinden er bijna dagelijks evenementen of concerten plaats. Het podiumpje is gelegen in het ruim. Hierdoor is er zowel van bovenaf, als van opzij, als van beneden af, zicht op het podium. De akoestiek is verrassend goed. Dat de eerste act Stuttering Blind Cripple er niet veel mee doet is meer zijn probleem. De zanger-gitarist doet zijn naam eer aan. De Duits ondertitelde Japanse vechtfilm die tegelijkertijd op het tussendek wordt gedraaid is een stuk interessanter. De kaalhoofdige zanger stottert en schreeuwt en knijpt wat valse lucht uit zijn strot en vormt hiermee zinnen als: I hate the kapitalist system en I wanna Be Like Billy Childish. Aan Billy zelf lijkt dit ook niet besteed, getuige zijn gefronste wenkbrauwen.

John Wayne Shot Me weet gitaar en drums om te toveren tot wonderschone liedjes met pakkende melodieën. Hier en daar gejat (“Hey, Hey whats that sound”). Maar ja, dat geven ze dan ook zelf toe. JWSM weet het benedendek vol te krijgen met dansende meisjes. Even later staan deze geleund tegen de scheepsromp, ademloos te luisteren naar een slepend rustig nummer met Neil Young-achtige vocalen. Helaas slechts een half uurtje speeltijd voor deze jongens.

Dat geldt helaas ook voor Low Point Drains. ‘Jetz Geht’s Los!”, brult de zanger-gitarist. Is dit echt Nederlands? Is dit echt Rotterdams? Dit is in elk geval geweldig en on-Nederlands goed! Al vanaf de eerste tel gaat het noise-duo (!) als een bezetene te keer. Een prettig gestoorde zanger-gitarist en een jongen met een sombrero die geweldig tekeer gaat achter, op en in zijn drumkit. Meer blijk je niet nodig te hebben voor trashy rock ‘n roll van de bovenste plank. Oblivians, Atari Teenage Riot en NOFX move over. Deze heren kunnen het met z’n tweeën. Een nummertje van dertig seconden met als titel Fuck Off. Low Point Drains swingt, rockt en kraakt aan alle kanten. Hulde!

Wie: Birgit, Kaja, Bastian e.a.

Wat: Waterpop

Waar: Wateringen

Tekst en foto: Dimitri Hakke

De beste Nederlandssprekende bands blijken op deze vierentwintigste editie van Waterpop afkomstig uit Zuid-Afrika en België Boo! en Das Pop zetten een show neer waar Nosferato, Birgit, Kaja en 16 Down een puntje aan kunnen zuigen. Het gezellige festivalterrein (erg strenge ingangscontrole voor een gratis festival) is nog dunbevolkt als Nosferato de bezoekers goed wakker schudt. De springrock van de winnaars van Waterproof is voornamelijk hard en dertien in een dozijn. Lekker clichématig: zanger met geforceerde stem en gitarist met een flying-V. Jongetjes in Slipnot-shirts zijn goed vertegenwoordigd. Als het laatste nummer Cure wordt ingezet, staat het grootste deel van het publiek alweer bij een ander podium te dringen om Birgit te aanschouwen. Er wordt een -wel zo prettig- superstrak schema aangehouden tussen de bands. Een half minuutje later staat ‘de zus van’ op het podium in smurfenshirt, gele schoenen en met opblaasdolfijn. De teksten zitten er goed in bij de jongens en meisjes. “Zangeres Birgit playbackt niet”, zo meldt de festivalkrant. Dat klopt, maar ze boeit ook niet. Na vijf nummers heb je het wel gehad: het klinkt allemaal even vrolijk en poppy, ook al gaan ze over liefdesverdriet. Een opgevoerde versie van Madonna’s Material Girl maakt de weg vrij voor Kaja. Ook deze band bedient zich van een bekende cover: Not An Addict van K’s Choice. Later volgt nog een tweede slappe cover. En later nog een derde? Hierdoor krijgt Kaja iets van een slap coverbandje met podiumangst: veel gestaar naar de vloer en weinig interactie. 16 Down staat in schril contrast met Kaja en Birgit. Sombere teksten en sombere kleding. De nummers steken goed in elkaar, maar de vervormde vocalen worden op een gegeven moment wel een trucje en dat is jammer. Net als bij de voorgaande acts is ook hier het geluid te hard. Bastian heeft wat dat betreft geluk dat ze op het kleine podium staan. Hoewel geluk: met z’n tienen passen ze er nauwelijks op. Bastian danst heerlijk weg! Bastian is energiek en Bastian heeft lekkere meezingers. Bastian speelt een zonnige mix van seventies funk, harde gitaren en heeft verrassende breaks. Het blijkt de laatste zon vandaag, want als Peblab het podium mag betreden komt de regen met bakken uit de hemel?

300 optredens in vier dagen

Amsterdam mekka van de muziek

Door Dimitri Hakke

‘Bands, bands en nog eens bands’, zo luidt het parool tijdens de eerste editie van Access To Amsterdam (A2A). Liefst driehonderd artiesten vertonen van 17 tot en met 20 oktober hun kunsten op diverse locaties in de hoofdstad. Overdag is er plaats voor discussies, workshops, borrels en de mogelijkheid tot zakendoen met allerhande mensen uit de muziekbizz. ”s Avonds is er volop live muziek.

Amsterdam volgt hiermee het voorbeeld van vergelijkbare beurzen in Keulen (PopKomm) en Austin-Texas (South By South West/SXSW). Dit laatste evenement is uitgegroeid tot het grootste festival van de Verenigde Staten. Bands van over de hele wereld worden uitgenodigd om optredens te verzorgen. Het totaal aantal bands bedroeg vorig jaar ruim 1000.

A2A is ontstaan op initiatief van het Nationaal Popinstituut, dat promotie van Nederlandse muziek als voornaamste doelstellingen heeft. Inmiddels zijn ook o.a. De Volkskrant, Oor, 3FM en Live XS als sponsor aangetrokken. Nederlandse acts Room 101, The Apemen, Seedling en Arling & Cameron gebroederlijk naast artiesten uit Ghana, Portugal, Gambia en Denemarken. Net als SXSW, richt A2A zich niet op de gevestigde namen, maar op nieuwe talenten. Het festival kan een springplank zijn tot internationaal succes. SXSW was dat al eerder voor -toen nog onbekende- acts als Beck, Nirvana, Alanis Morisette en dEUS.

Wie, Wat en Waar?

Wie: 300 artiesten o.a. S.M. Mongstad, Nits, Bauer, Real Ones, Dax Riders, The Mahones, Admiral Freebee, Buscemi, John Wayne Shot Me, Afro Vibes,Tandy, Kevin Welch,Antje, Pornstar,Racoon,Michael De Jong, Dyzack,Celestial Season, Madigan, Kris Dane, Pong, Colleen, Laberinto, Def Real en The Proov.

Wat: Optredens zijn toegankelijk voor het publiek. Seminars zijn uitsluitend toegankelijk na aanmelding. Meer info over kaartverkoop: http://www.a2amusic.com/.

Waar: 25 locaties voornamelijk rondom Leidseplein.

EDEN

Het rockt en het komt uit Vlaanderen. Het jonge zestal Eden uit de streek van Eeklo zorgde met de singles “Morning bear” en “Star” voor een zonnetje op de radio. Het geheim van de groep: de fraaie samenzang van het wondermooie duo Sofie Buyck en Roos Van Acker.

De twee-eenheid werd helaas een jaar geleden verbroken. De blonde Roos verkoos een carrière bij TMF en Studio Brussel, boven Eden. Maar Eden is terug, met een nieuwe zangeres luisterend naar de naam Nathalie. De laatste cd “Seafood” wordt gekenmerkt door korte poppy deuntjes, die sterk doen denken aan Magnapop. Gezellige meedeinpop gedragen door pakkende melodieën De derde cd wordt eind dit jaar verwacht.

www.edenmusic.be

JUNKIE XL

Junkie XL is waarschijnlijk de bekendste Nederlandse act op A2A. Junkie XL begint als band rondom sample en beats-tovenaar Tom Holkenborg. Urban Dance Squad-rapper Rudeboy neemt de vocalen voor zijn rekening. Live wordt het duo aangevuld met een dj, gitarist en een drummer. In verschillende recensies wordt de muziek vergeleken met The Prodigy. De band wordt geëerd met o.a. de Grote Prijs Van Nederland, Heineken Crossover Award, De Zilveren Harp, Popprijs en de Lucky Strike Dance Award. Anno 2001 is Holkenborg het enige overgebleven lid. De muziek ontwikkelt zich van pure Big Beat naar een iets meer mellow dancegeluid. Het nieuwe album Red Heat staat gepland voor 2002. Grootste hits: Zerotonine, Billy Club en Saturday Teenage Kick.

www.junkiexl.com

Wie: Ellen Ten Damme Waar: Bibelot, Dordrecht

Na de cast van tv-programma Starmaker behoorde ze tot de meest gehypte personen van de afgelopen maanden. Je kon geen blad open slaan of ze straalde je tegemoet. Op straat was je ook al niet veilig en begroette ze je met de mededeling “I Am Here” in talkshows was ze een graag geziene gast en ook fotografen van de Fret betwisten onderling het recht om haar op de gevoelige plaat te mogen zetten.

Dit maal is muzikante/actrice/fotomodel/columniste Ellen Ten Damme te bewonderen in Dordrecht tijdens de Female Week in Bibelot. Maar allereerst is daar de vraag: wat doet het Ballerina Liberation Front hier? Zou de band puur op de naam zijn geboekt? De vijf jongens zijn er klaarblijkelijk nog niet uit wie de zanger van de band moet worden. Na drie nummers zijn er al drie aan de beurt geweest voor de vocalen. Hierdoor heeft de band geen eigen karakter. Achtereenvolgens klinken ze als de Pixies, Pavement en The Cure met een regelrechte Lullaby rip-off.

Het publiek in Dordt bestaat voor een groot deel uit smachtende mannen die maar een ding willen weten. Antwoord: een strakke broek en een te kort (blote buik) oranje trainingsjack. Ellen begint energiek met Rain Roses en Just Do It. Helaas direct daarna gevolgd door het suffe Summersun. Een slecht verstaanbare ballad met nauwelijks melodie. Wel een grappige overgang naar La Vie En Rose. In Happy schreeuwt Ellen al haar hartzeer eruit. En zo te horen heeft ze haar deel gehad. De show leunt vooral op de emotionele nummers. From Here We Go is een regelrechte tearjerker over liefde die echt over blijkt te zijn. Bij In You kan het publiek niet anders dan ademloos luisteren.

Dat de balans ook naar de andere kant kan doorslaan bewijst Miss You. Ellen achter haar orgeltje, ondersteund door een computerdrum. Ilse Delange heeft er een zusje bij! Met I Just Dont Care -“op geen enkele cd te vinden”- bewijst de band ook te kunnen rocken. Een ZZ-Top-achtig gitaarloopje dat overgaat in Rod Stewarts Do Ya Think Im Sexy? Een volmondig ‘Ja’ is het enige juiste antwoord hierop, zeker na die charmante radslag voorafgaand aan de toegift. En dat ze kan zingen, dát wisten wij al veel langer… [Tekst en Foto: Dimitri Hakke]

Wie: Johan Waar : Rotown, Rotterdam

Het is al vaker gezegd en geschreven: met Pergola heeft Johan een prachtige plaat afgeleverd. Een heerlijke cd – mooi gearrangeerd en rustgevend- die is perfect voor de zondagochtend. Heerlijk zo’n strijkorkestje waarbij je je nog even kunt omdraaien, terwijl de melodieën zich in je hoofd nestelen.

Maar wacht, dit is een sixpack en dus een live-recensie. En dat is het gedeelte waarbij de Amsterdammers flink door de mand vallen. Het blijven mooie liedjes – zeker als je de cd niet kent, valt het allemaal best mee- maar wie eenmaal van de plaat heeft geproefd, mist de nodige subtiliteit. Van de rustige nummers zoals Here en How Does It Feel beklijven de Beatle-esque pianomelodieën nog het langst. Het zijn juist de nummers waarbij keyboardspeler Diederik Nomden zijn toetsen verruilt voor een gitaar, die live boven de rest uitsteken. Met drie gitaren en een bas in de voorhoede rocken Tumble and Fall en I Feel Fine pas echt. ondanks de gitaarmuur blijven de harmonieën nog recht overeind en blijkt pas goed hoe sterk (lees: pakkend) de melodielijnen zijn.

Afsluiter Here is live een stuk contrastrijker dan op cd. de ingetogen coupletten staan lijnrecht tegenover een knallend en bombastisch refrein met niet te vergeten een slepende gitaarsolo. En toch ook weer leuk om Everybody Knows nog eens te horen en dat vindt het publiek zo te zien ook!

Tot slot nog een tip voor zanger Jacco de Greeuw. De hoe-imiteer-ik-een-zoutzak-look nodigt ook niet uit tot een bezoek aan een concert van Johan. Echt niet! Je zou er haast depressief van worden. Thuisgekomen Pergola alvast in de cd-speler gedaan en op stand-by gezet voor morgenochtend. Hmmm heerlijk…

[tekst en foto Dimitri Hakke]

FACE TOMORROW “Recht uit het hart”

[Tekst en foto: Dimitri Hakke]

Als winnaar van de Zuid-Hollandse popjacht maakten ze hun opwachting op de Rotterdamse editie van het jaarlijkse Bevrijdingsfestival. Ook de programmeur van Waterfront was onder de indruk van het Rotterdamse Face Tomorrow en vroeg ze voor het Metropolisfestival.

“Een hele eer”, menen Marc, Aart, Denis, Sjoerd en Jelle. “En toch spelen we liever in een wat kleiner zaaltje.” Marc: “Natuurlijk willen we onze muziek aan zoveel mogelijk mensen laten horen, maar op festivals mis je de interactie met het publiek. Je moet eerst twee meter lege ruimte voor de hekken zien te overbruggen.” “Bovendien”, vult Aart aan “is het licht buiten en daar hou ik niet zo van!”

Face Tomorrow -opgericht in 1997- bestaat nu één jaar in de huidige samenstelling. Begonnen als oldschool hardcore-formatie is het kwintet uitgegroeid tot een band die wordt vergeleken met Tool, Deftones, Muse en At The Drive In. Jelle: “Maar anderen vinden ons weer op U2 lijken…” Volgens Aart is het prettig om met zo veel uiteenlopende acts te worden vergeleken: “Iedereen hoort weer wat anders. Het belangrijkste voor mij is dat de muziek eerlijk overkomt. Recht uit het hart.”

De hardcore-attitude die resteert uit zich in de Do-It-Yourself-mentaliteit van het vijftal. Optredens worden zelf geregeld en ook de cd is pure DIY. “We hebben ‘m binnen een dag opgenomen en in twee avonden afgemixt”, aldus Marc. De opnamen klinken erg levendig. Jelle: “We hebben ook alles tegelijk ingespeeld en weinig effecten gebruikt. Eventuele fouten hebben we gewoon laten zitten”.”Op het podium klinken we dan ook een stuk beter”, grapt Sjoerd.

De jongens oogstten veel waardering met hun debuut-cd. Niet alleen vrienden en bekenden waren onder de indruk. Popmagazine Live-XS riep de band uit tot local heroes. Aart: “Ik had niet verwacht dat mensen buiten de scène het zouden oppikken. Zelfs al is het niet ‘hun ding’, dan krijgen we toch complimenten.” Het bleef niet bij waardering alleen. In juli alleen al heeft de band twaalf optredens op de agenda staan. Bovendien staat er een tourtje door België, Tsjechië en Duitsland gepland. “En dat”, besluit Aart, “terwijl ik altijd heb gezegd: ‘als ik in Willem II heb gestaan, dan kap ik er mee!’.”

Wie: The Proov/Headliners Waar: Waterfront, Rotterdam

Tekst en foto: Dimitri Hakke

Vanavond blijkt maar weer eens, hoeveel verschil een zaal, stemming of tijdstip kan uitmaken bij de beleving van een concert. Want was The Proov niet geweldig afgelopen Noorderslag? Daar leek het in elk geval wel op, zo aan het eind van een uitgebreid Eurosonic/Noorderslag-weekend. Terugredenerend zal het voor een groot deel de feestroes geweest zijn, want in Waterfront brengt het rapcollectief een zouteloze show op de planken.

Plotsklaps blijken de twee mc-ers wel erg op elkaar te lijken, qua vocalen en is de mix van Hammond én Roland-keyboard iets teveel van het goede. Na een “Now we let the band do their thing”, krijgen we het eerst een gitaarsolo, een Hammondsolo en vervolgens een Rolandsolo. En tussendoor natuurlijk veel ‘yo all’ en ‘my man’. Natuurlijk kunnen ze wel spelen -af en toe jazzy en laidback- maar individueel goede muzikanten maken nog geen goede band. Immers met elf Kalou’s in je team win je ook geen voetbalwedstrijd. Positieve uitschieter is de afsluiter Analyze, vanwege zijn opzwepend orgastisch karakter, aangevuld met coole raps en een lekkere groove. Na een terecht lauwe reactie uit de zaal volgt er nog een freestyle met alleen dj en mc, waarna iedereen zijn of haar raptalent mag tonen en waaruit blijkt dat de drummer wel eens wat vaker de mike mag pakken.

De ontdekking vanavond is echter The Headliners (Zoetermeer) dat het voorprogramma (!) mag verzorgen. De band blinkt uit in eenvoud: drie mc-ers en een plaatjesdraaier. Het viertal haalt zijn inspiratie vooral uit de East-Coast hiphop. De speelvreugde spat er vanaf en in tegenstelling tot The Proov is hier wel de nodige zangvariatie aanwezig. Mc nummer één neemt de zwarte ‘gangstaraps ‘ voor zijn rekening, de tweede predikt alsof hij vanaf de kansel nog heel wat ongelovigen moet overtuigen en de vrouwelijke vocalen zorgen voor de nodige Soul. Een perfecte combinatie!

THE RIPLETS

“We lijken meer op Green Day dan op Madonna”

Niet alleen bewezen de afgelopen drie edities van het Rotterdamse Heel Erg Punk Festival, dat de Maasstad punkstad nummer één is, maar evenzeer dat het genre toch vooral een mannenzaak is. Gelukkig zijn daar The Riplets: drie jonge kick-ass meiden, die verscholen gaan achter een lieflijk imago.

Om maar direct met de deur in huis te vallen. Nee, Valeska (drums), Allison (gitaar) en Janneke (zang/gitaar) zijn niet de Nederlandse Donna’s. “Het is erg gemakkelijk om die vergelijking te maken”, verzucht Janneke. “Meiden die Punkrock spelen, dan kom je al snel bij hen terecht. ” “Meisjes worden altijd met meisjes vergeleken. Ongeacht of de muziek hetzelfde is”, vult Valeska aan. “Het is soms ook moeilijk uit te leggen”, weet Allison, “Ik heb wel eens gezegd dat we op Green Day lijken, omdat het de enige punkband is die zij kennen. Maar ja, we lijken meer op Green Day dan op Madonna.”

Niet de Ramones, Green Day, L7, of de Donna’s vormden in de zomer van 1999 de inspiratie tot het vormen van een bandje, maar lokale helden als Room 101,Wiseguy en New Friend. Allen afkomstig uit Lekkerkerk en omstreken. Iedereen kende iemand die in een bandje speelde of met muziek bezig was. Een optreden van The Riplets is een ervaring op zich, vanwege de nodige verkleedpartijen. De ene keer speelt het drietal (tot mei 2000 als kwartet) in stoere leren jacks, dan weer staan tientallen teddyberen op het podium of lopen ze in Hawaïshirts. “De meeste bezoekers vinden het leuk, maar ik hoor wel eens reacties als: ‘ jullie zijn toch geen carnavalsband!’ Of ze vinden het niet stoer genoeg”, aldus Janneke. “Waarom kan je niet lief en ruig tegelijk zijn?”, vraagt Allison. “Het is juist leuk zo’n tegenstelling.” Over een ding zijn The Riplets het roerend eens: niets is zo saai als een band die tijdens een tour elke avond dezelfde nummers speelt, er steeds hetzelfde uitziet en bovendien nog eens dezelfde grappen maakt. “Als wij op tournee gaan, nemen wij heel onze kledingkast mee. Dan is de bus al vol. Laat die gitaren maar zitten!”, lacht het drietal.

Zoals het een echte D.I.Y-band betaamt, komt er binnenkort een heus singletje op de markt. Vijfhonderd exemplaren op roze vinyl, uitgebracht in eigen beheer. “Met eigen nummers, eigen hoesontwerp. We gaan zelf de posters vouwen en de presentatie regelen”, somt Janneke op. En misschien vindt de presentatie wel plaats op de avond dat een Amerikaanse meidenband Nighttown verblijd met een bezoek. Eén keer raden hoe ze heten…

Cellophane

“Een vrolijke popsong zullen we nooit maken”

Een interview geven naar aanleiding van je laatste cd, terwijl je zelf al volop bezig bent met nieuw materiaal en de volgende cd. Waar hebben we dat meer gehoord? Nee, dit keer geen verhaal van Postmen. Het betreft hier een ander groepje talentvolle Rotterdammers, luisterend naar de naam Cellophane.

De cd werd een jaar geleden opgenomen, tijdens het debuutoptreden van het vijftal. “Er waren opnamen gemaakt en de goede kwalitet daarvan verraste ons”, blikt zanger/gitarist Reinier Gerritsen terug. “Dus besloten we om het maar uit te brengen.” “Het duurde helaas allemaal wat langer dan gepland: het hoesontwerp, het persen enzovoorts”, vult gitarist Steven Fitsch aan. “De cd is daarom niet meer representatief. Zeker niet omdat we inmiddels een nieuwe drummer hebben.”

Cellophane heeft raakvlakken met bands als Sonic Youth, Coldplay, The Verve en niet te vergeten Radiohead en Jeff Buckley. Gitaren en melancholie zijn de belangrijkste ingrediënten meent het duo. “Ik denk niet dat we ooit een echte vrolijke popsong zullen schrijven!” Tot anderhalf jaar geleden was Cellophane eigenlijk niet meer dan vier vrienden die muziek maakten en daarbij regelmatig van instrument wisselden. Probleem daarbij was dat niemand zich geroepen voelde de microfoon ter hand te nemen. Totdat Reinier een kijkje kwam nemen. “Ik vond het een heel bijzonder bandje. Ze speelden vage psychedelische gitaarmuziek die maar bleef doorgaan. Het waren eigenlijk meer lange jams.”

Met de komst van een zanger, kwam er een benadering waarbij meer werd uitgegaan van een vast raamwerk. Steve: “Die aanpak heeft ons manier van liedjes maken veranderd. Inmiddels weten we wat we van elkaar mogen verwachten.” “We schrijven ook echt als collectief”, benadrukt Reinier, “het dus niet zo dat iemand thuis een nummer schrijft en dat de band dan het nummer speelt.”

“De teksten?”, lacht Reinier, “Ik heb thuis een dik boek liggen met allerlei teksten. Of eigenlijk meer losse regels. Daarin zet ik zo af en toe eens een nieuw krabbeltje.” Vooralsnog hebben de nummers dan ook geen vaste teksten, onthult de zanger. “Het zijn losse zinnen achter elkaar. Ik ben een slechte verhalenverteller.” “Maar”, verdedigt Steven, “zolang onze teksten nog niet in de Hitkrant worden afgedrukt is er nog weinig aan de hand!”

De komende tijd wil Cellophane (de naam werd mede gekozen omdat die geen muziekstijl impliceert) zich gaan klaarstomen voor de Grote Boze Buitenwereld. Dat betekent: optredens, een demo-cd en naamsbekendheid opbouwen. Wat dat betreft is hun optreden tijdens Motel Mozaique met o.a. Zita Swoon, Tom Barman en Das Pop (30 maart j.l.in Nighttown RED.) natuurlijk ideaal. Maar ook op de kleinere podia en festivals moet gespeeld worden. “Want”, zo meent het tweetal, “optreden dat is toch waar het allemaal om gaat!”

Wie: Dyzack & Anouk Waar: Doelen, Rotterdam

Voor het overgrote deel van het publiek is het toch even wennen, een popconcert in zo’n sjieke zaal als De Doelen. Alleen al het feit dat iedereen op zoek moet gaan naar het juiste stoelnummer, maakt dit op voorhand al tot een speciale ervaring.

En bij de eerste tonen van het voorprogramma Dyzack (“Ik ben het heetmakertje!”), blijkt ook het geluid anders dan bij een gemiddeld (rock)concertpodium. Een ongekende transparantie waarbij elke afzonderlijke snaar hoorbaar is. Het Anoukpubliek -veel jonge meiden met hun pappa’s- weten de fratsen (“komt-ie!”) van de Hagenaar te waarderen. De rest daar de vraag: komt het door de muziek – onder andere een energieke uitvoering van Dollee Wollee Man – of door de ontwapenende podiumpresentatie.

Anouk speelt het merendeel van haar set zittend op een kruk, met de overige zes bandleden om zich heen. Het draagt bij aan de intieme sfeer die gecreëerd wordt door het lage podium. De akoestische bezetting zorgt ervoor dat de Haagse alle gelegenheid krijgt om haar soulvolle stem te etaleren. Een aantal bekende nummers (o.a. It’s So Hard) zijn op verrassende wijze opnieuw gearrangeerd. Nobody’s Wife spant de kroon en heeft een laidback funky groove meegekregen. Dat nummer is slechts te herkennen aan de tekst, die overigens halverwege overgaat in Ain’t No Sunshine (“So Much Sunshine When He’s Gone”). REM’s Losing My Religion (met a capella begin) en Michel zijn andere uitschieters.

Voor veel mensen, niet in de laatste plaats voor Anouk zelf, blijkt het toch wel erg lastig om anderhalf uur “op hun luie reetje” te blijven zitten. Naarmate de show vordert, verruilen steeds meer mensen hun zitplaats voor een staanplaats. Zeker als Anouk iedereen naar voren roept om een potje te komen dansen op R U Kiddin’ Me. Een verzoek waaraan met graagte wordt voldaan. De omgeving vergde enige gewenning, maar Anouk heeft met haar akoestische theatertournee een gouden zet gedaan. Volgend jaar weer?

Verslag en foto: Dimitri Hakke

Wie: E-Life Wat: Marlboro Flashback HipHop Hot Story Waar: Plan C, Rotterdam

Met Flashbacks van Dilana Smith en de Travoltas in het verschiet en met die van Kane en Grof Geschut net achter de rug, belooft deze editie in ieder geval om een reden bijzonder te worden. Want anders dan bij eerdergenoemde acts, staat deze keer een heel genre centraal: hiphop. En in tegenstelling tot bij voorbeeld de Motown-flashback, dit keer niet gebonden aan één tijdperk.

Rotterdammer E-Life mag dan een gevierd artiest zijn en bovendien een thuiswedstrijd spelen, daar is tijdens deze Flashback qua bezoekersaantallen, weinig van te merken. Maar, ‘ieder voordeel heb z’n nadeel’, om met Cruijff te spreken. Nu kunnen we in ieder geval ongestoord rondspringen op Jump Around. Hoewel, bij nader inzien blijkt het plafond aan de zijkant van de zaal daar toch net iets te laag voor (Auw!). Elvis de Oliveira staat niet alleen voor het helse karwei om de hiphopgeschiedenis in kaart te brengen. Een vijfkoppige band en een MC-er staan hem bij. Al snel is duidelijk dat het een gezellig en gevarieerd avondje gaat worden. Het blijkt één grote hiphopquiz met de ene hit nog groter dan de andere. Can I Kick It? Van wie was die ook al weer? De echte kenner roept natuurlijk gelijk Tribe Called Quest. En zo gaat het maar door: Me Myself & I? Walk This Way? Bij sommige klassiekers ben je zo gewend aan het lpgeluid dat het vreemd is om deze nummers live te horen: opeens vóel je ook die baspartij in Rappers Delight! Geweldig!

In de gevarieerde set is gelukkig niet alleen plaats voor de jaren 80. Ook 2pac’s Mama (opgedragen aan alle moeders), Coolio’s Gangsta’s Paradise , The Fugees, Outkast, en The Beastie Boys worden niet overgeslagen in deze meer dan complete story. Ook erg herkenbaar en daarom zeker niet minder leuk: het moment waarop E-life en Co de zaal in tweeën verdelen en het publiek een verbale strijd laat voeren met de rap: ‘potatoes, scrambled eggs and toast’. Maar van wie was díe ook al weer?

Wie: Baby Kain en Gea Russell Waar: Rotown, Rotterdam

Je zou kunnen beargumenteren dat Gea Russell & Company en de Baby Kain Band niet thuishoren in de Fret. Immers, frontmannen van genoemde bands zijn respectievelijk Brits en Amerikaans van origine. Het grootste deel van de muzikale begeleiders komt echter wel uit Nederland en bovendien resideert Gea Russell al jaren in Rotterdam.

Met zijn zwarte kleding, baret, snor en grote zonnebril, lijkt afro-amerikaan Kain meer op een militante rebellenleider dan op een poëet “Jesus and the garden of Eden”, brult Kain, terwijl zijn begeleiders met saxofoon, contrabas en drums een aangename lome groove inzetten, met jazz, bebop en soul-invloeden. Er volgt een prachtige vertelling, vol emotie, rust, extase en hypnotiserende herhalingen die je af en toe recht in je ziel raken. “Life ain’t nothing but a river moving through an empty land”. Helaas is door het vele geroezemoes niet alles even verstaanbaar.

In tegenstelling tot afgelopen Noorderslag is de vaste begeleidingsband van singer-songwriter Gea Russell weer compleet. Hoe goed de band daar ook was, het verschil is duidelijk. De mix van reggae, hiphop, jazz en soul kan niet zonder de in het ‘oor’ springende Fender Rhodes-klanken van Martin Denev. Voeg daaraan toe een retestrakke drumpartij, een vette contrabas en een akoestische gitaar. Slow Train is een van de meest gevarieerde nummers, terwijl Bête Noire op de rock-jazz toer gaat. Niet onvermeld mogen blijven, het sentimentele Laisse Moi en natuurlijk Doe Maar’s Tijd Genoeg. Een nummer dat we helaas niet terug vinden op de vanavond gepresenteerde cd Feel Free. In ieder geval een goede reden om bij een volgend live-optreden weer present te zijn.

En voor wie nog twijfelde aan het Nederlandse gehalte van de avond: Gea spreekt al een aardig mondje Nederlands, getuige zijn uitroep halverwege de show. Geen geijkt “dank je wel” of een “hoe gaat het?”, maar een welgemeend: “Ik heb nieuwe onderbroeken!”

Doodoo’s Coffee “God made us Funky”

[tekst en foto: Dimitri Hakke]

Wie Doodoo’s Coffee eenmaal heeft gezien, vergeet ze niet snel. Niet alleen vanwege de enigszins gecompliceerde composities, maar ook door de verkleedpartijen van zanger/bassist Bruno, die graag een jurkje of een puntbehaatje van Madonna pleegt te dragen.

“Ik verkleed mij niet altijd”, verduidelijkt Bruno, “het gaat wel om het geluid dat we voortbrengen. Het is een onderdeel van onze expressie.” De eerste keer werkte enorm bevrijdend: “Je kan ongelooflijk op je bek gaan. Maar ik wilde het toch gewoon doen.” Drummer Wouter vult aan: “het heeft ons over een drempel heen geholpen.”

Dat Bruno de zang voor zijn rekening zou nemen, was niet direct duidelijk, legt gitarist Nanko uit. “We hebben ook nog eens geëxperimenteerd met een zangeres. Ze deed álles, behalve zingen.” Bruno: “We waren aan het spelen en ze begon te kreunen, kleding uit te trekken en over de grond te rollen. Het was een leuke show. Maar het paste niet echt…”

Belangrijk kenmerk van de muziek van het Rotterdamse trio is het hoge funkgehalte. Bruno:” Ik heb wel eens een teepje laten horen aan een goeie vriend en die begon na de eerste tonen al braakgeluiden te maken en zei: ‘ jullie spelen vast zó’.” Bruno houdt zijn denkbeeldige basgitaar op borsthoogte. “Ja, sorry…God made us funky!” Nanko: “We zijn alle drie ritmisch ingesteld. De bas is bij ons ook geen begeleidingsinstrument zoals bij veel bands wel het geval is.” Wouter vervolgt: “Als wij van instrument en zouden wisselen, dan is er denk ik weinig verschil te merken in onze muziek. We zijn alledrie muzikanten en toevallig speel ik drums.”

Tijdens vier jaar Doodoo is er het nodige veranderd. Waar de zang eerst een bijrol kreeg toebedeeld is ze inmiddels uitgegroeid tot een volwaardig onderdeel van de nummers. “Toen we begonnen waren we eigenlijk een slechte Cheech Wizard coverband”, grapt het drietal. Primus, Red Hot Chili Peppers, Captain Beefheart en Jane’s Addiction werden vaak als inspiratiebron genoemd. Maar met de jaren werd de muzikale smaak en kennis steeds breder. “Ons doel is het maken van eerlijke muziek”, besluit Bruno “en dat kan Funk, Rock, Jazz of zelfs Gabber zijn…”

Wie: Bløf Waar: Nighttown

Zegt de ene bezoeker tegen de andere: “Waarom vind jij Bløf zo goed?”. “Nou goed…”, antwoordt de ander, “Bløf is een van de weinige Nederlandstalige bands die me niet irriteert.” Het lijkt een mop, maar het slaat de spijker op zijn kop. Waar andere bands zeurderig en kinderlijk zijn of eenvoudig lachwekkende teksten afleveren, klinken de Zeeuwen over het algemeen oprecht en ongekunsteld. Een eigenschap die slechts kwaliteitsbands als Doe Maar en De Dijk gegeven is.

Over De Dijk gesproken: qua doelgroep schelen deze bands niet zoveel van elkaar. Ook vanavond zijn er weer veel studenten in de zaal. Vooraan worden enkele sterretjes ontbrand door het publiek. Het zorgt direct voor een gezellig sfeertje! Het Nighttownpodium heeft door grote stalen boogconstructies een Ahoy’ allure gekregen. Zo kunnen de heren alvast wennen aan hun concert op 15 januari in het Rotterdamse sportpaleis. Het publiek pikt de nummers snel op en zingt massaal mee. Tijdens Liefs Uit Londen laat Paskal Jacobsen het even helemaal aan de zaal over. De Bløfzanger is schijnbaar beter gewend en grapt: “had dan de cd gekocht…” Maar aan enthousiasme bij het publiek ontbreekt het niet: springen, zingen, klappen en juichen. Het wordt allemaal gedaan. Zeker bij favorieten als Zaterdag, Harder Dan Ik Hebben Kan en Liefs Uit Londen. Bij Boven valt zelfs één crowdsurfster te bewonderen. Twee meter verder staat ze al weer met beide benen op de grond.

Tegenover het enthousiasme van het publiek, staat de enigszins lauwe presentatie van het viertal. Bløf speelt eenvoudigweg de nummers en laat geen ruimte voor frivoliteiten. Paskal, gewoonlijk meester in gekke bekken trekken, maakt een wat uitgebluste indruk. Slechts tweemaal laat hij zich van zijn lollige kant zien. De eerste keer is dat als hij een velletje scheurt tijdens het gitaarspelen: “sorry, als jullie straks onder het bloed zitten!” En bij de toegift, Wat Zou Je Doen, waarin hij een versie neerzet met een onvervalst Amsterdams accent. En dat nog wel in Rotterdam.

Wie: Kayak Waar: Nighttown

Het concert van Kayak, is er een met een voorgeschiedenis. Originele zanger Max Werner van de jaren 70 symfo-groep gaf er enkele maanden na de hereniging, alweer de brui aan c.q. werd uit de band gezet. Bert Heerink, de stem van de bierreclames nam vervolgens de leadvocalen voor zijn rekening. Onderwijl stond op de tourposter wel de originele crew, met Max. Kortom we kijken vanavond naar een enigszins verminkt Kayak. Verminkt, want heeft iemand Bert wel eens verteld dat hij niet kan zingen. Althans niet live, zonder productie en effecten. Bij deze dan! Het enige dat de voormalige Vandenberg-zanger niet verleerd is, zijn de cliché hardrockposes: wijdbeens en de microfoonstandaard met twee handen vasthoudend.

De zes symfojongens van weleer zijn nu mannen met oude koppen en bierbuiken geworden, maar dragen nog steeds satijnen shirts en strakke leren broeken. Het repertoire is natuurlijk gedateerd en de solo’s clichématig. Maar dat laatste mag je ze natuurlijk niet kwalijk nemen. Nee, Kayak is duidelijk over de houdbaarheidsdatum heen. Het publiek denkt daar misschien anders over. De zaal staat dan ook vol met keurige veertigers en vijftigers, die de band nog van vroeger kennen en volop meezingen op oude hits als: Mammoth, Wintertime, Starlight Dancer, nieuweling Into The Fire en natuurlijk dé hit Ruthless Queen. Het is niet allemaal even beroerd. Chance Of A Lifetime is stevig, swingt en heeft een vrolijk orgelriedeltje. Starlight Dancer is een Queen-achtige pianoballade en Ruthless Queen kent iedereen wel. Maar daar tegenover staan wel weer een hoop dieptepunten. Zo krijgen we na Bert’s uitspraak “we gaan iets stevigs doen”, het nummer Sweet Revenge te horen. Stevig, ja, ja… met een tamboerijn zeker! Verder krijgen we een unplugged intermezzo en niet te vergeten Anybody’s Child, waarbij een heus kinderkoor op het podium verschijnt. Een zoetsappige EO-ballad die we – Joepie! – ook nog eens tweemaal voorgeschoteld krijgen, aangezien het nummer opgenomen wordt als volgende single.

Dyzack- Waterfront.

Aangezien Dyzack en Zea pas laat arriveerden kunnen de eerste bezoekers nog een volledige soundcheck meemaken. De zanger/gitarist van Zea geeft een Darth Vader imitatie ten beste en bewijst niet onbekend te zijn met de gitaarriff van Violent Femmes’ ‘Blister In The Sun’. Een half uur later begint het echte werk. Stralend middelpunt van het vijftal is zanger-gitarist Arnold de Boer. Hij beschikt over een vorm van lijfelijke expressie die kennen van David Byrne: veel spastische gebaren, niet alleen óp het podium maar ook er vóór. Zea experimenteert met popliedjes, een flinke portie gitaarnoise en strakke computerbeats. Opener ‘My Stay’ doet denken aan Pavement met een verrassend dance intermezzo, terwijl er ook geleend is uit ‘Jingle Of A Dogs Collar’ van The Butthole Surfers. Rudy daarentegen is een over the top Beastie Boys-rap met een hoog stemmetje. Zea heeft duidelijk gevoel voor humor, maar is tegelijk dansbaar, breekbaar, wild en noisy. Maar bovenal geeft Zea je een vrolijk gevoel.

Waterfrontbezoekers moeten het doen met een in het zwart gehulde Erik Hofland alias Dyzack. Waar is dat stralende hagelwitte pak dat de Hagenaar speciaal voor deze tour aanschafte? De (voormalige) troubadour laat zich tegenwoordig begeleiden door een drummer, bassist en een doosje samples. Dat blijkt uitstekend te werken. Het is allemaal nèt even interessanter dan alleen een gitaar met 20 verschillende effecten. De nummers zijn verfrissend en veelzijdig. Dyzack oogt enigszins gehaast, bijna neurotisch. Een uitstekende keuze dus om z’n album ‘Neurotic Jackpot’ te noemen. Door zijn koddige en aandoenlijke presentatie tussen de nummers door, wint hij al snel de sympathie van de bezoekers. In hoog tempo speelt hij vervormde slideguitar. De ene keer klinken de nummers melancholiek (‘Dollee Wollee Man’), dan weer speelt hij een lekkere melodische bak herrie (‘Tiny Fussing’). Minstens net zo belangrijk als het vingervlugge gitaarspel, zijn de strakke samples die door Dyzack gecomponeerd zijn, en door bassist Dimitri Veltkamp uit een doosje worden getoverd. Het drietal weet er een perfect geheel van te brouwen. Muzikaal gezien is er vanavond geen winnaar aan te wijzen. Op een ander vlak is die er wel. In de strijd ‘wie breekt de meeste snaren’ ging Dyzack aan de haal met een 3-2 overwinning.

Wie: De Dijk Waar: Nighttown, Rotterdam

Na bijna 20 jaar aan het Nederlandse popfront te hebben gestaan, brengt 2000 nog tal van nieuwigheden voor De Dijk. Na een debuut op Pinkpop volgde de eerste keer Ahoy’ en vanavond mag de band voor de tweede achtereenvolgende avond Nighttown tonen, dat ze ‘nu pas echt beginnen’. Hoewel de echte fans gisteren al aanwezig waren bij het eerste uitverkochte concert, doen de toeschouwers qua muzikale inbreng nauwelijks onder voor hun voorgangers. De Dijk swingt als nooit tevoren. Het vrijwillige sabbatical year heeft de heren duidelijk goed gedaan. Zanger Huub van der Lubbe, sjiek gekleed in blazer, overhemd, leren vestje en stropdas is in zijn element. Hij grapt en grolt met sambaballen en tamboerijn en gebaart druk naar het publiek. En natuurlijk speelt niemand zo mooi luchtgitaar als Huub.

De vijfmansformatie wordt bij deze tour ondersteund door saxofoon en trompet. Bovendien worden ze op het podium bijgestaan door Supersub-gitarist JB Meyers, één van de producers van De Zevende Hemel, De Dijks laatste album. JB soleert dat het een lieve lust is. Het ziet er spectaculair uit, maar helaas is zijn gitaarspel nauwelijks hoorbaar. Jammer! De nieuwe nummers, Als Het Golft, Wat Je Zoekt (met een eenmanspolonaise), De Zevende Hemel (prachtige filmische melancholie: “het komt toch altijd weer op liefde neer”) en Recht Door Zee (Huub op gitaar!), kunnen de strijd makkelijk aan met de klassiekers Laat Het Vanavond Gebeuren, Alles Gaat Voorbij en Dansen Op De Maan. Lachen Van Het Huilen is daarentegen een stompzinnig saai nummer ondanks een fraai staaltje theater van De Dijks frontman. We Beginnen Nu Pas Echt, kabbelt eveneens voort. Het nummer is té lief, té weinig leed. Want dat is wat De Dijk groot maakt: de blues en dan vooral over de liefde. Nummers als: Als Ze Er Niet Is, Bloedend Hart (gezongen met ‘n wijntje in de hand) en natuurlijk Onderuit, bewijzen maar weer eens dat De Dijk kan dichten als geen ander. “Doodgaan en opstaan in een T-shirt van haar.” Dát zijn de momenten waarop je de meeblerende studenten naast je gelukkig even vergeet…

Wie: Kane Wat: U2 Marlboro Flashback Waar: Plan C, Rotterdam

In de serie ‘kruip in de huid van je helden’, is het dit maal de beurt aan Kane. De keuze van de Rotterdammers viel op U2. Niet geheel toevallig was het eerste concert dat zanger Dinand Woesthoff ooit zag er eentje van de Ierse supergroep. Het is de vraag in hoeverre de band gaat lijden onder de 18-plus regel van de Marlboro-concerten. Een groot deel van hun aanhang bestaat immers uit smoorverliefde bakvissen. Maar waar de Heideroosjes Flashback niet uitverkocht was, is dit vanavond wel het geval. Sterker nog, buiten worden volop kaartjes gevraagd.

Al bij de opener Where The Streets Have No Name blijkt dat Dinand een prima Bono-stem heeft. Hoewel het geen echte imitatie is, beschikt hij over een krachtige stem die zich erg goed leent voor powerrock. Natuurlijk geholpen door het perfect afgestelde zaalgeluid. Kane kiest er voor om als Kane op het podium te staan. Dat betekent: geen zonnebrillen, gepreek of vlagvertoon. Maar wel: vertrouwde monitorposes, theatrale gebaren én de kunst van het letterlijk uitbeelden van songteksten. Bij “If You Just Close Your Eyes” (Acrobat), gaat -jawel- de hand voor de ogen. Bij One moet Kane zich akoestisch gaan bewijzen. En dat lukt. De meisjesstemmen afkomstig uit het publiek voeren al snel de boventoon tijdens een cliché staaltje ‘community singing’. One klinkt strak, totdat de hammond-achtige keyboardsolo roet in het eten gooit. Na spetterende uitvoeringen van BAD (inclusief Stones-intermezzo), Bullet In The Sky en All I Want I You gaat het pas de mist in. Bij Pride krijgt het studentenpubliek erg de smaak te pakken en wordt Kane botweg overstemt door het gezang.

Het mooiste is natuurlijk bewaard tot het laatst. Alle lichten moeten uit om in een intieme sfeer te komen. ‘Alles moet uit, ook de camera’s”, aldus Dinand. “Alles uit! Alles uit!”, scandeert het publiek. Wat volgt is een prachtige, emotionele uitvoering van Love Is Blindness in totale duisternis. Kippenvel! Een mooie avond Kane, pardon U2. Zo’n avond toont aan dat de kracht in de songs schuilt. Deze jongens zijn goeie muzikanten, maar songs schrijven is toch een kunst apart. Want kippenvel bij Damn Those Eyes of Where Do I Go Now? Nou nee…

CROSS-OVER/METAL

Less is more bij The Gathering

Ruim tien jaar bestaat The Gathering inmiddels. Hoewel er sindsdien muzikaal het nodige veranderd is, staat de band bij velen nog steeds te boek als metalband. “Erg jammer”, vinden de muzikale broers René en Hans Rutten. “Daardoor bereik je een bepaald publiek niet. En we klinken toch héél anders dan Motörhead. Wij zijn een pure cross-over band!”

[Tekst en foto: Dimitri Hakke]

Op het zesde studioalbum If_Then_Else laat de band inderdaad zien van meerdere markten thuis te zijn. Genoemde invloeden variëren van Radiohead tot aan Massive Attack. Een album dat ook een meer open geluid heeft dan zijn voorgangers zo meent gitarist René Rutten. Een geluid dat ook te maken heeft met het vertrek van gitarist Jelmer Wiersma, vlak voor de opnamen van voorganger How To Measure a Planet. Rene: “Een muur van gitaren heeft toen plaatsgemaakt voor een wat subtieler geluid met meer toetsen.”

Nu de plaat How To Measure A Planet toch ter sprake komt, heeft drummer Hans Rutten een duidelijke mening over de dubbel-cd uit 1998. “Dat album was misschien te veel van het goede. Te psychedelisch. En dan ook nog eens een dubbelalbum. Ik denk dat het een iets te grote kluif was voor de meeste mensen. Gewoon iets te Opus Magnus!” ‘Less is more’, luidt nu de centrale gedachte bij The Gathering. “Het is heel erg makkelijk om allerlei riffs aan elkaar te plakken”, meent Hans. “Door leegtes toe te voegen komt een bepaalde tijdloosheid naar boven.” “De laatste cd van The Red Hot Chili Peppers heeft dat gevoel heel goed”, vult broer René aan. “Of Radiohead…die zijn ongelofelijk subtiel. Details zijn heel erg belangrijk binnen een nummer. Daardoor word je emotioneel geraakt. Maar daar kom je pas na een tijdje achter.” Hans beaamt dat: “Ik kan nu niet meer luisteren naar onze eerste cd’s of naar Slayer. Als puber draaide ik zo’n cd vijf keer achter elkaar”. “Of je ging slapen met Slayer op de koptelefoon”, lacht René.

Een van de terugkerende thema’s op If_Then_Else is onthaasting. Het hoesje toont dan ook vier rennende figuren. “Alles moet tegenwoordig maar snel. Er heerst overal een McDonalds-cultuur. Wie neemt er tegenwoordig nog de tijd om tot twaalf uur te tafelen. Als je in Nederland ergens een optreden hebt, dan wordt er soms gewoon een bak nasi in de kleedkamer gepleurd”, licht René toe. “Genieten is er bijna niet meer bij. Pas na een Burn Out gaat iemand pas nadenken over zijn leven en er misschien iets aan doen.” Een onderwerp dat de heren na aan het hart ligt: “Het is onze meest persoonlijke plaat geworden ooit”.

Een opvallend nummer op deze laatste release is het zes minuten durende Analog Park, dat gedragen wordt door een vertellende mannenstem. “Daarom valt het nummer waarschijnlijk op”, meent Hans. “De stem is afkomstig van de zwart-wit film Invasion Of The Bodysnatchers. Het is een uitleg over het heelal en de atomen waaruit het is opgebouwd. We hebben de sample niet ‘gecleard’ dus ik hoop dat het geen rechtszaak wordt. Zelf zie ik het alleen maar als een compliment als iemand een sample van The Gathering wil gebruiken.” “Trouwens…als je zeven noten verandert in een melodie, dan mag het ineens wel. Dan krijg je van die vreselijke dingen als die reclame met die nep-Karma Police van die nep-Radiohead. Van mij mogen die worden gearresteerd!”

De successen van 1996 zijn inmiddels een beetje weggeëbd In dat jaar scoort de formatie rond zangeres Anneke van Giersbergen haar eerste en enige top veertig hit tot nu toe: Strange Machines. Het album Mandylion (symfonische rock met een vleugje gothic) staat 39 weken in de mega top 100. Bovendien staat The Gathering dan op belangrijke festivals als Lowlands, Dynamo Open Air, Pinkpop en Noorderslag. “De verkoop wordt in Nederland gewoon minder”, geeft Hans toe. “Soms hoor je wel eens: ‘The Gathering, bestaan die nog ?’”. “Maar het publiek is hier ook een stuk moeilijker”, meent René. “Er wordt extra kritisch op je gelet omdat je uit Nederland komt. Onze laatste studioplaat heeft ook beter verkocht in Duitsland en Frankrijk.” “Nederlanders zijn bovendien veel trendgevoeliger”, analyseert het tweetal. “Het moet hier allemaal maar vernieuwend zijn. Daardoor krijgen veel bands het moeilijk bij de cruciale tweede cd. In Duitsland bijvoorbeeld hechten ze nog aan traditie. Een band als Uriah Heep trekt daar nog volle zalen.” Voor The Gathering betekent dat er daardoor veel buitenlandse shows op het programma staan. Zo tourde de band al door Engeland, Israël Frankrijk, Finland en het Oostblok “Je kunt ons misschien beter vragen waar we nog niet zijn geweest”, lacht René. Waar zijn jullie nog niet geweest? “Portugal niet, Schotland niet en Japan ook niet, hoewel we wel een Japanse website hebben!”

Vorig jaar reisde het kwintet voor het eerst af naar de Verenigde Staten. Ondanks de slechte voorbereidingen van de platenmaatschappij was het voor de band toch een mooie ervaring. “De ene dag speelden we met King’s X en de volgende met The Misfits”. “We hadden nul verwachtingen en zijn gewoon gaan rijden naar de grote steden en gaan spelen!” De band werd goed ontvangen volgens het duo. Maar ja, je hebt hier bijna alleen Korn-klonen, dus dan zijn wij toch heel anders.” Wat opviel tijdens de tour was het gedrag van het publiek. “De mensen komen hier echt voor de muziek. Er wordt echt geluisterd. In Nederland is dat anders. We waren onlangs bij Calexico in Doornroosje. De helft van de toeschouwers stond alleen maar te ouwehoeren. Dat toch vrij lullig voor zo’n band! Maar Nederlanders hebben nou eenmaal die mentaliteit dat ze overal bij willen zijn. Ook al interesseert de muziek ze weinig. Ze willen later kunnen zeggen: ‘ik was erbij’. Als je de verhalen mag geloven was half Nederland bij het eerste optreden van Nirvana in Nederland!”.

Ondanks de vele optredens over de grens ziet The Gathering zichzelf niet als een van de grote Nederlandse muziek exportproducten Rene: “Daarvoor zijn we veel te Indie. 2 Unlimited was een exportproduct of de Vengaboys. Wij horen daar niet bij.” Komende tijd is de band weer in Nederland te zien. Onder andere op het Lowlandsfestival. Om dat voor elkaar te krijgen, is er nog snel moeten werken. “Eigenlijk wilden we nog wat langer aan de cd werken, maar de platenmaatschappij zette er enige druk achter dat we moesten afronden, omdat we anders het festivalseizoen zouden missen.” Persoonlijk spelen Hans en René liever in het clubcircuit. Hans: “De grootte van de zaal maakt niet zo veel uit. Hoewel de jeugdsozen zijn afgevallen. Maar in zaaltjes kan ik echt genieten van een optreden. Op festivals heb je helemaal geen tijd voor een goede soundcheck. Festivals, dat betekent snel werken en aanpassen. Hard rammen en gaan!”

Verder is de band al weer volop aan de slag met materiaal voor de volgende cd. Het enige waar The Gathering zich niet meer aan waagt is een videoclip. “Die zijn zo verschrikkelijk duur. Ik geloof de Vengaboys twee ton uitgeven aan een clip”, aldus René. De videoclip van Liberty Bell, waarin we in een ruimtecapsule zitten, heeft ons maar liefst 35000 gulden gekost. Het ergste was nog, dat je ‘m nergens zag. Ik heb zelf nog drie keer naar The Box gebeld om de clip aan te vragen. Nee, ik heb sinds kort een 8mm-camera, dus als we een clip maken, dan flans ik die zelf wel even in elkaar. Hou ik ook nog wat geld over voor een leuk autootje voor de deur!”.

Wat: Heel Eg Punkfestival III Waar: Nighttown Rotterdam

Voorafgaand aan Heel Erg Punk III heeft punkopperhoofd annex organisator Leen Steen via de media laten weten dat punks en skinheads heel goed samengaan in Rotterdam. Toch blijf je op je hoede. Zeker na het lezen van een paginagroot artikel over skins in een landelijk dagblad. Die rode veters, waren dat nou linksradikalen? Zijn dat nou brede of smalle bretels? En wat betekende dat spinnenweb nou op die elleboog? Maar Leen krijgt gelijk. Skins gaan vandaag goed samen met skaters, punkers, rockers, hanenkammen en hardcorekids.

Na succesvolle edities 1 en 2 heeft de organisatie dit keer voor de grote zaal van Nighttown gekozen. Liefst 17 bands geven vandaag acte-de-presence, waarmee het totaal aantal acts uit Rotterdam en omstreken op vijftig komt. Rotterdam is met recht punkstad nummer één. Opvallende band tussen de rock-n-rollpsycho van Cenobites en de cross-over metal van Attrition is Beyond Lickin’. Een op surf georienteerde versie van de Raggende Manne: Nederlandse teksten en songtitels als Pijpleiding “Wij zijn geen punk, maar jullie zo te zien ook niet”, zo vindt de band zelf. Ook niet punk zijn de Rotterdamse Riplets (zie foto). Het charmante rock-‘n-rollkwartet heeft dit keer tientallen knuffels meegenomen van huis. Zo krijgen Ernie en Bruintje Beer een plaats op de eerste rij. Na een aarzelend begin slaat de vonk over bij het tweede nummer en wordt er volop meegedanst.

Het Antwerps/Rotterdamse gezelschap Attrition gooit het over een hele andere boeg. De zanger staat zich erg druk te maken. Nee dan liever I-Reject. Deze jongens draaien al een tijdje mee in het circuit en dat is duidelijk te horen: krachtige vocalen ondersteund door metalgitaartjes. Kortom melodieuze hardcore van een professioneel niveau. Het publiek weet het gezelschap op waarde te schatten en zing uit volle borst mee. Na Shorttime, een RATM-kloon met tuinkabouter, is het tijd voor afsluitende act The Apers. Een set die iets steviger is dan normaal. Naast eigen nummers passeren enkele covertjes van Buddy Holly en Joan Jett. Ramones-klassieker Surfin’Bird sluit een lange rustig verlopen punkdag af. Toch liep het vandaag nog even uit de hand en dat was toen een skinhead het aan de stok kreeg met een van de teddybeertjes van The Riplets!

Wie: De Heideroosjes Wat: Marlboro Flashback The Ramones Waar: Plan C, Rotterdam

Het eerste dat opvalt bij deze Flashback is de enorme setlist: liefst dertig nummers zijn de Heideroosjes van plan te spelen. Dat zou een hele zit kunnen worden, ware het niet dat het hier nummers van The Ramones betreft; de Amerikaanse oerpunkvaders, waarbij drie minuten al lang is. De setlist leert ons ook dat het openingsnummer Rockaway Beach ( D-4xA) is en afsluiter Surfin’Bird (A). Inderdaad, de Nederpunkers hebben de akkoorden er maar bijgeschreven, want met zo veel variaties op dezelfde drie akkoorden kun je natuurlijk snel de mist in gaan. In speciaal voor de gelegenheid aangeschafte leren jacks slaat het kwartet zich in sneltreinvaart (hoe anders?) door de nummers heen.

Blitzkrieg Bop (A) is het eerste nummer dat voor een ware pit zorgt voor het podium. Het publiek bestaat voornamelijk uit Ramones-fans en niet zozeer uit Heideroosjes-adepten. De reden hiervoor is simpel. De Flashback hanteert een leeftijdsgrens van achttien jaar, waardoor het puberpubliek hun helden vanavond noodgedwongen moet missen. Marco Roelofs en Co brengen de nummers met verve. Slechts hier en daar wordt een klein foutje gemaakt, maar niemand die daar om maalt. Vervelender is de aanstellerige stem die de Heideroosjes-zanger zo nu en dan laat horen, waarmee hij kennelijk Joey probeert te imiteren. De uitvoering van Sheena Is A Punk Rocker (BC-CC-C) kan maar beter snel worden vergeten! De band zet een goede mix neer van bekende en onbekendere nummers zoals Somebody Put Something In My Drink (Drum-B-GAF#) en Wart Hog (F) van DeeDee Ramone. “Die man heeft meer drugs in zijn lijf, dan ik in mijn hele leven heb uitgescheten!”, om met Marco te spreken.

Om de sfeer compleet te maken, komt aan het eind het befaamde bord met de kreet Gabba Gabba Hey tevoorschijn en surft Marco nog een stukje over het publiek, liggend op zijn gitaarkoffer en nippend aan een biertje. Hoogtepunt van de avond is nog onvermeld gebleven: het volleybalscorebord naast de drumkit, dat begon bij nummer dertig na ieder nummer eentje terug telde richting de nul. Iets wat ieder concert zou moeten hebben: je kunt gelijk zien hoeveel nummers er nog komen!

Wie: Suburbs Waar: Rotown, Rotterdam

Stel je voor: je hebt al de hele dag een bepaald nummer in je hoofd. Een heel erg tof en catchy nummer. Vervolgens ga je naar een concert, waarin je flink wat nummers voor je kiezen krijgt. Direct nadat de laatste tonen van de band zijn weggeëbd, heb je datzelfde nummer van vóór het concert weer in je hoofd zitten! Een ervaring die ondergetekende overkwam tijdens het optreden van de Suburbs in Rotown.. Een veelbetekenende ervaring, want het geeft aan dat de nummers van de Haagse vijfmansformatie, iets ontberen, namelijk dat ‘pakkende’.

Een van de eerste nummers is het ronduit zeikerige Slow Motion Suicide. Nog een tikkeltje erger is het nummer Shine A Light, dat door zijn tamboerijntje, harmonieuze zangpartijen en zinsneden als “There’s a Light Shining for you and Me”, niet zou misstaan op een EO-jongerendag. De meegekomen aanhang, die vooral bestaat uit studenten, heeft het duidelijk wel naar de zin. Er wordt vooraan volop gedanst en meegezongen. Ook de Hagenaars zelf zijn in een goeie bui in Rotown: “Het is hier gezelliger dan in Den Haag”, vertrouwt zanger Johan Ter Schegget zijn gehoor toe. De winnaars van de Grote Prijs van Nederland anno ’97 vertoeven vaker in de Maasstad zo blijkt bij City Lights. De videoclip van deze laatste single van de cd Land of The Lunatics is namelijk in Rotterdam opgenomen. “In de pers worden we vaak omschreven als Britpopbandje”, aldus bassist Arie Spaans, “en dat gaan we nu dus even laten horen.” Het daaropvolgend gespeelde If We Try, is echter minder Engels dan City Lights of het bekende hitje Forever (Another time, another place).

De sound van de Suburbs is meer rock dan pop. En langzame nummers worden afgewisseld met snelle songs. Het zijn vooral de snelle stevige nummers die wel weten te overtuigen. Zo heeft Indifference de juiste ingrediënten stevig, een vette basintro, beukende drums en meerstemmigheid. Maar eigenlijk is Rollercoaster het enige nummer dat iets langer in gedachten blijft dan de overige nummers – en dus ‘pakkend’ genoemd kan worden. Rollercoaster swingt, is dansbaar en heeft een leuke korte break met alleen drums én niet te vergeten, een meezinggedeelte. En toeval of niet, juist dat nummer komt aan het eind van de avond nog eens terug in de vorm van een toegift.

Wie: Rumbone Waar: Rotown, Rotterdam

Bedoeling van deze avond in Rotown was de presentatie van een nieuw zilveren schijfje, getiteld Bugs van Rumbone. ‘Wegens omstandigheden is de verschijning van de nieuwe cd uitgesteld’, zo laat het vijftal bij aanvang van het concert weten. Gelukkig is er wel live-muziek! De Rotterdammers hebben er flink werk van gemaakt. Het podium is volop versierd: een Perzisch tapijtje, zonnebloemen, een zwart doek met Rumbone-logo en grote glitterdoeken in rood, blauw en zilver. Zelfs de microfoons zijn er mee behangen. Zangeres Odette heeft van hetzelfde stofje ook nog een jurkje gefabriceerd en gaat verder gekleed in hoge laarzen. Ook de heren (gitarist en bassist) lijken figuranten in een modeshow gekleed in pakken en stropdassen.

Muzikaal gezien zijn de winnaars van de Havenpop-Award 1999, niet in een hokje te duwen en daarmee passen ze goed op het Elegy-label, dat ook bands als Cheech Wizard, Beaver, I$I$ en Bitchcock. Rock met een alternatieve inslag en een vleugje elektronica (keyboard). Sfeervolle slowrock wordt afgewisseld met snelle punkrock, metal en grunge. Kenmerkend in alle nummers is evenwel het volle geluid en de krachtige stem van zangeres Odette. Rumbone laat de muziek spreken vanavond en daarom is er geen tijd voor praatjes tussen de nummers door. Iets meer contact met de fans zou welkom zijn. Ook zou de zang iets duidelijker mogen. Zo is Cannot Be het eerste nummer waarvan de titel te verstaan is. Helaas is dit twee nummers voor het einde! Erg lastig voor een recensent.

Tijdens het lange Mystery of Life neemt Odette zelf de gitaar ter hand. Gezellig in dit nummer is het na-na-na meezinggedeelte, dat goed wordt opgepikt door het publiek. Afsluiter is een grappige punkrock uitvoering van Nancy Sinatra’s -die laarzen zagen er inderdaad wel erg bekend uit- These Boots. Waarschijnlijk zal dit nummer ontbreken op de aanstaande cd. Helaas, want het covertje zit vol tempowisselingen en is daardoor omgetoverd tot een lekker springnummertje. En dat vinden de fans voor het podium zo te zien ook.

Wie: The Apers en The Berserkerz Wat: Cd/10 inch-presentatie Waar: De Vlerk, Rotterdam

Als er om half tien op donderdagavond een lange rij voor de deur van De Vlerk staat, dan moet er wel iets bijzonders aan de hand zijn. Rotterdammers lopen immers niet snel warm voor een of andere clubshow. Dus: óf de zaal is omgetoverd tot een gratis stripclub of er vindt een geheim optreden een bekende buitenlandse sterrenband plaats. The Favorats komen inderdaad van over de grens. Uit Duitsland om precies te zijn. Maar voor dit punkpop-gezelschap komt eigenlijk niemand, ook niet voor The Berserkerz uit Arnhem. Nee, doel van de avond zijn de lokale helden The Apers, die hun allernieuwste cd/10 inch Teenage Drama Every Kid Will Understand presenteren.

Begeleid door een doe-het-zelf lichtshow (discolampen in een oude transistorradio) spelen The Berserkerz lekkere sleazy rock ‘n roll die tot dusver alleen uit de US of A leek te komen. Denk hierbij aan The Oblivians en Jon Spencer Blues Explosion. Gelukkig blijkt ook Nederland talenten in dit genre te herbergen. De zanger heeft een prima stemgeluid en misbruikt net als Jon Spencer veelvuldig de kreet “Come On!”. En hoewel ook het gitaargeluid uit die koker lijkt te komen, voelt dat helemaal niet als een bezwaar. Immers beter goed gejat dan slecht bedacht!

Dan is het de beurt aan hoofdact The Apers. Onder toezicht van ultra-coole metershoge foto’s van zichzelf, speelt het trio in sneltreinvaart ongecompliceerde punkpopliedjes met een hoog sixties-gehalte. Stilstaan is nauwelijks mogelijk bij deze pakkende nummers van de Rock ‘n Roll-hogeschool. Hogeschool, omdat de nummers perfect in elkaar steken: strak, drie akkoorden, dansbaar en een leuke tekst. Zo gaat Centerfold over een leuk meisje, Better Off over een leuk meisje en het heerlijke Bend Over Backwards ( citaat: “I would give up bowling, just for you”) over een ander (?) leuk meisje. Dit is inderdaad Teenage Drama Every Kid Will Understand. Zeker als Kevin, Ivo en Marien zich storten op een gloedvolle uitvoering van Beach Boys-klassieker Then I Kissed Her. Een avond die op 7 april ongetwijfeld een passend vervolg krijgt. Op die avond spelen namelijk Apers’ grote voorbeeld Dee Dee Ramone en Rotterdamse bubblegumpunksters The Riplets in De Vlerk.

Wat: Cheech Wizard Cd-presentatie Waar: Nighttown Theater Rotterdam

“We wisten zelf al niet meer hoe we heetten of wie we waren”, vertrouwt Cheech Wizard-zanger Rob van Gameren zijn gehoor toe. Gezien de gezellige drukte in Nighttown Theater, is Rotterdam Cheech Wizard nog niet vergeten. Het is lang stil geweest rond de tegendraadse gitaarformatie. Hoewel de opnamen van de vandaag gepresenteerde cd Hence al een jaar geleden zijn afgerond, zorgde een breuk met platenmaatschappij Elegy voor de nodige vertraging. Cheech Wizard is veranderd, zo blijkt al snel. Tijdens een van de eerste nummers van de set, Implosion – een ingetogen bijna hypnotiserend nummer – gaan alle bandleden erbij zitten. Vreemd, want normaal gesproken is Van Gameren iemand die alle kanten op beweegt en zijn zangkwaliteiten ondersteunt met veel mimiek en theatrale weidse gebaren à la Michael Stipe van R.E.M. (of was het nou Ed Kowalczyk van Live?).

‘Gelukkig’ is het volgend nummer weer als vanouds: een kakofonie van geluiden, expressieve zang, vreemde breaks en inderdaad een volop bewegende zanger. Zo kennen we de Rotterdammers! Experimenteel en eigenwijs. Zappa/dEUS/Beefheart-achtige gedachtespinsels met jazzy invloeden en lastige structuren. Epistels van 10 minuten vormden geen uitzondering. Nog steeds is de muziek niet makkelijk. Het vergt de nodige oefening om het gebodene op waarde te schatten. Het materiaal van Hence is echter compacter dan op voorganger Mad Diary of a Diary Maid. Soms is het zelfs heel goed mogelijk om een ‘normaal’ nummer te ontdekken geschreven volgens de aloude kop-staart- en een middenstukformule. I Used to Be Hardcore is zo’n nummer: goede opbouw, genoeg afwisseling en de nodige melodielagen om het nummer interessant te houden. Het is overigens bij dit soort nummers, waarin je sterk het gevoel krijgt dat Bono aan het zingen is. Ruim voor het einde is de zaal al een stuk leger geworden. En daar zit ook gelijk de Achilleshiel van Cheech Wizard. Op een gegeven moment heb je het wel gehoord en wordt het zelfs vervelend. Eigenlijk zou de lijfspreuk van het vijftal moeten luiden: “Geniet maar luister met mate…”.

Wie: Mark Ritsema & Trio Raskolnikov Wat: cd-presentatie Waar: Rotown, Rotterdam

Zouden de jaren gaan tellen bij Mark Ritsema? Hoe is anders te verklaren dat de zanger-gitarist van Spasmodique zich gestort heeft op een genre voor de wat ouderen onder ons, de Jazz. Natuurlijk is dat een vooroordeel en bovendien bestaat Spasmodique nog steeds. Maar toch! Trio Raskolnikov, de nieuwe band van Ritsema hield haar eerste cd “Studio Gloria” ten doop in een rokerig jazzy nachtclubsfeertje. Slechts weinigen hadden de moeite genomen om de cd-presentatie bij te wonen. Onterecht zo bleek al snel, want we hebben hier te maken met uitstekende muzikanten (naast Ritsema, drummer Coen Aalberts, Pianist Chris Grem en contrabassist Peter Jessen), die direct een intieme sfeer wisten te creëren in Rotown.

Dat ook jazz inspanning vergt was duidelijk: het zweet gutste al direct langs Ritsema’s voorhoofd. Pas de vierde song van deze avond kunnen we terugvinden op de cd. ‘Charlton Heston’ is een sfeervolle slepende pianoballadé met een mooie melodielijn en dito zang. De donkere vocalen versterken de melancholieke sfeer die het nummer uitstraalt. Na een kort commercieel intermezzo (“Ik ga even op de Public Enemy-tour” en “Nee, T-shirts heb ik niet”, verwijzend naar de 10 minuten durende reclameboodschap van de rappers op Lowlands 1999), bleek dat zaal gelukkig een stuk voller was geworden, zodat ook deze laatkomers konden meegenieten van ‘Burnt Out Moon’, een Leonard Cohen-achtig nummer met poëtische, haast vertelde teksten tegen een jazzy achtergrond.

Het energieke ‘The way young lovers do’ (Van Morrison) vormde een van de hoogtepunten van een show, waarin slechts af en toe de rock kwam bovendrijven (‘You’re even better’). Niet onvermeld mag blijven, de uitgesponnen versie van het bebop(?)-nummer Benzedrine, waarin Ritsema, zijn gitaar terzijde schoof, de microfoon ter hand nam en een sigaretje opstak. Een mooie maar wel vermoeiende cd-presentatie, want na zo’n avond vol Tom Waits-achtige melancholie ga je toch niet al te vrolijk naar huis. Zeker niet als je als toegift getrakteerd wordt op Led Zeppelins Dazed & Confused…

Wie: Kane Waar: 14 0ktober Rotown

Na shows van Reef en Keith Caputo voor de derde keer in korte tijd, een uitverkocht Rotown. Dit keer voor Kane, bekend van radio en tv middels de hit Where Do We Go Now? Vanavond spelen de heren een gedeeltelijke thuiswedstrijd, aangezien drie van de vijf leden – officieel telt Kane er vier, live aangevuld met gitarist – uit Rotterdam komen. Je kunt met Kane twee kanten op: of je kunt hun repertoire afdoen als onorigineel, nep en oninteressant óf je prijst ze omdat ze precies weten, hoe een commercieel rocknummer in elkaar steekt.

De sound van Kane, valt in de categorie Billy The Kid en Anouk. Niet voor niets heeft laatstgenoemde laten weten ze ‘tof’ te vinden. Al snel is duidelijk dat zanger Dinand een voorliefde heeft voor monitorboxen en camera’s. Als een ware showman zoekt hij de juiste pose op de boxen en springt hij als een wilde over het podium of tussen het publiek. Dan weer kruipt hij in de camera van de regionale tv-zender of zoekt hij contact met het publiek op de eerste rij. Bij de veelal jonge meisjes gaat het erin als koek. Er wordt dan ook volop in de maat meegeklapt.

Muzikaal en artistiek gezien heeft het repertoire weinig waarde: mainstream-rock van een band die maar al te graag ‘alternatief’ wil zijn. Aanstellerige Eddie Vedder-achtige vocalen, nummers die vaak dezelfde opbouw hebben – stukje hard, stukje zacht – en een veelvuldige herhaling van het refrein. Met Hands als dieptepunt. Het nummer blijft maar doorzeuren en bij de fans moeten natuurlijk ‘die handjes de lucht in’. Aan het eind van de gelikte show wordt als toegift The Power of Love van Frankie Goes To Hollywood de zaal ingeslingerd. De fans van Kane zullen nog even geduld moeten hebben voordat ze de plaat As Long As You Want This kunnen beluisteren. Tot januari om precies te zijn. Nu moeten zij zich behelpen met Where Do I Go Now en de nieuwe single Damn Those Eyes.

Wie: Miss Antartica

Waar: 013, Tilburg

[Tekst en foto: Dimitri Hakke]

Het is toch wel een beetje verwarrend: is Miss Antartica nou een Nederlandse band of niet? Klaarblijkelijk heeft de band het er zelf ook moeilijk mee, getuige de opmerking van toetsenist Sytse, na een technisch probleem. “Can you hear me over there?” En daarna, twijfelend toch maar: “Kunnen jullie het daar horen?” Voor de duidelijkheid: Miss Antarctica bestaat voor vijftig procent uit Nederlanders. Een Amerikaan en een Engelsman completeren het viertal.

Slechts weinigen hebben de moeite genomen om de band in 013 te komen bekijken. Toch vreemd, aangezien Miss Antartica in het voorprogramma staat van een uitverkochte Keith Caputo-show. Het wordt de aanwezigen niet makkelijk gemaakt, want de melancholieke sferische muziek vereist behoorlijk wat concentratie. De breekbare liedjes over diverse soorten zielenpijn vallen wat zwaar.

Terwijl de band een uitstekende live-reputatie heeft weet het kwartet toch niet te overtuigen. De nummers zijn te lang uitgesponnen, waarbij veel ruimte is voor de instrumenten -niet zo vreemd met vier keyboards- en een stuk minder voor de klaaglijke zangstem van Richey. Hard en zacht wisselen elkaar net iets te voorspelbaar af.

Na drie nummers is het geoogste applaus nog altijd bescheiden. Leuk zijn de samples die het concert een filmisch karakter geven. Neon heeft een lekker zweverig gitaartje (U2/Cure), terwijl Filling Holes het moet hebben van een vet drumintro en botsende gitaarnoten. Na acht nummertjes houdt Miss Antartica het al weer voor gezien. En nu maar hopen dat de heren de rest van de tour wat meer op dreef raken. En als het even kan, dan ook graag tussen de nummers door wat meer interactie met het publiek. En dat mag dan best in het Nederlands Sytse!

Met loep en zaklamp door het museum

Chapeau: Boeiende museummarathon leidt tot verrassende ontdekkingen

door Dimitri Hakke

Waren het niet de Katholieken die met grof geweld van religieuze werken werden verwijderd, dan was er wel een gewiekste zakenman die schilderijen in stukken zaagde, om verschillende delen los te verkopen. Maar zelfs de lijstenmakers konden af en toe niet van de schilderijen afblijven. “Soms hadden ze een mooie lijst gevonden en als die niet paste, dan zaagden ze gewoon een stuk van het doek af!”

De schilderkunst heeft heel wat te verduren gehad, de afgelopen eeuwen. Dat blijkt al snel tijdens de rondleiding door museum Boijmans Van Beuningen. Erik Beenker is een geanimeerd verteller die de schilderijen van verhalen voorziet, waardoor ze nog meer tot leven komen. Gewapend met een loep en zaklamp (“zo kun je heel goed details in een schilderij uitlichten”), wandelt hij langs de enorme collectie van het museum. En weer stuit hij op een staaltje kunstvernieling. Pieter Saenredam (1597-1665) was een schilder die voornamelijk geïnteresseerd was in architectuur. De personages liet hij vaak door anderen schilderen. Maar ook mensen die de doeken na zijn dood kochten, wilden er nog wel eens wat figuurtjes bij laten schilderen. “Dus stonden er mensen op in kleding van een eeuw later. Het gevolg is dat werk zonder mensen, meer waard is dan mét mensen. Dus duiken er op veilingen doeken op waar eerst tien mensen op stonden en nu nog maar twee of drie. Puur om de verkoopwaarde te verhogen!”

Mensenzee

Erik Beenker heeft zijn schat aan informatie niet alleen uit boeken. Zelf denken en analyseren is erg belangrijk. Veel mensen dwalen volgens hem een beetje achteloos door het museum. “Het kan geen kwaad om er wat meer in te zien dan je op het eerste gezicht ziet. Dan ontdek je een hoop.”

Beenker voegt de daad bij het woord en houdt zijn loep bij de Pieter Brueghel’s Toren van Babel (1563). Een zee van mensen openbaart zich op de toren. Het krioelt werkelijk van het microscopisch leven. “Kijk maar, aan de voet staat een hele horde mensen. En daar is een processie aan de gang.” Van een afstand naar dit schilderij kijken is dus niet gewenst. “Breughel was een echte miniaturist. Daar moet je echt met je neus bovenop zitten. Niet te dicht natuurlijk, want dan gaat het alarm af”, lacht Beenker.

Beenker is zich momenteel aan het voorbereiden voor de mammoetrondleiding van zeven uur, die hij later deze maand in Boijmans geeft. In een dag wordt de bezoeker wegwijs gemaakt in de schilderkunst van de 14de tot aan de 21ste eeuw. Dat is nog best lastig. “Om de haverklap verschijnen er nieuwe werken uit het depot, waardoor andere werken weer plaats moeten maken. Zeker bij moderne kunst is dat moeilijk bij te houden.”

Tulpenbollen

Wat er precies te zien en te vertellen valt, blijft dus ook voor Beenker een verrassing. Bezoekers krijgen in elk geval een even grappig als treurig relaas over de Leidse schilder Jan van Goyen (1596-1656) te horen. Een arm gestorven kunstenaar, die zijn geld in de destijds kostbare tulpenbollen had geïnvesteerd en door een beurskrach avant la lettre diep in de schulden raakte. Om zijn schulden af te betalen was hij gedwongen, de rest van zijn leven aan de lopende band schilderijen te maken. “Een beetje met de snelheid van tv schilder Bob Ross”, lacht Beenker.

kader:

Rondleiding Boijmans Van Beuningen plus lezing.

prijs 53 euro

donderdag 20.00-21.30 uur

Eerste les 6-10-05 Rondleiding 7 of 8 oktober 2005

Eerste les 10-11-05 Rondleiding 11 of 12 november 2005

Deze spoedcursus kunstgeschiedenis is een sportieve en leerzame uitdaging, diepgravend en lichtvoetig tegelijkertijd, waarbij het plezier van het kijken naar schilderkunst steeds voorop staat. De rondleiding wordt voorafgegaan door een uitgebreide inleiding in het gebouw van de Volksuniversiteit . De rondleiding begint stipt bij de opening van het museum om 10.00 uur en duurt tot sluitingstijd om 17.00 uur en is in drie blokken verdeeld met tussendoor een pauze en tijd voor een lunch.

Meer info: Volksuniversiteit, Heemraadssingel 275-277,3023 BE Rotterdam ,tel. 010- 4761200 http://www.volksuniversiteit.nl/rotterdam/index.htm

Populairder dan voetbal (R-Uit)

Chapeau: Basketbalvereniging Divine wil meisjesteam opzetten

Streamer: Winnaar kijkt hoe de verliezers een extra oefening krijgen voorgeschoteld.

Door Dimitri Hakke

Bijna vierhonderd miljoen beoefenaars telt de sport wereldwijd volgens officiële bronnen. In liefst 211 landen is er een Nationale bond. Meer nog dan voetbal of volleybal. Daarmee mag basketbal gerust ‘de grootste sport ter wereld’ genoemd worden.

Het is gezellig druk in de gymzaal van scholengemeenschap Wolfert van Borselen. Op het programma staat de training van de mini’s (10-12 jaar) en de aspiranten (12-14 jaar) van basketbalvereniging Divine. Folders aan de deur maken melding van een open training vandaag. Iedereen mag meetrainen om te kijken of basketbal een leuke sport is.

Vandaag geen vers bloed, wel twee jongens die eerder deze week hun eerste les volgden onder leiding van Susanne Kruger (21) en Richard Mijnhijmer (24). Terwijl Richard in een hoekje een blessuregeval onder handen neemt (“Doe rustig aan en als het pijn doet, moet je stoppen”), demonstreert Susanne de eerste oefening. In hoog tempo legt ze uit wat de bedoeling is: “dribbelen, gooien en afvangen die bal!” Leerlingen die de oefening niet direct begrijpen, mogen achter aansluiten om te kijken wat precies de bedoeling is.

Perzikmand

Basketbal werd in december 1891 bedacht in de Amerikaanse staat Massachusetts. Omdat de studenten aan het Springfield College zich verveelden met de Zweedse, Franse en Duitse spelvormen ontwikkelde sportleraar Jim Naismith een nieuwe spel. De studenten waren direct enthousiast en speelden eerst zonder een bord achter de basket (perzikmand). Omdat de bal te vaak over de basket op de tribunes terecht kwam, besloot Naismith een houten bord achter de basket te plaatsen. Gedurende de jaren is het spel verder geëvolueerd tot de huidige sport. Anders dan vroeger wordt er nu vijf tegen vijf gespeeld. Lichamelijk contact is nog steeds verboden en spelers mogen niet lopen met de bal, maar moeten die gooien naar een medespeler, dribbelen (stuiteren) en in het net van de tegenstander te gooien.

Susanne Kruger is afkomstig uit het onderwijs en dat is te zien. Geduldig en op duidelijke toon, legt ze elke oefening uit en vergeet daarbij niet te wijzen op het nut. “Het is heel erg belangrijk dat je vertelt, waarom je iets doet. Dan onthouden ze het veel beter”, aldus de 21-jarige basketbalster, die zelf zeven jaar geleden kennismaakte met de sport. “De afwisseling en het samenspelen is erg leuk. Bovendien moet je goed nadenken bij wat je doet.” Hoewel de eerste competitiewedstrijd volgende week al voor de deur staat, is er nog weinig aan tactiek gewerkt. “Ik begin met de fundamentals: het passen, dribbelen, verdedigen en schieten.”

Vicieuze cirkel

Basketbalclub Divine bestaat sinds 1991 en telt zo’n 100 leden. “Soms komen er weer bij en dan gaan er weer af”, aldus de trainster die zelf haar partijtjes met Dames 1 speelt. Susanne zou graag een meisjesteam onder haar hoede hebben. “Er komen wel eens meisjes mee spelen, maar die zijn snel weer vertrokken als ze alleen maar jongens zien rondlopen. Het is een vicieuze cirkel die doorbroken moet worden. Er komen geen meisjes omdat er geen meisjes op zitten en omdat ze niet blijven, zitten er geen meisjes op. Dat is wel erg jammer. Ik hoop dat daar een keer verandering in komt.”

Het is een gevarieerde training. Bij elke oefening is een competitie-element aanwezig. Winnaar van elk onderdeel mag even uitblazen en kijken hoe de verliezers een extra oefening krijgen voorgeschoteld. Sam Duyves neemt met rood aangelopen hoofd, even de hoognodige pauze. “Basketbal is veel leuker dan voetbal. Daar trappen ze nog wel eens iemand onderuit. Hier zijn de spelers sportiever. Raak je iemand per ongeluk, zeg je sorry en het is over.” De 14-jarige speler voldoet met zijn geringe lengte niet aan het clichébeeld van de boomlange basketballer. “Je hoeft ook niet echt lang te zijn. Ik vind het wel handig zo. Dan kan ik af en toe onder een arm door glippen”, lacht Sam als hij weer het veld in stuift.

©2014 Dimitri Hakke – All Rights ReservedPowered by Pinboard Theme by One Designs and WordPress